Bizar proces van politieke scheefgroei

HET JONGSTE keerpunt in de Nederlandse politieke geschiedenis was het verlies van twintig zetels van het CDA in 1994. Dit luidde een verdere neergang van deze partij in de oppositie in....

In De stranding onthulde Marcel Metze de late, wanhopige pogingen van Lubbers om Brinkman als lijsttrekker, of desnoods alleen als komend premier, te vervangen. Deze pogingen maakten de zaak alleen maar erger. Een wat breder onderzoek bevat De rogge staat er dun bij van Pieter Gerrit Kroeger en Jaap Stam. Zij komen verder dan Metze, doordat zij uitvoerig met alle deelnemers hebben gesproken. Met name Brinkmans openhartige verhaal biedt meer inzicht in een bizar proces van politieke scheefgroei.

Brinkman zegt dat hij in de kabinetsperiode voor 1994 helemaal geen crisis met de PvdA wilde. Dat zou het CDA, na de mislukking met de VVD in 1989, een slechte naam geven. Hij wilde wel grote druk uitoefenen op het trage en weinig presterende kabinet. Verwijten, ook van andere CDA'ers, dat Brinkman op de val van het kabinet en een eigen premierschap uit was, liet hij gelaten over zich heen komen. Immers, als hij openlijk zou zeggen dat hij geen crisis wilde, zou hij geen onderhandelingspositie in de coalitie meer hebben.

Kroeger en Stam registreren veel en oordelen nauwelijks. Hun boek ontbeert dus ook de voor de hand liggende conclusie dat Brinkman zich overschreeuwde en met van alles dreigde, maar niets kon waarmaken. Zijn ruige, door assistent Frits Wester aangeprate, presentatie - als een herboren Colijn - had geen bodem. Hij verspeelde er ook het vertrouwen mee van de man die hem eerder als opvolger had aangewezen: Ruud Lubbers. Beiden raakten zo geobsedeerd van elkaars boze bedoelingen dat ze de ander openlijk gingen afkammen. Een unieke ontsporing van professionele politiek, die ook nog eens de hele CDA-top in verwarring bracht.

Dit onderzoek had een fascinerend werk kunnen opleveren als Kroeger en Stam zich tot de periode 1989-1994 hadden beperkt en het ook nog eens goed hadden opgeschreven. Maar de auteurs meenden, naar de eerste opzet van CDA'er Kroeger, een hele CDA-geschiedenis te moeten schrijven, eigenlijk vanaf 1974, toen de achterban van KVP, ARP en CHU de vorming van het CDA afdwongen ('Wij horen bij elkaar').

Kroeger is stafmedewerker van de hbo-raad en was adviseur van onderwijsminister Deetman. Als actief CDA'er kent hij het jongste verleden van zijn partij van binnenuit en had hij overal toegang. Stam is redacteur van de Volkskrant. Hun research blijkt lonend, maar hun geschiedschrijving onwennig en onhandig.

Het betreft vooral wijsheid van anderen en daardoor krijgt het proza weinig bezieling. De auteurs doen te veel hun best de feiten dramatisch te laten klinken. Vooral de vroegere CDA-geschiedenis is hijgerig geschreven. Irritant is ook dat hun gesprekspartners veel dingen lachend, grinnikend of zich verkneukelend zeggen. Er wordt ook veel gratuit gegrijnsd en geschaterd. Een vrolijk volk.

Het is te zeer CDA-proza gebleven. Diverse conflicten worden eenzijdig uitgelegd. Het wegsturen van landbouwminister Braks in 1990 lijkt zo puur PvdA-getreiter ten koste van de sfeer in de coalitie, terwijl op de zwaarwegende redenen van de ministerscrisis nauwelijks wordt ingegaan. Zo komt ook het ruwe Lubberiaanse wegstoten van D66 in de formatie van 1989 in de lucht te hangen.

Niet-CDA'ers deugen in dit boek niet gauw, terwijl Steenkamp en De Koning heiligenplaatjes krijgen. De auteurs spreken over 'de vlerkachtige VVD-leider Nijpels', waar Brinkman een soortgelijke behandeling had verdiend. Den Uyl wordt alsnog bestraffend toegesproken, omdat hij niet alleen zijn vice-premier Van Agt, maar ook de jonge minister Lubbers naar rechts zou hebben gejaagd.

Ondanks alle tekorten wordt het boek leesbaarder naarmate het vordert. Het vele onderzoek levert vooral wat de periode 1982-1994 betreft steeds meer boeiende inkijkjes en aanvullende wetenswaardigheden op. Zoals Helmut Kohls voorkeur voor Van Agt boven Lubbers bij het zoeken naar een voorzitter van de Europese Commisie in 1994. En de stevige wrok in de CDA-fractie na 1989, omdat zo weinig parlementariërs naar het kabinet-Lubbers III mochten promoveren.

Onthullend is ook dat Lubbers in 1988 het hele openbaar onderwijs wilde afschaffen ten gunste van het goedkopere bijzonder onderwijs, waarin de ouders meer participeren en helpen. Deetman kon de premier er met moeite van afbrengen.

In 1986 lag een CDA-scenario klaar voor het geval CDA en VVD geen meerderheid zouden halen en de PvdA de grootste partij zou worden. Jan de Koning (in dit boek wel erg zwaar afgeschilderd als regisseur van Lubbers) zou dan vice-premier worden en Lubbers fractieleider. Overigens is de titel van dit boek, De rogge staat er dun bij, een uitdrukking van De Koning. Hij gebruikte die in situaties die nogal tegenvielen, maar die hij toch even wilde aanzien.

De Koning, maar ook Brinkman en Van Agt blijken wonderlijk weinig happig op het CDA-leiderschap. Met name Van Agt stribbelde steeds (oprecht) tegen en moest dan weer zwaar bepraat worden. Hij was erg populair bij de achterban, ook de protestantse. Gerrit Gerritse (CHU) zegt in het boek: 'Mijn juf van de school met de bijbel, een steil gereformeerde, nuchtere en verstandige vrijgezelle juffrouw, adoreerde hem. Mijn juf is nooit moeder geweest, maar Van Agt riep moederlijke gevoelens bij haar op.'

In 1982 verraste de premier de hele CDA-top door al tijdens de formatie terug te treden en hij bleek toen onwrikbaar. Hij wordt met sympathie, maar niet met al te veel waardering getekend. De auteurs noemen hem 'heer Bommel, markies de Canteclaer en Tom Poes in één' en dat is wel erg veel.

De enige echt grote confessionele politicus sinds Romme, Ruud Lubbers, komt er minder goed af. Van Agt uit zich neerbuigend over hem (wat wederzijds is). Anderen geven vooral hem de schuld van de neergang van het CDA, terwijl voor de opgang bovenal Steenkamp, De Koning en de anonieme achterban geprezen worden. Toch was het met name premier Lubbers die die opgang met 54 zetels in 1986 vorm en karakter gaf. En het was Lubbers die dat record in 1989 vasthield, eigenlijk een nog grotere prestatie.

In het boek zijn argumenten te vinden om Lubbers' schuld aan de ramp van 1994 wat meer te relativeren. De situatie was complex en de oorzaken liggen breder en vroeger in de kabinetsperiode. Maar zo'n soort analyse wordt niet gemaakt. Veel rogge, maar weinig brood.

Jan Joost Lindner

Pieter Gerrit Kroeger & Jaap Stam: De rogge staat er dun bij - Macht en verval van het CDA 1974-1998.

Balans; 358 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 5018 402 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden