Binnen & Stad

St. Louis is een flinke stad midden in Amerika en midden in St. Louis zou je zoiets als een centrum verwachten, een magisch middelpunt waar de mensen samenkomen om te eten, te dansen en zakken te rollen....

Zelf zit ik ook in een auto; ik word van straat naar straat gereden door een vriend die hier opgroeide. 'En dit is nog steeds de binnenstad?', vraag ik ongelovig en hij knikt. Ja, Inner City.

Ik ben eerder in Detroit geweest waar hartje stad ook zoveel betekent als kaalslag, krater, oorlogsgebied, en ik ken andere Amerikaanse steden die doen denken aan Rotterdam, vlak na het bombardement. Maar het went niet; de Hollander in mij blijft hardnekkig geloven dat het centrum van een stad een levendige plek is en hoe centraler in dat centrum, hoe leuker het hoort te worden.

Vriend wijst ondertussen jeugdherinneringen aan en dat gaat zo: 'Hier is. . . hier was de kerk, waar ik met mijn ouders naar toe ging.'

Waar woonde ze nou? Het huis van tante M. moet ergens daar hebben gestaan, zo'n beetje bij dat autowrak.'

Er komt nog heel wat verbeeldingskracht bij kijken, hij moet veel zelf verzinnen. Sommige gebouwen zijn niet verdwenen maar afgetakeld, raamkozijn voor raamkozijn. Ooit moeten het rijtjeshuizen zijn geweest en nu rest er nog één midden op een vlakte waar honderdduizenden voetstappen moeten liggen, maar waar op dit moment niets meer staat.

Het is niet zo dat we de verwording aanschouwen van wat ooit stadsvilla's waren, parken en tennisbanen. Dit is altijd een arme wijk geweest, een zwarte wijk waar ze zich behielpen met een extra matras op de grond en poffen bij de winkel op de hoek. Voor alle duidelijkheid: ook toen stelde die hoek weinig voor en moest de rekening voor het einde van de maand worden betaald. Ot en Sien hebben hier nooit gewoond. Ik geloof dat we in Nederland van 'achter het spoor' spreken, 'rooie buurt', iets dergelijks.

En hoewel dat soort buurten weinig allure te verliezen heeft, is er een moeilijk te omschrijven kwaliteit die wel degelijk verloren kan gaan. Ik bedoel nog niet eens dat er dertig jaar geleden piepkleine gazons hebben gelegen die moesten worden bijgehouden; postzegels van gras waar vader en zoon een weekend lang ruzie over konden maken. En kapotte auto's hebben hier altijd op straat gestaan, alleen lag er dan iemand onder en reed het ding de volgende dag naar de kerk en de schoonfamilie.

Er is dus een tijd geweest dat mensen het niet krankzinnig vonden om hier, in deze omgeving die nooit een belofte in zich droeg, erven aan te harken en stoepen te vegen. Er werden kinderen in witte gesteven hemden gehesen en die liepen dan naar school, dwars door de modder die er toen ook al lag. Hier heeft altijd de oorlog gesluimerd, maar je kon her en der witte vlaggen vinden, tekenen van weerstand en vastberadenheid.

Er is nog een taartpuntje van over. Vriend moet nu heel ingewikkeld manoeuvreren, want de gemeente heeft een ingenieus eenrichtingsplan ontwikkeld om de junkies te ontmoedigen die af en aan rijden naar de crackhuizen. Het heeft ontegenzeggelijk gevolgen gehad, vooral voor die niet-junkies: die kunnen hun huis alleen nog bereiken door achterwaarts hun eigen straat in te rijden.

En midden in de woestijn stuiten we op een oase. Als ik 'woonerf' zeg, moeten de biels en de gemeentelijke groenvoorziening er niet bijgedacht worden: de straat is voor verkeer afgesloten met behulp van olievaten, en aan weerszijden bevinden zich huizen die een ongehoorde aanblik bieden; ze wekken de indruk van bewoning. Gordijnen in plaats van spaanplaat. Huisnummers. Deze mensen kunnen post ontvangen en aan onbekenden hun adres geven. Ook zonder hulp van buren zijn ze traceerbaar, ze bestaan niet alleen echt maar ook nog eens op papier.

Er is zelfs iemand zo overmoedig geweest een kerststukje te bevestigen aan de tralies die hier standaard als buitendeur dienst doen. Een paar takken met een rood lint. De Hema zou het niet in de verkoop willen hebben. Maar wat een bovenmenselijke krachtsinspanning moet het hebben gekost om met die versiering in de hand naar buiten te lopen, en met plakband in de weer te gaan zonder in een homerisch lachen uit te barsten. Want er kleurt hier weinig bij een rode strik.

Vriend vertelt dat hier vroeger de onderwijzers woonden die getrouwd waren met verpleegsters, die weer kinderen kregen van wie het niet uitgesloten was dat die later advocaat zouden worden. Credits to their race, SDAP'ers van het gekleurde volksdeel die geloofden in volharding en verheffing. Vriend werd aangemoedigd om hier te spelen. Men bezat er piano's.

Ook toen moet het al een enclave zijn geweest van weldaad en bescheiden welstand, maar nu is het contrast met de rest van de buurt tot hysterische proporties uitgedijd. Ik geloof dat ik nooit verbaasder ben geweest om plantenbakken achter ramen aan te treffen. Na een half uur rondrijden leek het me een bericht uit het buitenaardse.

We gaan nu links, links, rechts, en stoppen bij de Charles Summer Highschool, een van de oudste zwarte scholen in het land. Nooit een liefelijk gebouw geweest, wel imposant: zelfs na zo veel jaren, zegt vriend, is het niet plotseling geslonken nu zijn verbeelding oog in oog staat met de realiteit. Met een beetje goede wil kun je er nog de trots van aflezen die de oprichters moet hebben bezield toen ze de eerste leerlingen konden inschrijven.

De openingsceremonie werd bijgewoond door de gezaghebbendste negerwoordvoerders uit het hele land. Deze mensen waren gespecialiseerd in wat Stanley Crouch omschrijft als 'tragisch optimisme'; het soort koppigheid dat niet terugdeinst bij tegenslag, maar er min of meer op rekent.

Weer was een stap gezet op de weg naar burgerrechten en algehele emancipatie. De stenen moeten ervan hebben geglommen.

Dertig jaar geleden was het een probleem om op die school te komen, want zwarte kinderen in overvloed en maar weinigen waren uitverkoren. Nu is het lastig om er überhaupt binnen te komen. Zowel de hoofd- als de zij-ingang is uitgerust met metaaldetectors, en die maken overuren.

Vriend vertelt over zijn Franse lerares van vroeger. Zij bood uitzicht op een ander leven, alleen al omdat ze een taal sprak die zo anders en uitbundig klonk dat het leek of ze voortdurend zwaaide met witte vlaggen.

Ze was ook de enige blanke op die school, en voor veel leerlingen was dat de eerste lijfelijke ontmoeting met die vreemde mensensoort. Vriend herinnert zich de vragen toen hij een weekend bij haar had gelogeerd: 'En hoe slapen ze dan, those white folks? En eten ze 's ochtends ook griesmeel, net als wij?'

We wachten nog even, alsof er iets stichtelijks moet gebeuren, maar er is geen flinke zwarte jongen die erover peinst om met een arm vol boeken en een rechte rug over het schoolplein te wandelen. En dan rijden ook wij weer terug naar de buitenwijk, waar ze een antiseptisch centrum hebben nagebootst, compleet met restaurants en bars, maar zonder bedelaars.

Het is ook de buurt waar de kinderen van de onderwijzers wonen van wie het merendeel goed terecht is gekomen; namelijk hier. De onderwijzers zelf zijn er uiteindelijk naar toe verhuisd.

En het centrum werd prijsgegeven aan de marge.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.