Blauwhelm deelt geen voedsel uit

De voedsel- en watervoorraad van Nederlandse VN-militairen in Eritrea is niet toegankelijk voor de in armoede levende lokale bevolking. Zelfs restanten van maaltijden worden niet uitgedeeld....

'We geven geen water en eten weg, want dat trekt alleen maar stromen mensen aan. Je maakt ze afhankelijk, terwijl wij over een paar maanden weer vertrokken zijn', zegt K. Brandsma, korporaal der mariniers en gelegerd bij het dorp May Mine. Hij heeft de boodschap uit Den Haag goed begrepen.

De vredesmacht Unmee, waarvoor Nederland bijna eenderde van de troepen levert, heeft officieel geen humanitaire opdracht. Toezicht houden op de terugtrekking van Ethiopische en Eritrese troepen uit de zogeheten veiligheidszone, daar gaat het vooral om. Hulpverlening is de taak van de UNHCR (vluchtelingenorganisatie van de VN), het World Food Program en andere organisaties. Die werken wel nauw samen met Unmee. Uniek is het feit dat de hulpverleners gehuisvest zijn op het militaire hoofdkwartier van de VN-vredesmacht.

In het grensgebied van Ethiopië en Eritrea vervagen de scheidslijnen tussen een militaire operatie en humanitaire hulp. Het slaan van waterputten door militairen bevordert de volksgezondheid, in een regio waar de gemiddeldelevensverwachting 45 jaar is. Het water in een riviertje bij May Mine is sterk vervuild.

Al maanden liggen er lijken in het water - slachtoffers van een strijd die in ruim twee jaar ongeveer honderdduizend mensenlevens eiste.

De rivier wordt voller en voller, doordat graven op de oevers in het water zakken, vertelt majoor B. Brust, commandant van de Charlie-compagnie. Zijn eenheid voert niet alleen patrouilles uit, om de bewegingen van de oud-strijders in de gaten te houden, maar begeleidt soms ook hulptransporten. Brust wijst tevreden op de enorme hoeveelheid zakken met levensmiddelen (gerst, oliezaad) die verspreid liggen tussen de schamele huizen. In het gebied waar de C-compagnie opereert, zijn meer dan vijftigduizend mensen afhankelijk van voedselhulp.

Half zoveel mensen wonen in Harena, een kamp voor ontheemden. De inwoners komen uit tientallen Eritrese dorpen. Ze zijn op de vlucht geslagen of verdreven door Ethiopische troepen. Ook hier speelt de vredesmacht een belangrijke rol, die strikt genomen niet tot het mandaat behoort, of zoals een Nederlandse militair het uitdrukt 'alleen al door onze aanwezigheid geven we de mensen een gevoel van veiligheid'.

De gevolgen zijn zichtbaar: sinds de stationering van Unmee zijn duizenden mensen teruggekeerd naar hun woonoorden. Ruim de helft van de huidige bewoners, die in tenten of hutjes leven, is minderjarig. Zo'n 2500 kinderen verblijven hier zonder enige familie. 'Het leven hier is wel oké, maar ik mis mijn ouders en mijn vriendjes', zegt een jongetje.

Vertrekken de oud-strijders in de buurt, en dat moet volgens de jongste afspraken tussen Ethiopië en Eritrea binnenkort gebeuren, dan wordt een massale uittocht uit het kamp verwacht. Volgens minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking kan het 'misschien binnen twee, drie maanden leeg zijn'. Prachtig, 'want dan kunnen de bewoners zich weer aan de landbouw wijden', zegt T. Giorgis van de Eritrese organisatie die het kamp beheert. 'Als de landbouw in het slop blijft, zullen de mensen hier nog lang afhankelijk zijn van hulp.' Harena is slechts een van de twee dozijn kampen voor Eritreërs die in eigen land aan het dolen sloegen tijdens de oorlog . Blauwhelmen zullen terugkeerders escorteren, omdat op veel plaatsen mijnen liggen. De VN-missie levert daarmee een staaltje van civiel-militaire samenwerking. Een Nederlandse officier omschreef die onlangs bondig. 'Ga je niet naar de burgerbevolking toe, dan komt die wel naar jou toe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden