Biografie: een handleiding bij een journalistieke legende

De grote journalist Ryszard Kapuscinski schiep zijn eigen literaire universum - niet altijd naar waarheid.

Artur Domoslawski: Kapuscinski: Non-fictie

Vertaald uit het Pools door Greet Pauwelijn


De Geus; 524 pagina's; € 34,95.


Hij wist het, Ryszard Kapuscinski. Het vrat aan hem in de jaren voor zijn dood in 2007. Zijn zorgvuldig opgebouwde imago, de formidabele status van zijn literair-journalistieke werk en zijn wereldfaam zouden niet ongeschonden de eeuwigheid halen. Er lagen nog wat skeletten in de kast. Er zou iemand opstaan om zijn biografie te schrijven, en daarin zou die kastdeur onherroepelijk verder worden geopend. En hij wist het.


De necrologieën spraken zes jaar geleden nog over een van de grootste verslaggevers van de vorige eeuw. Op sublieme wijze had Kapuscinski (1932-2007) revoluties, bevrijdingsopstanden, oorlogen en de scheppende krachten daarachter inzichtelijk gemaakt voor een groot publiek. In nog altijd verkrijgbare boeken als De Keizer (over Haile Selassi in Ethiopië), De Sjah aller Sjahs (over de Iraanse revolutie) en Imperium (over de neergang van het Sovjetrijk) ontrafelt hij op magistrale wijze de mechanismen van totalitaire en imperialistische regimes.


Tijdens de koudste jaren van de Koude Oorlog volgde hij voor diverse Poolse media het proces van dekolonisatie in tal van derdewereldlanden. Hij beschreef de grote slagen van de geschiedenis vaak vanuit het perspectief van de gewone man - arbeider, soldaat, boer. En hij verwierf er een miljoenenpubliek mee.


Grootheden als Gabriel García Márquez en John Updike plaatsten de sterverslaggever op een voetstuk vanwege zijn literair-journalistieke verdiensten. Maar al bij zijn leven werden vraagtekens geplaatst bij de feitelijke juistheid van sommige passages in zijn werk. Enkele maanden na Kapuscinski's dood laaide bovendien een al langer smeulend vuur op dat hem tijdens zijn nadagen moet hebben gekweld. Onderzoek in het inmiddels postsocialistische Polen wees uit dat de journalist in het buitenland hand- en spandiensten had verleend aan de Poolse geheime dienst.


Wellicht werden zijn laatste, wat tragische jaren nog verder vertroebeld door de wetenschap dat het iemand uit zijn directe omgeving zou zijn die na zijn dood een biografie zou schrijven. Een kennis, wellicht zelfs een vriend? Het werd vriend en leerling Artur Domoslawski (1967) die de biografie schreef. Het boek kreeg de omineuze titel: Kapuscinski: non-fictie.


Tijdens tientallen diepgaande gesprekken met zijn mentor 'heb ik een kleiner stukje van meneer Ryszard (...) leren kennen dan ik dacht', schrijft Domoslawski, journalist bij de krant Gazeta Wyborcza, die het in de biografie geregeld heeft over 'mijn maestro'. Het hanteren van het fileermes moet daarom af en toe hebben gevoeld als het plegen van een vadermoord. Nergens nam hij genoegen met eendimensionale antwoorden of verklaringen. Domoslawski's gedetailleerde zoektocht naar de harde feiten wordt er des te bewonderenswaardiger door.


De biograaf maakt aannemelijk dat Kapuscinksi's onbarmhartige jeugd in het door oorlogspartijen gemangelde Oost-Polen beslissend is geweest voor veel keuzes in diens leven. Niet alleen is Kapuscinski's empathie voor de gewone man - vaak het eerste slachtoffer van de geschiedenis - hieruit deels te verklaren, ook lag de ellende van de Tweede Wereldoorlog ten grondslag aan zijn enthousiasme voor het communisme.


Nu was dat niet ongewoon in die dagen; het communisme markeerde immers een nieuw begin na een decennium van verschrikkingen. Maar zelfs toen de partij in de jaren vijftig een steeds grimmiger gezicht liet zien, bleef Kapuscinski een loyaal aanhanger. Pas in de jaren tachtig keerde hij zijn kameraden de rug toe, waarna hij de rest van zijn leven in alle talen bleef zwijgen over zijn rode antecedenten.


Waarom liet de journalist die autoritaire regimes de maat nam de mogelijkheid lopen om schoon schip te maken met zijn ideologische verleden? Hij had die kans in zijn boek Imperium uit 1993, stelt Domos-lawski terecht, over het ontbindingsproces van de Sovjet-Unie. Een deel van het antwoord luidt dat Kapuscinski zijn lange buitenlandse reizen wel had kunnen vergeten zonder zijn beschermheren in de partij. Even belangrijk is echter dat de rol van de trouwe kameraad niet paste in het romantische beeld dat de journalist van zichzelf wilde achterlaten: de lone wolf die op eigen kracht opklom tot de literair-journalistieke wereldtop.


In dat laatste beeld past een moedige vader die in de oorlog ontsnapte aan de Russen. Geen woord van waar, zegt Kapuscinski's zus tegen de biograaf. In dat beeld past ook de suggestie dat de journalist op goede voet stond met de revolutionair Che Guevara en de Congolese leider Patrice Lumumba. Kapuscinski liet zijn lezers in die waan. Om de wreedheid van de Afrikaanse dictator en moordenaar Idi Amin te illustreren liet Kapuscinski dikke, weldoorvoede vissen zwemmen in het Victoriameer. Mooi bedacht, maar volstrekt onwaarschijnlijk. Ook niet waar: dat het hondje van keizer Haile Selassi de gewoonte had op de schoenen van de hovelingen te plassen.


De literaire verdichting was nooit ver weg bij Kapuscinski, maar hij verzuimde dit erbij te vermelden. Professionele ijdelheid verklaart echter nog niet waarom de journalist bepaalde feiten te dik in de verf zette en sommige gebeurtenissen en beelden verzon. Domoslawski heeft er een verklaring voor: naast de uitstekende journalist Kapuscinksi bestond het personage Kapuscinski, stelt hij, een product van literaire zelfcreatie.


Een mooie en slimme vondst van de biograaf. Door het aanbrengen van een dergelijke splitsing kan hij zijn bewondering voor zijn leermeester intact laten. Er staat hem echter niets in de weg om een minutieus onderzoek in te stellen naar de grens tussen non-fictie, faction en fictie in Kapuscinski's oeuvre. Daarmee werd een nieuwe paradox geschapen. Dat de maes-tro van zijn voetstuk werd gehaald was onvermijdelijk, maar de uitstekend vertaalde biografie nodigt tegelijk uit om zijn oeuvre te herlezen. Maar nu met een handleiding.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden