Biologie wordt dood in de pot

Onderzoekers moeten zich concentreren op de kleinste onderdelen van het leven - de moleculen, de genen - aldus een modieus adagium....

DE FACULTEIT Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden heeft een probleem. Het aantal studenten loopt terug en ook uit andere bronnen komt minder geld binnen. Dus gaat de faculteit bezuinigen: ze wil het met 20 procent minder gaan doen.

Daarbij hoort een verandering van beleid. Voortaan moet de faculteit veel onderzoek en onderwijs concentreren rond het thema bioscience, ook life science genoemd, zo luidt een van de keuzes in een conceptvoorstel. Bioscience is een soort kader waarin vanuit verschillende disciplines de fundamenten van de levende materie worden bestudeerd. Dat moet in nauwe samenwerking gebeuren met het Leids Universitair Medisch Centrum en de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Technische Universiteit Delft.

Aan die keuze zitten volgens de plannen nare consequenties vast. Het onderzoek van een aantal bestaande biologische leerstoelen moet flink terug en deels zelfs verdwijnen. Vooral traditionele biologische vakken als ecologie, populatiebiologie, evolutiebiologie en systematiek moeten het ontgelden ten gunste van een meer moleculaire, genetische en celbiologische benadering.

Toen dit bekend werd, stak een storm van protest op in het wereldje der biologen. Een kortzichtige benadering, was het oordeel over de Leidse keuze voor het modieuze moleculaire detail in plaats van het onderzoek naar de grote verbanden. Maar is het ook kortzichtig?

Sinds het menselijk genoom is opgehelderd, is de discussie over waar het heen moet met het onderzoek der levende materie heftiger opgelaaid dan ooit. Het succes van de genenjagers is een krachtige stimulans voor een moleculaire benadering van de biologie; voor een aanpak waarbij wordt gezocht naar algemeen geldende principes in cellen. Op dat uiterst kleine niveau volgen alle processen dezelfde wetten. Het activeren van genen, het omzetten van licht in energie of het leggen van verbindingen in de hersenen zullen vergelijkbaar blijken met alledaagse chemische en natuurkundige gebeurtenissen.

Natuurlijk, deze 'hoe-vraag' is interessant, zeggen de biologen. Maar de echte vraag is die naar het 'waarom'. De vraag is bijvoorbeeld niet zozeer hóe een gen tot expressie komt, maar waaróm dit gebeurt, hoe dat gen een rol speelt in het overleven van het organisme in zijn omgeving. Dit is des te prangender nu blijkt dat de mens veel minder genen heeft dan werd aangenomen - dat hij zich op genetische niveau veel minder van planten en dieren onderscheidt. Blijkbaar kan een bijna gelijke set aan genen een enorme variatie in uiterlijke verschijningsvormen van organismen teweegbrengen.

De werkelijke levensvragen liggen daarom op het terrein van de betekenis van al dat aan- en uitzetten van genen voor het functioneren van planten, dieren en mensen in samenhang met hun omgeving. Kortom: wat is de biologische functie van al die in kaart gebrachte stukjes erfelijk materiaal? Daarvoor zijn biologen nodig die naar ecosystemen kijken, die speuren naar verschillen tussen soorten, die in kaart brengen hoe organismen en omgeving elkaar beïnvloeden.

Dat onderzoek dreigt nu wegbezuinigd te worden - niet alleen in Leiden, ook elders in de wereld. Het gebeurt in de haast om onderzoeksinstellingen mee te laten profiteren van de korte-termijnwinst die het genetische en moleculaire onderzoek van de levende materie lijkt op te leveren. Een vakgebied dat op dit moment ook meer studenten trekt dan de bestudering van de chemie, natuurkunde en wiskunde.

'Ik zal niet ontkennen dat studentenaantallen een rol spelen, maar het gaat hier niet om een hype', zegt prof. dr. Kees Libbenga, decaan van de Leidse faculteit. 'Je ziet het overal gebeuren. Wij hebben altijd de wiskunde, scheikunde, natuurkunde met de biologie in één faculteit samen gehouden. Nu zie je dat het onderzoek naar de levende materie steeds meer een onderdeel wordt van al die vakken gezamenlijk.

'Deze ontwikkeling van de biologie in de richting van moleculen en cellen, zal de komende twintig, dertig jaar duren. Geleidelijk zal er dan weer een verschuiving optreden naar een organismaal niveau.' Waarmee Libbenga doelt op onderzoek naar het hele organisme en diens interactie met de omgeving, de ecologie.

Maar prof. dr. Pieter Baas, directeur van het Nationaal Herbarium en de Onderzoeksschool Biodiversiteit in Leiden, ziet het anders. 'Ik dacht dat we ons wel realiseren dat we met de hoed in de hand alweer terug moeten naar die biologische specialismen die gedrag en ecosystemen onderzoeken. Zodat we erachter kunnen komen wat de functie is van al die genen die we nu zo hard aan het zoeken zijn en deels gevonden hebben', zegt hij.

Baas voorspelt dat het Leidse plan desastreus zal uitpakken voor een faculteit die juist bioscience centraal stelt, omdat straks blijkt dat een wezenlijk onderdeel ontbreekt. Bovendien vreest Baas dat de concurrentiepositie van Leiden om studenten te trekken zal afnemen als er geen breed en hoogwaardig aanbod van onderzoek en onderwijs in de biologie zal blijven. Overigens was bij de Universiteit Utrecht het onderzoek aan de evolutiebiologie ook al verzwakt ten gunste van een moleculaire aanpak. En hadden de ecologen en taxonomen - de inventariseerders van het leven - van de Universiteit van Amsterdam al eerder een flinke knauw gekregen.

'De kritische massa is toch al niet groot. Als je op verschillende plekken dit soort ingrepen doet, betekent dat een enorme verzwakking van het onderzoeksveld op het hogere integratieniveau dan moleculen en cellen', zegt dr. Joost Tinbergen, die bij de Rijksunversiteit Groningen werkt aan studie van de voortplanting van koolmezen. 'Je zult nooit weten hoe een genoom in elkaar zit als je niet aan evolutie-onderzoek doet. Het is immers de selectiedruk die bepaalt welke genen overleven en hoe ze zich organiseren.'

Prof. dr. Rudy Rabbinge, voorzitter van de Biologische Raad is verbaasd over de ingreep van Leiden. Vooral omdat de raad nét een visie op de universitaire biologie in Nederland heeft afgerond en geen enkel signaal vanuit Leiden kreeg dat die visie bijgesteld zou moeten worden.

'Ik weet niet of dit nu een tendens is. Wel dat veel bestuurders dollartekens in hun ogen krijgen vanwege genomics en het ophelderen van genen. Die vakken zijn niet onbelangrijk, maar we moeten niet de andere niveaus verwaarlozen.'

Rabbinge constateert dat de biologie haar agenda in het verleden, en nu ook weer, te veel laat bepalen door invloeden van buitenaf, zoals de biotechnologie, natuurbehoud, milieu, medische biologie. 'De biologie moet haar eigenlijke taak goed bewaken: onderzoek naar het hoe en waarom van het leven, het begrijpen hoe het leven functioneert. Van daaruit kun je die andere vakken voeden.' Rabbinge ziet de huidige opschuiving van andere vakken richting biologie ook als lijfsbehoud voor deze disciplines, waar het aantal hoogleraren soms bijna het aantal studenten overtreft.

'Inhoudelijk zit de biologie niet slecht. Veel andere disciplines zetten nu ''bio'' voor hun naam, zoals bio-informatica en bio-astrofysica, want dat trekt studenten en geld. Dat is positief, maar niet als er in de biologie wordt gepionierd zonder samenwerking en overleg met biologen. Dan worden niet de vragen gesteld waar het om gaat - vanuit de biologie - maar komen de vragen uit de methodiek, de techniek die toevallig in een andere discipline voorhanden is.

'Deze uitholling van de kern van de biologie is nu misschien nog net geen trend, maar we moeten er hard aan werken om te voorkomen dat ze wél een trend wordt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden