Binnenkort ben je beter, jokken we

Het is de winter van 2006 en alvleesklierkanker vreet mijn Chinese schoonmoeder op. Haar gezicht is gereduceerd tot dun, geel vel over jukbeenderen. Ze heeft een prognose van drie maanden. Vanuit mijn veldbed kan ik haar net zien. Ik heb nachtdienst. Dat betekent waken en een beetje doezelen.

Desheng-gezondheidscentrum in Peking. Beeld Wassink Lundgren
Desheng-gezondheidscentrum in Peking.Beeld Wassink Lundgren

Voor mijn schoonmoeder zit een zacht einde er niet in. Niemand vertelt haar wat ze mankeert. Als ze het weet, weigert ze alle behandelingen, zeggen haar kinderen. Dan maakt ze er in één klap een einde aan. Voordat de kanker dat op een manier doet die veel pijnlijker, trager en duurder is.

De familie staat nu voor een dilemma van het allerakeligste soort. Of we vertellen ma eerlijk wat er aan de hand is, zodat ze afscheid kan nemen van haar leven, maar dan moeten we haar vervolgens afhouden van een rottige zelfgekozen dood. Of we laten haar onwetend, door te liegen en haar zinloos te laten behandelen, waarmee we haar lijden zo lang mogelijk rekken.

Haar zoons nemen het besluit: we gaan met de hele familie leven voor haar kopen, zoals dat heet. Daar is hulp van een arts voor nodig. In China komt hulp van vrienden en die maak je door ze op eten te trakteren. Dus onthalen we het medisch team op maaltijden, terwijl we van verdriet geen hap door de strot kunnen krijgen. Aha, de arts heeft een dochter van 8. Volgende keer een duur cadeautje voor dat meisje meenemen. Natuurlijk weigert de arts drie keer beleefd - terwijl hij alles opeet en aanpakt - maar ondertussen klikt zijn mentale telraam: hoeveel is deze familie waard?

Genoeg om ma met medisch gezag voor te liegen dat ze een maagzweer heeft. De nutteloze chemotherapie die haar dood kortstondig uitstelt, laat hij in neutrale flesjes overgieten. Dat is dan 'vitamine'. Ma geeft over na elk infuus. 'Dat komt omdat je een maagzweer hebt', lieg ik.

Bij duizenden gaan de euro's richting ziekenhuis. Elke ochtend om elf uur komt de rekening aan het ziekbed. Als er niet wordt betaald moet de patiënt voor twaalf uur het bed verlaten. 'Is die beter?' vraag ik mijn schoonzus, als de zieke in het bed naast ma zich in haar broek hijst. 'Nee, failliet.'

Doodgaan hoeft geen taboe te zijn, leren Chinezen

De keuze voor een waardige dood is omstreden in China. Het leven is heilig en moet zo lang mogelijk gerekt. Een levenstestament-beweging maakt het publiek voorzichtig bekend met palliatieve zorg. Lees hier de reportage van Marije Vlaskamp.

Geld - al doet het een heleboel - is niet het enige betaalmiddel. Wie vriendelijk, hartelijk, vrolijk en beleefd is verdient ook puntjes. Mijn schoonzus kreeg een preek van haar broers omdat ze even had gehuild, toen ma sliep. 'Dat is deprimerend voor andere patiënten. Wees vrolijk!' Dit is openbaar terrein, waar eigen emoties en meningen opzij worden gezet. Klagen is not done.

Ma zwelt op als een ballon omdat haar nieren niet goed werken. Arts Wang suggereert bloedproteïne. Met 30 euro per flesje te duur voor de gemiddelde zieke, dus dit ziekenhuis heeft het niet in huis. Er zit niets anders op dan een achterdeurtje bij andere ziekenhuisapotheken open te wrikken. Blijkbaar zetten andere families de achterdeurtjes betere etentjes voor, want we weten maar vijf flesjes te bemachtigen. Het spul werkt wel. Ma gaat zo goed dat ze geen 24-bezetting aan het bed nodig heeft. Binnenkort ben je beter, jokken we. We geven haar een mobiele telefoon.

Daarmee belt ze langdurig met de zwakste schakel in de liegende kinderschare. Dat ben ik. 'Wat heb ik nou? Waar heb ik kanker? Als je niets terugzegt weet ik dat het kanker is.' Ik mompel dat mijn Chinees te slecht is, terwijl ik haar donders goed versta.

Marije Vlaskamp. Beeld Marcel Wogram
Marije Vlaskamp.Beeld Marcel Wogram

Als ze bijna bezwijkt aan een bloedneus, maakt mijn hart een vreugdesprong. Maar de arts die we zo goed hebben omgekocht redt haar, tot iedereen aan het sterfbed zit. Inmiddels is ze te zwak om zelfmoord te plegen, dus mag ze eindelijk weten dat ze kanker heeft.

Ze vraagt om morfine voor dat laatste stukje. Volgens arts Wang gaat ze dan misschien eerder dood, dus wordt het paracetamol, ondanks dat ze ligt te creperen van de pijn. Mijn westerse hart breekt. Ik heb zo veel mogelijk leven voor haar gekocht. Ik heb niet in het openbaar gehuild. Ik heb overtuigend gelogen. Maar nu kan ik de cultuurverschillen niet meer aan. Ik neem afscheid van dat arme getergde lichaam en ga naar huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden