'Blij dat ik had getuigd'

De naam van Elia Kazan is niet alleen verbonden aan filmklassiekers als 'On the Waterfront' en 'East of Eden'. In 1952 verlinkte hij collega's en vrienden voor het communistengericht van Joseph McCarthy....

OP HET Williams College in New York gaven ze hem de bijnaam Gadge, een afkorting van Gadget, Dingetje, omdat hij zo klein was. Zo wordt hij nog steeds genoemd, hoewel hij Elia Kazajoglou heet en iedereen hem kent als Elia Kazan. In september wordt hij negentig jaar en maandag staat hij op het podium van het Dorothy Chandler Pavillion in Los Angeles om een ere-Oscar te ontvangen voor zijn carrière.

Een spannend moment. De ere-Oscar heet letterlijk de 'Academy Award for a Life Achievement' en dat houdt net iets meer in dan een oeuvreprijs. Het is een eerbetoon aan mensen die zich een levenlang verdienstelijk hebben gemaakt voor de Amerikaanse film. En daar zit het knelpunt, want Elia Kazan is niet alleen de maker van legendarische films als On the Waterfront, East of Eden en America, America, maar ook de man die in 1952 collega's verried en daardoor hun carrière vernietigde en hun leven schaadde.

En niet iedereen is dat vergeten.

Op 10 april van dat beruchte jaar verscheen Elia Kazan voor de House Committee on Un-American Activities onder leiding van senator Joseph McCarthy, die al eind 1947 een onderzoek was begonnen naar de invloed van het communisme in de Amerikaanse maatschappij. In 1950 ging deze commissie na hoe sterk de communistische infiltratie in de filmindustrie was en tien regisseurs, producenten en scenarioschrijvers werd verzocht zich te melden. Zij weigerden collectief hun politieke betrokkenheid in heden of verleden te onthullen. Voor deze 'minachting van het Congres' werden zij veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en een boete van duizend dollar, ze kwamen op een zwarte lijst en konden alleen nog onder schuilnaam verder werken.

Een van de zogeheten Hollywood Ten, regisseur Edward Dmytryk, kreeg spijt, bekende ooit lid te zijn geweest van de communistische partij, mocht de gevangenis verlaten en zijn carrière voortzetten. Dmytry was een van de kroongetuigen in de tweede ronde die de commissie in 1951 startte. Er werd een lijst van ruim driehonderd verdachten samengesteld, met daarop namen als Jules Dassin, Lilian Hellman, Joseph Losey, Dorothy Parker, Abraham Polonsky, Paula Strasberg, Dorothy Tree en nota bene ook Joris Ivens. Veel beschuldigingen waren op niets gebaseerd. Sommige van deze 'Mannen in Rode Pakken' waren op de lijst gekomen omdat ze als 'links' bekend stonden of in de jaren dertig partij hadden gekozen tegen Franco in de Spaanse Burgeroorlog.

Behalve Edward Dmytryk - die in een zelfgekozen boetedoening tussen 1947 en 1951 vrijwillig in ballingschap naar Engeland vertrok - waren er nog een paar bekende getuigen, en de prominentste van hen was Elia Kazan, acteur, theaterregisseur, mede-oprichter van de befaamde Actors Studio en als filmregisseur al bekroond met een Oscar voor Gentleman's Agreement (1947). Invloedrijk, gerespecteerd en geliefd. En juist deze man openbaarde niet alleen dat hij zelf lid was geweest van de communistische partij, maar toonde zich ook bereid de namen van nog acht collega's te noemen. Mensen die op de lijst van de commissie niet ontbraken, maar door de getuigenis van Kazan definitief veroordeeld werden.

Hun carrière was geknakt, ook toen McCarthy eind 1954 zelf werd veroordeeld, omdat hij het echt te gortig maakte door ook politici en hoge generaals aan te klagen. President Eisenhower greep in, de aanstichter van de heksenjacht kwam ten val, trok zich verbitterd terug en overleed in 1957.

In zijn autobiografie A Life (1988) en ook in interviews heeft Kazan uitgelegd wat hem bewoog, maar dat is nooit afdoende geweest, want hij heeft er ook altijd aan toegevoegd dat hij het weer zou doen als hij voor eenzelfde keuze kwam te staan.

Scenarioschrijver en regisseur Abraham Polonsky debuteerde in 1947 met Force of Evil. Hij zag zijn naam pas in 1968 als scenarioschrijver van Madigan terug op het scherm en mocht niet eerder dan in 1970, op zestigjarige leeftijd, zijn tweede film maken, Tell them Willie Boy is Here. Als een van de slachtoffers die de bitterheid nog niet voorbij zijn, heeft hij nu gemompeld te hopen dat iemand Kazan neerschiet bij de prijsuitreiking. 'Als iemand sorry zegt, is het voor mij voorbij, maar Kazan weigert. En hij is niet zo maar iemand. Hij verried niet alleen zijn vrienden, maar plaatste destijds ook een pagina grote advertentie in The New York Times, waarin hij zichzelf uitriep tot actieleider tegen de samenzweerders. Ik ben bevooroordeeld, maar hij is een engerd. Ik zou hem niet goeiedag zeggen als ik hem op straat tegenkwam.'

Norma Barzman, nog een scenarioschrijfster op de zwarte lijst, die na haar beschadiging dertig jaar in Frankrijk woonde, verzamelt geld voor een tegenadvertentie in hét showbizzblad: Variety. Haar collega Bernard Gordon heeft een Comité Tegen het Zwijgen opgericht en is van plan met lotgenoten met protestborden te demonstreren. Anderen willen een handtekeningenactie en hebben een oproep gedaan niet te applaudisseren wanneer Kazan zijn Oscar krijgt, uit handen van regisseur Martin Scorsese en acteur Robert De Niro, die in Kazans laatste film The Last Tycoon (1976) speelde.

Voor menigeen is de kwestie Kazan iets van het voltooid verleden, met respect voor wie nu tegen is omdat hij of zij slachtoffer was van Kazans verraad. Steven Spielberg is een van de weinigen van de huidige generatie die zich heeft uitgesproken. 'Ik ben het niet eens met zijn beslissing van toen en vind dat hij een fout heeft gemaakt, maar het gaat om zijn werk en zijn fout verandert zijn films niet.'

Kazan heeft ook uitgesproken medestanders, voorop veteraan-acteur Charlton Heston: 'Het is waar dat de carrière van een heleboel eerbare mannen en vrouwen voorbij was, en dat is jammer, maar deze Oscar is dik verdiend en komt veel en veel te laat.' Maar deze voorvechter voor keurigheid en fatsoen is zelf niet helemaal brandschoon. Bekend is hoe hij acteur Edward Asner zwart maakte toen deze begin jaren tachtig voorzitter was van de acteursbond, omdat deze zich had laten kennen als politieke tegenstander van president Ronald Reagan. Bij die hetze werd Heston betrapt op aantoonbare leugens.

Dezelfde Charlton Heston stelt nu: 'Kazan noemde namen, maar er wás toch een communistische infiltratie in Hollywood? Wat zou er gebeuren wanneer, om maar wat te noemen, een Franse regisseur de namen had genoemd van mensen die hadden gecollaboreerd met de nazi's? Wie nog steeds niet bereid is Kazan te vergeven, legt zelf een zwarte lijst aan.'

AL EERDER kwam het tot conflicten wanneer een prijs voor Kazan aan de orde was. De vereniging van critici in Los Angeles, het festival van San Francisco en twee jaar geleden nog het Amerikaanse Filminstituut (voor de derde keer!) verwierpen stuk voor stuk een voordracht van Kazan als mogelijke winnaar van een ereprijs. Karl Malden, vriend van Kazan, Oscarwinnaar voor een bijrol in Kazans A Streetcar Named Desire, en als ex-voorzitter van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences een van de meest gerenommeerde leden van dit college dat de Oscars uitdeelt, was degene die stelde dat Hollywood er eindelijk rijp voor is Kazan te huldigen. Zijn toespraak werd met applaus begroet en het voorstel werd unaniem aangenomen.

Dus krijgt de lichamelijk gammele en halfdove Elia Kazanjoglou maandag in Los Angeles zijn Oscar, 23 jaar na zijn afscheid als filmregisseur, 76 jaar nadat zijn vader, een Griekse tapijthandelaar, hem en de rest van de familie Kazanjoglou naar Amerika bracht.

In zijn boeken America, America (naar het scenario van de gelijknamige film), het vervolg The Anatolian en zijn autobiografie heeft Kazan uitvoerig van zijn familieverleden verteld. 'Anatolian' verwijst naar de Turkse provincie waar de Griekse en Armeense minderheden leden onder de Turkse machthebbers. Kazans vader verhuisde naar Istanbul, waar Elia geboren werd, vandaar naar Berlijn en ten slotte naar Amerika. De intelligente immigrantenzoon doorliep gemakkelijk het Williams College, maar voelde zich daar een geïsoleerde vreemdeling, de outsider die hij zijn hele leven is gebleven, vurig hopend dat voor hem de Amerikaanse droom werkelijkheid zou worden.

Hij studeerde af met een cum laude voor Engels, meldde zich bij de drama-opleiding aan de Yale universiteit en kwam in 1932 bij het Group Theatre, waar hij drie jaar later zijn eerste stuk regisseerde. En daar is hij lid geworden van de communistische partij, omdat hij de dreiging voelde van de Depressie en de groeiende macht van de nazi's in Europa. Deel uitmakend van een partijcel binnen de theatergroep woonde Kazan geheime bijeenkomsten bij waarin plannen werden gesmeed het theater in een 'progressieve' richting om te bouwen. Aan de commissie van McCarthy vertelde hij hoe de apparatsjiks zich steeds meer gingen bemoeien met artistieke zaken. Toen op een avond besloten werd bepaalde veranderingen aan te brengen in een stuk, besloot hij, achttien maanden na zijn aanmelding, de partij te verlaten. Hij was tot het besef gekomen dat de communistische leiders mensen de mogelijkheid ontnemen voor zichzelf te denken.

Kazan ontwikkelde een combinatie van haat en angst tegen alles wat naar communisme riekt. In 1952 was hij nog steeds overtuigd van een communistische samenzwering. 'Elke keer dat je iemand pijn doet, en ik deed mensen pijn, vind je dat niet leuk', geeft hij toe in zijn autobiografie, maar hij voelde het als een plicht te getuigen. Niet om andermans carrière te vernietigen, maar om de bedreigende samenzweerders van hun anonimiteit te ontdoen.

Binnenkort verschijnt een nieuw boek over Kazan van de Amerikaanse schrijver-criticus Jeff Young, met nooit eerder gepubliceerde openhartige gesprekken uit begin jaren zeventig. Uit een voorpublicatie blijkt dat Young, alvorens de heikele kwestie aan te roeren, Kazan meldde dat zijn oom, de scenarioschrijver Ned Young, ook een slachtoffer van McCarthy was geweest. Kazan licht daarna zijn beslissing nog eens toe. 'De oorlog in Korea was nog steeds aan de gang en wat me verbaasde was dat al die linkse mensen nooit iets zeiden tegen de Sovjet-Unie, ongeacht wat dat land deed. Het was een soort geestelijke slavernij. Ik dacht: als ik niet wat zeg, doet niemand het. Ik moest kiezen tussen twee kwaden.'

Kazan wist dat hij goede vrienden zou verliezen. Een van hen, Arthur Miller, schrijft in zijn autobiografie Timebends dat Kazan zelf verblind was en spoken zag. 'De Amerikaanse communistische partij was de kleinste ter wereld en Amerika gedroeg zich alsof het land aan de rand van een bloedige revolutie stond.'

Twee jaar na zijn getuigenis maakte Elia Kazan On the Waterfront, over de dokwerkers in New York, die gemangeld werden door corrupte vakbondsbazen. Marlon Brando speelt de dokwerker die hen aangeeft en roept aan het slot: 'Ik ben blij om wat ik heb gedaan, hoor je me, blij wat ik heb gedaan!' In zijn autobiografie schrijft Kazan: 'Dat was ik zelf die dat zei, blij dat ik had getuigd.'

Na die zwarte dag in 1952 maakte Kazan naar eigen zeggen zijn beste films. 'Die daarvoor waren vakkundig, die erna persoonlijk. Ze kwamen uit mezelf, het zijn de films die ik nog steeds respecteer.'

Over het belang van Kazan als acteur, theatervernieuwer en filmregisseur valt weinig te discussiëren. Hij ontdekte Warren Beatty, Marlon Brando en James Dean. Op films als A Streetcar Named Desire, On the Waterfront en East of Eden (misschien zijn beste) valt genoeg aan te merken, maar het zijn Amerikaanse klassiekers van de jaren vijftig. De thema's die hij aansneed waren belangrijk in die tijd: rassendiscriminatie, conservatisme tegenover vernieuwing, sociale wantoestanden, materialisme, puriteins denken en seksuele vrijheid.

Kazans films waren niet vrijblijvend, stelden morele keuzes aan de orde en gaven aanleiding tot discussie. Hij voerde bovendien een nieuwe stijl in, een semi-realisme gespeeld door acteurs die volgens de principes van de Actors Studio vrij waren te improviseren wanneer zij zich eenmaal vereenzelvigd hadden met hun personages.

Het lijkt vanzelfsprekend dat de oude man een ere-Oscar krijgt, en misschien zelfs verbazingwekkend dat hij hem nog nooit heeft ontvangen. Maar dat is toch een te simpele conclusie. De wonden zijn nog niet bij iedereen geheeld. Het voltallige bestuur van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences meent dat de tijd rijp is voor vergeven en vergeten, maar de opgelaaide discussie bewijst evenzeer dat niet iedereen bereid is tot vergiffenis en dat Amerika nog steeds worstelt met een zwart verleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden