InterviewEdith Kwaspen

Binnen een dag verloor Edith beide ouders aan corona: ‘Het bood veel troost dat ze op dezelfde dag gingen’

‘Ik kom nu, maanden later, nog steeds mensen tegen die in shock zijn.’Beeld Linelle Deunk

Edith Kwaspen (52) verloor binnen een paar uur haar beide ouders aan corona. Ze lagen in het ziekenhuis. ‘Mijn vader zei: ‘Er mag één iemand komen, dat gaan we niet doen. Anders moet ik kiezen wie er komt, jij of je zus.’

Wandelen over de boulevard van Oostende voelde zo ­anders dan vroeger. Die drukte alleen. De een hield afstand, de ander niet. ‘Waar is het respect naar ­anderen toe?’, vroeg Edith Kwaspen zich soms af. ‘Met de ene wandelaar had je oogcontact, dan nam je een boogje. Anderen liepen gewoon door, zonder te kijken. Wie nieste op een terras, werd bijna weggekeken.’ Na een paar dagen keerden zij en haar man terug naar huis, naar het Brabantse Budel. Vakantie in de tuin.

‘Het leven wordt nooit meer helemaal normaal, door wat corona heeft gedaan.’ Kwaspen verloor in maart haar ouders op één dag aan de gevolgen van het virus. Ze nam telefonisch afscheid. Dan is het moeilijk om ­velen een paar maanden later te zien doen alsof er niets aan de hand is. ‘Mensen, waar is jullie verstand?’, denkt ze af en toe, als de anderhalve meter weer iets van vroeger lijkt. 

Ze twitterde over de demonstratie op de Dam, op 1 juni: ‘5.000 mensen op de Dam. Hoe respectloos naar de 5.962 coronadoden (bron 1-06-2020, RIVM) en hun families. Geen woorden voor.’

Ze wil niet op een aardappelkistje staan om te waarschuwen, want ze is geen specialist. Al volgt ze veel virologen en ontwikkelingen rond het virus nauwgezet. ‘Ik heb het kaf van het koren gescheiden op social media.’ Ze ziet nieuwe lockdowns. Groeiende besmettingscijfers wereldwijd. Een mogelijke tweede golf in het najaar. ‘Desastreus. Onderschat het virus niet. Het is geen griepje.’

De bronvermelding in haar tweet over de Dam zegt iets over haar karakter. Kwaspen (52) is nauwkeurig en nuchter. Ze leidt rond door de bedrijfsruimten van Prowise in Budel en toont ambitie. Met een kwinkslag: ‘Als Elon Musk straks scholen neerzet op Mars, willen we dat daar onze schermen staan.’ Ze is directielid van een bedrijf dat digitale schoolborden ontwikkelt en fabriceert en verwijst naar een boek van voormalig topman Mo Gawdat van Google, om optimisme te halen uit moeilijke tijden.

Ze wil best vertellen over de impact van het sterven van haar ouders Jan (79) en Nelly (74) Janssen, over de steun van haar ‘fantastische gezin’ en de afleiding die werk biedt. Alleen: ze controleert haar emoties. ‘Mensen verwachten een wrak, maar dat ben ik niet. Mijn ouders zouden ook hebben gezegd: ga weer werken. Ik kom uit een ondernemersgezin.’

Ze werkte als jongere uren in de technische groothandel van haar ouders in Weert. Schroefjes tellen. Inventariseren. ‘We verkochten gereedschappen en automaterialen. Na het besluit van het ministerie tot basisvorming richtten wij de technieklokalen in het basisonderwijs in. Elke school kreeg 30 duizend gulden (13.500 euro). Ik deed de binnendienst en marketing. We verkochten alles uit het verplichte lespakket, van gereedschap tot technisch Lego en een pc. Het was zeer succesvol. Op een gegeven moment was de markt verzadigd.’

Via een tussenstap kwam ze bij Prowise terecht. Het bedrijf ontwikkelt en fabriceert digitale schoolborden en is in elf jaar gegroeid naar 220 personeelsleden. Ze demonstreert een bord aan de muur. ‘In ons bord zit ontzettend veel technologie.’ Ze is als directielid verantwoordelijk voor custom experience. ‘Ik weet wat we ontwikkelen en of dat aansluit bij de wensen van de klant. Ik ben ambassadeur en aanjager, om tevreden klanten te krijgen en te houden.

‘We liepen voor corona al voorop in de digitalisering van het onderwijs. In de covidperiode merkten we dat het onderwijs 180 graden moest draaien. Digitalisering, ook van het onderwijs, staat in Nederland op een veel hoger niveau dan in omringende landen. Toch moest het onderwijs om, van het klassikale zenden en een lichte vorm van interactie naar het op afstand aansturen van leerlingen. We hebben veel scholen kunnen helpen in de verdere digitalisering. Leraren die liever met een krijtbord werken, hadden nu geen keus.’

Het bedrijf draaide op volle toeren toen haar ouders ziek werden. Corona was nog vrij onbekend. ‘Ze woonden nog thuis, in Hamont, net over de Belgische grens. Vermoedelijk zijn ze geïnfecteerd door iemand van de thuiszorg die voor mijn vader kwam. Mijn ouders moesten twee weken in preventieve quarantaine. Dat betekende letterlijk: deur op slot, op het moment dat ook de Belgische grens dichtging. Mijn zus en ik kregen vrijwaring zodat we naar hen toe mochten. Eten door de voordeur schuiven, op afstand zwaaien. Deuren gauw dicht. Ze waren in één keer helemaal op elkaar aangewezen.

‘Achteraf bleek dat ze allebei geïnfecteerd waren. Mijn moeder werd echt ziek. Dat hadden wij niet zo door. We hadden meestal vader aan de telefoon. Hij was een enorm positieve man die de gelederen gesloten hield. Hij hoestte flink, maar hij had COPD, een chronische longziekte. Opeens kwam hij niet meer uit zijn woorden. Toen gingen alarmbellen af en belden we de huisarts. Het was nog helemaal in het begin van de ­covidperiode. Koorts was de graadmeter. Die temperatuur maten ze zelf. Iedere dag kregen mijn zus en ik een update dat ze geen koorts hadden. Alleen de thuiszorg kwam nog, voor mijn vader.

‘Binnen een half uur na het belletje met de huisarts stond de ambulance voor de deur. Ze zouden allebei worden meegenomen voor onderzoek, in Overpelt. Bij mijn moeder werd meteen corona vastgesteld, bij mijn vader de volgende dag. Twee dagen later kregen we een telefoontje dat mijn vader de avond niet ging halen. Het ging van stabiel naar slecht. Mijn moeder lag op de ic, mijn vader op een andere covidafdeling. We hebben telefonisch afscheid genomen van mijn vader. Het gezin van mijn zus en mijn gezin.’

Ze vertelt rustig, chronologisch, met gecontroleerde emotie. ‘Mijn vader zei: ‘Er mag één iemand komen, maar dat gaan we niet doen. Anders moet ik kiezen wie er komt, jij of je zus. En ik wil niet dat jullie samen uitvechten wie er naar mij toe mag.’ Dat voelde wel fijn, dat hij de keuze voor ons maakte.

‘In zo’n laatste gesprek probeer je alles te zeggen wat in je opkomt. Hij was helder. De artsen zeiden dat hij de avond niet ging halen. Wij moesten dat aan onze moeder vertellen, die aan de andere kant van het ziekenhuis lag. Dat viel heel zwaar, want je kunt het verdriet niet delen. We hebben nog geprobeerd ze bij elkaar te krijgen. Ze hadden allebei corona. Laat ze dan bij elkaar voor een laatste groet, een kus. Maar er mocht geen afdelingsoverschrijdend contact zijn. En mijn moeder kon niet van de zuurstof af.

‘Ik constateerde enkele weken na het overlijden van mijn ouders dat in sommige ziekenhuizen palliatieve kamers waren ingericht, waar je afscheid kon nemen. Die fase hebben wij niet meegemaakt, daarvoor was ­corona nog te onbekend ten tijde van het overlijden. Ze hebben elkaar mogen bellen. Dat waren hun laatste woorden tegen elkaar. Uiteindelijk is mijn vader nog 24 uur wakker geweest en is hij in slaap gevallen. Hij leefde nog twee dagen.’

Achteraf hadden jullie hem allebei nog kunnen bezoeken?

‘Zaterdag zou zijn laatste dag zijn. Toen zagen we dat hij zondagmorgen nog online was geweest op de app. We zeiden tegen de verpleging dat we veel foto’s zouden sturen, zodat we toch met zijn allen dicht bij hem konden zijn. We kregen bericht terug dat pap het fijn vond, maar dat hij zaterdag van iedereen afscheid had genomen. Het was goed zo. Hij is maandagavond overleden.

‘Over mijn moeder kregen we maandag een telefoontje dat het snel achteruitging. Voor haar was ook geen verdere behandeling meer mogelijk, terwijl we dachten dat het best goed ging. Toen hebben we om de beurt met mijn moeder gebeld. Goede gesprekken, ook over mijn vader. Mijn moeder is drie uur later overleden, eerder dan mijn vader. We lieten de verpleging tegen mijn vader zeggen: ga maar achter mam aan. Hij wist niet dat zij er zo slecht aan toe was. Hij zei in één van zijn laatste gesprekken: ik ben niet bang om dood te gaan, maar zorg goed voor mam.’

Heb je vrede met het afscheid, al was het dan niet fysiek?

‘We hadden anders gewild, maar we hebben er alles uitgehaald. Het was prima zo. Het bood veel troost dat ze op dezelfde dag gingen. Het telefoontje dat mijn vader ook was overleden, 4,5 uur na mijn moeder, was bijna een opluchting. Want we waren al sinds zaterdag verdrietig.

‘De begrafenis was alleen met onze twee gezinnen, met zijn negenen. Bijna iedereen die we wilden uitnodigen, zat zelf in een risicogroep. We wilden niet kiezen. De coronamaatregelen hebben de keuzes voor ons gemaakt. Niet makkelijk, maar we hebben er geen seconde spijt van. Het was heel intiem en heel bijzonder. Een afscheid helemaal van en door ons.’

Beseffen jullie hoe bizar alles is verlopen?

‘Ja. Dat merkten we vooral aan reacties. Niemand kon het geloven. Wij leefden in een bubbel met zijn negenen. Onze kinderen zijn 26 en 23. Onze dochter heeft kaarten ontworpen, onze zoon heeft veel aan het adressenbestand gedaan, want er lag niets klaar. Daarna traden we een beetje naar buiten. Iedereen buiten die bubbel stond nog aan het startpunt. Niemand kon ons in het begin ­komen condoleren. Niemand kon je omhelzen, een knuffel geven, een hart onder de riem steken. Terwijl de behoefte aan de andere kant groot was om medeleven te ­tonen. We kregen ontzettend veel bloemen, honderden kaarten en prachtige brieven. Mensen leefden enorm mee. Zo fijn.

‘Ik kom nu, maanden later, nog steeds mensen tegen die in shock zijn. Dan moet ik soms oppassen niet te kort door de bocht te gaan, want ik ben al drieënhalve maand verder. Zij zien mij voor het eerst. Het is ook niet erg om elke keer hetzelfde verhaal te vertellen. Iedereen had een andere band met mijn ouders, telkens is er een ander perspectief.

‘Onze ouders waren nog lang niet klaar om te vertrekken. Ze hadden het fantastisch samen. Hun overlijden in deze bizarre tijden heeft ervoor gezorgd dat wij met de twee gezinnen, met zijn negenen, heel fijne cohesie hadden in die dagen van het overlijden, en in de weken en maanden daarna. We kijken terug op een bijzondere periode, ondanks het grote gemis en verdriet.’

Op de dag dat het RIVM nul doden meldde, stierf verpleegkundige Boy Ettema aan corona
Boy Ettema, een chirurgieverpleegkundige die op de covid-afdeling werkte, was gezond, fietste veel, had geen overgewicht en was pas 42 jaar oud. Toch overleed hij aan corona, op de eerste dag dat het RIVM nul doden meldde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden