Bivakmutsen aan de macht

Het geweld op Corsica gaat steeds minder om onafhankelijkheid van Frankrijk. De onafhankelijkheidsbeweging is uiteengevallen in rivaliserende, elkaar uitmoordende groepen die banden hebben met de onderwereld....

De hoofden buigen zich plotseling naar elkaar toe boven de formica tafel in het rokerige Corsicaanse dorpscafeetje. De stemmen gaan over op fluistertoon. 'Met het elimineren van drie of vier kopstukken kunnen we de Cuncolta direct in ernstige problemen brengen', meent één van de aanwezigen op besliste toon.

Het begon als een gemoedelijke discussie over de onafhankelijkheidsbeweging op het eiland, die de laatste jaren is uitgelopen op een bloedige vete tussen de rivaliserende groepen separatisten. 'Het wapengeweld moet stoppen', riepen alle aanwezigen in koor. Maar het gesprek slaat ineens om in een samenzwering.

De eerste spreker is nog jong en onstuimig. De man naast hem, een gezaghebbende oudgediende van de Corsicaanse onafhankelijkheidsstrijd, maakt een bezwerend gebaar en zegt: 'Het is te vroeg om nu al hard toe te slaan. De leiders worden goed beschermd. Het is beter om nog wat af te wachten. We moeten inspelen op een eventuele nieuwe afsplitsing in de Cuncolta, waar we ons dan meester van kunnen maken. Op dat moment valt de zaak eenvoudig in ons voordeel te beslissen, met alles bij elkaar een tiental eliminaties.'

Zoals elders aan cafétafels voetbalwedstrijden worden geanalyseerd, zo wordt op Corsica door de separatisten boven een pastis gediscussieerd over hun vendetta - de Siciliaanse en Corsicaanse term voor wraak. Dat daarbij veel bloed wordt vergoten doet niet terzake. In de broedertwist tussen de rivaliserende onafhankelijkheidsgroepen zijn alleen het afgelopen jaar al veertien mensen vermoord.

De vendetta is aan strakke regels gebonden. Oog om oog, tand om tand. De balans blijft in evenwicht. Zeven doden aan de kant van de Cuncolta in het afgelopen jaar en zeven bij de twee gelieerde rivalen, de MPA en het ANC.

In de milde winterzon heeft Corsica, het Ile de beauté, ook buiten het vakantieseizoen alles om een toerist te behagen. Schilderachtige vissersplaatsjes, besneeuwde bergtoppen, uitgestrekte wouden. Maar gemaskerde mannen met bivakmutsen en machinegeweren horen eveneens bij het landschap. Corsica is ook het eiland van angst, dat toeristen en investeerders afschrikt. Vorig jaar hadden zeshonderd bomaanslagen plaats en veertig moorden. Zelfs de Corsicanen kunnen niet meer wijs uit de onontwarbare kluwen van misdaden, persoonlijke afrekeningen en nationalistische acties.

De genoemde Cuncolta met zijn clandestiene leger, het FLNC-canal historique, is voorlopig als overwinnaar uit de bloedige broedertwist gekomen. De Franse regering onderhandelt discreet met de extreem-rechtse onafhankelijkheidspartij om tot een soort 'vrede' te komen op het eiland. De verslagen rivalen houden zich schuil in de maquis. Maar hun strijdlust is niet geblust. Zoals in het dorpscafé blijkt, zal de afrekening vroeg of laat moeten plaatsvinden.

'Alles draait om wraak op Corsica', schreef de Romeinse wijsgeer Seneca twintig eeuwen geleden. Wraak is de belangrijkste karaktertrek van de Corsicanen gebleven. Het gevoel is zo sterk dat de aanwezigheid van een buitenlandse journalist aan de cafétafel niet verhindert dat in alle openheid nieuwe moordpartijen worden voorbereid.

Het is geen toeval dat de samenzweerders afspreken in het stille, afgelegen dorpscafé in het ruige hoogland van Corsica. De vete tussen de separatisten heeft zich in de geografie en de geschiedenis van het eiland genesteld. De strijd speelt zich vooral af in de kuststreek en in grote steden als Bastia en Ajaccio. Daar zijn de gehate Franse overheidsdiensten en toeristische complexen van overzeese projectontwikkelaars het doelwit van bomaanslagen.

In de maquis van het woeste binnenland verborgen zich ooit bandieten en in de oorlog verzetsstrijders. Nu zijn het de separatisten die zich er schuil houden, aanvankelijk voor de Franse overheid, inmiddels voor elkaar.

In de verlaten dorpjes is het oorspronkelijke Corsicaanse leven bewaard gebleven. Op het pleintje tegenover het café liggen drie honden te slapen in de winterzon. Een bejaarde man zit op een stoel voor zijn huis te kijken naar 'het ouder worden van de stenen', zoals de Corsicanen zeggen. In de kleine dorpskapel hangen kindertekeningen met tekst die van de kerst dateren. De Corsicaantjes zijn het geweld op het eiland beu. 'Heer breng vrede op ons eiland en in de rest van de wereld', staat op één van de tekeningen. 'Oorlog is stom', meent een ander.

In het slapende dorpje is de Franse koloniale overheerser nauwelijks aanwezig. Behalve dan op een straathoek met het gedenkteken voor de gevallenen in de Eerste Wereldoorlog. Een eenzame bronzen soldaat op een koude stenen sokkel. Het eiland staat er vol mee. Zo'n dertigduizend Corsicanen hebben tussen 1914 en 1918 'hun leven gegeven' voor het Franse vaderland.

'Niks gegeven', zegt de oudere separatist in het café verontwaardigd. 'Frankrijk heeft die levens genomen.' Corsicaanse huisvaders tot vijftig jaar werden als kanonnevlees weggevoerd. 'Een Corsicaans regiment mocht zich voor de Fransen samen met Senegalezen en Marokanen te pletter lopen bij de slag om Monte Casino in 1944.' De haat tegen de Franse overheerser was de bindende factor toen twintig jaar de onafhankelijkheidsbeweging ontstond.

'De onafhankelijkheidsstrijd was vanaf het begin meer een kwestie van hartstocht en cultuur dan van politiek', zegt plaatselijke journalist. 'Dat komt door de typisch Corsicaanse, licht ontvlambare ziel.' Vanwege het klimaat van bedreigingen wil hij anoniem blijven. De ontmoeting vindt plaats in een neutraal café in Bastia. De meeste horecabedrijven zijn in handen van de onderwereld en de nationalistische bewegingen, die elkaar deels overlappen.

Door die passie is volgens hem lange tijd het heterogene karakter van de onafhankelijkheidsbeweging verborgen gebleven. Linkse en rechtse separatisten, verenigd door hun extremisme, streden zij aan zij voor dezelfde zaak.

Maar de strijd liep uit de hand. De 'revolutionaire belasting' ontaardde in simpele afpersing. Met bomaanslagen worden verzekeringspremies geïnd en persoonlijke conflicten uitgevochten. Begin jaren negentig ontstonden de eerste afsplitsingen, voortkomend uit verwikkelingen met clans uit de onderwereld of ideologische geschillen. Vooral de meer links georiënteerde nationalisten verdwenen uit de Cuncolta. De scheiding der geesten ontaardde in 1993 in een bloedige vendetta die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Alle nationalisten op Corsica zijn het erover eens dat de geweldsspiraal moet stoppen. Maar ze hebben ook allemaal wel een vriend of familielid verloren in de broedertwist. En dat vraagt om vergelding.

De 34-jarige Pierre Albertini was een vooraanstaand lid van de Mouvement pour l'autodétermination (MPA) en leider van het geheime leger daarvan, het FLNC-canal habituel, de grootste vijand van het FLNC-canal historique.

Vorig jaar 30 augustus liep hij 's avonds om acht uur over het centrale plein van Bastia. Het was een drukke, warme avond. Vlak voor onderwereldcafé Palais des Glaces hield een auto met drie inzittenden naast hem stil. Albertini werd doorzeefd met kogels, maar niet dan nadat hij met zijn automatisch pistool een van zijn belagers, de 20-jarige Jean-Pierre Duriani, had gedood. Duriani werkte voor Bastia-Securit, het door de Cuncolta gerunde geldtransportbedrijf op Corsica. De volgende dag werd Noël Sargentini, een aanhanger van de Cuncolta, in het binnenland in Corte verrast in zijn auto en doodgeschoten. Enkele dagen later werden in de vroege ochtend zes pantserwagens van Bastia-Securit met een bom verwoest. De vermoorde MPA-leider was gewroken.

Jean-Paul Albertini heeft het nog altijd moeilijk als hij over zijn jongere broer praat. Sinds diens dood heeft hij zich teruggetrokken in zijn pizzeria in Corte. Hij heeft afstand genomen van de onafhankelijkheidsstrijd waarin hij zich twintig jaar geleden met al zijn idealen had gestort. Hij zegt een gebroken man te zijn die nergens meer in gelooft. De ogen in zijn bleke, bolle gezicht staan triest als van een Pierrot.

De strijd tegen de Franse koloniale macht was nodig, zegt Albertini terugkijkend. Er is vooruitgang geboekt in de erkenning van de Corsicaanse taal en cultuur. Dat erkennen ook veel eilandbewoners. Maar over de Cuncolta die als winnaar uit de nationalistische strijd is gekomen, zegt hij beslist: 'We hebben een monster gebaard.'

Corsica gaat kapot aan het geweld, meent hij. 'Er zijn te veel wapens op het eiland, op de meest onwaarschijnlijke bergplaatsen. Op sommige kerkhoven puilen de grafkelders ervan uit.' Hij wijst op een café aan de overkant: 'Daar zit iedere dag een keurig geklede man. Niemand weet waar hij woont en hij rijdt altijd in een huurauto. Als je door de goede contactpersoon aan hem wordt voorgesteld levert hij je zonder probleem elk wapen dat je wilt. Corsica zit vol met zulke jongens.'

In het hoog in het binnenland gelegen Corte probeert hij rust te vinden. Hier vallen ze hem niet lastig. 'Tenminste tot nu toe.' Hij verlaat zijn pizzeria nimmer ongewapend. Hij kijkt naar zijn vrouw. 'Ik had twee opties. Mijn broer wreken was mijn eerste impuls. Maar ik heb voor de tweede mogelijkheid gekozen, mijn restaurant. Mijn zoon heeft recht om op te groeien met een vader.' Hij loopt naar de keuken en komt terug met zijn specialiteit: met meikaas en kruiden gevulde uien, in de oven gebakken. Hij lijkt vrede met zijn bestaan te hebben.

Een Corsicaan die de wraak heeft afgezworen? Het gesprek komt op de leider van de Cuncolta, François Santoni. Volgens de politie heeft hij de moord op zijn broer bevolen. Jean-Paul Albertini slikt en knippert met de ogen. Er trekt een rode gloed over zijn gelaat. Na een korte stilte: 'Er is nog een derde optie. Me hier terugtrekken is ook een tactische keus. Ik hou me stil tot ze me vergeten zijn.' Meer wil hij er niet over zeggen. Maar zijn hand lijkt plots een pistool te omklemmen. 'Ik wil mijn zoon ook niet laten opgroeien onder het juk van een stelletje fascisten.' Hij citeert Gandhi: 'Tussen geweld en geweldloosheid, kies ik het laatste. Maar tussen geweld en lafheid, kies ik voor geweld.'

'Droga? Fora', 'Drugs? Eruit' staat op een bankgebouw in de hoofdstraat van Bastia gekalkt met de handtekening van het FLNC canal historique erbij. Het clandestiene leger van de Cuncolta voert sinds enige tijd een harde strijd tegen de drugs op het eiland. 'Aan de ene kant om bij de bevolking in een goed blaadje te komen met harde acties tegen de zogenaamde drugsplaag, maar aan de andere kant eenvoudig om zijn eigen belangen in de handel in verdovende middelen te beschermen', zegt de Corsicaanse journalist.

De Cuncolta ronselt actief in de arme buitenwijken van Bastia. Losgeslagen jongeren worden met wapens en macho-gedrag binnen het clandestiene leger gelokt. Met aanslagen op verslaafden en kleine drugshandelaren moeten ze zich bewijzen.

Tientallen moorden op zogenaamde drugsdealers zijn op die manier in de afgelopen jaren door leden van het canal historique bedreven. De Franse justitie knijpt een oogje dicht, ook al propageert de overheid ten overvloede de raison d'état. Vrijwel alle misdaden waarbij nationalisten betrokken zijn, worden weggemoffeld, om de onderhandelingen met de Cuncolta niet te schaden. Ook de moorden op verslaafden.

Frankrijk speelt geen heldenrol in het Corsicaanse drama. Na twee eeuwen van nonchalance over het lot van de eilandbewoners, lijkt Parijs bereid de macht op Corsica in handen van de extreem-rechtse Cuncolta te leggen. Twee jaar geleden begonnen de geheime onderhandelingen met de Cuncolta onder de oerconservatieve minister van Binnenlandse Zaken Pasqua. Pasqua is van oorsprong Corsicaan en heeft een rijk verleden als extreem-rechtse activist. Hij is uiterst populair bij de aanhang van het Front national van Jean-Marie Le Pen. Pasqua is uit de regering, maar zijn mannen zitten nog op het ministerie. Hij heeft nog altijd veel invloed op de onderhandelingen.

'De onrust op het eiland is de Franse regering een doorn in het oog. Parijs prefereert een orde gebaseerd op extreem-rechts en onderwereldpraktijken boven de huidige wanorde', concludeert de journalist.

Charles Piéri geldt als 'groot wild' op het eiland. Hij is één van de belangrijkste leiders van de Cuncolta en zijn gevreesde geheime leger, het FLNC canal historique. Een tiental 'jagers' aast op hem, zegt een oud-nationalist. 'Ze hebben afscheid genomen van vrouw en kinderen. Ze hebben hun zaken geordend en zijn ondergedoken in afwachting van het moment van hun wraak.' Piéri (46) oogt als een geoefend straatvechter, in spijkerbroek, leren jack, hoge schoenen, en met een opzichtig duur horloge om de pols.

Hij haalt zijn brede schouders op over de bedreiging van zijn leven. Hij is zelf ook 'jager' en op gevaar berekend, met een kogelvrij vest, lijfwachten en een wapen binnen handbereik. Hij verplaatst zich bij voorkeur per motor. Die is wendbaarder bij een aanslag dan een auto. De draagbare telefoon vervangt een vast woonadres.

De ontmoeting in Bastia op het hoofdkantoor van de Cuncolta met twee belangrijke figuren van de beweging, Charles Piéri en Marie-Hélène Matteï, illustreert de vervaging tussen macht en misdrijf op het eiland.

De advocate Marie-Hélène Matteï vertegenwoordigt de Cuncolta in de regionale raad van Corsica. Ze is elegant gekleed en overvloedig met juwelen behangen. Haar levensgezel is François Santoni, de onbetwiste leider van de Cuncolta. Ook Marie-Hélène Matteï waagt zich niet zonder lijfwachten op straat.

Charles Piéri dreunt de eisen die de Cuncolta aan de Franse overheid stelt om tot 'vrede' te komen als een uit het hoofd geleerd lesje op. Meer ruimte voor de Corsicaanse taal en cultuur in het onderwijs. Erkenning van de aparte identiteit van het Corsicaanse volk. Een voordelig fiscaal statuut als overzees gebiedsdeel om het eiland uit het economische slop te trekken. Over onafhankelijkheid, waar de grote meerderheid van de eilandbewoners tegen is, rept de Cuncolta nauwelijks meer. Ook het milieu komt in het lijstje voor. Er moeten wettelijke regels komen om de kust te beschermen tegen Franse projectontwikkelaars.

Maar de opsomming van Piéri is nog niet ten einde. Het FLNC canal historique houdt zich ook bezig met het handhaven van de 'orde' op het eiland. De Franse justitie en politie schieten immers te kort. De Cuncolta en hijzelf willen de strijd tegen drugshandelaren 'met alle beschikbare middelen' kunnen voortzetten 'tot fysieke executie toe'. De woorden 'fysieke executie' worden gelijktijdig door Matteï uitgesproken op een beangstigend dwingende toon.

'Dat mag sommige humanisten choqueren', vervolgt Piéri. 'Maar persoonlijk ben ik meer geschokt als ik een jongen zie doodgaan aan een overdosis.' De doodstraf zonder proces doet de advocate Matteï niet eens met de ogen knipperen. Even later lijkt ze minder op haar gemak met de openlijke uitspraken over de executies van drugsdealers.

Is de 'orde' die de Cuncolta op het eiland wil vestigen niet dezelfde als die van extreem-rechts in Frankrijk? De ogen van Matteï schieten vuur: 'Integendeel. Wij zijn juist de krachtigste tegenstander van Jean-Marie Le Pen, die dankzij ons nooit een poot aan de grond heeft gekregen op het eiland.' Le Pen lijkt vooral de belangrijkste electorale concurrent die op hetzelfde kiezersvolk aast.

Marie-Hélène Matteï draait zich in alle bochten om de fatsoenlijkheid van de Cuncolta aan te tonen. 'Met ons zullen niet plotseling de fascistische laarzen over het eiland marcheren', zegt ze. 'Wat we willen is goed voor het eiland. De meerderheid van de Corsicanen staat achter onze voorstellen. We hebben er geen persoonlijk belang bij. We hebben twintig jaar gestreden voor een fooitje. We bezitten niets. Kijk maar rond.' Ze wijst op de armzalige inrichting van het partijkantoor, dat lijkt op een uitgeleefd studentenhuis.

Zijn moeder wist niet eens dat Robert Sozzi in zijn vrije uren met zijn zwarte bivakmuts op meedeed aan de gewapende onafhankelijkheidssstrijd. Tot hij op 15 juni 1993 door een sluipschutter van zijn eigen Cuncolta in een hinderlaag werd vermoord. De Cuncolta zou later officieel de 'executie' van de 'verrader' Sozzi opeisen. Het was het begin van de 'zuivering' binnen de eigen gelederen door de huidige machthebbers van Cuncolta. En het begin van de bloedige afrekening tussen de rivaliserende groepen.

'Het was alsof we in een verkeerde film meespeelden', zegt zijn weduwe Laetitia. 'Robert was een linkse idealist en had de grootste moeite zijn ogen te openen voor de ware aard van zijn medestanders. Hij kon nauwelijks geloven dat de beweging steeds meer naar extreem-rechts opschoof. Toen hij kritiek begon te uiten op de politieke lijn, op de corruptie en de mafiose praktijken, heeft hij geen moment gedacht dat dat zijn dood zou kunnen betekenen.'

Laetitia Sozzi woont nog altijd met haar twee zoontjes van drie en vijf in de kleine sociale huurwoning waar twee mannen van de Cuncolta haar op de dag van de begrafenis van haar echtgenoot zwijggeld kwamen aanbieden. Ze heeft ze vierkant de deur gewezen en vervolgens de stilte verbroken, ondanks de vele dreigement met de dood.

'Nooit zal ik mijn mond houden. De mensen moeten beseffen dat ze er allemaal bij betrokken kunnen raken.' Ze trekt aan de zoveelste sigaret en strijkt nerveus door haar haar. 'Laten ze ophouden met hun spelletjes, met hun bivakmutsen en hun pistolen', zegt ze. Met een blik op het levensgrote portret van haar man op het buffet: 'Ze luizen kinderen erin met al die wapens, net als Robert. Hij heeft het met zijn leven moeten betalen.'

Aanvankelijk hoopte ze nog op de Franse justitie. Ze liep aan het hoofd van een imponerende stoet van tienduizenden Corsicanen die protesteerden tegen het geweld. Maar na tweeëneenhalf jaar is haar energie verbruikt. Het onderzoek naar de moord is geen centimeter opgeschoten. 'Ik zou het liefst vertrekken, ver weg van het eiland. Vroeger had ik al na 24 uur op het vasteland heimwee. Maar die prachtige landschappen en vergezichten kunnen mijn tranen en het verlies van zoveel vrienden niet meer doen vergeten.'

Ze zegt geen behoefte te hebben aan wraak. Dat zou Robert niet hebben gewild. Maar haar stem zwelt aan als ze praat over leiders als Santoni, Piéri en Matteï, die verantwoordelijk zijn voor de moord op haar man. Marie-Hélène Matteï kwam ze éénmaal tegen bij de dameskapper 'zonder gorilla's'. 'Ze durfde me niet eens aan te kijken en is nooit meer bij die kapper teruggekomen', zegt ze gelaten. 'Wacht maar. Ze hebben zoveel bloed aan hun handen. Dat zal zwaar op ze drukken wanneer ze alleen voor de dood staan. Dat is het uur van mijn wraak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden