Bliksemafleider op de vulkaan

Hij fluistert zijn baas in waar het oproer begint. Of sust de vedette die gewisseld is. En natuurlijk, hij zet tijdens de training de pylonen neer en deelt de hesjes uit....

'VAN DIJK zei: mouwen omhoog, en maak er wat van. En dat was het', zegt Louis Coolen.

Wat valt er meer te zeggen? Van Dijk is weg en hij is er nog. Een klote-gevoel. In de zomer was hij nog oprecht vereerd geweest toen Van Dijk hem persoonlijk vroeg assistent-trainer te worden bij Roda JC. Graag! Na vijf jaar hoofdtrainer te zijn geweest van Helmond Sport leek hem dat een mooie promotie. En dan dit.

Had Louis Coolen dan loyaal moeten zijn en na het ontslag van Van Dijk ook moeten vertrekken? Er moet wel brood op de plank komen. Van Dijk snapte het. Donderdag leidde Coolen de training niettemin met een wrang gevoel, dat moet de spelersgroep ook gemerkt hebben. De nieuwe hoofdtrainer, George Leekens, zei niet veel. Gisteravond zaten ze tegen Den Bosch samen op de bank; dit weekeinde zullen ze nader kennismaken. Afwachten maar. Van Dijk beschouwde hem als zijn gelijke.

'Donderdagmorgen reed ik met een wrang gevoel naar Kerkrade, 's middags op de terugweg heb ik de knop omgezet. Het belang van Roda staat voorop. We moeten verder', zegt Coolen.

Ton Lokhoff, assistent bij NAC: 'Je past je aan. Ik heb nu vier hoofdtrainers meegemaakt. Met de één ben je wat closer dan met de ander, maar elke trainer probeer je optimaal van dienst te zijn. Daar ben je assistent voor.'

Zo werkt dat, bevestigt Martin Haar, al meer dan tien jaar assistent-trainer bij AZ. 'Je maakt analyses van komende tegenstanders, doet de scouting, denkt mee over tactiek, vangt geblesseerde spelers op zodat ze gemotiveerd blijven. Al die factoren die ertoe bijdragen dat een hoofdtrainer het eerste elftal optimaal kan laten draaien.'

Vaak ook spreekt de assistent de taal van de club, zoals Louis Coolen als geboren Zuiderling van nature de mores van Roda JC aanvoelt. Onderschat dat niet. Op grond van die kennis en adviezen kan de hoofdtrainer, met name in tijden van nood, laveren in een vreemd en soms vijandig sociaal klimaat. Haar, ingeburgerd bij AZ, en Lokhoff, kind van NAC, knikken instemmend. Zij kennen de club in wezen beter dan hun baas, respectievelijk Henk van Stee en Henk ten Cate.

Haar: 'Ik kan Van Stee vertellen hoe AZ in elkaar steekt. Hoe bepaalde geledingen binnen de club reageren op mindere periodes. Van de materiaalman tot de businessclub en de wasvrouw. Ik heb het allemaal al eens zien gebeuren.'

Coolen: 'Natuurlijk heb ik met Jan van Dijk over de Limburgse cultuur gesproken. Een arm om de schouder, een complimentje, dat gebeurt in het Zuiden misschien net iets vaker dan in het Noorden. Dat is geen kritiek aan het adres van Van Dijk. Hij deed zijn best zich aan te passen, maar hij heeft amper de tijd gekregen het te tonen.'

Martin Koopman, hoofdtrainer van Veendam: 'In mijn tijd bij Den Bosch maakten we een mindere periode door. Jan van Grinsven, mijn assistent, ving geluiden op en heeft me gewaarschuwd. Je keert het noodlot niet, maar je kunt jezelf tenminste beschermen. Fantastische assistent, Van Grinsven.'

Lokhoff: 'Als speler heb ik assistenten meegemaakt die tegen de reserves zeiden: bij mij zou je zeker spelen. Die willen snel zelf hoofdtrainer worden.'

Koopman: 'Er zijn assistenten die sneller in de bestuurskamer of het spelershome zitten dan de hoofdtrainer. En dan van die luizige opmerkinkjes maken: ik zou het anders hebben gedaan. O zeker, dat gebeurt.'

Gert-Jan Verbeek, debuterend hoofdtrainer van Heracles: 'Natuurlijk is er in die tien jaar dat ik assistent ben geweest bij Heerenveen weleens onrust geweest. Maar we gaven het geen kans. In de trainerskamer kun je discussiëren, daarbuiten praat je met één stem.'

Dat laatste is uiteraard makkelijker naarmate de assistent zich meer gewaardeerd voelt. Wat dat betreft is er in de loop der jaren het nodige veranderd, zeggen ze. Denken we nu nog steeds dat de assistent enkel de pylonen uitzet en de hesjes uitdeelt, of een overgeschoten bal uit de sloot vist terwijl de spelers al in het Turks bad liggen? We zouden eens een dag met hem mee moeten lopen, zegt Lokhoff. Ook bij hem thuis slingeren papiertjes met opstellingen rond, ook op zijn bureau ligt een stapel scoutingsrapporten.

Het zijn moderne arbeidsverhoudingen die passen in het huidige tijdsbeeld. 'Of haalt bij jullie de adjunct-hoofdredacteur alleen maar koffie voor de hoofdredacteur', vraagt Lokhoff.

Toch heeft Martin Koopman andere tijden meegemaakt. 'Eind jaren tachtig bij Cambuur werkte ik onder Rob Baan. Die ging helemaal zijn eigen weg. Ik begon net, dus ik vond ook wel dat ik nog iets moest afdwingen. Maar áls ik iets zei, leek hij amper te luisteren.'

'Dat pikt geen assistent meer', zegt Haar.

'Ten Cate zegt soms: Ton, vandaag is de groep voor jou. Staat Ten Cate te observeren', zegt Lokhoff.

'Passing is mijn specialiteit. De lange bal. Als we op dat onderdeel trainen, heb ik vaak de leiding. Bosman gaat vanaf volgend seizoen bij ons spitsentraining geven. Zelfde idee. Het is toch onzin dat Van Stee zou denken dat-ie dat zelf zoveel beter kan?', zegt Haar.

'Foppe de Haan hoort bij de oudere generatie, maar als trainersdocent heeft hij de moderne lichting gevormd. Leiding geven is inzien waar je minpunten liggen en de sterke punten van je assistenten benutten', zegt Verbeek.

Koopman: 'Geen trainer weet alles. Een andere stem doet soms wonderen. Daarom laat ik af en toe mijn assistent Marcel van Buuren bewust het woord doen. Dat verhaal van mij kennen ze wel. Van Buuren vertelt hetzelfde, in net iets andere woorden, en hup, zie je dat ze de oortjes spitsen.'

SOMS klikt het tussen hoofdtrainer en assistent zelfs zo goed, dat de ambitie om eens op eigen benen te staan langzaam wegebt. Dat wil Martin Haar best toegeven. Eén seizoen heeft hij van het hoofdtrainerschap geproefd, bij Bad Bleiberg in Oostenrijk. Maar zo'n bescheiden cluppie uit de Zweite Liga - vergelijkbaar met de eerste divisie - vormt natuurlijk een scherp contrast met een professioneel georganiseerde subtopper als AZ.

Dus waar kies je dan voor? Haar: 'Ik merk aan mezelf dat die drive om hoofdtrainer te worden minder wordt. Omdat ik hier gewaardeerd wordt en een bijdrage lever aan de ambities.'

Lokhoff en Verbeek twijfelen niet.

'Ik word een keer hoofdtrainer van NAC, zeker weten', zegt Lokhoff.

'Hoe goed de samenwerking ook is, een assistent moet af en toe toch concessies doen. Op een bepaald moment wil je zelf een elftal vormen, tot in de kleinste details', zegt Verbeek.

Koopman: 'Als je één keer die stap naar het hoofdtrainerschap hebt gemaakt, wordt het moeilijker om nog assistent te worden. Ik snap dat Coolen het een promotie vindt, van Helmond Sport naar Roda JC, maar hij zal moeten wennen aan zijn nieuwe rol.'

Coolen: 'Ik ken mijn plaats. De hoofdtrainer neemt uiteindelijk de beslissingen, dat accepteer ik. Maar de ambitie om weer zelf hoofdtrainer te zijn, blijft natuurlijk.'

Trouwens, niet in elke assistent schuilt op termijn een bekwame hoofdtrainer. 'Je kunt alle cursussen doorlopen, maar sommigen zijn nu eenmaal geboren als hoofdtrainer en anderen als assistent', zegt Verbeek.

Uit het oogpunt van collegialiteit praten we natuurlijk liever niet over namen, maar als er dan één voorbeeld genoemd moet worden? Eddie Achterberg, zeggen ze allemaal. Sorry Eddie. Was jarenlang assistent van Huub Stevens bij Roda JC en toen die naar Schalke 04 vertrok, wilde Eddie wel hoofdtrainer worden. Zijn eerste wedstrijd eindigde in een 8-0 nederlaag tegen PSV, zeg maar een verkapte motie van wantrouwen van de spelers. Nooit meer een kans gekregen, Achterberg.

'Eddie was altijd de kameraad, Stevens de spijkerharde', zegt Coolen.

'Als je dan ineens voor diezelfde groep gaat staan en de harde beslissingen moet nemen, ga je een rol spelen. Daar prikken spelers meteen doorheen', zegt Lokhoff.

Hiërarchie zit in kleine dingen.

Koopman: 'Tegen mij zeggen ze u, of trainer. Tegen Marcel van Buuren, mijn assistent, zeggen ze Marcel.'

Lokhoff: 'Tegenpolen qua karakter, dat zie je wel vaker, dat werkt. Van Gaal en Van der Lem.'

Haar: 'Happel en Zwartkruis.'

Coolen: 'Een hoofdtrainer moet het totale sportieve belang van de club bewaken, daaraan zijn individuele belangen ondergeschikt. Elke hoofdtrainer houdt bewust enige afstand naar zijn spelers omdat het anders moeilijk is nuchter en zakelijk knopen door te hakken. Een assistent is de ogen en oren van de hoofdtrainer. Hij tast af hoe de groep op bepaalde beslissingen reageert zodat de hoofdtrainer daar later weer rekening mee kan houden.'

Verbeek: 'Spelers voelen dat. Als er tijdens een training irritatie ontstaat, gaan ze klagen bij de assistent. Nooit bij de hoofdtrainer. Maar in de rust van een wedstrijd, wanneer het écht ergens om gaat, kijken ze naar de hoofdtrainer. Dan komt het aan op leiderschap.'

In dat spel van psychologie vervult de assistent niettemin vaak een cruciale rol, volgens Verbeek. Zelf omschrijft hij zich weliswaar als 'een harde', maar als Foppe de Haan een keer in de kleedkamer tekeer ging begreep zijn assistent intuïtief dat van hem een rol als antagonist werd verwacht. Zoals vorig seizoen in de thuiswedstrijd tegen Olympiakos Piraeus, toen Foppe de Haan aanvaller Lurling genadeloos de mantel uitveegde. In de tunnel, net voor ze weer het veld opkwamen, legde Verbeek een arm om de schouder van Lurling.

''Bleek koppie, teneergeslagen blik. Ik sla een arm om hem heen en zeg: hé Lur, kom op! Alsof-ie een schok kreeg. Je zag hem denken: verdomme!'

Coolen: 'Een assistent is een bliksemafleider voor zowel de spelers als de hoofdtrainer.'

Lokhoff: 'Het is moeilijk die juiste balans te vinden. Je mag nooit te dichtbij één van beide partijen komen, want dan ben je voor de andere partij niet meer geloofwaardig.'

Zo voelden Verbeek en Koopman hoe ze in de schaduw van hun mentoren stilaan naar het hoofdtrainerschap toegroeiden. Koopman ontdekte hoe zijn 'denken' veranderde, hoe hij tactische vraagstukken steeds makkelijker ging ontleden, en dat hij zich niet meer afvroeg hoe hij kritiek in de media zou pareren. Toen Den Bosch belde, wist hij het zeker. Doen! Verbeek net zo, al had hij nog best onder Foppe de Haan verder gekund. Maar eens moet je durven.

'Ik zie dit niet als een examen, maar misschien beschouwt Heerenveen dit wel als een examen voor mij. Ik weet dat ik een serieuze kandidaat ben om ooit bij die club terug te keren, maar misschien willen ze eerst zien of ik de verantwoordelijkheid voor een hele club kan dragen', zegt Verbeek.

EENMAAL in de dug-out namelijk, op zaterdagavond of zondagmiddag, stappen hoofdtrainer en assistent elk hun eigen wereld binnen. De één waant zich op een vulkaan, de ander geniet van het uitzicht. Een paradox waarvan ze allemaal kunnen getuigen. Martin Haar omdat hij tijdelijk optrad als hoofdtrainer nadat zijn baas (Theo Vonk) ontslag had genomen. Lokhoff nam eenmaal de honneurs waar omdat Ten Cate ziek was. 't Is anders, zó anders, maar hoe leg je dat uit?

'Het is niet uit te leggen', zegt Verbeek.

Lokhoff: 'Je stapt in de bus om naar een uitwedstrijd te gaan en je weet: nu ben ìk eindverantwoordelijk.'

Haar: 'Als het een keer niet loopt, roep je als assistent gauw: Pietje d'r in. Als hoofdtrainer zit je meer te wikken en te wegen, omdat je weet: straks word ìk er op afgerekend.'

Verbeek: 'Ik ben nu twee maanden hoofdtrainer en ik merk dat ik sindsdien emotioneler naar de wedstrijd kijk.'

Koopman: 'Als het publiek rot op begint te roepen, hebben ze het niet over de assistent.'

In een dergelijk klimaat is loyaliteit een kostbaar goed. De primaire voorwaarde zelfs, concluderen alle trainers. Als sponsors of bestuursleden de assistent gaan bewerken in een poging het gezag van de hoofdtrainer te ondermijnen, hoort de erecode van de trainerskamer te gelden: je bent het eens ook als je het niet eens bent. Mocht het dan onverhoopt toch tot ontslag komen, dan kunnen wegen zich altijd op een respectabele wijze scheiden.

'Als ik ontslagen word, verwacht ik niet dat een assistent ook opstapt. Het is belangrijker dat je eerlijk tegen elkaar bent geweest', zegt Koopman.

'Toen ik naar Heracles ging, heb ik Pieter Bijl gevraagd mijn assistent te worden. Een oud-ploeggenoot, een vriend. Bij hem weet ik dat ik niet over mijn schouder hoef te kijken', zegt Verbeek.

Lokhoff: 'Ik heb mijn contracten altijd onafhankelijk van een hoofdtrainer getekend, dus bepaal ik ook zelf wanneer ik wegga.'

Haar: 'In de tijd dat Van Hanegem wegging, heb ik lang in dubio gestaan. Eén keer is het me gelukt hem om te praten, de tweede keer nam hij toch ontslag. Ik zei: Willem, ik kan niet in dit besluit meegaan. Dat snap ik, zei hij.'

Coolen: 'Ik hoop dit nooit weer mee te maken. Ik heb nog nooit een scheiding meegemaakt, maar ik denk dat het ongeveer zo voelt. Waardeloos. Maar je moet verder, Van Dijk, ik, en Roda natuurlijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden