Binnenstebuiten

Welke conclusies kun je niet allemaal trekken uit 34 foto's die ons binnenleiden in Amsterdamse woningen van de bijna afgelopen eeuw?...

BIJ FOTO nummer 1 die Martha Hoogeveen uit Amsterdam instuurde, de volgende toelichting: 'Jammer dat de lamp niet helemaal te zien is, die was door mijn vader gemaakt, en de val is door m'n zus en mij geajourd. Het is trouwens een foto met een en al huisvlijt: het aquarium in de hoek had pa ook zelf gemaakt. De kleding die m'n moeder en jongste zus dragen is ook zelf gemaakt. En als laatste een geborduurd tafelkleed.'

Dat was het Meidoornplein in Amsterdam-Noord, anno 1957.

(Voor de jonge lezers: een val is een gordijntje onder een plank of lamp. Ajour: opengewerkt borduursel.)

Kijken we verder in het interieur van de Hoogeveens dan zien we hoe de tweelingzussen de afwas doen aan een granito aanrecht - met als kanttekening dat de wc-deur in de keuken uitkwam - en dat het onvermijdelijke uitzicht in die dagen de gewolkte emaillen bussen waren met het opschrift: zand, zeep en soda. 'De valletjes onder de pannenplank waren van wit katoen en werden na het wassen door de stijfsel gehaald en daarna in plooien gestreken', put Martha uit haar geheugen.

Er was óf tijd te veel óf geld tekort in die jaren vijftig als je zoveel vruchten van zelfwerkzaamheid in één huishouden aantreft. Maar er was natuurlijk evengoed weinig aanbod in de naoorlogse jaren en al helemaal geen 24-uurs economie.

Welke conclusies kun je niet allemaal trekken uit 34 foto's, kiekjes eigenlijk, die ons binnenleiden in Amsterdamse woningen van de bijna afgelopen eeuw? Dat de boekenkasten steeds groter en steeds rijker gevuld werden. Dat de speelruimte voor de kinderen is uitgebreid. Binnenhuizen die na de oorlog lichter en luchtiger werden en twee decennia later ook groter. Waarmee tegelijk een eind kwam aan bijna niet meer uit te leggen fenomenen als 'de halve woning', het divan- of het opklapbed en de alkoof. Ouders die als slaapkamer de woonkamer gebruikten, nadat ze hun kroost in de kinderkamer te slapen hadden gelegd: dat was in een Amsterdamse volkswijk dertig jaar geleden nog gebruikelijk. Om maar te zwijgen van het begrip gedwongen inwoning, een jong stel dat door de woningnood bij een van de ouders introk. Terwijl men zo snakte naar onveilig vrijen.

De lezers die op de oproep van het 50 jaar oude tijdschrift Ons Amsterdam reageerden om een foto van hun interieur op te sturen, zou je doorsnee kunnen noemen, hoger milieu noch onderkant. Geen reacties uit de Bijlmer, geen opnamen van de geheiligde slaapkamer tenzij het de aanschaf van een ameublement met linnenkast betrof.

De inzendingen, die zijn uitgemond in een kleine expositie in het Amsterdams Historisch Museum en alvast een voorbode vormen van de nieuwe vaste opstelling, mogen dan niet helemaal representatief zijn voor de smaak en leefwijze van Amsterdam, ze vertellen wel degelijk iets over de wendingen in de tijdgeest. Dat kan de intrede van de vaste wastafel zijn, hartelijk verwelkomd in een woning anno 1923 aan de Rienier Vinkeleskade, of de keukenplankjes die de toen nog onbekende regisseur Jan Joris Lamers voor Werktheater-acteur Cas Enklaar timmerde (1978). De boog die de expositie 'Amsterdam Binnenstebuiten' beschrijft is er een tussen buffet en Waterlooplein-design, tussen anti-makassar en hoogpolig tapijt.

Aan elke modegril kleeft een herinnering. Op elke studentenkamer was de petroleumkachel van het merk Aladdin te vinden. Stonk vreselijk, schrijft de hoofdredacteur van Ons Amsterdam, Peter Paul de Baar, zelf. Netty Post, toen woonachtig in de Bentinckstraat, vertelt dat in het jaar 1967 bij haar het donkergroene skai-bankstel zijn intrede deed, dat de staande plantenbak gezelschap ging houden. Erg modern in die tijd. 'Al mijn vriendinnen hadden zo'n plantenbak.'

Slechts één inzending beantwoordt aan het beeld dat de rest van Nederland heeft van een typisch Amsterdams interieur. Lees voor Amsterdams: Jordanees. Loes Ploeger zag onlangs een documentaire over Wlly Alberti en kreeg het gevoel dat ze naar haar eigen ouderlijk huis zat te kijken. Vader was een 'liefhebber van de Franse inrichting'. De meubels waren wit en goud, als de dochters huiswerk maakten, moest er een kleedje op de goud-witte tafels. De muren waren behangen met beschilderd behang; een ervan was zelfs gedecoreerd met een voorstelling van de Notre-Dame. Daar hoorde dan vanzelfsprekend een bloementapijt bij.

Van de oorlog getuigt een noodkachel, maar vooral één bed. Het stond in het huis van Hesseline de Bos aan de Jan van Galenstraat. Een AJC-milieu, de socialistische jeugdbeweging, waar de meubels sober, van eerlijk hout, moesten zijn. De enige versiering: een schenkkan als bloemenvaas. Pontificaal in de woonkamer uit 1937 staat een bedbank. Nou ja, een bedbank denk je dan, van hout, niks bijzonders, totdat je leest dat er 49 joodse onderduikers op hebben geslapen, soms voor een nachtje, soms veel langer.

Die bank zal het Amsterdams Historisch Museum aankopen voor de vaste collectie.

Nee, de interieurs vertellen niks over smaak maar alles over bezigheden en gebruiken. Op de meeste vooroorlogse foto's zien we de taken verdeeld: de vrouw bij de gootsteen (of naast het theeservies), de man lezend in zijn crapaud. Als er een binnenhuis wordt gefotografeerd, is het bij een speciale gelegenheid, met kerst of familiebezoek. Hoe meer de eeuw vordert, hoe kleiner de groepen worden. Totdat we een alleenwonende dame op een rotan stoel zien zitten. Amsterdam is een stad van eenpersoonshuishoudens geworden.

Een meisje in een lavet (een vaste wastobbe), een melkkoker op een plank in de tijd dat melk nog los verkocht wordt, een winkel met een telefoonetiket als teken dat de buurt er ook mocht bellen, het zijn allemaal kleine tekens van een voorbije tijd. Dat geldt ook voor een vage opname van het Tomado-rekje waarop de Zwarte Beertjes en de Salamanders groot zijn geworden. Het was de voorbode van wandmeubels en Ikea-rekken.

Verrassendste interieur? Geen twijfel mogelijk, dat is de opname die Hubrecht de Kooker maakte van de bovenste etage van het adres Tuinstraat 227. Kolenzakken op elkaar getast in een hok op de lattenzolder. Met dat kolenhok op zolder komt ineens misschien wel de belangrijkste Amsterdammer van de afgelopen eeuw de kamer binnenlopen: Frits van Egters uit De Avonden.

Amsterdam Binnenstebuiten.

Interieurs gefotografeerd door lezers van Ons Amsterdam.

Amsterdams Historisch Museum, van 9 januari tot en met 7 maart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden