Bintje vaarwel

Het bintje, ruim zestig jaar lang de meest verkochte aardappel in Nederland, heeft zijn langste tijd gehad. De verketterde 'gifpieper' is al in bijna geen supermarkt meer te vinden....

Kleine kans, maar ergens hoop je toch dat het zo'n dorp zal zijn waar alle bewoners apetrots het wonder van hun akkers bezingen; een gave Gods, de eerste kilo traditioneel geoogst bij volle maan en door de tien mooiste meiden van het dorp onder oeroude rituelen naar de brink gebracht; het culinaire mirakel, dat daarna aan zijn glorieuze zegetocht begint, naar de keukens van de beroemde chefs en de tafels van de grootste smulpapen.

Maar zo'n plaatsje is Sumar niet.

Zo'n product is het bintje trouwens evenmin, ook al is het de beroemdste aardappel aller tijden.

Sterker, er zijn zelfs in de wijde omtrek van Sumar - voorheen Suameer, ten oosten van Leeuwarden - helemaal geen landbouwpercelen met bintjes te bekennen.

Nérgens in Sumar zijn bintjes te vinden.

Aan de Knilles Wytseswei, bij de oude boerderij van Rein Venema, staat wel een bord met 'Nieuwe Borgers 20 kg 10 euro' erop. Rein Venema is aardappelhandelaar op leeftijd en zo goed als in ruste. Hij bedient nog een paar oude klanten. Zijn vader en grootvader waren ook al aardappelhandelaar. De Venema's leveren sinds mensenheugenis ierpels aan een kring van tevreden klanten in Sumar en omstreken.

Maar hij verkoopt geen bintjes. Nooit gedaan ook. Want bintjes lusten ze niet in Sumar. Bintsjes, der kinst dwars trochhinne sjen, zeggen ze daar - en aardappelen waar je dwars doorheen kunt kijken, daar moeten ze in Sumar weinig van hebben. Vroeger niet en nog steeds niet. Eigenheimers - borgers - willen ze, en soms komt er eentje voor dorés. Dat is eigenlijk wel merkwaardig. Want één straat verderop, aan de Master de Vrieswei, werd Bintje 97 jaar geleden geboren. Die straat heette toen uiteraard nog anders, want hij is vernoemd naar de bovenmeester die het eerste en toen nog anonieme bintjeloof op een goede dag uit zijn kweekbak zag spruiten, en het prille groen vervolgens overplantte naar zijn tuin aan de Pastorijelanne aan het eind van de weg.

De bovenmeester heette Klaas Lieuwes de Vries, hij woonde tegenover de school - die er nog steeds is - in de schoolmeesterswoning - die er ook nog steeds staat, met een bord in de tuin waarop 'Bintsjehûs' is geschreven.

Negen kinderen had Klaas Lieuwes de parttime pieperkweker, en hun namen had hij in 1905 al lang vergeven aan negen aardappelsoorten. Geen succesrijke, evenmin als de andere 115 rassen die Klaas Lieuwes tussen 1898 en 1922 in zijn scheppingsdrift tot leven riep. Hij was de aardappelgod van Sumar, maar zou allang zijn vergeten, als één schepping geen wonderbaarlijke zou zijn geweest.

Toen het schoolbestuur in het begin van de eeuw tegen hem zei dat hij zijn planten voortaan maar ergens anders moest kruisen - het was hier een school, geen aardappelkwekerij - verhuisde hij de hele bliksemse boel naar de schuur van Teade Okkes Jansma, een eindje verderop aan de weg.

En daar was het dus dat hij op het briljante idee kwam de Munsterschen te kruisen met de jaune d'or, ook wel de Franschen geheten. De uitkomst was veelbelovend. Lange knol, vlakke ogen, mooi breed loof en op het bord 'geel en best', schreef Klaas Lieuwes aan de Friese Maatschappij van Landbouw te Leeuwarden.

Klaas Lieuwes gaf de aardappel de naam van de 7-jarige Bintje Jansma, volgens de overlevering zijn intelligentste, nijverste, aardigste en kleinste leerling en toevallig ook de dochter van Teade Jansma, van de schuur.

Lekker bloemig piepertje, net kruimig genoeg om de jus vast te houden, maar niet zodanig dat hij op het bord onmiddellijk als een slappe sneeuwbal desintegreerde. De ideale prakker. Ook zeer geschikt voor stamppot. En, zo bleek later, voor nog veel meer.

Dat hij zojuist de grootste sensatie uit de historie van de aardappel het licht had doen zien, dat hij een ongelooflijke toevalstreffer had gescoord: Klaas Lieuwes de Vries had er geen idee van. Dat het bintje voor miljoenen mensen in heel Europa en daarbuiten een dagelijkse hap zou worden, zijn aardappel in de loop der decennia voor vele miljarden zou bijdragen aan de Nederlandse export en dat er ontelbare patatzakjes en -bakjes mee gevuld zouden worden - ze hadden het Klaas Lieuwes kunnen vertellen, maar hij had zijn schouders opgehaald. Van een patatje hadden ze in 1905 in Sumar überhaupt nog nooit gehoord.

De drie B's, daarvan was De Vries ook niet op de hoogte. En toch zouden de drie B's het immense succes van zijn bintje gaan bepalen: Betrouwbaar (wat de opbrengst voor de boer betreft), altijd Beschikbaar (voor de consument en verwerker) en universeel Bruikbaar (een dubbeldoeler: geschikt voor verse consumptie, maar ook voor eindeloos veel verwerkingsprocédés).

Geen aardappel die zo lang zonder rottingsverschijnselen kon worden opgeslagen. Geen pieper die na het schillen zo mooi blank bleef. Geen reislustiger aardappel ook. Drie weken in het ruim van een boot en nog steeds prima-deluxe.

Hooggeleerde pieperprofessoren trachtten met state of the art-veredelingstechnieken minstens een halve eeuw lang te doen wat Klaas Lieuwes op een achternamiddag in de schuur van Teade Jansma had gedaan: een aardappel produceren met de drie B's. Tevergeefs.

Vijf jaar na het eerste bintje werd die officieel opgenomen in de Rassenlijst en kwam hij in de handel. Al snel werd duidelijk dat de opbrengst van het bintje anderhalf keer zo hoog kon liggen als die van de gangbare rassen Zeeuwtjes, Andijker muizen of gielen. Daarom doopten ze haar om tot 'de rijkmaker' en later tot de 'dikke muis', ook omdat daarmee tijdens de Eerste Wereldoorlog een exportverbod kon worden omzeild - langwerpige, vroege rassen, de muizen, mochten nog wel de grens over.

Met name in Frankrijk wist men de Dikke Muis te waarderen, vooral vanwege het uitstekende gedrag van de nieuwe pomme de terre in de frituur. Bij de snel groeiende status behoorde ook een wat statiger naam: de Geldersche muis. Pas in 1926 kreeg ze haar echte naam terug: bintje. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog werd Bintje de meestverkochte consumptie-aardappel in Nederland. Dat is zij ruim zestig jaar gebleven.

Bintje Jansma trouwde later met Jilt Pebesma en ging aan de andere kant van Sumar wonen, zo'n beetje daar waar nu een kunstwerk van beeldhouwer Klaas Woudwijk het bintje moet eren. Twee aardappelloofbladeren in Belgische hardsteen. Woudwijk heeft er een half jaar op staan hakken, maar de waardering voor zijn schepping is gering, te Sumar.

Bintje Jansma bleef het, tot haar dood in 1976, altijd eigenaardig vinden, dat haar voornaam een eponiem was geworden, een Hollandse merknaam die wereldwijd bijna even bekend was als Heineken. Maar echt opgewonden raakte ze er nou ook weer niet van.

Trouwens, dat zijn aardappelras negentig jaar later als 'de gifpieper' in de hoek zou worden gezet, dat had Klaas Lieuwes de Vries - die tot zijn pensioen in 1923 van de Friese Maatschappij van Landbouw vanwege het bintje een jaargeld ontving van tweehonderd gulden -, natuurlijk ook van zijn levensdagen niet kunnen denken.

In Sumar zijn ze nu aan het bakkeleien over een borstbeeld van de boppemaster. Als het klaar is, komt het in het centrum van het dorp, misschien nog juist voor het laatste bintje wordt gerooid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.