Binnenstad-blues

De frustratie bij de politie zit diep. 'Als je niks doet, ben je laf, doe je wel wat, krijg je het voor de kiezen', klaagt een Enschedese brigadier....

Opwinding in de koffiekamer. Een vrouw heeft gebeld. Haar vriend bedreigt haar met een mes. Agenten Natasha en Göksel rennen naar hun dienstauto. Met honderd kilometer per uur stuiven we door de bebouwde kom. Op kruispunten gaat het zwaailicht aan. De spanning stijgt. Er valt geen woord, behalve wat staccatomededelingen over de radio.

Het opgegeven adres ligt in een nette buitenwijk. Twee onder een kap, tuintje voor, tuintje achter. De deur staat open. Twee agenten zijn al binnen. Ze staan met de man in de keuken. Natasha en Göksel nemen de vrouw mee naar een slaapkamer boven. Ze is totaal over haar toeren.

Het huis is nog maar half ingericht. In de hal bungelt een kaal peertje aan het plafond, de kobaltblauwe vloerbedekking op de trap glanst van nieuwigheid. In het halletje ligt gereedschap. Naast het echtelijk bed staat een zonnekanon.

De vrouw is dik, hoogzwanger. Ze begrijpt het niet. Met geld van haar ouders hebben ze dit huis gekocht, er is een kind op komst en nu trekt hij het mes. Het is de drank, zegt ze. 'Morgen, als hij weer nuchter is, dan is hij een heel ander mens.' Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Kon hij maar van de drank afblijven.

In de keuken loopt de spanning op. De man bedreigt nu de agenten. Ze deinzen terug. 'Leg dat mes weg', zegt de voorste agent. 'Leg dat mes nou weg.' Opluchting als de man het doet. Het is een lang, smal keukenmes. 'Zullen we jou maar meenemen?' De man knikt. Zijn oogjes schitteren van de drank.

Shit, zegt Natasha op de terugweg. Waarom is die vent niet in behandeling? En waarom geeft ze haar vriend niet de bons? 'Maar wie ben ik om haar advies te geven.' Natasha is 21, vers van de politieschool. Ze woont nog bij haar ouders. De flodderige politiebroek en de blauwe trui flatteren het frèle meisjeslijf niet. Haar vriend vindt dat ze maar een raar beroep heeft. Zelf vindt ze het 'super afwisselend'. De 33-jarige Göksel haalt de schouders op. Hij loopt al een paar jaar mee. Akkefietjes als deze zijn voor hem routine.

Enschede. Honderdvijftigduizend inwoners, 250 agenten om ze te beschermen en in het gareel te houden. Een op zeshonderd. Een doorsneestad met doorsneecriminaliteit: inbraken, drugs, vechtpartijen, gestoorden. Ook een stad waar het geweld sterk is toegenomen. Het percentage burgers in de politieregio Twente dat slachtoffer werd van geweld, steeg tussen 1993 en 1997 van 3,6 naar 6,4, bleek onlangs uit een onderzoek. Daarmee was Twente de snelste stijger van Nederland. 'Zorgwekkend', aldus de autoriteiten.

Kale cijfers, zeggen de agenten. De werkelijkheid lijkt altijd genuanceerder, minder dramatisch. Als ze nadenken, klopt het wel. 'Het is een stuk agressiever geworden', zegt een hoofdagent. 'Ze drinken een bak bier, een snuif cocaïne erbij.' En dan de stad in.

Brigadier Jan (40) lacht zuur. 'Het geweld op het platteland neemt toe, las ik. Leuk om te horen dat ik op het platteland woon. We doen heus niet onder voor Amsterdam, of welke stad dan ook. Er gaat geen weekend voorbij zonder dat je met geweld te maken krijgt.'

Het is het probleem van alle steden, onderstreept chef binnenstad Jerry de Vries (43). 'Uitgaanscriminaliteit' is zijn term daarvoor. 'Er lopen te veel mensen rond die te veel zuipen en te veel snuiven. Soms staan ze ons gewoon op te wachten. Een teken des tijds.'

Zaterdagavond in de koffiekamer. De gezelligheid van een bedrijfskantine. Een kaal vertrek met blauwe vloerbedekking en tl-bakken. Een rond salontafeltje met stoelen, drie computers op tafels, een bar met een koffiezetapparaat, een tv-toestel dat de hele avond aanblijft en een prikbord met foto's van gezochten. De wachtcommandant heeft een eigen hokje, achter glas.

Languit op twee stoelen, de knie stoer opgetrokken, zit Margreet. Lang blond haar hangt in een paardenstaart op haar rug, haar wimpers zijn zwart van de mascara. Margreet is 20, van dezelfde lichting als Natasha. Ze hunkert naar actie. 'Dit zijn de mooiste avonden, dan gebeurt er tenminste wat.' Niet iedereen deelt haar voorkeur. 'Je hebt erbij die de hele tijd roepen: rustig aan, bakkie koffie.' Ze steekt zogenaamd een vinger in haar neus. 'Ambtenaren.'

Natasha en Margreet halen het gemiddelde omlaag. Enschede heeft een relatief oud korps. De doorsnee leeftijd ligt dik boven de 40. Het lijkt hier wel een bejaardentehuis, had afdelingschef De Vries gezegd toen hij acht maanden geleden binnenkwam, lacht een van de oudere agenten.

Zestien agenten hebben avonddienst. Met de auto draaien ze hun rondjes door de stad. Af en toe druppelen ze binnen voor koffie en een broodje. Bijna alle mannen hebben een snor. De gangbare haardracht is stoppels. Het gesprek gaat over werk en auto's.

'Groningen' ligt voor op ieders tong. Sinds de oudejaarsrellen daar, waarbij de politie te laat ingreep, krijgen agenten nog vaker een grote bek, zegt brigadier Robert (49). 'Jongeren lezen dat de politie niet optreedt en denken: dat kunnen wij ook.' Lafaards, kreeg Natasha naar haar hoofd geslingerd. 'Omdat ze met de stèrt tussen de benen zijn afgedropen.'

Begrip overheerst. 'Ik zou ook niet met een paar man in zo'n groep zijn gevlogen', zegt Robert, vader van twee kinderen. 'Ze moesten op de hoge heren wachten', bijt Natasha. Maar het tast wel het gezag aan, geven ze toe.

Wat in Groningen is gebeurd, is in Enschede uitgesloten, meent wachtcommandant Leen Lodder stellig. 'Als er wat gebeurt, heb ik zo twintig tot veertig man hier.' Die waren er in Groningen ook. Lodder: 'Het is me ook een raadsel waarom die niet hebben ingegrepen.'

Als onverwacht de pleuris uitbreekt, kan het overal misgaan, aldus brigadier Albert (53) in de meldkamer. Voor noodgevallen is anderhalf peloton ME oproepbaar. In theorie kunnen er binnen een uur 75 mensen staan. 'Maar je mag blij zijn als je de helft krijgt.' En reken gerust op twee uur. 'Tel daarbij op de tijd die het de driehoek kost een besluit te nemen. Ondertussen staat die meute daar.'

De ambulancedienst belt. Een jongen heeft gebeld met de vraag hoe hij zelfmoord kan plegen. Of de politie kan kijken? Albert stuurt twee agenten. Een uur later komen ze terug, met de jongen, zwaar onder invloed van drank en meer. Zijn onderarmen zitten vol sneden, zijn grijze broek is met bloed bevlekt. Hij wordt in een wachtkamertje gezet.

De zelfmoordpoging lijkt aanstellerij. Wachtcommandant Jan Boers (39) haalt er toch liever een arts bij. 'Ik ben hier niet voor opgeleid. Als er wat gebeurt, heb ik het gedaan.' Als de jonge vrouwelijke GGD-arts arriveert, ligt de jongen, die even daarvoor nog met zijn hoofd tegen de muur zat te bonken, languit op de vloer. Hij reageert nergens op. De arts haalt de ambulance erbij. 'Ik gok er niet op.'

Enschede heeft zijn 'Groningen' al gehad, zeggen Jan en Robert, al jaren een vast koppel. Twee jaar geleden waren in Enschede de 'Miro-rellen'. Jongeren crosten met sloopauto's op het terrein van een supermarkt. Het begon onschuldig, maar werd allengs groter en gewelddadiger. De politie wilde ingrijpen, maar van hogerhand kwam de opdracht eerst te praten. Dat haalde niks uit. 'Dat hadden we ze van tevoren ook wel kunnen zeggen.'

De politie keek toe, de baldadige jeugd voelde zich sterker worden. 'Als je als politieman zoiets moet toelaten, dan frustreert dat', zegt Jan. 'Dan zijn de verhoudingen zoek.' Pas toen er een Opel Vectra werd gestolen en aan flarden gereden, greep de ME in. 'Zover had het nooit hoeven komen.'

Jan en Robert horen bij het bureau binnenstad, dat het centrum onder zijn hoede heeft. Niet meer dan een vierkante kilometer, maar als er wat gebeurt, gebeurt het vaak hier. Vooral op de Oude Markt, hét uitgaanscentrum van Enschede, een en al kroeg rond een monumentale kerk.

De witte Ford Mondeo draait rondje na rondje door de binnenstad. Buiten sneeuwt het zachtjes. 'We blijven lekker in de auto', zegt Robert. 'Het is veel te koud.' Hij baalt. Hij heeft vanochtend een aanrijding gehad. Eigen schuld. De Mercedes kwam van rechts. Zijn Seat had geen schijn van kans. 'De hele zijkant zit in elkaar.'

Twee meisjes willen oversteken, het rode licht negerend. Robert stopt, Jan draait het raampje open: 'Gewoon wachten, dames.' Over de radio komt een melding van een meisje. Haar ouders, allebei dronken, zijn slaags geraakt. Collega's gaan erop af. Na het zoveelste rondje komen we even binnen. Rustig avondje, zegt Robert. Gelukkig maar, meent Jan.

Inspecteur Jan Willink (49), een bars type, klaagt. 'De collega's zijn niet meer zo fanatiek. Het initiatief wordt steeds minder. Vroeger kon er op zaterdagavond geen auto over straat rijden of hij werd stilgezet. Tegenwoordig moet je een agent de vouwen uit zijn broek rijden voor ze je aanhouden. Ze rijden een beetje rond, kijken de kat uit de boom. Niet vooruit te branden. Niemand steekt zijn nek uit.'

Afdelingschef De Vries kent de klacht. De agenten zijn te lang in hun auto blijven zitten. Ze moeten de straat weer op, zichtbaar onder de mensen zijn. Maar uit de auto komen, betekent werk en werk leidt tot een papierwinkel, klagen de agenten: rapporten schrijven, verantwoording afleggen. Daar zit niemand op te wachten. 'Veel mensen hebben hun bakje zo vol dat ze denken: ik blijf zitten, ik heb al werk genoeg.'

En als je eens kordaat optreedt, heb je zo een klacht aan je broek, moppert brigadier John (48). Zijn collega gaf laatst een lastige arrestant een schop. Iemand zag het en diende een klacht in over politiegeweld. 'Zo'n stapel papier', wijst hij met zijn hand op heuphoogte. 'En het moet allemaal beantwoord worden. Tot aan de ombudsman. Het is goed dat de politie gecontroleerd wordt, maar dat ze zo'n vent die alles aan elkaar lult, serieus nemen.'

De frustratie zit diep. Als je niks doet, ben je laf, doe je wel wat, krijg je het voor de kiezen. 'Wat je ook doet, je doet het nooit goed', meent brigadier Albert. 'Ik handel meer klachten af dan processen-verbaal', aldus inspecteur Willink. Hondengeleider André trekt zich er niks meer van aan. 'Als mijn collega's het maar goed vinden. De burger kan me gestolen worden.'

In elke organisatie circuleren verhalen die opgeslagen zijn in het collectief geheugen, als ankers van het eigen gelijk. In Enschede is dat het verhaal van de scooterjongen. Een jongen scheurt op een scooter het voetgangersgebied in. Een surveillant wil hem stoppen, de jongen maakt een schuiver.

De politieman wil hem overeind helpen. De jongen reageert woest. Hij geeft de surveillant de schuld van zijn val. Omstanders drommen om hen heen. De politieman, die net als de jongen een donkere huidskleur heeft, wordt uitgescholden voor racist. Uiteindelijk wordt hij ontzet door twee agenten te paard, die de jongen afvoeren.

Het verhaal komt keer op keer terug. Op wiens hand is de burger eigenlijk, vraagt inspecteur Boers zich af. 'Als ik vroeger wenkte, had ik zó hulp. Nu is het andersom. Ze keren zich tégen je', zegt hij verbaasd en verwijtend tegelijk.

Het draadglazen ruitje van het wachtkamertje is aan diggelen. Aan de scherven kleeft bloed. Hier zat de jongen die zijn vriendin met een mes bedreigde. Hij heeft het ruitje kapotgeslagen met zijn blote handen. De pees van zijn pink is door. Hij is op weg naar het ziekenhuis.

Even daarvoor waren twee Riagg-artsen nog bij hem. John doet ze na. 'Hij maakt op mij helemáál geen agressieve indruk, vindt u wel, collega. Toen ben ik maar weggegaan.' Op de vloer van het hokje ligt een plas bloed waarin een sigarettenpeuk drijft. De arts gaat volgende week met vakantie, hoorde John. Naar Aspen, Colorado.

Brigadiers John en Henk horen bij de ren. De boomlange John, die schildert in zijn vrije tijd, lijkt op een ex-marinier. Henk, gewapend met een imposante walrussnor, is er een. Twee vaderlijke types, monumenten van het Enschedese korps, aldus collega's.

'Ik hou ervan om relaxed dienst te doen', zegt Henk voor hij en zijn maat als laatsten de koffiekamer verlaten. Maar het is hem niet altijd gegeven. 'Een tijd terug sta ik op de Oude Markt. Er wordt een vrouw geslagen. Ik loop er heen en zeg: wat is hier aan de hand. tikt op mijn schouder, ik draai me om en word knock-out gemept. Daar zit je op mijn leeftijd natuurlijk niet op te wachten.'

Of het met leeftijd te maken heeft of niet, respect voor de politie lijkt soms weg, zegt John. 'Van alles krijgen we naar ons hoofd geslingerd. De Hitlergroet, ''kankerwout'', het is gewoon geworden.' De politie heeft het jarenlang over zich heen laten gaan. Agenten werden geacht een dikke huid te hebben.

Ze hebben het er zelf misschien ook naar gemaakt, oppert wijkagent Dick (53), de nestor van bureau binnenstad. 'De politie heeft zich te lang opgesloten in een machocultuur. Nu zijn we opener, tot praten bereid.' Dat die zachte aanpak watjes maakt van agenten, ontkent hij. 'Ze pakken het anders aan.' Maar er zijn er ook die liever een straatje omlopen.

In de jaren zeventig, weet inspecteur Boers, kon je er als politieman nog onbekommerd op los slaan. 'Daarna begon de praatcultuur. Maar het is doorgeschoten. We zijn te lang te tolerant geweest. Dat moet afgelopen zijn.'

'Het kan niet zo zijn dat een gewone politieman door een stelletje gajes wordt uitgescholden voor kankerwout en teringagent', meent ook zijn chef De Vries. 'Dat tast je gezag aan.' Nederland hoeft geen politiestaat te worden, onderstreept oudgediende John. 'Maar ik pas ervoor om me door een snotneus voor rotte vis te laten uitmaken.' Op een gegeven moment kun je er gewoon niet meer tegen, zegt een straatagent.

Enschede hanteert sinds kort een lik-op-stuk-beleid. Wie een politieman uitscheldt, wordt aangehouden, opgebracht en getrakteerd op een boete die kan oplopen tot driehonderd gulden. Het nieuwe beleid, ondersteund door justitie, wordt enthousiast uitgevoerd.

Natasha en Göksel arresteerden onlangs een foutparkeerder die Göksel tot vervelens toe uitmaakte voor 'flippo'. Toen hij werd gearresteerd, was hij totaal verbouwereerd. 'Ik deed toch niks, zei hij. Voor zoiets word je toch niet opgepakt.' Sinds kort wel dus.

De politie slaat terug. Aan de koffietafel vertelt André in geuren en kleuren hoe een collega onlangs iemand oppakte die hem uitschold voor kankerwout. 'André, zei hij, moet je eens kijken in hokje vijf. Die jongen had de hele kop kapot. Ik heb me tranen gelachen.' De rest lacht mee.

Later in de auto relativeert Robert het gebeurde. Het is geen beleid om er op los te slaan. 'Die man had het er zelf naar gemaakt. Het is ook echt niet zo dat hij in elkaar geslagen was.' De arrestant had een schram onder zijn neus en een blauwe plek op zijn jukbeen.

Robert, een zachtaardige huisvader, kan er wel om lachen. 'Natuurlijk heb je daar een beetje plezier in.' Ook hij heeft laatst een onwillige arrestant een paar tikken verkocht met de wapenstok. 'Geen zichtbaar letsel', schreef hij in het rapport. 'Dat kon je ook niet zien, want hij had een broek aan.' De blauwe plekken zaten eronder.

De gewonde messentrekker is terug uit het ziekenhuis. Hij wordt vannacht in bewaring gehouden. Gelukkig kan dat, zegt inspecteur Lodder. 'Omdat we hem bedreiging van een agent ten laste kunnen leggen. Anders staat ie zo weer op straat en wie garandeert mij dat hij zijn vriendin niet alsnog overhoopsteekt. Dat deugt toch van geen kanten.'

De jonge hoofdagent die de man binnenbracht, zit nog vol van de spanning. 'Ik had bijna geschoten. Ik had het klepje van mijn holster al los.' Daarna wint de stoerheid het van de zenuwen. 'Gelukkig maar dat het zover niet kwam. Anders had ik de hele nacht rapporten zitten schrijven.' Hij en zijn maat zijn driekwart van hun dienst kwijt aan dit ene geval.

Natasha en Göksel hebben het redelijk druk. Een - loos- inbraakalarm, een gevalletje van geluidsoverlast. 'Moet de politie daarvoor komen', zegt een jongen in een flat waar een feestje aan de gang is. Blijkbaar, zegt Natasha. 'Uw buren hebben ook gebeld, maar u deed niet open.'

Slaan is geen oplossing, zegt Göksel als we weer op de Oude Markt staan. Het is na tweeën. De eerste cafe's zijn dicht. De friettent op de hoek doet gouden zaken. Hij steekt een sigaret op. De atletische Göksel zit bij de Arrestatie Eenheid, een soort keurkorps. Hij kent collega's uit Arnhem, die de handjes los hebben zitten.

'Met praten kun je meer bereiken. Bovendien heb je zo een klap in je nek.' Een geinponem klopt op de autoruit. 'Ik wil jullie bedanken voor het veiligheidsgevoel dat jullie me geven.' 'Bedankt, en ook een fijne avond', zegt Natasha.

Twee dochters van Henk, die naast ons staat, komen langs voor een praatje. Tegen vieren gaan ook de nachtkroegen dicht. De politie is erbij met zeven patrouillewagens. Een blonde Poolse zeurt dat ze haar jas kwijt is. 'Sie moessen drinnen gehen', bromt Henk. 'Anders kriegen Sie es kalt.'

Een jongen maakt een lange neus en geeft in het voorbijgaan een klap op de auto. Lachend loopt hij naar zijn vrienden. 'Kom dan terug jongen', gromt John. 'Kom dan terug.' Hij loopt door. De nacht gaat als een nachtkaars uit. Dronken fietsers slingeren naar huis, een stelletje zit te zoenen in de vrieskou. Tegen vijven zoeken we de warmte van de koffiekamer weer op.

Even later wordt toch nog een tegenstribbelende arrestant naar binnen gesleept. 'Hij stond midden op straat te vechten', zegt hoofdagent Marco. 'Ik stuurde ze weg, maar hij bleef terugkomen. Toen heb ik hem meegenomen.' De jongen is in alle staten. Hij jammert luidkeels. 'Doe me dit niet aan. Mijn vader werkt hier, jullie hebben de verkeerde.'

Verder blijft het rustig. Niks zo onvoorspelbaar als politiewerk, zegt wachtcommandant Lodders. De ene nacht kom je aan eten niet toe, de andere keer val je bijna in slaap. De volgende dag wordt er iemand vermoord in Enschede.

Mac van Dinther

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden