Binnenstebuiten gekeerd

Misschien is hij wel meer fenomeen dan dichter. Simon Vinkenoog maakt het niet uit. De ‘maniakale optimist’ wordt dit jaar 80, en dat zullen we weten ook....

‘Hier, lees dit maar even.’ Op de tuintafel van zijn buitenverblijf in tuinpark Buitenzorg groeit de stapel boeken allengs. Om de tien minuten baant de dichter kromgebogen het tuinhuisje in waar hij gedurende het zomerseizoen verblijft met zijn muze Edith, die hem liefdevol van sjekkies voorziet. Midden in een zin dwalen de gedachten af, en komt hij terug met een boek waarin de bezoeker zeker even moet lezen. Het utopisme van de drugsbestrijding, bijvoorbeeld, of een verhandeling over het literaire leven van Groningen. Simon Vinkenoog is ze zelf aan het lezen – door elkaar heen, want een boek in een keer uitlezen, dat lukt hem niet.

‘En laat die jongen dit even zien’, zegt Edith, met wie zijn zesde huwelijk drijft op het principe ‘Tweemaal drie is scheepsrecht’. Voor haar liggen vier vuistdikke bundels: uitgeprinte dagboeken van de dichter, die sinds enkele jaren nauwgezet verslag doet van zijn bezigheden op zijn eigen website.

Hij wordt 80, op 18 juli – een feest dat zo ongeveer het hele jaar gevierd wordt: enkele weken geleden stond hij in het BIM-huis met het Bo’s Art Trio, deze weken verschijnt de sprankelende cd Ritmebox waarop ‘Simon zingt, spreekt, roept, hikt en huilt’ – voordrachten en interviewfragmenten op muziek van Spinvis. Er komt een lofzang op zijn geliefde stad, waar hij zijn hele leven doorbracht, ’s winters in zijn huis in de Sarphatistraat, ’s zomers in zijn tuinhuisje in Amsterdam-Noord, onder de rook van een fabriek die oprukkende woningbouw voorkomt. Zijn eigen Walden:

O stad Amsterdam, omarm je noorderoever:

de Noorderzon schenkt je een horizon in wording,

de Overkant van ’t IJ niet langer ondergeschoven

of verborgen, maar een bron

waaraan nieuw leven ontspringt.

Hij werkt aan een ‘scrapboek’ met foto’s en bijschriften van hemzelf. Een briefwisseling met wijlen Hugo Claus staat op punt van verschijnen. In het najaar waagt uitgeverij Nijgh & Van Ditmar zich aan het verzameld werk van 1.200 pagina’s; een biografie is in de maak.

Onderwijl weet de dichter van geen wijken: zijn optredens op festivals van Ruigoord, of elders, zijn explosies van energie, ritme en ongebreidelde levenslust. Maandelijks jureert hij in café Festina Lente beginnende dichters. Kortom: Vinkenoog swingt nog volop. ‘Ik probeer de tijd niet te doden, maar springlevend te houden.’

Alles doet het nog, alleen het roken bezorgde hem ‘etalagebenen’, waarvoor hij tweemaal onder het mes is gegaan. Verder is hij een brok energie. Roken en de marihuana helpen hem nog altijd vooruit, sinds hij in zijn Parijse tijd, jaren vijftig, zijn eerste doorgeefsigaretje in handen kreeg en een nieuwe wereld openging. Met alle heilzame effecten op het ‘orakelen’ tijdens optredens: ‘Hou ik ergens een praatje, dan weet ik na afloop soms niet meer wat ik gezegd heb.’

Op het podium voelt hij zich jazzmuzikant, of action painter: alles hangt af van het moment en de inspiratie. ‘Tongentaal’ neemt dan bezit van hem: ‘Soms neemt je mond het gewoon van je over, alsof je er zelf niet bij bent.’

Dichten doet hij nog steeds; vooral wanneer een opdracht hem daartoe dwingt. Een paar dagen broeien, en dan komt het, altijd in één keer. ‘Soms blijven een paar woorden in je hameren. Ik schrijf ze op, en zie wel. Ik ga niet eindeloos lopen sleutelen. No use writing when the spirit doesn’t lead – het moet vanzelf gaan, als het ware.’

Met succes: ‘Meisjes van 13 komen nog op me af, met hun ouders op de achtergrond. Ze hebben geen idee wie ik ben, maar ze zijn wel fan van me geworden.’

‘Echte’ grote literaire prijzen heeft het hem niet opgeleverd. Wel werd hij in 1980 gebeld door een ambtenaar. Het had majesteit behaagd hem uit te roepen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau – of hij dat zou accepteren. Een halfjaar later moest hij bij burgemeester Wim Polak verschijnen. Het bijbehorende speldje ‘moet nog ergens liggen’, maar: ‘De oorkonde heb ik ingelijst. Bij de uitreiking las Polak iets voor dat nergens op sloeg. Een of andere zesderangs bibliothecaris had mijn leven totaal verkeerd samengevat.’

De eerste druk van Komrijs befaamde Bloemlezing der Nederlandse poëzie bevatte slechts één gedicht van hem: O-derivaat (toen ik niets meer deed/ wist ik wie ik was/ van alle mogelijkheden/ nog het meest simon vinkenoog/ uit stilte ontstaan/ af- en aanwezig,/ warm en koud,/ waterpas//

Wat ik tot nader orde was,/ bekend en onbekend,/niet langer meer dan dat/ maar een en al oor/ in de wetenschap/ dat).

In de latere druk stonden er meer. Maar gebrek aan erkenning? Vinkenoog: ‘Ach, ik krijg genoeg erkenning dit jaar. Wat zou ik zeuren over al die voorgaande jaren?’ Erkenning, prijzen: ‘Het is allemaal buitenkant. Je moet als mens doorgaan met leven en ademen. En je blijven ontwikkelen op zes verschillende terreinen.’

Entertainment

Entertainment
Misschien is hij ook meer fenomeen dan dichter. ‘Ik weet dat ik deels entertainment lever. Niet erg, ik wil ook vermaken, zonder de last van de hele wereld op mijn schouders.’ Uitvinder van de orale poëzie in Nederland. Een performing poet. Hij voelt zich daarin verwant met Jules Deelder, wijlen Johnny van Doorn, of Bart Chabot. Herman Brood ook, met wie hij nog wel eens optrad. ‘We zitten allemaal aan de zelfkant, en daar is het veel interessanter. In de marge broeit en bruist veel meer dan in de hechte massa in het midden waar niks gebeurt.’

Entertainment
Tegenwoordig is hij veroordeeld tot zichzelf. Echte vrienden, Jan Vrijman, Opland, zijn hem ontvallen. Van de vijftigers van weleer ziet hij de weduwen Schierbeek en Lucebert nog wel eens. De overlevenden vormen minder een collectief dan destijds gedacht. ‘Alle barricades zijn tijdelijk’.

Entertainment
Sinds hij de befaamde bloemlezing Atonaal maakte, is Rudy Kousbroek, die tot zijn ontsteltenis ontbrak in de eerste druk, ‘de nagel aan mijn doodskist’. Ze spreken elkaar nog soms, ‘als beschaafde mensen’. Maar: ‘Ik heb hem weleens gezegd dat zijn grootste vergissing is geweest in Leiden te gaan wonen en niet in Amsterdam.’

Entertainment
Kameraderie is er nog wel onder de rebellen van toen. ‘Je hebt toch van alles met elkaar meegemaakt: bij elkaar gelogeerd, toestanden met vrouwen.’ Maar de geestelijke verwantschap is verdampt. ‘In een van zijn eerste gedichten keerde Campert zich tegen klein geluk. Tsja, wat is eigenlijk groot en klein geluk? En dan nu in gedichten terugkijken en zeggen: ‘Veel heb ik van mijn leven niet gemaakt.’ Dat vind ik jammer.’

Entertainment
Mistig mijmeren is aan hem niet besteed. ‘Ik kijk nooit terug met spijt. Dingen zijn gegaan zoals ze kennelijk gaan moesten.’

Entertainment
‘Hoogbegaafd, met een overduidelijke neurose’, constateerde de psychiater die hem uit militaire dienst zou houden. Vinkenoog: ‘Ik moest het verhaal van mijn leven schrijven; achttien helaas verloren gegane pagina’s. Toen ik ze terugkreeg, stond er met potlood onder: ‘Moeder!’ Ik was enig kind, werd vertroeteld door mijn moeder, in de oorlog zochten we beschutting bij elkaar.’

Entertainment
De oorlog, hij denkt er nog dagelijks aan, zegt hij. Geëmotioneerd: ‘Ik heb mijn beste vriendje zien weghalen, met zijn hele familie. Helmut. Vijf bedden deelden ze in een achterkamertje. Ik voelde me bij hen nog zekerder dan bij mijn eigen moeder.’

Entertainment
De hongerwinter was ‘het absolute nulpunt’. Koud, geen eten, enkel het grauwe niets. Geen wonder dat zijn eerste werk gekenmerkt werd door haat en agressie.

Entertainment
Parijs eind jaren vijftig, de tinteling en lachkicks van het eerste stickie daar, veranderde alles. En Django Reinhardt, de tweevingerige jazzgitarist met zijn Hot Club de France. Terug in Nederland belandde hij in de Leidsepleinscene, waar hij lsd leerde kennen. ‘Ik ging door wat je later noemde een rebirthing. Ik zat in mijn moeder en moest eruit. Als autodidact-freudiaan, zeg ik: dat is meteen het einde van die moederbinding.’ Sindsdien was alles anders: ‘Ik voelde me geïsoleerd in mijn jeugd, eenzaam en alleen gelaten. Dat heb ik binnenstebuiten gekeerd, denk ik.’ De haat verdween, en maakte hem tot een ‘maniakale optimist’, zoals Theo van Gogh het ooit omschreef.

Mysterie

Mysterie
Het mysterie van de taal heeft hem van kindsaf geboeid. ‘Mijn vader leerde Esperanto. Hij had van die blokjes met achtervoegsels en voorvoegsels, net als een leesplankje. Daar speelde ik mee als kind.’

Mysterie
Wanneer hij voor het eerst dichter was, dat weet hij niet. Wel herinnert hij zich hoe hij op zijn 17de op meisjes indruk trachtte te maken met gedichten. ‘Eenmaal ging een meisje met me mee naar huis. Ik was zo klungelig, dat ze even later huilend het huis uit rende. Maar daar had dat gedicht misschien niets mee te maken.’

Mysterie
Snuffelend in boekhandeltjes zag hij dat er meer was dan Dick Bos. Hij ontdekte Van Ostaijen, Marsman. ‘Groots en meeslepend wil ik leven’ – zinderende woorden die de dadendrang opwekten.

Mysterie
De huidige poëzie volgt hij nog. Hagar Peeters, die heeft hij van het begin af aan gevolgd en gewaardeerd. Esther Jansma, ook een goeie. De jonge, veelgeroemde Mark Boog daarentegen, ‘heeft mij nog niet getroffen’, Tonnus Oosterhof weer wel.

Mysterie
Pas laat in zijn leven begon hij open te staan voor de weemoed van bijvoorbeeld Bloem, maar het gaat hem uiteindelijk toch steeds weer om de ‘nieuwe toon’, waarin woorden en hun klanken nieuwe betekenis kregen.

Mysterie
Dan staat hij weer op, en legt een volgend, vergeeld boek op de stapel: Live to be 100, and enjoy it. Wijst met de vinger en leest voor: ‘Behoud een constant optimistische, positieve en constructieve geestelijke gesteldheid’. Dat kost mij geen enkele moeite. Hoe? Door te geloven in die scheppende vlam in ons. Schep vreugde! Dat kan.’

Mysterie
Doodsangst? ‘Daar heb ik geen tijd voor.’ Mocht het zover komen, dan weet hij: ‘Ik heb de weg geplaveid met boekjes die vast ooit vergeten zullen worden. Maar ik kan van elk boek met vuur verklaren waarom het er is. Het zijn geesteskinderen. Je hoopt toch dat wie ze gelezen heeft, er anders uitkomt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden