Blinde doorzetter

Drie medailles won de blinde zwemster Marion Nijhof (23) op de vandaag eindigende Paralympische Spelen, maar er was geen gouden plak bij....

Het is een vast gebruik. In de wachtruimte voor de start van een groot toernooi beloeren zwemmers elkaar bij voortduring.

Ze proberen in de bankjes van deze callroom de tegenstander maar wat graag uit het evenwicht te helpen. Sommigen zetten hun zwembrilletje op, om aan die psychologische proloog te ontkomen.

Deze avond, in de hel verlichte gangen van het Indoorzwembad van het Atheense olympische sportpark OAKA, zitten de acht zwemsters uit de finale 200 meter wisselslag, Categorie S11, als versteend naast elkaar. Begeleiders hangen aan de andere kant van de corridor tegen de muur.

Er wordt hier niet naar elkaar gekeken. Er valt niets te kijken. Deze paralympische zwemsters zijn visueel gehandicapt.

'Zo blind als een muur', gooit cabaretier Vincent Bijlo er met bijtende spot uit enkele uren na de wisselslagfinale waarin Marion Nijhof zilver won. Het Holland House vol 'sportmensen met een beperking' gaat plat voor de golf van ironie. Bijlo is zelf blind, maar in zijn kijk op de wereld absoluut niet gehandicapt.

Marion Nijhof is van dezelfde categorie. Ze is niet zo cynisch als Bijlo, maar staat op een vergelijkbare manier in het leven. Een handicap moet geen belemmering zijn. Voor haar voorbeeldrol voor de blinde gemeenschap in Nederland, kreeg de Borculose in 2003 een onderscheiding van de koningin.

Om dat lintje, ereteken van olympische en paralympische kampioenen van Nederland, hoeft ze het dus niet meer te doen. Marion Nijhof heeft maar wens en dat is meetellen als mens.

Want wie zegt dat een blinde niet zou kunnen zwemmen? Marion Nijhof, vorige week 23 geworden, zwom al toen ze op haar negende blind werd. En geen moment dacht ze er aan dat deel van het gewone leven op te geven. 'Ik vond dat zwemmen leuk. Waarom zou ik daarmee stoppen? Bovendien, zwemmen dat kon ik al en er waren genoeg andere dingen die ik wel moest leren. Met een stok lopen, braille. Eigenlijk moest ik bijna alles opnieuw leren.'

Het was een zwart moment in haar leven, maar ze is er gemakkelijk overheen gestapt. 'Ik was negen. Moeilijk te zeggen wat je dan voelt. Ik heb me nooit zo druk gemaakt om mijn handicap.' Nijhof was al slechtziend, ze had 25 procent zicht. 'Ik kon me in die eerste jaren bij het zwemmen nog richten op de lijn op de bodem van het bad. En de kant zag ik ook wel, al was dat altijd op het laatste moment.'

Ze komt uit een familie met een erfelijke aanleg voor glaucoom, een te hoge oogdruk. Moeder (slechtziend) en oma (blind) kampen met dezelfde oogafwijking. 'Het is eigenlijk een ziekte van oude mensen', zegt Marion Nijhof in de catacomben van het zwemstadion.

Op haar negende werd de oogzenuw bevroren en daarna had ze minder dan 1 procent zicht, in het paralympische klassement goed voor categorie S11. Wat dat is, 1 procent zicht? 'Nou een beetje licht en donker. En als je naar het raam kijkt en er loopt iemand langs, dan zie je een donkere schim.'

Op haar twaalfde ging ze zwemmen in de Nebas-gehandicaptencompetitie; zeven jaar later was ze al vertegenwoordigd bij de Paralympische Spelen van Sydney, waar ze brons veroverde. Nijhof overtrof zichzelf. Ze zegt verslaafd te zijn aan progressie.

Alles in haar toch al niet erg praktische leven wordt aan de kant gezet voor de sport. Voor Athene heeft ze haar geleidehond Wendy, een golden retriever, moeten thuislaten. 'De nadelen van het meebrengen van Wendy waren groter dan de voordelen. Je hebt de verzorging, het uitlaten, de eisen van hygi in een bad. Mag ze er wel in? Je kent de weg in het olympisch dorp en de stad niet. Zelfstandig reizen is er dan toch niet bij. Dan is Wendy, hoe lief ook, alleen maar ballast. Ik heb haar door de jaren heen maar keer meegenomen naar een buitenlandse wedstrijd.'

Fotografe Mathilde Dusol portretteerde Nijhof en haar hond, met zwembrilletje, in het water van het bad te Borculo. Het was een klassieker, een aandachttrekker op haar eigen website. Mensen dachten dat het zo hoorde. 'Zwemt ze altijd met een hond', vroeg iemand bij het zien van de Dusols tentoonstelling op Nationaal Sportcentrum Papendal.

Nee, zo zwemt ze niet. Marion Nijhof zwemt haar wedstrijden, op de kant begeleid door twee persoonlijke 'tappers', aantikkers voorzien van een lange stok met bal. Zij tikken op haar schouder of hoofd, voor het keerpunt en de finish. Alleen op de training knalt ze wel eens met haar hoofd tegen de muur. 'In de wedstrijd is me dat nog nooit gebeurd.'

Naar Athene mocht maar van de vaste twee tappers mee, exparalympische zwemkampioene Jacqueline Nannenberg. Chris Hassall, de teammanager van Britse afkomst, heeft de andere job overgenomen. 'Het is anders. En misschien niet ideaal. Maar ik heb vertrouwen in Chris. Ik mag er niet onzeker over zijn. Anders moet je er ook niet aan beginnen.'

Nannenberg en Hassall moeten zwijgen tijdens de race. Het schreeuwen van aanwijzingen is verboden. Zelfs coaching de blinde zwemsters worden door hun begeleiders tot aan het startblok gebracht is verboden. 'Ze mogen niks zeggen bij het blok. Alleen na de finish mag Chris mijn tijd en de klassering vertellen. Meer niet.'

Haar door de jaren heen geperfectioneerde gehoor heeft weinig nut in het water. De badmuts zit daarvoor te strak over haar oren. Ze zet hem pas laat op in de callroom om een pijnlijk hoofd te voorkomen. 'In het water hoor je gewoon heel weinig. Eigenlijk niets.'

Het rechtuit zwemmen, een grote opgave voor een blinde, komt voort uit een hoge mate van concentratie, en van richtinggevoel. Nijhof denkt niet dat het hare beter is dan dat van een ziende. 'Maar het is natuurlijk wel steeds beter ontwikkeld.'

Het gevecht met de lijnen kan ze in races lang vermijden. Soms zegt ze een lichte aanraking te prefereren. Dan weet ze waar ze ligt en hoe ze weer nieuw koers moet zetten. 'Maar als ik vermoeid raak en met mijn hoofd begin te trekken, dan ga ik wel scheef. Extra je best doen: ook fout. Dan trek je met de ene arm harder dan met de andere en ga je scheef.'

Het is allemaal makkelijk werk in vergelijking met de moeite die ze buiten het zwembad moet doen. Zo heeft ze zelf sponsors gezocht om zich een persoonlijke trainer (Hans Stuenter) te kunnen permitteren. 'Ik denk niet dat een zwemster als Marleen Veldhuis dat zelf hoeft te doen.'

Ze heeft aangepaste lesroosters; haar studie communicatie aan het Windesheimcollege in Zwolle is wegens de paralympische voorbereiding zelfs even stopgezet. Trainingskampen in Zuid-Frankrijk, Veenendaal en Cyprus vulden de hele zomer. Zelf bekostigde ze in juni nog een trainingskamp op Lanzarote. Niets is aan het toeval overgelaten.

De sport wordt hoogst professioneel benaderd. Vader Rudi stuurt de olympische Volkswagen Combi naar vele plekken. Nijhof bezit de A-status van het NOC*NSF en geniet de voordelen van de Nederlandse topsporter: een inkomen en een auto.

Heel haar leven is ingericht op de sport. Haar blind zijn lijkt bij zoveel enthousiasme slechts een kleine handicap. Nijhof traint achttien uur in de week in het bad en nog eens drie uur in het krachthonk. Ze moest explosiever worden, omdat haar sterkste nummer, de 400 meter vrije slag, van het paralympisch programma werd geschrapt. Op die afstand is ze wereldkampioen.

De overstap naar de 100 meter vrij was de uitdaging. 'Die van de internationale bond, de IPC, kijken alleen maar naar de aantallen. Niet naar de kwaliteit. Zo is ook de 100 meter vlinder, mijn andere favoriete afstand, geschrapt. Er zijn nu eenmaal niet zoveel blinden in de wereld. En zeker geen blinden die zwemmen.'

Athene is een stad die tot eind jaren negentig nauwelijks tot geen voorzieningen trof voor gehandicapten. Een tochtje per rolstoel, zo wordt dezer weken in allerlei bladen en programma's gedemonstreerd, is ondoenlijk. Gehandicapten zie je normaal niet op straat in de hoofdstad.

In het nieuwgebouwde olympisch dorp zijn wel de voorzieningen getroffen, zoals Nijhof die uit Nederland kent. Ze heeft het over rimpeltegels en noppentegels, bij voetgangersoversteken. In het dorp is het 'perfect' zegt ze.

De stad is een ander verhaal. De tientallen miljoenen die er door de Griekse overheid zijn ingepompt, om de stad voor paralympi toegankelijk te maken, lijken weggegooid geld, omdat de Atheners hun motoren en auto's overal parkeren, ook op speciale afstapjes van het trottoir.

De rimpellijn voor blinden is vaak onderbroken door terrasstoelen. Het dagblad Kathimerini vroeg een restauranthouder naar de reden van dat onbeschofte gedrag. 'Hier komen geen blinden', zei de man. 'En als ik ze zie, dan neem ik ze even bij de hand.'

Bij gebrek aan Wendy en begeleider neem ik Marion bij de hand voor het interview in de persruimte van het zwembad. Daar liggen, als een eerste vorm van achterstallig onderhoud op het olympisch park, enkele tegels los. We moeten voorzichtig manoeuvreren.

Vincent Bijlo zou er vast iets bijtends over hebben gezegd. Hij is de held der gehandicapten. Vorige week spotte hij in hoog tempo over alle correctheid, waarmee blinden worden benaderd. Hij zei zijn paralympische fans niet moeilijk te doen.

'Zeg gerust tegen een visueel gemankeerde, een blinde dus: daar sta je vreemd van te kijken, de situatie gaat zienderogen achter uit maar daar moet je je niet blind op staren, in al je kortzichtigheid. Trouwens weet je wat jij doet: bekijk 't maar.'

Dus vraag ik Nijhof wat ze ziet in al die steden die ze bezoekt. Ze ervaart, zegt ze. Ze ruikt, ze hoort en ze slaat op. Sydney was het einde. De magie van zeventienduizend juichende mensen in een zwemstadion, onovertroffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden