Blits nieuw lichaam

Als er één kinderboek is dat past in het thema van de Boekenweek is het Sjoerd Kuypers Robin en God uit 1996, het fijnzinnige verhaal over een kleuter die wil weten wie of wat God is en daar van zijn opa een mooi genuanceerd antwoord op krijgt....

HANNEKE DE KLERCK

Want boeken zijn boeken, of ze nu het etiketje 'voor kinderen' of 'voor volwassenen' dragen. 'Alle boeken maken, als ze goed zijn, gelijkelijk deel uit van wat we literatuur noemen', zei Jan Blokker tien jaar geleden, een uitspraak waaraan werd gerefereerd bij de uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs 1997 voor het beste literaire kinderboek aan Joke van Leeuwen, vorige week.

Idealiter is er een vloeiende overgang tussen kinderboeken en romans voor volwassenen. Maar juist in de Boekenweek (net als in de Kinderboekenweek in oktober) is de scheiding tussen beide categorieën duidelijk zichtbaar. De God van het boekenweekthema die dezer dagen overal in fictie en non-fictie voor volwassenen opduikt, heeft weinig te zoeken in de kinderliteratuur.

Wel komt de Arbeiderspers met de ongewijzigde herdruk van de schoolcatechismus uit 1948, maar dat is eerder een curiositeit voor volwassenen die nog eens willen naslaan waartoe zij op aarde zijn. En Fontein geeft Anne Fine's Een Engel op School (¿ 27,50) uit, compleet met motto uit Richteren 13 ('Toen deed de Engel des Heren een wonder. . .'), alleen is dat nu net weer een verhaal dat niet voldoet aan Blokkers eis dat het goede boeken zijn die tot de literatuur behoren.

Maar Nijntje, mag Nijntje ook op de boekenweektafels? De allereerste Nijntje, de herdruk van Dick Bruna's boekje uit 1963 over de komst van een klein konijn bij meneer en mevrouw Pluis ('zij trokken haar een jurkje aan/ en noemden haar toen nijntje'). Nijntje schijnt vroeger geweerd te zijn van openbare scholen: er zweeft een engel in rond die mevrouw Pluis de komst aankondigt van een lief klein dochtertje, en 'alle dieren uit het land/ kwamen naar nijntje toe/ de haan, de kip, de kuikentjes/ en zelfs de dikke koe' en dat was allemaal veel te christelijk.

Achteraf wekt het verbazing dat christelijke scholen Nijntje niet verboden. Want wat kregen de kleuters voorgeschoteld: het kerstkindje als konijn (zou je kunnen zeggen als het niet minstens zo oneerbiedig klonk als het 'Mijn God' dat de CPNB als thema bedacht).

Robin en God is bij verschijnen al uitvoerig geprezen. Robin, bijna vijf, wil van zijn grootvader weten wie God is. Dat leidt tot heftige discussies met Robins vader, die niets van God weten moet. Maar de grootvader heeft een bescheiden, ondogmatische visie op het bestaan van God en laat ruimte voor twijfel. De God van Robins opa is al lang de God uit de catechismus niet meer, Hij is een vriendelijke God, met wie je kunt praten als je dat zelf wilt. Robin en God is een prachtig boek om kinderen laten kennisnemen van de dominante godsdienst in onze cultuur.

Dat God bestaat, lijdt geen twijfel in Ik geloof dat ik geloof van de Belgische Kolet Janssen. Haar boek is uitleg bij en commentaar op de geloofsbelijdenis. Janssen beschrijft gesprekken tussen een moeder (ze is ook goddienstlerares volgens de inleiding) en een aantal kinderen tussen 9 en 12 jaar (volgens de achterflap).

De God van Janssen is de moderne, liefdevolle God. Haar betoog laat ruimte voor andere meningen, voor 'eerbied hebben voor elkaars overtuiging', maar haar basis is het katholieke geloof en wat ze uitlegt is hoe dat geloof zijn waarde in deze tijd behoudt.

De uitgever meldt dat Ik geloof dat ik geloof bedoeld is voor kinderen vanaf 9 jaar, maar, vooral doordat de hoofdpersoon en ik-verteller de moeder zelf is, lijkt het boek zich veel eerder te richten op de ouders. De kinderen worden beschreven zoals volwassen het onder elkaar over hun kinderen kunnen hebben; een beetje vertederd over het heftige dat kinderen kunnen hebben, over de manier waarop ze 'triomfantelijk' of 'verontwaardigd' reageren.

Het lijkt me niet prettig lezen, als je 9 bent en je moet je vereenzelvigen met een protagonist die over de hoofden van de kinderen in het verhaal heen haar boodschap kwijt wil.

Aan de andere kant is het boek ook niet echt geschikt als handleiding-bij-het-beantwoorden-van-moeilijke-vragen voor de ouders. Daarvoor is het weer te veel een, stilistisch niet erg sterk, verhaal, met af en toe merkwaardige oprispingen van popi taalgebruik (Jezus als een 'fantastische kerel' met een 'blits nieuw lichaam' na zijn verrijzenis).

Ik geloof dat ik geloof blijft daarmee een boek dat op twee gedachten hinkt en dat misschien uiteindelijk nog het meest geschikt is ter kennisneming door katholieke ouders die hun kinderen dan wellicht beter de geloofsbelijdenis uit kunnen leggen.

Hanneke de Klerck

Sjoerd Kuyper: Robin en God.

Illustraties Sandra Klaassen.

Van 4 tot 6 jaar.

Leopold; 103 pagina's; ¿ 24,90.

ISBN 90 258 4007 8.

Dick Bruna: Nijntje.

Mercis; ¿ 9,-.

ISBN 90 73991 92 7.

Kolet Janssen: Ik geloof dat ik geloof.

Illustraties Klaas Verplancke.

Vanaf 9 jaar.

Averbode; 61 pagina's; ¿ 22,50.

* Kinderen die geïnteresseerd zijn in de wereldgodsdiensten kunnen veel informatie halen uit Wat geloven zij eigenlijk (Meinema; ¿ 25,50) van Bert Jalink. De verhalen, waarin steeds vier kinderen een werkstuk moeten maken over een godsdienst, zijn niet zo sterk, maar in de kantlijn staan steeds verhelderende blokken tekst met duidelijke, feitelijke informatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden