Blazers veroveren Nederland

In harmonie- en fanfarekringen mag componist Johan de Meij wereldberoemd zijn, daarbuiten is zijn faam beperkt. Daar komt nu verandering in....

Wie denkt dat Louis Andriessen de enige wereldberoemde levende Nederlandse componist is, zit fout. Want minstens zo beroemd is Johan de Meij. Ingehaald als een popster in Japan, hoofdpersoon in langdurige signeersessies in Amerika en eigenaar van een uitgeverij waar zijn composities de deur uitvliegen. Toch valt er op zijn eigen website aan artikelen van de Nederlandse pers niet veel meer te vinden dan zegge en schrijve één interview.

Johan de Meij, net terug uit Spanje van een tournee met Andriessen en Orkest de Volharding, waaraan hij al veertien jaar als trombonist verbonden is, arrangeert en componeert namelijk voor harmonieorkest. En wordt daarom in de symfonische wereld met enig dédain bekeken. 'Maar dat gaat nu veranderen!', grijnst De Meij.

Zijn vijfdelige Lord of the Rings uit 1988, waanzinnig populair in de wereld van de blaasmuziek getuige de tienduizenden verkochte cd's en partituren, betitelde De Meij met een vooruitziende blik als Symfonie nr. 1. Aanvankelijk geschreven 'for symphonic wind band' is er nu daadwerkelijk een versie voor symfonieorkest, die vorig jaar in première werd gebracht door het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Van de orkestratie van Henk de Vlieger, slagwerker van het Radio Filharmonisch Orkest , is nu ook een opname door het London Symphony Orchestra uitgebracht. 'Toch niet het eerste het beste orkest', mompelt de componist. Een ook niet willekeurig getimed, nu de film naar Tolkiens boek in de bioscopen draait.

De Meij heeft zijn partituur nog beleefd onder de aandacht gebracht van regisseur Peter Jackson, maar die had al iemand anders op het oog. 'Ik vond dat ik het moest proberen, maar heb me er nooit veel van voorgesteld, want het moest natuurlijk een Hollywood-jongen zijn.'

Ook de belangstelling voor de harmonieversie van Lord of the Rings, al jaren constant, is door de film aangetrokken. Het potentieel aan klanten is enorm: in Japan zitten twintigduizend blaasorkesten; in Amerika, waar De Meij het populairst is, twee keer zo veel. De inkomsten van de partituren vloeien naar De Meij zelf, sinds zijn toenmalige uitgever Molenaar twijfelde over het publiceren van The Lord of het Rings. De distributie van zijn eigen Amstel Music heeft de componist inmiddels uitbesteed, maar zijn gezicht moet hij op beurzen wel geregeld laten zien.

Gemeenschappelijk kenmerk van zijn composities is het programmatische karakter, dat zowel bijval als kritiek genereert. Loch Ness en Casanova bieden de consument het illustratieve wat de titels beloven, met respectievelijk doedelzakken en een suggestieve climax. Maar er zijn ook puur abstracte stukken te vinden als Quintessenza en Continental Overture. Niettemin zijn 'gelikt', 'commercieel' en 'gejat', soms gehoorde kwalificaties. 'Mijn muziek heeft misschien te weinig grachtengordelgehalte. Vandaar dat er ook in de symfonische wereld enige reserve bestaat.'

Dat gaat in elk geval niet op voor Marcel Mandos, die als artistiek leider van het Noord Nederlands Orkest De Meij verzocht om een bewerking voor symfonieorkest van zijn Tweede symfonie, The Big Apple. Volgens Johan de Meij is het zijn modernste stuk, met 'een paar heel ruige dingen, en ook Volharding-elementen: repetitief, minimal, perseverance.' Vanavond gaat deze ode aan New York, met bij wijze van adagio tussen de twee delen een impressie van straatgeluiden, in première.

Een symfonisch offensief dus en een triomf voor Johan de Meij, die als bewerker van de meest uiteenlopende muziek - van Miss Saigon tot Sjostakovitsj' Jazz Suite no. 2 - zijn faam in de blazerswereld opbouwde. Zijn geheim: 'Als je de typische harmonieorkestklank wilt vermijden, moet je niet te veel verdubbelen en bepaalde liggingen uit de weg gaan.' Omgekeerd kostte ook het orkestreren van zijn blaasmuziek De Meij weinig moeite. 'Slagwerk en blazers kun je intact laten, alleen de tenortuba's, de saxgroep en de klarinetten moet je onderbrengen, al klinkt dat eenvoudiger dan het is. Het lijkt wel wat op het demonteren van een uurwerk: aan het eind houd je altijd een paar radertjes over.' Het opvallendste verschil ziet de componist in de balans. Want terwijl een symfonieorkest een standaardbezetting heeft, is het bij een harmonieorkest altijd afwachten met hoeveel fluitisten of tuba's je te maken krijgt.

Vertel hem, als trombonist vanaf zijn vroege jeugd zowel in de Voorburgse harmonie als in jeugdsymfonieorkesten actief, ook niets over de moeizame verhouding tussen die werelden. 'Natuurlijk zijn er een heleboel hoempa-orkesten, maar er zijn ook slechte symfonieorkesten. En op het Wereld Muziek Concours in Kerkrade komt wel de Sacre du printemps van Stravinsky voorbij.' Tegenwoordig is een harmonie in zwart pak op het podium geen uitzondering meer. En dat heeft te maken met de veranderde schrijfwijze voor harmonieorkest, waarop De Meij een belangrijk stempel heeft gedrukt.

'Ik heb in bijna al mijn stukken een piano zitten, een harp, een contrabas. Ook daardoor komen die twee werelden steeds dichter bij elkaar. Louis Andriessen gaat het verplichte werk voor het Wereld Muziek Concours in 2005 schrijven. Als componisten van zijn kaliber meer gaan componeren voor harmonieorkest, dan hobbelt de rest er vanzelf achteraan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden