Blauwhelmen niet meer geliefd in Oost-Congo

VN-macht beschermt burgers niet, ondanks mandaat...

AMSTERDAM ‘Waar gaan ze naar toe? Het is de bedoeling dat ze ons hélpen’, schreeuwde Jean-Paul Maombi tegen de verslaggever van Associated Press.

Maombi’s boosheid was gericht tegen de witte gepantserde voertuigen van de Verenigde Naties, die zojuist wegreden van het Congolese dorp Kibati, weg van het geweld dat veroorzaakt werd door de oprukkende rebellen van Laurent Nkunda. Maombi, een 31-jarige verpleger, beperkte zijn woede tot gevloek, anderen wierpen stenen naar de afdruipende voertuigen.

Het is de grootste vredesmissie van de VN, die van Monuc, maar hulp bieden aan de ruim kwart miljoen vluchtelingen in de oostelijke provincie Noord-Kivu, is er niet bij. In Congo zijn 17 duizend blauwhelmen actief, waarvan er 6.000 dienen in Noord-Kivu. De Monuc-soldaten doen echter weinig met de eerste regel van hun mandaat, die het gebruik van geweld om Congolese burgers te beschermen uitdrukkelijk toestaat.

Extra handicap: de VN-militairen van deze missie, die jaarlijks een miljard dollar kost, komen uit landen als India, Pakistan, Uruguay en Bangladesh. Slechts weinigen van hen spreken Frans, de taal van voormalige kolonisator België, laat staan dat ze het lokaal veel gesproken Kiswahili beheersen. Ze zijn weinig geliefd, de blauwhelmen hebben zich ook schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van minderjarige meisjes.

Nkunda vecht tegen het Congolese leger, dat in het oosten van Congo slechts in naam bestaat. De Congolese militairen worden niet betaald en terroriseren de bevolking. Woensdag kondigde Nkunda, wiens rebellen voor de poorten van provinciehoofdstad Goma stonden, een eenzijdig bestand af, ‘om chaos in de stad te vermijden’.

Die wanorde ontstond toch in de door vluchtelingen overstroomde stad. Congolese militairen gingen plunderend rond. ‘Ze klopten op de deuren’, vertelde een inwoner aan de Belgische krant De Standaard, ‘en als de inwoners niet onmiddellijk openden, schoten ze de deur kapot.’ De soldaten stalen geld, ‘en ze hebben ook verkracht’.

Nkunda, zelf een Tutsi, beschuldigt Monuc ervan de Tutsi-minderheid in Oost-Congo niet te beschermen. De streek wordt nog altijd onveilig gemaakt door Hutu’s die na deelname aan de volkenmoord in 1994 in buurland Rwanda naar Oost-Congo vluchtten.

Deze genocidaires worden ook op de korrel genomen door Paul Kagame, de (Tutsi-)president van Rwanda, die Nkunda steunt. Kagame, die controle wenst over de rijke bodemschatten van Oost-Congo, zou Nkunda tot diens recente offensief hebben aangezet, op het moment dat de rest van de wereld slechts oog heeft voor de kredietcrisis en de naderende presidentsverkiezingen in de VS.

Alleen Kagame kan de opmars van Nkunda stoppen. De president van Rwanda zal de komende dagen tal van bemiddelaars uit Europa en de VS in Kigali mogen begroeten. Hun doel: Kagame, Nkunda en de krachteloze Congolese president Kabila samen aan één tafel te krijgen. De getormenteerde bevolking, in de steek gelaten door de VN en voor de zoveelste keer op de vlucht, zal voorlopig weinig van het diplomatiek verkeer merken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden