Bladeren in de geleerde wereld

Evolutie, expedities, nieuwe landbouw, in de 19de eeuw schreven populaire tijdschriften volop over wetenschap. Een promovenda zocht uit hoe dat gedaan werd....

Het is inmiddels onder wetenschapshistorici algemeen bekend, zegt promovenda drs. Barbara Allart, hoe wetenschappers in de 19de eeuw over wetenschap dachten. Dat was behoorlijk positief: de wetenschap was voor hen de motor van de vooruitgang.

De filosofie van het materialisme vierde hoogtij: de wereld kon verklaard worden door alleen het stoffelijke te bestuderen. En met de juiste onderzoeksmethode, die van het positivisme, zouden in de toekomst alle antwoorden op alle vragen worden gevonden, betoogden de grootste optimisten.

Maar leefde dit beeld van de wetenschap ook onder het 'gewone' volk, wilde Allart weten. Op welke wijze drongen de prestaties van wetenschap en techniek door tot de 19de-eeuwse Nederlander? En wat vond hij of zij van de nieuwe, schokkende inzichten uit die tijd, zoals de evolutietheorie van Darwin?

In haar proefschrift 'De wetenschap heeft 't uitgemaakt', waarop zij maandag aan de Universiteit Utrecht promoveert, heeft de cultuurwetenschapper geprobeerd een antwoord op die vragen te vinden. In haar boek analyseert Allart de wijze waarop er in de periode 1840-1900 in publiekstijdschriften over wetenschap werd geschreven.

Dat bleek een hele onderneming, herinnert ze zich. Tijdschriften die algemene informatie verschaften over van alles en nog wat, zeg maar zoals Elsevier en De Groene Amsterdammer nu, kwamen in de 19de eeuw enorm op. Ze werden veel gelezen door alle lagen van de bevolking en vertellen daarom veel over de publieke opinie uit die tijd. Pas de laatste tijd echter worden ze serieus bestudeerd door historici. Allart moest voor haar onderzoek de bibliotheken in.

'Daar bleek gelukkig veel te vinden, van de meeste bladen vrijwel complete jaargangen', zegt ze. 'En wat me ook verraste: in elke aflevering wel minstens één artikel over wetenschap. Soms van een enkele alinea, soms wel tachtig bladzijden.'

Allart moest een selectie maken. Dat deed ze langs de lijnen van de verzuiling, die in de tijdschriftenwereld al vroeg had toegeslagen. Van elke zuil - liberalen, katholieken, protestanten, socialisten (en hun voorlopers de vrijdenkers) - koos ze ongeveer vier langlopende, invloedrijke bladen. Die vier waren geselecteerd op klasse.

Meestal was er één gericht op de elite van een zuil, een andere op de lagere middenklasse, en twee - een radicale en een meer gematigde - op de hogere middenklasse. Allart kwam uit op bladen als De Katholieke Illustratie (voor katholieke lagere middenklassers), Boekzaal der Geleerde Wereld (voor de protestante hogere klasse), De Dageraad (voor de vrijdenkende middenklasse) en Vragen des Tijds (voor progressieve liberalen).

In totaal sloeg ze ongeveer 6500 artikelen over wetenschap in haar database op. Enkele onderwerpen kwamen vaak terug, merkte Allart. Zo werd er veel verslag gedaan van de wereldtentoonstellingen, waar landen hun nieuwste wetenschappelijke triomfen toonden. Ook expedities naar de binnenlanden van Indië en de Noord- en Zuidpool, die vaak een wetenschappelijk component hadden, werden beschreven. Daarnaast was er veel aandacht voor nieuwe ontwikkelingen in de landbouw. En ook de evolutietheorie bracht veel pennen in beroering.

Het beeld dat deze bladen van 'de wetenschap' schetsen, verschilt van het beeld dat wetenschappers er zelf van hadden, concludeert Allart. 'Wat in de bladen wetenschap heet, zouden wij nu meestal techniek of toegepaste wetenschap noemen. Dat hoefde ook niet van een hoog wetenschappelijk niveau te zijn.'

Er was ook een groot verschil tussen bladen voor de hogere klassen, die vaak het nationale belang van de wetenschap benadrukten, en de arbeiders, die graag lazen over heldhaftige expeditieleden met hun voeten in de modder. En in het algemeen werd de beschrijving van wetenschap meestal vervlochten met maatschappelijke thema's.

Zo werd vaak het nut van nieuwe kennis benadrukt. 'Er werd verteld dat je kolen niet moest natmaken voordat je ze stookte, omdat dat onhygiënisch bleek te zijn. Er werden ook tips gegeven voor het ventileren van je huis.'

Een ander thema was emancipatie. 'De katholieken waren een achtergestelde groep. Zij schreven dat je goed op de hoogte van de wetenschap moest zijn, om mee te tellen. De liberalen vonden na de revoluties van 1848 dat arbeiders kennis van de wetenschap moesten opdoen: begrip daarvoor zou ze minder revolutionair maken.' De socialisten zouden dat later omkeren: zij dachten dat inzicht in de natuurwetten juist de revolutie zou rechtvaardigen.

Wetenschap werd ook nuttig gevonden omdat die het prestige van de natie zou kunnen vergroten. Vooral nieuwe inzichten in landbouwmethoden zouden daartoe leiden, daarover waren de meeste bladen het jarenlang eens. Helaas bleken de kleinschalige Nederlandse boeren niet erg gevoelig voor dure nieuwe technieken, aldus Allart. Er veranderde weinig.

Een volgend thema was de vraag hoe wetenschap zou kunnen leiden tot vooruitgang. 'Dat werd heel erg opgehangen aan de evolutietheorie, vooral aan uitdrukkingen als ''het recht van de sterkste'' en ''de strijd om het bestaan''. Daarmee werd het politiek. De liberalen rechtvaardigden een laissez faire-economie met Darwin, de socialisten gebruikten haar juist als rechtvaardiging van de klassenstrijd.'

De tijdschriften waren vaak bezig wetenschappelijke inzichten te toetsen aan hun levensbeschouwelijke achtergrond. Het viel Allart op dat de wetenschap eigenlijk alleen werd bestreden op het metafysische vlak: de religieuzen wilden niet aan de conclusie dat God wellicht niet bestond.

Zo werd de filosofie van het materialisme een scheldwoord, en wordt nu nog misprijzend gesproken van een 'materialistische levenswijze'. Anderen, ook in religieuze hoek, schreven echter dat de wetenschap wél tot een beter begrip van de schepping zou kunnen leiden.

Een religieuze achtergrond leidde soms zelfs tot een kritischer journalistiek. Toen begin jaren 1890 op Java botten van 'de aapmens van Dubois' werden gevonden, leek het er opeens sterk op dat de mens echt van de aap afstamde, en niet door God was geschapen. De religieuzen pareerden door de wetenschappelijke methode van de opgraving nauwgezet in twijfel te trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden