Blijven schieten en bewegen

Twee (auto)biografieën geven een intiem beeld van wat er de afgelopen zeven jaar in het Witte Huis is gebeurd. En wat Condoleezza Rice en John Bolton in het veld van de buitenlandse politiek aan moed en vastberadenheid moesten opbrengen om hun doel te bereiken....

Diederik van Hoogstraten

Op 20 januari 2001, de ‘Dag van de Inauguratie’, brak er een nieuwe, rustige tijd aan in Washington. Dat was althans het idee van alle betrokkenen. De 43ste president van de VS, George W. Bush, had beloofd dat zijn land ‘nederigheid met kracht’ zou tonen.

Zijn belangrijkste buitenlandadviseur, Condoleezza Rice, had vraagtekens gezet bij ‘de morele impuls’ van de regering-Clinton, ‘om Amerikaanse democratie te verspreiden’. Ook zij voorzag een teruggetrokken Amerika, dat zich over schurkenstaten als Irak geen zorgen hoefde te maken: die zouden in de loop der tijd vanzelf verwelken.

‘Condi’ Rice, toen 47 jaar, had haar beide ouders al verloren. In die zin was het aantreden van haar geestverwant een bitterzoet moment. Met andere familieleden beleefde ze de dag als iets waar ze haar hele leven naartoe had gewerkt. Ze zou de volgende dag als Nationale Veiligheidsadviseur beginnen.

‘De feestelijke sfeer in Rice’s hoek van het Witte Huis’, schrijft Elisabeth Bumiller in haar meesterlijke biografie van Rice, ‘weerspiegelde de vroege verwachting dat het buitenlandbeleid geen problematische preoccupatie van de nieuwe regering zou zijn’.

Ook John Bolton verwachtte kalm vaarwater. De man die later ambassadeur bij de Verenigde Naties zou worden, was als Republikeinse topambtenaar decennialang bezig met wapenverdragen, Noord-Korea, de Sovjet-Unie en Rusland. Een boeiend bestaan, dat met zijn aanstelling als onderminister van Buitenlandse Zaken gericht zou zijn op het ontwerpen van een ‘nieuw strategisch raamwerk’.

Die eerste helft van 2001 was druk maar ook relatief licht, schrijft Bolton in zijn boeiende autobiografie. Het was een tijd waarin frivoliteiten als Dick Cheney’s pesterige uitroep over Bolton - ‘de man met de snor is er!’ – en Boltons ergernis over deze standaard-aankondiging nog relevant leken. De wereldpolitiek zou ‘tot rust komen’, verwachtte Bolton.

De experts maakten, kortom, inschattingen die op 11 september van dat jaar achterhaald en zelfs waardeloos bleken te zijn. Na de terreuraanslagen volgden Afghanistan, Irak en de in potentie eeuwige strijd tegen het terrorisme, koerswijzigingen die Rice, Bolton en hun collega’s niet hadden voorzien. De les? Luister met achterdocht naar de huidige presidentskandidaten en hun adviseurs. ‘Weg uit Irak’, roept de ene. ‘Nú weg uit Irak’, belooft een ander. En in koor: ‘Wij zullen de oorlog tegen terreur winnen.’ Allemaal wensen en retoriek. Het enige dat vaststaat, zo illustreren de boeken van Bush’ adviseurs, is dat de werkelijkheid roet in het eten zal gooien.

Condoleezza Rice – An American Life en Surrender Is Not An Option bieden samen een beeld van binnenuit van wat er de afgelopen zeven jaar in het Witte Huis is gebeurd. Ze vertellen bovendien inspirerende verhalen van moed en vastberadenheid onder moeilijke omstandigheden. Bolton hield vast aan zijn conservatieve gedachtengoed in een zee van elitair progressief protest en groepsdenken, zowel aan Yale University als in het Washington van de jaren zeventig en negentig. Rice vond haar weg naar de top als zwarte vrouw die weigerde in het multiculti-, links-feministische denken van positieve discriminatie te passen, een streber voor wie de lage verwachtingen van anderen ‘de grootste externe vijand’ waren.

Het was de jonge Bush die beider talenten en doorzettingsvermogen herkende. Hij gaf hun ruimte en vertrouwen, wat hun loyaliteit aan de president ten dele verklaart.

Rice is sinds 2005 minister van Buitenlandse Zaken, het interessantste personage van de regeringsploeg. Ze is een alleenstaande, buitengewoon slimme vrouw, nauw bevriend met George en Laura Bush, sportief en een concertpianiste in haar vrije tijd, geschoold in politieke categorieën van de Koude Oorlog. En ook nog opgegroeid in het gesegregeerde zuiden van de VS. Dit alles maakt de 53-jarige Rice zowel uniek als symbolisch. ‘Haar leven vertelde een verhaal over Amerika’, schrijft Bumiller.

Zij verbindt de ervaringen van het meisje Condi in gesegregeerd Alabama met de besluiten van minister Rice. Voor een goed begrip van Rice is het van belang om te weten dat ze werd opgevoed met de denkbeelden van Booker T. Washington, de zwarte leider die eigen verantwoordelijkheid en geleidelijke sociale verandering voorschreef. Condoleezza leerde ‘om nooit te lang stil te staan bij de oneerlijkheid in de samenleving’. Alleen zelfredzaamheid kon leiden tot lotsverbetering. Rice straalt dit optimisme nog steeds uit. Ze kiest er consequent voor om zich te richten op wat mogelijk is door hard werken, niet op slachtofferschap. Alleen met die sterke wil, zegt zij in toespraken op scholen in zwarte achterstandswijken, kon Rice minister worden, luttele generaties verwijderd van haar voorouders, die volgens de grondwet ‘drievijfde van een mens’ waren.

Condi aanschouwde van nabij de terreur die in 1963 een zwarte kerk in Birmingham verwoestte en vier jonge levens eiste. ‘Soms kijk ik naar terroristische incidenten’, aldus Rice, ‘en herinner ik me hoe het was om je niet veilig te voelen in je huis.’

Het karakter van Rice kwam tot wasdom toen ze als politicoloog en decaan aan de Stanford Universiteit in Californië verbonden was. Ze kwam er als zwarte vrouw in connflict met belangengroepen van vrouwen en zwarten. Ze was geen voorstander van de meeste vormen van positieve discriminatie, en kreeg kritiek omdat ze ‘niet zwart genoeg was’. Maar Rice had geleerd om ‘terug te duwen’. Toen een blanke student haar toewijding aan burgerrechten in twijfel trok, viel ze uit: ‘Ik heb geen behoefte aan een lezing over ras. Ik ben al mijn hele leven zwart.’

Rice blijft zeggen dat ze volgend jaar zal terugkeren naar Stanford, haar academische thuis, maar de vraag is hoe welkom ze daar zal zijn. ‘In de ogen van veel Stanford-docenten’, schrijft Bumiller, ‘was de hooghartige stijl van Rice een vooraankondiging van het unilateralisme tijdens de eerste termijn van de regering-Bush.’

In 2001 stortte Rice zich op de afschaffing van het ABM-verdrag, wat toen de belangrijkste beleidskwestie leek te zijn; ook John Bolton schrijft erover. Het overleg met de Russen onder Vladimir Poetin heeft soms de kwaliteit van Shakespeariaans theater. In retrospectief voelt het echter vooral klein. Na 11/9 veranderde alles. De nederigheid van de campagne verdween. De idee van een grootse ‘transformational diplomacy’ kwam ervoor in de plaats. In het Midden-Oosten ‘was het doel niet langer om obstakels te omzeilen, maar om ze te transformeren’. Dat gold voor Israël en de Palestijnen, voor Iran, en bovenal voor Irak.

Rice ontkracht tegenover Bumiller voor de zoveelste keer de mythe dat de concentratie op Saddam Hoesseins Irak vanaf 2001 een ‘neoconservatief complot’ was. Bill Clinton had van zijn voorganger, George Bush I, een gewond Irak geërfd, een land onder VN-sancties. ‘Regime change’ was geen uitvinding van Bush cum suis, maar beleid van Clinton. En Clinton liet George Bush II een Irak na dat voortdurend door de Amerikanen werd gebombardeerd, terwijl Saddam VN-sancties en -resoluties negeerde.

Rice: ‘We hadden een onevenredige hoeveelheid tijd besteed – en ik wil dat dit goed wordt begrepen – van het moment dat we aantraden tot na 11/9, om iets anders te bedenken voor Irak. Ik woonde meer vergaderingen bij over aanscherping van de sancties dan over andere zaken.’

Irak lijkt te stabiliseren en Rice is heden ten dage druk met een vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen. Maar juist tegen deze nieuwe opdracht van Rice, waarvoor ze voortdurend naar de regio vliegt, maakt Bolton bezwaar. Het is volgens hem zinloos om energie te steken in de huidige spelers in Jeruzalem en op de Westoever. De afgelopen week schreef hij nog een opinieartikel: ‘Hoop, goede wil, shuttlediplomatie en zelfs presidentieel prestige zijn niet voldoende. De huidige omstandigheden vragen om een goedaardig negeren.’

Bolton is een man met een gezond ego en een onvoorspelbaar temperament, blijkt uit zijn boek. Hij vertelt met verve zijn verhaal, van gewone jongen tot de briljante driftkop die de hele wereld tegen zich in het harnas joeg toen hij de VN – met sterke argumenten – corrupt, overbodig en moreel bankroet verklaarde. Bolton heeft veel gedaan voor de Amerikaanse overheid en, werkelijk waar, voor de volkerenorganisatie. Maar van het clichématige imago van de oer-Amerikaanse slechterik komt hij nooit meer af. Bolton weet dat, en soms leest zijn boek als een zeurderige verdediging tegen zijn talrijke vijanden. Dat is zonde, omdat hij veel weet en lekker vertelt.

Hij zal nooit vrijwillig ‘verdwijnen’, garandeert Bolton, die nu verbonden is aan het American Enterprise Institute in Washington. ‘Winst of verlies bij de verkiezingen’, sluit hij zijn boek af, ‘ik ga niet weg.’ Een senator raadde hem aan om zichzelf als een oorlogsschip te zien. ‘Je zult vaak worden getroffen. Het belangrijkste is om te blijven bewegen en te blijven schieten.’

Dat advies zal zowel Rice als Bolton opvolgen. Of ‘Condi’ nog als vice-president naast een kandidaat als John McCain of een andere partijgenoot verschijnt? Bumiller verwacht het niet, hoewel ze schrijft dat Rice ‘geen enkele intentie heeft om van het wereldtoneel te stappen’. Waarbij zij aantekent dat de kenners die de toekomst voorspellen, altijd worden verrast door de werkelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden