Blauwalg gedijt bij baggerstort

De regels voor het storten van bagger zijn versoepeld. Gevolg is dat plassen makkelijk worden volgestort. Ecologen vrezen een grote verarming van de waterkwaliteit....

Arnhem Jan Roelofs, ecoloog van de Radboud Universiteit, schudt zijn hoofd. Op vijf meter afstand van de oever van de Rosandepolder bij Arnhem, hapt een grijper bagger uit een schip en plonst het in het water. Twee meter ervandaan zwemt een recreant. Rijkswaterstaat en de gemeente Renkum laten weliswaar per bord weten dat zwemmen hier voor eigen risico is, maar geen woord over het verontreinigde slib.

In deze plas wordt al een jaar gestort. Grondbank GMG, de eigenaar en tevens grondaannemer, lijkt haast te hebben. Na de bagger uit het Amsterdam-Rijnkanaal is nu het het Twentekanaal aan de beurt. Het vullen van de 20 meter diepe plas gaat snel. Op sommige plaatsen is het water nog maar zes meter diep en heeft het slib de vele kwelbronnen afgedekt. De plas wordt niet meer gevoed met schoon kwelwater.

Liberaal
De regels voor baggerstort zullen iets minder liberaal worden. De laatste hand wordt gelegd aan de Handleiding voor Verondieping van diepe plassen, die nog door de Tweede Kamer moet worden vastgesteld. Deze stortmethode met een grijper wordt dan waarschijnlijk aan banden gelegd, want uit onderzoek blijkt dat door beweging verontreinigde stoffen direct uit het slib vliegen. Beter is het een stortkoker te gebruiken.

Ook zullen de provincies plassen moeten selecteren op geschiktheid en gemeenten moeten de plassen in hun bestemmingsplannen opnemen. Maar de praktijk zelf – baggerstort in diepe plassen – zal gewoon doorgaan. Want op een paar omwonenden na, verenigd in het comité Schoon Water, is er geen protest. De Tweede Kamerfracties van GroenLinks, VVD, D66 noch PvdA hebben zich in de materie verdiept, bleek in de commissievergaderingen. Alleen SP en CDA verzetten zich.

Baggerstort is een van de ‘nuttige toepassingen’ die het Besluit Bodemkwaliteit sinds 2008 zonder milieuvergunning toestaat. Het zou te vergelijken zijn met het ophogen van een weg of dijk met bagger. Maar een plas volstorten is niet hetzelfde. Water stroomt, ook via het grondwater - van plas naar sloot naar waterput of drinkwaterwingebied. De gevaren daarvan worden onderkend, maar deskundigen zijn het niet eens over het risico van het weglekken van onder meer pcb’s en zware metalen.

Minister Cramer heeft ze daarom vorig jaar bij elkaar gezet in de commissie-Verheijen om tot consensus te komen. Hun aanbevelingen komen deels terug in de nieuwe handleiding, maar met hun advies om nader onderzoek te doen naar stort van klasse B (met concentraties tot de interventiewaarde) is nog niets gedaan.

Bij het protest en de discussie ligt de nadruk eenzijdig op de volksgezondheid, niet op het milieu. Terwijl dat het hogere doel is. Het Besluit Bodemkwaliteit en de nieuwe handleiding stellen onomwonden: baggerstort móet de plas ten goede komen.

Dat zal het nergens doen, stellen de ecologen Ellen van Donk van het onderzoeksinstituut NIOO-KNAW, Jan Roelofs van de Radboud Universiteit en Andy Lotter van de Universiteit Utrecht.

Ecologie
Er wordt ten onrechte gedaan alsof de ecologie in een diepe plas niet veel voorstelt. Dat is niet het geval. Een plas heeft een heel eigen ecologisch systeem waarbij alle soorten afhankelijk van elkaar zijn, zegt Andy Lotter.

Door bagger wordt het er in die plas niet beter op. De drie ecologen voorspellen een groot probleem met blauwalgen en een forse achteruitgang van de ecologie.

Het is zo dat de zandwinplassen in Nederland veelal niet zijn opgenomen in ruimtelijke plannen. Ze hebben vaak geen officiële bestemming. Maar dat maakt ze nog niet waardeloos. Al is het alleen al vanwege de omwonenden die er recreëren.

Een diepe plas is een dode plas, wordt gezegd. Lotter vindt dat een onjuiste bewering. ‘Ook in de diepere delen groeien planten en er leven dieren die deel uitmaken van waardevolle en vaak complexe ecosystemen.’

Het unieke van diepe plassen is hun zelfreinigend vermogen. Fosfaat blijft, anders dan bijvoorbeeld nitraat, in de bodem opgeslagen. Beneden 10 meter diepte, daar waar het weer noch de zon nog invloed uitoefenen, houdt een diepe plas fosfaat vast en komt het zelden naar boven.

Dat heeft te maken met een scherpe temperatuurscheiding in de zomer, waardoor de onderlaag in de zomer is afgesloten van de bovenlaag. Van Donk: ‘Daar moet je dus geen rotzooi in gooien, want dan verstoor je de temperatuurscheiding.’

Bij ondiepe plassen zullen het weer, de wind en woelende vissen als brasems steeds zorgen dat fosfaat uit de bodem vrijkomt met blauwalgen tot gevolg. Daar komt bij: voor alle giftige stoffen die in de te storten bagger zit, gelden normen. Er is precies uitgerekend hoeveel verontreiniging mens en dier aankunnen voordat de kritische grens is bereikt. Grondaannemers moeten deze gegevens van de slibpartijen melden en ook zelf laten onderzoeken door onafhankelijke gecertificeerde bedrijven.

Maar er geldt geen norm voor fosfaat in de bagger. Bovendien wordt bij een inrichtingsplan de waterbodem niet onderzocht op de hoeveelheid fosfaat die al aanwezig is. Terwijl onderzoek van de waterbodem de beste voorspeller is voor de opkomst van blauwalgen. Roelofs: ‘Wij kunnen daaraan precies zien of een plas later in de problemen komt.’

De Radboud Universiteit gaat daarom samen met twaalf waterschappen twintig waterbodems onderzoeken. Nu wordt alleen de waterkwaliteit gecontroleerd, maar daaraan valt niets te ontlenen.

Breuk
Er is met het nieuwe liberale beleid een rigoureuze breuk gemaakt met het strenge verleden waarbij bagger alleen in een speciaal depot mocht worden gestort. Omwonenden vertraagden of bestreden dan met succes het inrichten van een plas tot depot. Dat zette het baggeren op slot.

In reactie daarop is de stort nu grotendeels vrijgegeven en hebben grondaannemers een cruciale rol gekregen. Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor de controle van de baggerpartijen, zij moeten ook zelf een plan maken voor de herinrichting van een plas.

Dat dit niet aan de markt kan worden overgelaten blijkt volgens Roelofs wel uit het feit dat op de randen van de Rosandepolderplas bij Arnhem sinds dit jaar mest wordt uitgereden. Terwijl het inrichtingsplan van de Grondbank CMG rept over het creëren van nieuwe natuur, bereik je met mest juist het tegenovergestelde. Brandnetels gaan hier overheersen.

Gezag
‘Is hier geen gezag?’, vraagt Roelofs als hij de rijtjes zwarte mest ziet. Hij schudt zijn hoofd. ‘Hoe kan dit?’

Op die vraag lijkt maar één antwoord mogelijk: bagger is een megaprobleem dat hier goedkoop wordt opgelost. Van Donk vindt dit kortzichtig. ‘Economisch lijkt baggerstort misschien lucratief, maar als Nederland aan de Europese Kaderrichtlijnwater moet voldoen, zullen plassen weer leeggeschept moeten worden.’

De richtlijn geldt echter niet voor plassen kleiner dan 50 hectaren. En de ijzerfosfaatratio (hoeveelheid ijzer in het water dat het fosfaat kan binden), die Nederland zichzelf bij deze kleinere waterlichamen oplegt, is een lachertje aldus Jan Roelofs. ‘De norm zit aan de absolute ondergrens.’

Is een plas ondiep maken dan nooit goed? ‘Alleen als er een bodem wordt aangebracht die nooit in aanraking is geweest met landbouw’, meent de ecoloog.

In Limburg bij Arcen gebeurt het met beleid. Bemeste landbouwgrond van maisvelden in een veengebied wordt afgegraven en gestort in een plas. Daarop komt een 2 meter dikke ‘maagdelijke’ zandlaag die het fosfaat in de landbouwgrond isoleert. Volgens Roelofs kan daar een win-win-situatie onstaan.

Zwavel in de Rosandepolderplas
De bodem van de plas in de Rosandepolder bij Arnhem bevat te veel zwavel. Dat betekent het ijzer zal worden gebonden (tot sulfide) en niet meer beschikbaar is om het fosfor te binden.

Dat is zeer ongunstig voor de plas als deze eenmaal ondiep is gemaakt. Het fosfaat komt van de bodem in het water en ‘het risico op blauwalg is zeer reëel’, aldus ecoloog Jan Roelofs van de Radboud Universiteit van Nijmegen.

Hij heeft monsters genomen van de bodem en het water van de plas waar sinds driekwart jaar bagger wordt gestort. Twee monsters van het water en vier van de bodem aan de randen – dus niet van de bagger zelf.

De monsters zijn onderzocht door het bureau B-Ware van de universiteit. Er is alleen gekeken naar zware metalen en nutriënten, niet naar de andere vervuilende stoffen als pak’s en pcb’s.

Alle zware metalen bevinden zich onder de toegestane normen. Wat echter opvalt, is de grote concentratie strontium, zowel in de bodem als het water, meldt Roelofs. Voor dit zware metaal bestaat nog geen norm.

De fosfaatconcentratie die voor een heldere, ecologisch gezonde plas rond de 0,03 miligram per liter moet liggen, is 0,07. Dat is lager dan in de Rijn zelf. Deze hoeveelheid is in een diepe plas niet erg, maar gaat in een ondiepe plas zeker een probleem vormen, voorspelt Roelofs. Daarmee schiet baggerstort zijn doel van een beter functionerende plas voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden