Blanke vluchtheuvel

'Voetbal is een kaffersport', zeggen conservatieve blanken in Zuid-Afrika. Aan de vooravond van het WK, bezoekt Hans Moleman een dorp van mensen met een wit vel....

Hans Moleman
null Beeld Jonas Kakó
Beeld Jonas Kakó

Voetbal? De uitbater van de kruidenierswinkel van Kleinfontein kijkt verbaasd. ‘Ag nee meneer. Sokker, dis nie is my sport nie. Ons is lief vir rugby’.

Zuid-Afrika mag zich opmaken voor het wereldkampioenschap voetbal – maar in Kleinfontein, een dorp in de golvende heuvels twintig kilometer ten oosten van Pretoria, haalt men de schouders op. WK-koorts is ver te zoeken in deze streek waar veel conservatieve blanken wonen.

Voetbal is een kaffersport, zeggen ze hier onder elkaar. Ze, dat zijn de ver regses, de extreem behoudende rechterflank van de Afrikaners, nazaten van blanke boeren die eens Zuid-Afrika beheersten. Hier, dat is het achterland van Pretoria, de regio die tijdens de apartheid de Transvaal heette, met ‘boeredorpe’ als Rayton, Bronkhorstspruit en Groblersdal.

Kleinfontein is een apart fenomeen. Net als het dorp Orania in de provincie Noord-Kaap, is het een vluchtheuvel voor benarde zielen die zich niet thuis voelen in de nieuwe, multiraciale Zuid-Afrikaanse samenleving. In Kleinfontein wordt de illusie van een superieur christelijk Boerenvolk levend gehouden. Er wordt gedroomd van een blanke vrijstaat die spoedig zal verrijzen uit de puinhopen van een door het ANC naar de afgrond gestuurde natie. In Kleinfontein heeft het gedachtengoed van de onlangs vermoorde rechts-extremist Eugène Terre’Blanche een vruchtbare bodem gevonden.

Het tekent de tolerantie van het nieuwe Zuid-Afrika dat zoiets als Kleinfontein kan bestaan. De blanke enclave werd in 1997, drie jaar na de eerste democratische verkiezingen die Nelson Mandela tot de eerste zwarte president van het land maakten, gesticht door mensen als Jan Groenewald, voormalig lid van de veiligheidspolitie van het apartheidsregime.

Ze vormen een kleine groep, de extreemrechtse Afrikaners. Een paar duizend inwoners hebben Kleinfontein en Orania, amper 1 procent van de blanke bevolking. Wie de poort passeert die toegang geeft tot Kleinfontein – de hefboom wordt bediend door een blanke man in uniform die er dankzij een verminkt oog uitziet als een verdwaalde piraat – treft een slaperige plattelandsgemeenschap. Je komt er alleen niet in als je een zwart vel hebt: Kleinfontein is officieel een privélandgoed.

Op het landgoed wonen enkele honderden blanke gezinnen, in huizen die variëren van simpele woningen tot luxueuze villa’s. Er is een minuscuul winkelcentrum, met een eigen spaarbank en een geldautomaat, een schooltje, een rommelig caravanpark en een bejaardenhuis. En een rugbyveld, natuurlijk.

Want voetbal, daar doen echte Boere niet aan. Waarom niet? Omdat het een sport voor zwarten is. ‘Zeker op het platteland ben je als blanke een uitzondering als je van voetbal houdt’, zegt Retief Oosthuizen, een jonge chef-monteur bij een landbouwbedrijf in Rayton.

Onder Zuid-Afrikanen van Engelse afkomst, vooral de lui die in de stad wonen, is het wel populair, tekent hij erbij aan. Die zijn fan van Manchester United, Chelsea of Arsenal. Hijzelf heeft er geen boodschap aan. PSV, Ajax, Feyenoord, het Nederlands elftal: het zegt ’m niets, al had zijn familie lang geleden wortels in Nederland. ‘Rugby is mijn sport’, klinkt het beslist.

Beeld, de grootste Afrikaanstalige krant van het land, poogt in de aanloop naar het WK nog een handreiking te geven aan de verdwaalde blanke stam. De krant is een serie begonnen met tips voor hardnekkige rugbyliefhebbers om het ‘sokker’ te doorgronden.

‘Anders as in rugby, waar dit gewoonlik ’n haker se taak is om die bal in ’n lynstaan in te gooi, wissel die speler wat die bal in sokker ingooi. Enige speler aan die kant van die veld waar die bal uit is, kan die bal ingooi. Omdat die span wie se ingooi dit is ook nie hoef te wag vir sy spanmaats om vir ’n lynstaan aan te tree niet, kan die ingooi so vinnig moontlik geneem word.’

De bewoners van Kleinfontein zijn met heel andere dingen bezig. Als er iets te vieren is de komende tijd, dan is het niet het WK, maar het feit dat het op 31 mei 2010 precies honderd jaar geleden is dat de Unie van Zuid-Afrika werd gesticht, de voorloper van de blanke apartheidsregime. Daar dromen de Kleinfonteiners, de ‘hardegat’ fans van Paul Kruger en Verwoerd, van: een blank thuisland op de zuidpunt van het zwarte continent.

Wie het met eigen ogen wil aanschouwen, de tragiek van de rassenwaan, kan zich in het weekend van 26 en 27 maart vervoegen bij twee zalen in de buitenwijken van Pretoria. Daar congresseert de HNP, de Herstigte Nasionale Partij, over het thema Afrikanervolk, skep jou eie toekoms. ‘Kom in groot getalle. Ons is vir niemand, niemand bang!’ werft de aankondiging in lijfblad Die Afrikaner. Vrije toegang – voor mensen met een wit vel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden