Bleke glorie voor de mus

Hoewel de familie Gottschalk uit Valkenswaard er maar één ontdekte, is de huismus weer de meest getelde tuinvogel. Een zege van de droeve soort.

VALKENSWAARD/ZEIST - Wederom is dit weekeinde de jaarlijkse nationale tuinvogeltelling uitgedraaid op een imponerende overwinning van de mus. En tegelijk zit de huismus zwaar in de sores. Het is bij nader inzien een overwinning van de droevige soort.


In het Brabantse Valkenswaard telt de familie Gottschalk - vader, moeder, twee kinderen - zaterdagochtend in de reglementair toegestane teltijd van 30 minuten twintig vogels, verdeeld over zeven soorten. Vader Marnix bewaakt met zijn 9-jarige dochter Katelyn de achtertuin. Vetbolletjes en zakjes zaad zijn uitgestald als jenever voor de alcoholicus.


Vader Marnix kent het verschil tussen duif en merel. Zover heeft hij het gebracht. De hogere vogelkunde moet van zijn dochter komen, die bewapend met kijker en Eerste Natuurgids voor Kinderen trefzeker opsomt wat haar oog vangt: koolmees, pimpelmees, houtduif en winterkoning.


Moeder Mirjam heeft zich met de 5-jarige Jozelyn aan de voorkant genesteld. Ze hebben uitzicht op het vrije veld dat wordt omzoomd door een bosrand. Witte villa's liggen verscholen tussen de bomen. Niet lang geleden heeft Katelyn hier de sensatie beleefd van een koekoek. Ze heeft hem niet alleen gehoord, ze heeft hem gezien ook.


En nu slechts twintig vogels in een heel half uur. Het moet gezegd: het lijkt wel herfst, met neerdrukkende, loodgrijze bewolking; je moet qua vogel wel heel veel zin hebben in het bestaan wil je op een dag als deze je nest verlaten. Maar twintig blijft een beetje.


De merel wint in huize Gottschalk, met de pimpelmees op een verdienstelijke tweede plaats. En de mus? Noteer één mus, één hele huismus.


Later op de dag in het zenuwcentrum van de nationale tuinvogeltelling, de villa van de Vogelbescherming in Zeist, is de score even matig, voor de mus en voor het totaal. Dat het totaal tegenvalt, komt door de afwezigheid van de winter, legt Jip Louwe Kooijmans uit. Kooijmans is hoofd van de afdeling Stadsvogels. De vogels houden deze winter gepaste afstand tot de mens. Overal in het bos is nog worm en zaad te vinden. De vogels hoeven onze stadse vetbolletjes even niet.


Op het beeldscherm van Kooijmans' computer staat een foto van het Amsterdamse Vondelpark in de jaren twintig van de vorige eeuw. Een oudere heer met hoed, met een zwerm mussen om hem heen. Dat waren nog eens tijden. Nu staat de huismus op de rode lijst. Dit is de lijst van bedreigde soorten. De mus is slachtoffer van de vooruitgang. We hebben het onkruid tussen de stoeptegels verbannen, hagen zijn vervangen door schuttingen, waar zie je nog gevelbegroeiing? Kooijmans: 'We zijn efficiënter gaan bouwen, waar kan de mus nog terecht?'


Hij laat zien hoe onder een modern pannendak heel goed een vide kan worden gemaakt voor een vogelnest. Zonder dat het schade hoeft te berokkenen aan isolatie of ventilatie van het dak. Kooijmans: 'We hoeven niet terug naar Anton Pieck. Maar goede oplossingen zijn voorhanden. Wij zeggen: pas deze toe. Klaar!'


Maar hoe kan het dat een bedreigde soort de nationale telling wint? Het antwoord is eenvoudig: mussen zijn sociale vogels, ze leven in grote groepen. Waar één mus zich laat zien, zijn er meteen tien. Zou het criterium van de telling niet het aantal vogels zijn, maar het aantal tuinen, dan was de merel onze nationale vogel. Nu wint opnieuw de mus. Maar het is dus bleke glorie, een zege van de droeve soort.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden