Bird-watching

De toch al rijke Charlie Parker-literatuur is aangevuld met een handvol nieuwe boeken, waaronder een meeslepende biografie over de eerste twintig jaar in het leven van Bird.

Ruim dertig jaar heeft jazzhistoricus Stanley Crouch aan zijn project gewerkt en nog is het niet echt af: dé biografie van Charlie 'Bird' Parker (1920-1955), altsaxofonist en grondlegger van de moderne jazz, tijdens zijn leven al een mysterie. Crouch zocht het antwoord op de vraag hoe een hopeloze en gewetenloze junkie, die niet ouder werd dan 34, zulke geniale en gevoelvolle muziek kon scheppen. Maar in het onlangs verschenen Kansas City Lighting: The Rise and Times of Charlie Parker reconstrueert Crouch alleen de eerste twintig jaar van Parkers korte leven.


De gevreesde zwarte commentator (en ideoloog van Wynton Marsalis) Stanley Crouch voerde vanaf 1981 voor zijn boek talloze gesprekken met toen nog levende belangrijke getuigen, zoals Gene Ramey, Jo Jones, Harry Edison, Billy Eckstine, Max Roach en Jackie McLean. Maar ook met vele vrienden en kennissen uit Parkers jeugd in Kansas City, in het bijzonder Rebecca Ruffin, die in juli 1936 op haar 16de met hem trouwde (hij was 15) en die in januari 1938 de moeder werd van zijn eerste kind.


Al die bronnen wil Crouch benutten voor een schildering van de mens, zijn muziek en zijn sociale omgeving. De schrijver waagt zich geregeld aan psychologische en literaire interpretatie van de biografische feiten, en hij maakt zijn ambitie grotendeels waar.


Zijn kerngedachte: Charlie Parker kende in zijn leven maar één echte liefde, die voor zijn saxofoon. 'It was surely his true love, for he had no other honest relationships. What he gave the horn, it gave back. What it gave him, he never forgot.'


De jonge Charlie Parker werd hopeloos verwend door zijn moeder, maar kwam als aspirant-saxofonist slechts met grote moeite aan de bak. Hij was zeker geen muzikaal wonderkind, moest in het bloeiende jazzcentrum Kansas City meerdere malen de hoon ondergaan van oudere collega's en kreeg het jazzambacht slechts met veel inspanning en volharding in de vingers.


Toen zijn zoon werd geboren, was de 17-jarige Parker nog verre van een gevestigde muzikant, maar hij was al wel minstens een half jaar aan de drugs. Zomer 1937 had hij Rebecca gedwongen toe te kijken hoe hij zichzelf injecteerde.


Tot nu toe gingen de Parker-onderzoekers ervan uit dat hij toen al met heroïne was begonnen. Crouch maakt aannemelijk dat die drug toen nog niet voorhanden was in Kansas City en dat het daarom morfine moet zijn geweest, die vrij gemakkelijk uit een apotheek of een ziekenhuis kon worden gestolen. De biograaf speculeert zelfs dat Parker tot zijn openlijke morfinegebruik kan zijn geïnspireerd door het lezen van Sherlock Holmes-verhalen, waarin dr. Watson ook moet toezien hoe de held zichzelf morfine inspuit, 'met een lange zucht van bevrediging'.


Hoe dan ook, vanaf zijn 16de was en bleef Charlie Parker een junkie, met alle gevolgen van dien voor zijn loopbaan en functioneren.


Kansas City Lightning begint met een gedetailleerde beschrijving van Parkers eerste triomf in New York in februari 1942. Als 21-jarig lid van de Jay McShann-band uit Kansas City deelt hij de genadeklap uit tijdens een band battle in de fameuze Savoy Ballroom in Harlem. Het gevierde New Yorkse orkest van Lucky Millinder heeft geen antwoord op zijn sensationele solo in Clap Hands, Here Comes Charlie. Zeven jaar sappelen, met meer downs dan ups, eindelijk beloond.


Helaas is dat tegelijk het eind van het verhaal, want aan het slot van Kansas City Lightning is Crouch niet verder gekomen dan 1940. We kunnen alleen maar hopen dat hij voor het vervolg niet opnieuw dertig jaar nodig heeft.


In deze rijke biografie toont Stanley Crouch zich een ijverige historicus, een kundige jazzkenner en een meeslepende romancier. Daarnaast staat hij in de VS bekend als een gretige provocateur in de publieke discussie. Ook die reputatie bevestigt hij hier, met een bespiegeling over het unieke karakter van de zwarte Amerikanen, tevens de verklaring van hun 'richly distinctive Negro American Sensibility':


'Ze waren een nieuw volk - sommigen gemengd met Europees bloed, sommigen met dat van de Amerikaanse indiaan, sommigen met Spaanse stromen in hun familielijnen. Maar bovenal waren ze ironisch genoeg door de rauwe beproeving van de slavernij bevrijd van de tribale vijandschappen en de religieuze conflicten die het tegenwoordige Afrika nog altijd ontwrichten.'


Ook de Amerikaanse jazzhistoricus Chuck Haddix bracht recentelijk een Parker-biografie uit: Bird. Haddix prijst het aan met de woorden: 'De man scheiden van de mythe is ongrijpbaar gebleken - tot nu. This is the story of the life and music of Charlie 'Bird' Parker.' In werkelijkheid leunt Haddix sterk op Robert Reisner, die al in de jaren zestig 81 legendarische Parker-anekdotes verzamelde voor zijn boek Bird - The Legend of Charlie Parker en dat eerder de mythe dan de feiten biedt, opgebouwd als het is uit ongecheckte, even emotionele als subjectieve herinneringen van tijdgenoten. Daarmee voegt Chuck Haddix weinig zinnigs toe aan de Parker-bibliotheek, die na het verschijnen van Reisners boek in 1962 toch al kolossaal is gegroeid.


In 1987 publiceerde de prominente jazzcriticus Gary Giddins een compacte studie die wél een verhelderend beeld schetst van Charlie Parker en zijn muziek. Dat boek is nu in een nieuwe editie verschenen: Celebrating Bird: The Triumph of Charlie Parker.


Een kwart eeuw na de oorspronkelijke uitgave lijkt Parkers actualiteit louter gegroeid, schrijft Giddins in het voorwoord van de nieuwe editie: 'Ooit zag ik hem als een figuur van voor mijn tijd; nu ben ik gefascineerd door het feit dat we zijn 100ste geboortedag nog niet eens hebben bereikt. Kortom, hij is onze tijdgenoot.' Parker en de zijnen 'schiepen de basis van de moderne jazz, haar aspiraties en haar taal. We horen hem meer dan we beseffen.'


Die gedachte wordt bevestigd door musicologen die becijferden dat Parkers improvisaties voor het overgrote deel zijn opgebouwd uit niet meer dan honderd frasen. Maar die , hebben zij vastgesteld, bepalen wel de taal van de naoorlogse jazzmuziek.


Aan het eind van Celebrating Bird probeert Giddins de gekwelde mens en de geniale muzikant Charlie Parker met elkaar te verenigen. Hij komt niet veel verder dan verbazing. 'Was Bird in de ban van het leven of er doodsbang voor? Dead at thirty-four, played out like a bad song, looking twenty years his senior. Yet Bird lives. Bird is the truth. Bird is love.' Giddins: 'De feiten over Charlie Parkers leven doen er weinig toe, want ze kunnen zijn muziek niet verklaren.'

Stanley Crouch: Kansas City Lightning - The Rise and Times of Charlie Parker

*****


HarperCollins; 365 pagina's; euro 23,99

Gary Giddins: Celebrating Bird - The Triumph of Charlie Parker

****


University of Minnesota Press; 208 pagina's; euro 19,99

Chuck Haddix: Bird - The Life and Music of Charlie Parker

**


University of Illinois Press; 188 pagina's; ca. euro 23

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden