Biotech in Nederland: gas geven en remmen tegelijk

Het lukt de overheid niet om de Nederlandse biotechnologie-sector op te stoten in de vaart der volkeren - er is te weinig geld, de regels zijn streng en universiteiten werken niet mee....

Nederland telt circa 150 biotechbedrijven - dat zouden er tweeëneenhalf keer zoveel kunnen zijn. Maar de steun die de overheid geeft aan starters, is - zeker vergeleken met Duitsland en België - mager.

'Het is gas geven en remmen tegelijk', zegt G. van Beynum, voormalig directielid van Pharming en voorzitter van BioPartner, een stimuleringsproject van de overheid. 'De overheid geeft aan de voorkant subsidie, maar loopt op het gebied van wet- en regelgeving uit de pas. Die onduidelijkheid en negatieve uitstraling hebben de sector begin jaren negentig ook al in het slop gebracht.'

Van oudsher is Nederland er goed in: rasveredeling heeft geleid tot beroemde tulpen en koeien. Maar het verbeteren gebeurt allang niet meer door het geduldig kruisen van beestjes en plantjes. Tegenwoordig moet het snel: in een pipet in het laboratorium.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig beleefde deze industrie - die producten maakt voor de landbouw, de medische wereld en de voedselindustrie - een kleine opleving. Maar sindsdien is de groei van de sector achtergebleven bij die in omringende landen. Universiteiten doen nog steeds hoogwaardig onderzoek, maar veel wetenschappers gaan in het buitenland werken en veel goede ideeën blijven op de plank liggen.

Daarom heeft het ministerie van EZ 100 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Dat geld wordt door het speciaal hiervoor opgerichte BioPartner verdeeld onder projecten en veelbelovende starters. Volgens P. van der Meer, van participatiemaatschappij Gilde, is dit evenwel veel te weinig.

'Als je voorop wilt lopen , kun je toch niet aankomen met 100 miljoen. In Duitsland gaan er miljarden om en er zijn overheidsgerelateerde investeringsmaatschappijen die zelf al meer investeren.' Biotech is kapitaalintensief. 'Het is people's business, daarvoor heb je een bepaalde kritische massa nodig . Het is niet zoals bij internet dat je met twee mensen een bedrijf kunt starten.' Toch geeft het gebaar uit Den Haag hoop.

Groter probleem dan gebrek aan geld, vormt de cultuur aan de universiteiten. Die zijn te weinig gericht op toepassing van kennis. 'In het buitenland is de verwevenheid tussen bedrijfsleven en universiteit groter en vruchtbaarder', stelt Van der Meer. 'Er zou een systeem moeten komen om kennis en octrooien te waarderen. Universiteiten zouden op grotere schaal in ruil voor het beschikbaar stellen van kennis bijvoorbeeld aandelen in het startende bedrijf moeten kunnen krijgen.'

Nederlandse wetenschappers zullen daarnaast niet snel hun baan opzeggen om een bedrijf op te zetten, en universiteiten zijn niet happig op deeltijd-hoogleraren die hun kennis te gelde maken. Nog moeilijker is het om universiteiten deelgenoot te maken van een commercieel succes.

Wetenschappers missen de juiste instelling. Zo komen zij zelden op het idee om voor hun vinding octrooi aan te vragen. Van der Meer: 'Wetenschappers zouden moeten worden beoordeeld op aangevraagde octrooien, net als op hun publicaties. Het aanvragen van octrooi zou net zoveel aanzien moeten hebben, of meer.'

Ook de overheid treft blaam, de goede bedoelingen met BioPartner ten spijt. Zo heeft Nederland als een van de weinige Europese landen de Octrooirichtlijn voor genetische modificatie van dieren niet geïmplementeerd. 'Een slecht signaal', stelt R. Janssen van de belangenvereniging van biotechbedrijven Niaba.

Erger nog lijden bedrijven onder de traagheid waarmee de overheid vergunningen afgeeft - of niet - voor bijvoorbeeld veldproeven met genetisch gemodificeerde gewassen. Ook is veel Nederlandse regelgeving strenger. Janssen hekelt de stroperige besluitvorming. 'Het zijn steeds dezelfde partijen die met dezelfde argumenten komen, zonder dat er iets nieuws uit komt. Je kunt je afvragen of dat wel nuttig is.'

Politici denken daar anders over. De Tweede Kamer bereidt een debat voor dat in de herfst zal plaatsvinden en vooral GroenLinks hoopt op stevige discussie. 'De politiek is heel kritisch en vraagt zich af of de biotechnologische ontwikkeling wel gewenst is. We moeten ons eerst afvragen wat de risico's zijn, of het maatschappelijk noodzakelijk is en wat de alternatieven zijn', stelt GroenLinks-kamerlid M. Vos.

Waarom moet Nederland eigenlijk een eigen biotechindustrie hebben? Behalve voor de werkgelegenheid, stelt Janssen, is het goed als Nederland de kennis in eigen land houdt. 'Dan kun je de ontwikkelingen beter op waarde schatten als je bijvoorbeeld wilt beoordelen of iets wel veilig is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.