Blasfemiewet heeft Pakistan in de greep

De lijfwacht die zijn baas vermoordde omdat deze een iets soepeler optreden tegen blasfemie voorstond, werd een volksheld. Het illustreert hoezeer Pakistan in de ban is van de eer van de Profeet.

Rawalpindi, 1 maart: begrafenis van de wegens moord ter dood veroordeelde lijfwacht Mumtaz al-Qadri. Beeld reuters

Radicaal-islamitische juristen regisseren de beweging tegen godslastering die Pakistan al 25 jaar in zijn greep heeft. Een actiegroep van honderden advocaten fabriceert aanklachten wegens blasfemie, een vergrijp waarop in Pakistan de doodstraf staat. Het verhoogt de spanningen in een maatschappij waar de kloof tussen hardliners en liberalen toch al groot is.

Hoe groot bleek vorige week weer na het ophangen van Mumtaz al-Qadri, een lijfwacht die in 2011 de gouverneur van Punjab doodschoot omdat deze de draconische blasfemiewet had willen versoepelen. De moord maakte van Qadri een volksheld in een land waar fanatici vermeende godslasteraars al lynchen omdat die bijvoorbeeld een Koran uit hun handen hebben laten vallen.

Tienduizenden gingen bij zijn begrafenis in Rawalpindi de straat op. Qadri leeft, riepen ze, terwijl ze rozenblaadjes over zijn kist strooiden. 'Jouw bloed brengt de revolutie voort!' Sommigen droegen T-shirts met 'Ik ben Mumtaz Qadri'. Maandag leidde een bomaanslag op een rechtbank tot 17 doden. De aanslag werd opgeëist door de aan de Taliban gelieerde Jamat-ul-Ahrar, uit wraak voor Qadri.

Gerichte campagne

De anti-blasfemiebeweging is een gerichte campagne, zegt de Pakistaanse publiciste Beena Sarwar vanuit Boston, VS. Achter de stroom van rechtzaken zit een advocatengroep die verbonden is met de radicaal-islamitische beweging Khatm-e-Nubuwwat. 'Ze geven gratis juridische bijstand aan iedereen die iemand van blasfemie verdenkt. Maar hun agenda is breder. Ze gebruiken het thema blasfemie om invloed uit te oefenen op het politieke klimaat.'

Khatm-e-Nubuwwat is vanuit zijn hoofdkwartier in Lahore al decennia de motor achter de strijd tegen godslastering, zegt ook Matthew Nelson, Pakistan-expert van de School of Oriental and African Studies in Londen. Voorman Ghulam Mustafa Chaudhry deed naar eigen zeggen meer dan vijftig zaken en was ook Qadri's raadsman. 'Het is ironisch dat het juist advocaten zijn die het recht zo enthousiast in eigen handen nemen', aldus Nelson.

De missie van Khatm is simpel: zorgen dat iedereen die de islam of de Profeet beledigt, wordt aangepakt en terechtgesteld. 'Voor wie zoiets doet, is maar één straf denkbaar: de dood', zei Chaudhry deze week tegen Reuters. In de Punjab, centrum van de beweging, hebben de zevenhonderd advocaten van Khatm het aantal rechtzaken weten te verdrievoudigen tot meer dan 300 in 2014.

Doeltreffend

De werkwijze is dan ook doeltreffend, zegt Sarwar. Zo gauw de activisten over een bruikbare zaak horen gaan ze erop af, wijzen klagers op hun islamitische plicht en zetten hen onder druk om aangifte te doen. Voor de rechtzaak zelf zetten ze een bataljon advocaten in, meer dan de tegenpartij kan inhuren, plus een claque van joelende supporters. 'Het is een en al intimidatie.'

Al deze blasfemiezaken zijn politiek gemotiveerd en gefabriceerd, zegt Sarwar. 'Ik heb voor een Pakistaanse mensenrechtencommissie in Lahore gewerkt en ontdekt dat al deze aanklachten pas na dagen worden ingediend, zodat de juristen alle tijd hebben gehad om ze op te bouwen. En er zit altijd iets anders achter: een burenruzie, een landconflict, gedoe over een schuld.'

De blasfemiewet is gebaseerd op een koloniale Britse wet die in de jaren tachtig werd toegesneden op de Ahmadiyya, een liberale sekte binnen de islam die in 1974 on-islamitisch was verklaard omdat zij Mohammed niet als de laatste Profeet ziet. In 1990 werd de strafmaat aangescherpt tot de doodstraf. Zelfs het ter discussie stellen van de blasfemiewet werd godslasterlijk.

In praktijk is de blasfemiewet tegen alle religieuze minderheden gericht, zegt Nelson. Hoewel 97 procent van de Pakistani moslim is, was meer dan de helft van alle aangeklaagden tussen 1987 en 2014 Ahmadi, christen of hindoe. In veel gevallen zijn ze afkomstig uit de lagere sociale klassen, zegt Sarwar. Zoals Asiaa Bidi, de christelijke vrouw uit Punjab die in 2010 door vrouwen werd beticht van blasfemie omdat zij hen 'onrein' water had aangeboden.

Honderden Pakistani zijn inmiddels veroordeeld en zitten in een dodencel, al worden die doodstraffen zelden uitgevoerd. Pakistan had lang een moratorium op de doodstraf, maar dat is in 2014 afgeschaft. Sindsdien zijn er bijna 350 executies uitgevoerd, maar nog geen wegens blasfemie. Alle zaken zijn door het Hooggerechtshof vrijgesproken of niet ontvankelijk verklaard.

Brug te ver

De regering van premier Nawaz Sharif (die toch al bezig is met een campagne tegen islamitisch extremisme) probeert de anti-blasfemiebeweging in te perken. Met een executie als die van Qadri, maar ook door het bemoeilijken van het doen van aanklachten, door deze direct naar hogere rechtbanken te verwijzen. Tot dusver zonder veel succes. Wel heeft het Hooggerechtshof inmiddels beslist dat kritiek op de blasfemiewet geen blasfemie is.

Het aanpakken van de blasfemiewet zelf lijkt nog een brug te ver, want een meerderheid van de Pakistani vindt dat alle godslastering streng moet worden bestraft. Velen denken ten onrechte dat de blasfemiewet uit de Koran komt. 'Uitdrukkingen van vroomheid zijn in Pakistan een soort publiek muntgeld', zegt Nelson. 'Kritiek op godslastering levert je sociaal kapitaal op.'

Het meer liberale deel van de Pakistaanse politieke elite wil graag van de blasfemiewet af. Maar mensen zijn bang zich publiekelijk uit te spreken, zegt Sarwar. 'Je kunt zomaar zelf worden beschuldigd van blasfemie, en dan kan een of andere gek jou vermoorden, zoals de gouverneur van Punjab is overkomen.'

Zal het de regering-Sharif lukken de blasfemiebeweging in te tomen? Gezien de heersende mentaliteit niet op korte termijn, aldus Nelson. 'Zo'n vonnis van het Hooggerechtshof is belangrijk, maar om de massaal gedragen legitimiteit van eigenrichting inzake godslastering in te perken is veel meer nodig.'

En zelfs dan zal het gevecht nog niet voorbij zijn. 'Als, wat God verhoede, de blasfemiewet wordt afgestraft', zei secretaris-generaal Tahir Sultan Khokhar van Khatm deze week tegen Reuters, 'dan hebben de mensen helemaal het recht om godslastering eigenhandig aan te pakken. Door te doden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden