REPORTAGE

Blanke boeren zijn weer welkom in Zimbabwe

Veel blanke boeren in Zimbabwe werden van hun grootschalige bedrijven gejaagd vanaf 2000. Nu komen ze terug, niet als landbezitters, maar als partners van de nieuwe zwarte eigenaren. Hun expertise en kapitaal is hard nodig.

James Forrester, zoon van Rolf Forrester, met personeel op het bedrijf bij Chinhoyi. Beeld Sven Torfinn

'Over twee of drie jaar is dit land weer helemaal van mij.' Sticks McKersey (60) wijst achter zijn tabaksvelden naar het uitgestrekte groene landschap, dat tot aan de bergen ver aan de horizon reikt. In zijn kaki tropenshorts en zonnepet tegen de brandende namiddagzon staat hij wijdbeens op zijn pick-up truck en knikt. 'Er is verandering op komst, ik voel het.'

McKersey verloor tweederde van zijn grond na de chaotische en gewelddadige landhervormingen waarbij vanaf het jaar 2000 ruim vierduizend blanke boeren van hun land werden verdreven en die Zimbabwe in een diepe recessie stortten. Hij wijst naar de verloren percelen in de verte; zijn geboortegrond, nu verwaarloosde akkers tussen het oprukkende bos. De twee zwarte oorlogsveteranen die zijn land tien jaar geleden kregen als beloning voor hun bijdrage aan de onafhankelijkheid van Zimbabwe in 1980, doen er niets mee.

Sinds kort least McKersey het land weer terug. Eerst was het een veldje, nu beplant hij al zes zaaicirkels met tabak en maïs. Volgend seizoen verdubbelt hij zijn leasecontract met de oorlogsveteraan, een 'aardige vent', vertelt McKersey. Af en toe halen ze bij een colaatje op de veranda zelfs herinneringen op aan de onafhankelijkheidsoorlog.

'Andere tijden'

Dat hij vocht aan de andere zijde - voor het blanke minderheidsbewind van het toenmalige Rhodesië - doet er nu niet meer toe. 'Dat waren andere tijden. Wij blanken waren met ons gedisciplineerde Europese exploitatiemodel en bevoorrechte leven veel te arrogant geworden.'

Zoals McKersey zijn er meer blanke boeren die in Zimbabwe bezig aan een voorzichtige comeback. Het proces voltrekt zich onder de radar, want blanke landeigenaren zijn in het Zimbabwe van president Robert Mugabe nog steeds taboe. Desalniettemin hebben tientallen onteigende blanken constructies gevonden om weer aan de slag te gaan als boer. Vrijwel iedere blanke Zimbabwaan kent wel een paar boeren dat sinds kort weer aan het boeren is. Ze sluiten joint ventures of leasen land van de nieuwe zwarte eigenaren die hun toegewezen land toch niet gebruiken of het hebben verwaarloosd door gebrek aan kennis en vooral ook gebrek aan geld om te investeren.

Ross Taylor inspecteert zijn irrigatiesysteem op het aardappelveld bij Chivhu. Beeld Sven Torfinn

Commerciële boeren

Bij de Unie van Commerciële Boeren (CFU) staat de telefoon tegenwoordig roodgloeiend, beaamt de blanke voorzitter Peter Steyl. 'De nieuwe landeigenaren weten zich geen raad met het land. Er belt dagelijks wel iemand smekend op of we geen blanke kennen die wil komen boeren', zegt Steyl. Gehuld in de stereotype kaki korte hemdsmouwen van koloniaal Zimbabwe zit hij in de lommerrijke binnentuin van een café in de hoofdstad Harare. Daar komt sinds jaar en dag elke zaterdagochtend een twintigtal oudere blanke boeren samen om de stand van zaken in het onvoorspelbare land te bespreken.

Meestal reageert Steyl afhoudend op de telefoontjes van de zwarte landeigenaren. 'De risico's zijn voor jou als blanke, omdat niets op papier staat. Onder een samenwerkingsverband verstaan de meeste Afrikanen: jij doet al het werk en ik krijg de helft van de winst. Tegen mensen die daarin trappen zeg ik: ga je gang, maar kom niet bij me uithuilen als het misgaat.'

De kans dát het misgaat is groot. De ongeveer driehonderd boeren die aan de landonteigeningen zijn ontsnapt, vrezen nog dagelijks voor de dag dat ze zonder pardon op straat worden gezet. Het overkwam vorige maand nog de buren van een Nederlandse boerin, die anoniem wil blijven uit vrees slapende honden wakker te maken. Waarom zij werd gespaard, weet ze nog steeds niet. 'Er is geen peil op te trekken.' Zelfs zwarte landeigenaren worden verdreven als ze geen aanhanger zijn van Zanu-PF, de regeringspartij van Mugabe. Dat maakt blanke boeren die van hen grond leasen nu dubbel kwetsbaar.

De blanke vijftiger Rolf Forrester heeft inmiddels alle scenario's meegemaakt. Hij is al drie keer van zijn land verdreven, de eerste keer met grof geweld tijdens de eerste onteigeningsgolf, de laatste keer nog geen twee jaar geleden. Hij leaste land van een groep kleinschalige zwarte boeren. 'Politici kregen er lucht van en zetten onze werknemers tegen ons op. We werden van ons land gestuurd terwijl er voor 300 duizend dollar aan tabak op het land stond. Contract of niet, we kregen niet eens de kans te oogsten. De tabaksbladeren zijn voor onze ogen weggerot.'

Schulden

Met tonnen schuld aan het tabaksbedrijf begon Forrester opnieuw in een vallei verderop. Dit keer heeft hij toestemming van het ministerie, maar ook dat is geen garantie als een plaatselijke politicus het op zijn heupen krijgt. 'We investeren daarom nergens in. We huren oude fabriekshallen, waarvan we alleen het dak hebben hersteld. Als het nodig is, zijn we zo weg. De irrigatiesystemen, de landbouwmachines, alles staat op wielen', lacht hij.

Bij de pakken neerzitten ligt niet in de aard van de Zimbabwaanse blanke boer. 'Elke man beleeft wel een keer een tegenslag in zijn leven', zegt Forrester als hij zijn pick-up parkeert voor de dagelijkse theepicknick met zijn vrouw Kim en hun boomlange zoon James onder de grote boom met uitzicht over de tabaksvelden. 'We hebben elkaar en we hebben ons geloof in God', zegt hij terwijl hij naar de hemel wijst.

In Zimbabwe smeult het gevoel van een naderende omwenteling. Niet in de laatste plaats omdat een van de langstzittende presidenten van Afrika, Robert Mugabe, onlangs zijn 92ste verjaardag heeft gevierd. Zijn portret mag dan op elke openbare muur in Zimbabwe prijken, als de 'oude man van de muur is' gaan er dingen veranderen, zo klinkt het.

Het verlangen naar een frisse wind wordt gevoed door de economische malaise waarin Zimbabwe al tien jaar verkeert. Zonder politieke en economische hervormingen blijft Zimbabwe verstoken van buitenlands kapitaal, zo is wel duidelijk door de slepende onderhandelingen met het IMF en de Wereldbank over schuldsanering en nieuwe leningen.

Arbeidsters sorteren gedroogde tabaksbladeren op een bedrijf dat wordt gerund door de blanke boer Sticks McKersey, in de omgeving van Chinhoyi. Beeld Sven Torfinn

Landbouw ingestort

De florerende landbouwsector, die Zimbabwe ooit de reputatie van graanschuur van Afrika opleverde, is ingestort na de landhervormingen. Investeerders hebben zich ook uit de industrie en mijnbouw teruggetrokken. De werkloosheid is torenhoog. Nu de droogte die Zuidelijk Afrika in de greep heeft ook nog eens 3 miljoen inwoners met hongersnood bedreigt, groeit het besef dat er iets moet gebeuren. Zelfs bij de regering.

Begin dit jaar kopte een Zimbabwaanse krant: 'Mugabe nodigt de blanke boeren terug'. Zo letterlijk zal en kan Mugabe het niet hebben gezegd, zegt onder anderen Bill Kinsey, een Brit die jarenlang onderzoek deed naar de landhervormingen. 'Dit zou gezichtsverlies betekenen voor iemand die claimde de koloniale fout uit het verleden te herstellen.' Maar het besef dat er kapitaal en expertise nodig zijn om de commerciële landbouw te reanimeren, is er wel. 'Met de landonteigeningen is de infrastructuur voor commerciële landbouw weggevaagd en vervangen door zelfvoorzienende keuterboeren', zegt Kinsey. 'Irrigatiesystemen zijn weggeroest of als oud ijzer verscheept naar China. Wegen en dammen zijn ingestort. De graanproductie is bijna gehalveerd.'

'Achter de landhervormingen zit geen economische ratio. Het is pure politiek', zegt Prosper Matondi, dé expert van Zimbabwe op het gebied van landhervormingen en nu adviseur van de regering bij de onderhandelingen met het IMF. Hij bestrijdt dat de landbouw 'helemaal om zeep is geholpen' onder zwarte landeigenaren.

Gebrek aan kapitaal

'Veel commerciële zwarte boeren zijn wel succesvol en zeker de kleinere boeren van de eerste golf landhervormingen na 1982 hebben ervan geprofiteerd dat ze vruchtbaar land kregen om te kunnen bebouwen', zegt hij onder het nuttigen van grote glazen rode wijn in de hoofdstad.

Maar, zegt ook Matondi, het grote probleem is gebrek aan kapitaal. Zowel de grote als de kleine landeigenaren kunnen vrijwel geen lening krijgen bij de bank, omdat de overgedragen landrechten nooit zijn vastgelegd. In veel gevallen wordt die overdracht nog betwist door onteigende blanke boeren. Voor de kleinere boeren geldt dat hun toegewezen akkertjes te klein zijn om te bewerken met moderne landbouwmachines - vaak zijn dorpen midden in de voormalige plantages gebouwd. De schaalverkleining heeft geleid tot een dramatische val van de landbouwproductie, vooral van maïs: het gewas waarvan de traditionele maïspap sadza wordt gemaakt, het volksgerecht van Zimbabwe.

Veel van de grote nieuwe landeigenaren - de zogeheten A2-settlers (zie inzet) - waren bovendien politieke vrienden van president Robert Mugabe of gevestigde zakenlui. Ze waren destijds vooral geïnteresseerd in de mooie huizen van de blanke boeren, maar hadden zelden de ambitie om in de landbouw te stappen.

Volgens Matondi ligt nu bijna driekwart van het onteigende agrarische land braak en van enig landbouwbeleid is geen sprake. 'Ministeries werken langs elkaar, net als overheden. Er zijn geen goede data over landbouwproductie. Niemand weet wat waar gebeurt, laat staan dat je kunt plannen welke gewassen je idealiter zou willen verbouwen en hoe je boeren daarbij zou moeten helpen.'

Sticks McKersey controleert zijn maïsvelden bij Chinhoyi. Beeld Sven Torfinn

Moed verloren

Veel kleine zwarte boeren hebben na jaren ploeteren de moed verloren. 'Laat de Europeanen alstublieft terugkomen hier', verzucht Mununuri Musemani, die zijn stukje land al heeft sinds de eerste landhervormingsgolf in 1982. 'In het begin ging het goed. We kregen zaden en mest van de overheid en we konden er goed van leven. Na 1998 ging het bergafwaarts.' Hij wijst naar zijn stoffige winkeltje met lege schappen, waar de dorpelingen landerig over de toonbank hangen. 'Je ziet het: hier gebeurt helemaal niets.'

Sinds kort hebben hij en de settlers weer werk, zij het nog maar een paar maanden per jaar. De jonge blanke boer Ross Taylor huurt de mannen in als zijn aardappelen moeten worden geoogst. Taylor keerde anderhalf jaar geleden met zijn gezin terug om het aardappelbedrijf van zijn schoonvader Peter Steyl te runnen. Hij woonde tien jaar in het Verenigd Koninkrijk, maar kon er niet aarden. 'Ik werd gek in zo'n flatje, tussen vier muren, hutjemutje op elkaar in zo'n bedompte straat. Ik wil mijn kinderen de jeugd geven die ik heb gehad. Dat was het paradijs; het buitenleven, de verre luchten, in de weekenden vissen, jagen of naar de Victoria- watervallen.'

Veel blanke boeren verhuisden na de landhervormingen naar buurlanden Zuid-Afrika, Mozambique en Zambia, of zelfs verder: naar Nieuw-Zeeland, Canada of Australië, om daar opnieuw te beginnen. Sommigen slaagden, maar bij velen knaagt heimwee. Ze zijn in Zimbabwe geboren en opgegroeid, gewend aan de Afrikaanse zon en vergezichten, verkleefd aan de rode vruchtbare aarde. Zij die kunnen, komen terug.

Volgens CFU-voorzitter Peter Steyl is het slechts een kwestie van tijd totdat de regering de nieuwe lease- contracten officieel toestaat en landrechten formaliseert. 'Als je me tien jaar geleden had gevraagd of er animo zou zijn om hier opnieuw te komen boeren, zou ik hebben gezegd: misschien bij een paar. Nu weet ik het niet meer. We zouden weleens versteld kunnen staan van hoeveel mensen er staan te popelen om terug te keren.'

Zelf least Steyl weer diverse akkers van zwarte landeigenaren, waarop hij inmiddels een bloeiend aardappelzadenbedrijf heeft opgebouwd. 'Er is een ander tijdperk aangebroken. We kunnen nu samenwerken met wederzijds respect. De Afrikanen hebben ons nodig, wij hen. Zestien jaar geleden had ik dit niet kunnen opbrengen. Ik was een arrogante boer, die dacht dat de wereld van hem was. Nu heb ik geleerd dat je eigenlijk niemand bent in dit land.'

Blanke grootgrondbezitters van hun land gezet

Na de onafhankelijkheid in 1980 beloofde president Robert Mugabe het commercële agrarische land - circa 40 procent van het land - dat in handen was van blanken terug te geven aan zwarte Zimbabwanen. De eerste jaren ging dat op vrijwillige basis, bovendien kregen zwarte boeren vooral onontgonnen stukken land. Rond 2000 was de economische situatie zo verslechterd en was er nog maar zo weinig terecht gekomen van de landonteigening dat blanke boeren met grof geweld van hun land werden gezet. In deze tweede landhervormingsgolf werden bijna 4.500 blanke grootgrondbezitters onteigend. Tweederde van het commerciële land werd verdeeld onder kleine zwarte boeren - de A1-settlers. Ze verbouwen kleine percelen van een paar hectare vooral voor eigen gebruik. Eenderde van het agrarische land ging naar grotere boeren - de A2-settlers, vaak politieke vrienden van Mugabe - om de commerciële landbouw voort te zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden