Blije Canta's dansen zonder ooit te botsen

Het ballet is vooral een warme ontmoeting tussen mens en machine. De pijnpunten zitten verstopt. Een gemiste kans.

MIRJAM VAN DER LINDEN

Het Nationale Canta Ballet door Canta-rijders, Nova College en Het Nationale Ballet.

Choreografie: Ernst Meisner

28/6, Gashouder, Amsterdam

1/7 op televisie, NTR Podium, 19.00 uur

Een boek, een tv-serie, een radiodocumentaire en nu tot slot een voorstelling: een meerkoppig project als Het Nationale Canta Ballet kom je niet vaak tegen. Slim ook: het is meteen een multimediale marketingstrategie. In sommige kringen begon 'het Cantaballet' al bijna een begrip te worden. ('O ja, dat met die gehandicaptenautootjes.') De twee voorstellingen die donderdagavond in de Amsterdamse Gashouder werden gegeven, waren met ruim duizend toeschouwers per keer volledig uitverkocht. Of het meer was dan een gimmick? Ja, zeker!

De ronde Gashouder met zijn indrukwekkende ijzeren gewelf was de beste start die choreograaf Ernst Meisner zich kon wensen. Het is en blijft een adembenemende plek. Met de tribunes en de zes open deuren naar buiten leek het gebouw meer dan ooit een arena. Alleen maakten geen leeuwen of stieren hun entree, maar Canta's: die vierkante blikjes op wielen die het mindervaliden mogelijk maken toch te gaan en staan waar ze willen.

Beschenen door lampen en camera's hoog boven de vloer rijden ze in volle vaart binnen, zo'n vijftig stuks, voornamelijk rood. Ze zwieren in cirkels, trekken rechte lijnen en slalommen om elkaar heen. Portieren zwaaien open en dicht, het zijn klapwiekende vleugels. Het gevoel van vrijheid en opwinding krijgt een portie bravoure erbij met drie 'stuntcanta's', die rondscheuren als - want klein blijven ze - botsautootjes op de kermis. Geleidelijk mengen de dansers zich in het verhaal - eerst de dansstudenten van het Nova College, dan de profs van Het Nationale Ballet.

Meisner heeft zijn choreografie voor zoveel (verschillende) mensen reëel gehouden; hij werkt vooral met heldere en strakke lijnen en patronen, met hier een daar een grapje (danser in spagaat op een Cantadak of weggepropt in de achterbak). De kersen op de taart zijn het virtuoze, lyrische, ijle duet van de balletsolisten Marisa Lopez en Casey Herd, de vioolsolo van cantasolist Kim Spierenburg en het treffen tussen Herd en schrijver Karin Spaink, een van de bedenkers van het hele project. Zij leidt hem gassend, schakelend, en remmend naar voren en naar achteren, terwijl hij aan het portier hangt.

Choreografen gingen eerder de confrontatie aan met machines (lees: het 'gewone' leven). De dreiging die Krisztina de Châtel met vuilniswagens wist te creëren, is in Het Nationale Canta Ballet ver te zoeken. Meisner heeft er vooral een lichte, warme ontmoeting van gemaakt. De pijnpunten zitten er wel, maar weggestopt in geprojecteerde teksten. Een gemiste kans. Een beetje conflict is altijd goed voor de spanning.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden