Blij

Martin Bril..

Martin Bril

‘Laten we blij zijn!’, roept Jan Peter Balkenende uit. Zijn stem klinkt schril. Dat gezeur van de oppositie komt hem de neus uit. Hij is trots op zijn kabinet. Hij vindt dat iedereen blij moet zijn met Nederland. We staan er goed voor. Hij citeert John F. Kennedy: ‘The rising tide lifts all boats.’ Ja, wij zijn allen bootjes die door het tij van de economie worden opgetild, we krijgen allemaal eenmalig 52 euro om de gestegen energierekening te compenseren.

Terwijl de premier spreekt over problemen die zijn opgepakt, veerkracht, bereidheid, knelpunten, solide bruggen, respect, handen aan het bed, vertrouwen in de toekomst en de positie van Nederland in de wereld, gaan de gedachten uit naar Geert Wilders en de kunst van het zitten.

Een brave man, die Geert, hij zit maar, en hij zit maar. Ergens in het midden van de vergaderzaal heeft hij een stoel op een hoek. Hij draagt een donkerblauw pak en een fluorescerende, blauwe stropdas. Hij zit met het rechterbeen over het linker. De rechtervoet wiebelt onophoudelijk. Hij speelt met zijn pen, hij trommelt met zijn vingertoppen op het tafelblad, hij kijkt eens wat naar het schermpje van zijn mobiele telefoon, hij draait een beetje met zijn stoel. Hij zit, kortom, te zitten, tot hij over vele uren eindelijk zijn punt zal maken. Het nerveuze ongeduld dat altijd uit zijn woorden spreekt, heeft zich niet in zijn lichaamshouding vertaald. Hij oefent geduld.

Of heeft niets te doen.

Iets anders: hoe plof je in een stoel? Een goeie ploffer is Wouter Bos: die kan werkelijk heel boos en verontwaardigd in een stoel ploffen, maar de kampioen is Femke Halsema – zij voegt er nog eens fundamenteel onbegrip aan toe. Met kleine, maar vinnige passen loopt ze weg van de interruptiemicrofoon, alweer met een kluitje door Balkenende in het riet gestuurd, en aangekomen bij haar stoel op de eerste rij geeft ze er eerst een boze, maar korte zwiep aan, zodat hij goed staat om haar te ontvangen, en dan ploft ze er gekwetst in neer. Het zou op televisie eens een paar keer in slowmotion herhaald moeten worden, ik bedoel: ze ís gewoon het kluitje, en die stoel staat in het riet. Een grote actrice, Femke – niemand die zo schitterend gekweld in hoge suède laarzen kan staan. Een prachtig Kamerlid ook, en dan hebben we het niet over haar benen, haar ranke hals en fonkelende, bruine ogen.

Nog meer zit- en stoelwerk.

Vak K: het kabinet.

Daar zien we Johan Remkes van kwart over tien tot kwart voor twaalf de Volkskrant doornemen. Naast hem: Maria van der Hoeven, levenloos als een zombie, net als de vorige dag: de armen over elkaar, de blik op oneindig. Waar andere ministers nog weleens in hun paperassen bladeren, een sms’je versturen, in hun thee roeren of achter hun oor krabben, zit zij volkomen roerloos twee dagen op haar stoel, ongelogen.

Achter haar zit de nieuwe minister Hirsch Ballin – hij glimlacht minzaam naar niets, maar in de loop van de dag zakt zijn mond open. Schuin achter de premier: Joop Wijn, die instemmend knikt bij ieder bon-mot van zijn leidsman. Wie er een tijdje naar kijkt, gaat vanzelf ritmisch meeknikken.

‘Laten we blij zijn’, echoot de stem van Balkenende, maar van echte blijdschap is natuurlijk nergens sprake. Men zit, spreekt, ploft, trippelt, beent, knikt, hangt, oreert en verveelt zich. Een mooi, maar moeilijk vak, die politiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden