Analyse

Blackstar: David Bowies laatste ruimtereis

Die stem van David Bowie, in het nummer Blackstar. Dat raadselachtige en huiveringwekkende liedje waarmee hij de wereld eind november vorig jaar toch weer verraste.

Beeld reuters

Een stem uit een crypte. Breekbaar en oud, bijna levenloos, een stap verwijderd van gene zijde. Maar geenszins berustend, eerder benauwd en met dichtgeknepen keel. Angstig.

Achteraf beschouwd is het natuurlijk een makkelijke interpretatie. Achteraf kun je van vrijwel het hele oeuvre van een kunstenaar beweren dat het verwijst naar het naderende einde. Maar in het geval van Blackstar mogen we ons als destijds nog nietsvermoedende luisteraars toch ook wel voor het hoofd slaan. Had dan niemand gemerkt dat Bowie zichzelf hier portretteerde als stervende, iemand die zich opmaakt voor die laatste ruimtereis?

Hij maakte het zijn publiek niet eens al te moeilijk. Goed: die knarsende en grimmige muziek van schokkerige ritmes, bevreemdende synthesizers, ruimtegeluiden en buitenaardse vocalen kwam dus als een ijzige adem uit de luidsprekers, maar kwam Bowie dat op zijn Berlijnse platen Low en Heroes niet ook al? Geen paniek.

Uitgedoofde ster

Dan de teksten. Leken die eind november misschien nog op fantasy-achtige droomlogica, inmiddels weten we beter. 'Something happened on the day he died', zingt Bowie, kennelijk - en dus weer achteraf gezien - over zijn eigen popsterrenpersoonlijkheid. 'Spirit rose a metre and stepped aside. Somebody else took his place, and bravely cried: I'm a blackstar. I'm a stars star. I'm a blackstar.'

Bowie als uitgedoofde ster. Een zwart gat in een planetaire nevel. Alleen die titel van zijn afgelopen vrijdag verschenen laatste plaat al: het symbool van een zwarte ster, die op de hoes ook nog eens in fragmenten uiteen lijkt gespat. Moest hij het dan uittekenen?

Dat moest hij. Alsof Bowie had voorvoeld dat hij weer eens niet zou worden begrepen - hij kreeg gelijk: de verbijstering over zijn plotselinge dood golfde gisteren over de wereld - maakte hij een videoclip bij de single Blackstar die aan duidelijkheid echt niets meer te wensen overliet. In een naargeestig droomlandschap, bij 'de villa van Ormen' waar 'een eenzame kaars brandt', zien we een akelig angstaanjagende Bowie, de ogen achter een mummie-achtige blinddoek. Dan verschijnt een astronautenpak in een bordkartonnen maandecor. Achter het vizier schemert een met juwelen belegd doodshoofd. En even later zweeft een skelet in een onmetelijk universum richting verduisterde zon: een verbluffend beeld, waarbij je je met de inzichten van nu niet meer kunt voorstellen dat je de onderliggende boodschap niet doorhad.

Zo zag Bowie zijn eigen dood dus. De sterrenreiziger uit liedjes van Space Oddity tot Starman, heeft zijn bestemming bereikt. En geeft feitelijk een vervolg aan zijn tekst van Space Oddity uit 1969, waarmee zijn popcarrière begon: 'I'm stepping through the door, and I'm floating in a most peculiar way. And the stars look very different today.'

Maar Bowie had nóg een alter ego achter de hand, een personage waarin hij zich nog eens nader kon verklaren. In december verscheen het nummer Lazarus, een liedje voor de gelijknamige Bowie-musical. Een tikje optimistischer - de Bijbelse Lazarus stond tenslotte op uit de dood. In de eerste tekstregels spreekt Bowie zijn luisteraars toe: 'Look up here. I'm in heaven.' En even later: 'This way or no way, you know I'll be free.'

Beeld anp

Lazarus

Eigenlijk schuilt in die hele musical Lazarus een dieper gelegen aanwijzing dat Bowie zijn einde zag naderen. Bowie was het afgelopen decennium verworden tot enigma, een kluizenaar die zich zelden vertoonde, die beslist geen interviews gaf en dus geen uitleg wenste te geven bij merkwaardige platen als The Next Day, die geheel in stijl in het grootste geheim was opgenomen. En dan komt hij ineens met een musical? Waarin hij terugblikt op zijn eigen werk, en zelfs nieuw materiaal schrijft om dat oude te duiden?

Achteraf, weer achteraf. Misschien is het te makkelijk, maar het schept ook helderheid. Vermoedelijk werkte Bowie aan Lazarus met de dood in de ogen. Wilde hij zijn kunstenaarschap samenvatten, misschien ook wel voor zijn eigen gemoedsrust. En kwamen daarom de grote Bowie-hits voorbij, van All The Young Dudes tot Heroes en This Is Not America, tegen een decor van een oude pick-up en een stapel David Bowie-platen.

En had Bowie niet al eerder geschaafd aan zijn eigen nalatenschap, eind 2014 al, toen een door hem zelf geselecteerde verzameling uitkwam getiteld Nothing Has Changed? Bowie wist bij het verschijnen van die collectie al dat hij ernstig ziek was, hij leefde volgens de nieuwsberichten van gisteren anderhalf jaar met kanker. Kwam hij daarom met een laatste eigen rangschikking van zijn werk, niet in chronologische volgorde maar in tijdperken, in clusters van nummers die om wat voor reden dan ook aan elkaar te linken waren? Met een verzameling die nota bene begon met het nummer Sue (Or in a Season of Crime), dat daags voor zijn dood ook nog zou verschijnen op zijn slotwoord Blackstar?

Alles valt op zijn plaats, alsof we dankzij dat laatste puzzelstuk - Bowie's dood - ineens het totaalbeeld zien. En het plotselinge inzicht is zowel beangstigend als geruststellend. Wat te denken van de tekstregel 'where the fuck did Monday go' in het nummer Girl Loves Me op Blackstar. Gezongen dus door een man die op zondag overleed: eng of humoristisch en relativerend?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden