Bleker besloot dat het mooi is geweest: natuurbouwers, terug in uw hok

Groen Rechts, amper drie jaar geleden was het een modeterm. Premier Balkenende verklaarde zich fan van Al Gore, Mark Rutte presenteerde in 2008 de 'groen-rechtse agenda' van de VVD.


Maar in 2011 lijkt de natuur weer een linkse hobby geworden. CDA-staatssecretaris Henk Bleker wil geen nieuwe natuurgebieden meer aankopen en schrapte de bescherming van 150 zeldzame planten- en dierensoorten, waaronder de modderkruiper en de beekprik. De smient kon nog net worden gered.


De woede om zijn beleid is groot. De Partij voor de Dieren opende deze maand een protestbos waar burgers een boom konden planten om hun ongenoegen over de staatssecretaris te ventileren. Zo'n 13 duizend mensen kochten een boom.


Voor zijn tegenstanders is Bleker een natuurbarbaar, die flora en fauna opoffert voor economische, vooral boerenbelangen. Voor zijn medestanders rekent hij eindelijk af met het geneuzel van de natuur- en milieuorganisaties. Zijn aanval op het natuurbeleid past in de cultuurstrijd die het kabinet-Rutte welbewust ontketent, net als de kunstbezuinigingen en de 130 kilometer.


Dankzij het populisme heeft Bleker de wind in de zeilen. Maar zijn koers wortelt in een veel specifieker conflict, tussen natuurbeschermers en boeren, in zekere zin een conflict tussen stad en platteland. Als gedeputeerde in Groningen steunde hij het verzet van boeren tegen grootschalige natuurprojecten die in hun ogen werden opgelegd door technocratische organisaties 'uit het Westen', zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Dit schrijft journalist Ineke Noordhoff in haar boek Natuurmakers.Als staatssecretaris zet Bleker dit beleid op nationaal niveau voort. Hij wil geen goede boerengrond meer opofferen aan 'nieuwe natuur'. En hij wil plattelanders een grotere invloed op hun leefomgeving geven.


In 1990 besloot het kabinet-Lubbers tot de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De natuur was versnipperd. Planten en dieren stierven uit, omdat hun leefgebied te klein was. Door 'nieuwe natuur' aan te leggen konden die gebieden met elkaar worden verbonden. Straks kan een haas ongestoord van Roodeschool naar Sas van Gent lopen, zei een van de bedenkers, VVD'er Pieter Winsemius.


De EHS was revolutionair. Overheid en natuurorganisaties beperkten zich niet langer tot het beschermen van de natuur. In totaal moest een gebied ter grootte van de provincie Drenthe op de mens worden 'heroverd' of, iets vriendelijker, 'aan de natuur teruggegeven'.


Al snel stuitten de natuurbouwers op verzet, zegt de Wageningse milieufilosoof Josef Keulartz. De nieuwe natuur werd de plaatselijke bewoners van bovenaf opgelegd. Aan hun tekentafel projecteerden ecologen en landschapsarchitecten nieuwe natuur op het land dat boeren eeuwenlang in cultuur hadden gehouden.


Ook de ideeën van de natuurbouwers waren vaak autoritair en technocratisch, zeggen critici als Keulartz of de filosoof Hans Achterhuis. Een van de pioniers, de Wageningse hoogleraar C.W. Stortenbeker, zei dat het grote publiek zich niet met de nieuwe natuur moest bemoeien. Dat leidde maar tot pastorale kitsch en 'halfnatuur'. Het definiëren van goede natuur moest aan de ecologen worden overgelaten. Hun ideaal was een terugkeer naar de 'oernatuur', een zelfregulerend ecosysteem. Voor boeren was geen plek. Er groeide ook een kloof tussen ecologen en burgers, die natuur eerder definiëren als een bos met wandelroutes.


Zo lijdt de nieuwe natuur aan een democratisch tekort. De lokale plattelandsbevolking voelt zich overvallen door 'stadse' natuurprojecten. Toch is het evenmin democratisch de inrichting van Nederland over te laten aan de 10 tot 20 procent van de bevolking die op het platteland woont, zegt filosoof Keulartz. Natuur is een nationaal belang. Veel burgers, zeker in de stad, hebben behoefte aan natuur, om er te wandelen, maar ook omdat zij waarde hechten aan natuur als tegenwicht voor asfalt. Door de decentralisatie van het natuurbeleid, niet toevallig doorgezet door Bleker, zal de invloed van lokale belangen toenemen.


Er zit iets ongerijmds in het aanleggen van natuur, en zeker in het aanleggen van een ongerepte natuur. Niettemin is het beleid succesvol gebleken. In de afgelopen twintig jaar is het natuurareaal met een kwart gestegen. Er zijn minder planten en dieren uitgestorven, sommige zeldzame soorten zijn sterk in aantal toegenomen.


Maar Henk Bleker besloot dat het mooi is geweest. De natuurbouwers moeten terug in hun hok. Boeren en particulieren krijgen een grotere rol. Waartoe dat kan leiden, beschrijft Ineke Noordhoff in Natuurmakers. Het Ellersinghuizerveld in Groningen is deels in handen van Natuurmonumenten, deels in particulier bezit. Het veld wordt doorkliefd door prikkeldraad. Alleen bij Natuurmonumenten is de bezoeker welkom.


Particulier natuurbezit is vaak versnipperd en ontoegankelijk, concludeert Noordhoff. Het mooiste voorbeeld is het natuurgebiedje dat ponyfokker Henk Bleker uit Wollinghuizen met overheidssubsidie aanschafte. Er staat een bordje 'Verboden toegang' voor. Een jachthut op palen laat zien dat ook Henk Bleker graag mag recreëren in de natuur.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.