ANALYSETweede Kamer

Binnenhof worstelt met de plotselinge leegheid van de politiek

Het Binnenhof is in de greep van een politieke lockdown. Kwesties die drie maanden geleden nog van levensbelang leken, zijn verdampt. Corona veegt bijna al het andere aan de kant. Geen wonder dat menig politicus worstelt met zijn eigen betrekkelijkheid.

De fractievoorzitters Wilders, Baudet, Asscher en Klaver in debat met premier Rutte over de aanpak van het coronavirus.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Politiek is een gevoel. Opwinding in de lucht, kruisende belangen, sluimerende onvrede die een uitweg zoekt. Er wordt gesmoesd, toevallige gesprekjes hebben verstrekkende gevolgen. Er wordt gelekt, gemanipuleerd, geschoven met agenda’s zodat de aandacht uitgaat naar wat in het licht moet staan en de rest aan het zicht wordt onttrokken.

Dat gevoel, en de wisselingen in temperatuur die daarbij horen en die zorgen dat het Binnenhof oververhit kan raken waardoor kwesties kunnen losschieten en in een stroomversnelling raken – dat gevoel is weg. En dat al zeven weken lang.

Er is een ritueel voor in de plaats gekomen. Elke week een coronapersconferentie, een technische briefing om kennis te delen, een coronadebat. Alleen de wekelijkse persconferentie na de ministerraad heeft standgehouden. Mondjesmaat worden wat commissievergaderingen gehouden, een fractie van wat gebruikelijk was, en alleen als de inhoud ervan verband houdt met corona. Dus wel over steunmaatregelen voor culturele instellingen, of de doorstart van het onderwijs,maar niet over de stikstofmaatregelen, de uitbreiding van het bevallingsverlof, de toeslagenaffaire bij de belastingdienst of het naar Nederland halen van jonge vluchtelingen uit Griekenland.

Waarom neemt de regering volop maatregelen om de lockdown geleidelijk te versoepelen, maar lijkt er niemand bezig het parlement te ontdooien? Wie hebben er eigenlijk baat bij deze democratische lockdown, en voor wie is dit rampzalig?

De winst van de leider

Eerst maar eens kijken wie er politiek-technisch gesproken nu op rozen zit. De eerste grote winnaar laat zich gemakkelijk aanwijzen. Dat zijn de kennisinstituten, het schild van deskundigen rond de regering. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat boze boeren met hun tractoren optrokken naar het RIVM in Bilthoven, omdat dat instituut stikstofmetingen zou manipuleren.

Datzelfde RIVM heeft nu, een half jaar na dato, een haast onaantastbare positie als sturend adviseur van de regering. Discussies over data zijn er amper en andere stemmen lijken pas de laatste dagen door te dringen tot de top van de regering.

In de slipstream van het RIVM heeft Mark Rutte een zelfde graad van onaantastbaarheid verworven. Zijn populariteit is volgens de peilingen ongekend groot. De waardering loopt door de partijgrenzen heen, een besef dat door de aanstelling van PvdA’er Martin van Rijn tot minister van Medische Zorg nog versterkt wordt. Rutte heeft een buffer voor nu de regeringsaanpak een meer politieke lading krijgt, en de strijd tegen het virus verandert in een afweging van onverenigbare belangen. Het opgebouwde krediet zal nog goed van pas komen.

Rutte dankt zijn populariteit aan het feit dat de gedeelde belangen groot zijn: het virus moet onder controle komen en blijven, daarover is iedereen het eens. Met als gevolg dat we in een quasi-presidentieel systeem zijn beland, waarbij veel spoedwetgeving zonder debat is doorgevoerd in een voor Nederland totaal ongebruikelijke eenstemmigheid.

De spagaat van de oppositie

Als de saamhorigheid in het aangezicht van de gemeenschappelijke vijand zo groot is, is er amper mogelijkheid om je in politiek opzicht te onderscheiden. De beste kansen liggen nog door te verwijzen naar beleid uit het verleden, toen flink bezuinigd is op de zorg. Dat is de weg die de SP zoekt. Ook blijft het mogelijk, zoals PVV en Forum voor Democratie doen, de kwaliteit van de wetenschappelijke ondersteuning in twijfel te trekken. Zij trekken ook de kwaliteit van de logistiek in twijfel: waar blijven de mondkapjes? Waarom zitten onze ouderen opgesloten? Het zijn vooralsnog niet meer dan krasjes op het pantser van saamhorigheid.

In het aangezicht van de pandemie vallen veel concurrentiemogelijkheden weg. Dat geldt voor mensen maar even zo goed voor de politiek. Politici worden met hun betrekkelijkheid geconfronteerd, niet zij maar het ongemak regeert. Is dit het moment om een nummer te maken van de uitkoop van varkenshouders of de pensioenregeling voor politiemensen? Moeten we het uitgebreid gaan hebben over de eventuele toetreding van Albanië tot de EU als onze manier van leven op het spel staat? Kwesties die drie maanden geleden van levensbelang leken, zijn verdampt. Zelfs voorheen zeer omstreden besluiten over de stikstofuitstoot en het klimaatbeleid kwamen opeens uit de ministerraad zonder dat ze veel parlementaire opschudding veroorzaakten.

De Kamer weet zich geen raad en zit zodoende op de handen. Alleen brisante affaires zoals het bombardement op Hawija of de staatssteun aan de KLM halen de Kameragenda. Al het andere moet wachten. Alle verhoudingen liggen ook nog eens overhoop. Als een regering met daarin VVD en CDA, de partijen die van oudsher als haviken de staatskas bewaken, zonder met de ogen te knipperen 94 miljard euro uittrekt om de gevolgen van de virusuitbraak te bestrijden – terwijl dezelfde partijen drie jaar op de rem stonden bij het verzoek om enkele honderden miljoenen euro’s meer voor het onderwijs – weet je dat niets meer hetzelfde is.

De uiteindelijke krachtmeting

Dan kun je reageren zoals GroenLinks doet. Dat nog eens zijn eigen verkiezingsprogramma doornam en daar vijf ideeën voor de toekomst uit destilleerde. Of zoals PvdA-voorman Lodewijk Asscher, die in een essay zijn ‘samenleving na corona’ schetst. Ooit gaat het niet meer over mondkapjes en ic-bedden, maar over het antwoord van de politiek op alle vragen waar het virus ons voor plaatst: moeten we ons zo veel verplaatsen als we voor de pandemie deden? Krijgt iedereen wat hij verdient? Moeten we onze weerbaarheid vergroten? Kortom, is de samenleving ingericht zoals we willen?

Elke partij zal zich in de komende weken en maanden op dergelijke vragen moeten voorbereiden. Al is het maar omdat dit de vragen zijn die veel burgers zich stellen. Volgend jaar maart zijn er Tweede Kamerverkiezingen; de verkiezingsprogramma’s moeten nu worden geschreven.

De doorstart van de democratie kan niet lang meer op zich laten wachten.

De 1,5 meter-democratie in de praktijk

Op maandag 16 maart ging het parlement ‘dicht’. De Kamerleden werken zo veel mogelijk thuis. Dat blijft niet zonder gevolgen. Ruim tweehonderd activiteiten, van debat tot hoorzitting en werkbezoek, werden verdaagd.

Wie weet komt het er ooit nog van. Of niet, en dan verdwijnen ze naar de eeuwige lijst van voorgenomen debatten waar ook nog steeds een ‘spoeddebat’ over de aanslag in Utrecht, maart 2019, op staat. Zoals ook het debat over de 100 kilometer per uur als maximumsnelheid op de snelweg, ingevoerd op, jawel, 16 maart, plots is verdampt.

In het licht van de coronacrisis kijken veel Kamerleden met dichtgeknepen billen naar de gebeurtenissen. Ja, de maatregelen van het kabinet kunnen op brede steun rekenen. Of het nu om het nationale huisarrest gaat of de steunmaatregelen voor bedrijven en zelfstandigen. Alles is tot nu toe zonder morren door Tweede Kamer en Eerste Kamer goedgekeurd. Hier en daar is een eerste spoor van spijt hoorbaar. Sommige bedrijven die steun krijgen, keren gewoon dividend uit aan aandeelhouders of bonussen aan de top. Andere bedrijven zijn wel erg creatief geweest met belastingontwijking. Hadden er geen voorwaarden moeten gesteld aan de staatssteun, zoals Denemarken dat doet ?

Het is de opmaat voor een vervolgdebat als de steunmaatregelen eventueel verlengd worden. Het eerste pakket geldt tot juni. Als daarna steun nodig is, kan het pakket worden uitgebreid. Maar dan moet dat weer langs het parlement. Dan komen aanvullende eisen aan de orde.

Videovergaderen, waarom niet?

Ondertussen heeft het parlement vrijwel onopgemerkt een paar noodwetten goedgekeurd. Van de tijdelijke digitale afhandeling van rechtszaken tot de mogelijkheid om digitaal te vergaderen op lagere bestuurlijke niveaus: het was allemaal in een handomdraai geregeld.

Alleen heeft het Binnenhof zichzelf daarbij overgeslagen. Waar blijft het vergaderen via videoverbinding in de Tweede en Eerste Kamer? Daar woedt achter de schermen een felle strijd over. De Eerste Kamer vroeg advies aan de Raad van State, of videovergaderen mag. De Grondwet sluit het niet uit, dus het kan, stelt de Raad. In de Tweede Kamer vinden sommige fracties het wel een moderne, praktische oplossing nu samenscholingen niet wenselijk zijn. Sommige commissies van de Tweede Kamer vergaderen al met videoverbindingen.

Toch is er een principieel probleem. Bij plenaire vergaderingen in de Grote Zaal moet een quorum van Kamerleden aanwezig zijn in het Kamergebouw – minimaal de helft van het aantal leden plus één, dus 76 Kamerleden. En na een plenair debat kan gestemd worden. Over moties wordt meestal een paar dagen later gestemd, maar een motie van wantrouwen komt meteen na een debat aan de orde. Ook kan er altijd om een hoofdelijke stemming worden gevraagd. Dan vinden de partijen het fijn als al hun Kamerleden er zijn, of ten minste zoveel mogelijk. Want elke stem telt nu de coalitiefracties maar 75 leden hebben – precies de helft.

Angst voor toevallige minderheid

Om ongelukken met toevallige meerderheden te voorkomen zijn er vrijwel geen plenaire debatten. Eigenlijk alleen over de stand van zaken in de coronacrisis. Alle andere debatten worden naar commissievergaderingen gedelegeerd, tot aan de miljardensteun aan KLM aan toe.

De Tweede Kamer blokkeerde intussen nog wel een brutaal verzoek van het kabinet. Kamervoorzitter Arib vroeg het kabinet welke voorstellen spoedeisend zijn en dus voor de zomer behandeld zouden moeten worden. Daarop stuurde het kabinet een lijst met 89 wetsvoorstellen waarvan een groot deel nog niet eens was ingediend bij de Kamer. Daarna dikte het kabinet de lijst in tot 33. De commissies hebben besloten alleen de voorstellen op te pakken die al zijn ingediend.

Die zullen de komende weken in commissievergaderingen worden afgehandeld. Vooral na 11 mei, als het meireces formeel eindigt. Na de ingebruikname van de oude vergaderzaal, die dienst deed tot 1992, zijn dan drie zalen beschikbaar waar Kamerleden, pers en publiek op voldoende afstand van elkaar kunnen zitten. En natuurlijk de plenaire zaal, al zal die mondjesmaat gebruikt worden. In theorie kunnen per zaal drie vergaderingen worden ingeboekt – ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Dat gaat niet gebeuren omdat tijdens maar zeker na afloop een schoonmaakploeg door de vergaderzaal moet. En het Kamerpersoneel kan dat niet in vier vergaderzalen tegelijkertijd doen.

Voorlopig blijft het behelpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden