Bladspiegel

Nergens anders heeft de kostuum- en decorkunst zo gebloeid als de afgelopen eeuw in Rusland. De berooide adellijke familie Lobanov legde er een weergaloze collectie van aan.

John E. Bowlt: Masterpieces of Russian stage design 1880-1930, Vol. 1

The Antique Collectors' Club; 426 pagina's; ca. € 78,-.

De familie Lobanov-Rostovsky behoort tot de meest gerenommeerde van het pre-revolutionaire Rusland. Het zijn stamhouders van Rjoerich, de eerste tsarenfamilie, waarmee vergeleken de Romanovs, die Rusland driehonderd jaar regeerden, meelijwekkende nouveaux riches zijn.

De Lobanovs vluchtten na de revolutie naar Bulgarije, waar de huidige vorst Nikita in 1935 werd geboren. De Duitse en daarop volgende Sovjet-bezetting van Bulgarije verliepen slecht voor het gezin. De Sovjets interneerden hen, executeerden de vader en zetten de 11-jarige Nikita los van zijn moeder gevangen. Na iets meer dan een jaar kwamen zij vrij; enkele jaren later slaagden zij erin om Nikita naar Oxford te sturen voor zijn studie.

Samen met zijn vrouw Nina, een briljante Franse diplomatendochter, ontwikkelde Lobanov-Rostovsky zich later tot een van de belangrijkste verzamelaars van modernistische Russische kunst, op een bijzonder vlak: het theaterontwerp.

Dit was niet alleen maar een keuze die voortkwam uit smaak. De Lobanovs waren berooid, en het opzetten van een schilderijenverzameling was financieel onmogelijk. Russische theaterkunst werd nauwelijks verzameld, en de prijzen waren daardoor verwaarloosbaar. De Lobanovs zagen iets in die kunst, wat vrijwel niemand anders zag: dat de Russische theatervormgeving een uniek artistiek verschijnsel was in de 20ste eeuw.

In Europa kwam het vrijwel niet voor dat een serieuze kunstenaar zich bezighield met theaterontwerp. In Rusland is er vrijwel geen kunstenaar die het niet deed: Kazimir Malevitsj, Vladimir Tatlin, Pavel Filonov, Natalia Gontsjarova, Mark Chagall, allen produceerden kostuum- en decorontwerpen voor toneel, opera en ballet.

Dat werk voor het theater stelde hen voor geheel nieuwe artistieke problemen, die zij met evenveel creativiteit en innovatieve kracht benaderden. De Russische theaterkunst kent daarbij nog een hele groep kunstenaars, die nauwelijks bekendheid kregen als schilders, maar soms wel als theaterkunstenaar. Dat geldt in de eerste plaats voor de briljante Léon Bakst en Alexandre Benois, bekend vanwege hun jarenlange samenwerking met Diaghilev, maar ook voor namen als Alexandra Ekster - een verbijsterende kunstenares, Pavel Tsjelitsjev en Ljoebov Popova.

De Lobanovs zochten overal naar deze kunst, in kleine veilinghuizen, oude operahuizen, bij bejaarde kunstenaars, weduwen en andere nazaten. Vaak konden zij stukken verwerven voor niets of vrijwel niets, omdat nazaten dankbaar waren ze in kundige handen achter te laten. Met hun verzameling groeide hun kennis van het materiaal en hun netwerk. Zij werden internationaal gewaardeerde kenners.

Een grote rol daarin speelde hun hechte samenwerking met de Brits-Amerikaanse kunsthistoricus John Bowlt, met wie zij jarenlang werkten aan de vervolmaking van hun duizenden stukken tellende verzameling. De Lobanovs verkochten onlangs een deel van hun collectie voor vele miljoenen aan een Russische stichting. Om de collectie beschikbaar te houden voor kenners en liefhebbers, maakten zij samen met Bowlt deze omvangrijke catalogus (deel twee verschijnt voorjaar 2013) - een schitterend monument voor een unieke verzamelaarsgeschiedenis.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden