Reconstructie

Binnen de New York Times is een felle richtingenstrijd gaande tussen ‘woke’ en conservatieve redacteuren

null Beeld Mélanie Corre
Beeld Mélanie Corre

Wordt The New York Times gegijzeld door jonge linkse redacteuren? Raken de ‘witte machtsstructuren’ uitgeput? De krant voor ‘het brede midden’ is in crisis.

Oude, knorrige wetenschapsredacteur van een gerenommeerde krant is in Peru op stap met een groep witte, geprivilegieerde scholieren. Het tripje is een manier voor de krant om extra inkomsten te generen. Voor bijna 4.500 euro (5.490 dollar) per persoon kunnen de scholieren onder enthousiaste begeleiding van een journalist kennis en ervaringen opdoen in een ver buitenland.

Maar de excursie in Peru ontspoort volledig. De wetenschapsredacteur, ook onder zijn collega’s bekend als een stuurse brompot, heeft helemaal geen zin in de scholieren. Wie het toch waagt een praatje met hem aan te knopen, krijgt een uitbrander. En, het ergste van alles, de wetenschapsredacteur uit soms woorden en denkbeelden waar de progressieve scholieren volledig van ondersteboven raken.

Zo gebruikt hij een keer het n-woord. Een andere keer laat hij zich volgens de scholieren denigrerend uit over de Afro-Amerikaanse jeugd. ‘Racisme is voorbij (…) ze kunnen uit het getto komen als ze willen.’

Anderhalf jaar later, als de wetenschapsredacteur plotseling naar journalistiek sterrendom is gekatapulteerd vanwege zijn corona-expertise, verschijnt op nieuwssite The Daily Beast een gedetailleerd verslag van de excursie. De verontwaardiging hierover loopt hoog op, zowel buiten als binnen de krant. Collega’s, vooral die van kleur, schrijven in een brief dat ze zich ‘gepijnigd’ voelen en eisen van de hoofdredactie dat dit sentiment serieus wordt genomen. Met de carrière van de wetenschapsredacteur is het dan gedaan. Hij houdt de eer aan zichzelf en gaat met vervroegd pensioen.

Dat is in het kort het verhaal van Donald McNeil Jr, een veteraan in de journalistiek die begin februari een punt achter zijn carrière zette. Zijn werkgever is The New York Times (NYT), mondiaal ankerpunt in de wereld van media, politiek en cultuur.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Dat het op deze plek over een personeelskwestie bij een Amerikaanse krant gaat, is omdat het niet zomaar een randzaak is. Want wat er bij een instituut als The New York Times gebeurt roept wereldwijd vurige emotionele betrokkenheid op bij iedereen die zich druk maakt over kwesties als identiteitspolitiek, diversiteit en racisme.

Voor de een is McNeils vertrek het zoveelste bewijs dat de krant door externe en interne druk van het redelijke midden is weggedreven naar een links-activistische uithoek waar iedereen die niet ‘woke’ genoeg is wordt geofferd. Ook in Nederland klonken naar aanleiding van McNeils vertrek bezorgde geluiden over deze vorm van cancelcultuur - het dwarsbomen van iemands carrière vanwege (vermeende) misstappen die in een ander tijdsgewricht nauwelijks vermeldenswaard waren geweest. ‘Cultgedrag’, twitterden verontruste Nederlandse journalisten. En: ‘Hoe lang nog voordat dit in Nederland gebeurt?’

Voor de ander, die gelooft dat racisme en intolerantie binnen gereputeerde nieuwsorganisaties te vaak met de mantel der liefde worden bedekt, staat McNeils vertrek voor iets anders. ‘Je kunt dit ook zien als het einde van het tijdperk van klootzakken’, liet een anonieme NYT-journalist optekenen in het glossy maandblad Vanity Fair.

Toen vorig jaar het om zich heen grijpende coronavirus tot een pandemie werd verklaard, schoot McNeil omhoog als een van de best ingevoerde corona-experts in de journalistiek. Een wereldwijd miljoenenpubliek las alles wat hij schreef en luisterde aandachtig naar wat hij te berde bracht in The Daily, de populairste podcast van The New York Times. En als kers op de taart is volgens ingewijden zijn verslaggeving over het coronavirus ingezonden voor de Pulitzer, Amerika’s belangrijkste journalistieke prijs.

Aan die sterrenstatus kwam abrupt een einde toen The Daily Beast ter ore kwam dat McNeil een niet geheel smetteloos blazoen heeft. In de brief die daaropvolgend door 150 NYT-journalisten naar de hoofdredactie werd verstuurd, werd onthuld dat McNeil in de afgelopen jaren blijk heeft gegeven van ‘vooringenomenheid in zijn werk tegen mensen van kleur en in zijn interacties met collega’s’.

Inmiddels heeft McNeil het gebruik van het n-woord erkend, maar hij benadrukt daarbij dat het gebeurde in een discussie met de jongeren over een medescholier die het gewraakte woord in een video gebruikte. In een poging om meer duidelijkheid over de context van de video te krijgen, sprak McNeil het n-woord voluit. ‘Ik dacht dat de context waarin ik dit lelijke woord gebruikte verdedigbaar was’, schrijft hij daarover in zijn afscheidsmail aan collega’s. De aantijging dat hij racisme voorbij had verklaard en zich laatdunkend zou hebben geuit over Afro-Amerikanen, weerspreekt hij.

null Beeld Mélanie Corre
Beeld Mélanie Corre

McNeil is niet de eerste die het afgelopen half jaar de NYT verliet in een nevel van controversen over ras en vrijheid van meningsuiting. Binnen de krant is een richtingenstrijd gaande die zeker sinds de Black Lives Matter-protesten vorig jaar zomer open en bloot aan de oppervlakte is gekomen en waar iedereen zich tegenaan bemoeit. Van ex-president Donald Trump tot Nederlandse twitteraars met de hashtag #BlackLivesMatter – ze hebben allemaal een mening over het reilen en zeilen bij de Amerikaanse krant.

Een belangrijk markeringspunt vormt een ingezonden stuk dat op het hoogtepunt van de Black Lives Matter-protesten in het opiniekatern verschijnt. Terwijl miljoenen Amerikanen de straat opgaan, en in sommige steden plunderingen en veldslagen met de politie uitbreken, schrijft de Republikeinse senator en stokebrand Tom Cotton dat het leger ingezet moet worden om korte metten te maken met de ‘nihilistische criminelen’ en ‘linkse radicalen zoals antifa’ die huishouden op straat. ‘Één ding zal de orde in onze straten herstellen: een overweldigend machtsvertoon om wetsovertreders uiteen te drijven, vast te houden en uiteindelijk af te schrikken.’

Het artikel is nog maar net online als de eerste NYT-journalisten – voornamelijk die van kleur – zich op Twitter uitspreken. In een schijnbaar gecoördineerde actie twitteren ze de tekst ‘Dit artikel plaatsen brengt zwarte NYT-journalisten in gevaar’. De journalisten vrezen dat het artikel van Cotton levensbedreigend geweld legitimeert tegen de demonstranten, van wie het merendeel Afro-Amerikaans is. Dezelfde dreiging zou gekleurde journalisten die verslag doen van de demonstraties boven het hoofd hangen. De bekendste van hen, Pulitzer-winnaar Nikole Hannah-Jones, twittert dat ze zich als ‘zwarte vrouw, als journalist’ beschaamd voelt dat Cottons stuk in de krant kon verschijnen.

Het openlijke verzet van de journalisten zet de verhoudingen verder op scherp binnen de krant. Anonieme NYT-journalisten doen in andere media hun beklag over de opinieredactie die al langer ondermaatse stukken zou laten passeren, met als enig doel het linkse lezerspubliek van NYT te ‘trollen.’ In verhitte redactionele nabesprekingen over Cottons stuk blijkt dat de chef van de opinieredactie, James Bennet, het stuk niet had gelezen voor publicatie. Daarmee lijkt zijn lot bezegeld. Bennet, die gelooft dat je ‘gevaarlijke ideeën’ het best kunt counteren door ze openlijk te bediscussiëren en te bekritiseren, dient een paar dagen later zijn ontslag in. Sommige NYT-journalisten reageren daar verheugd op door op het interne chatprogramma Slack een emoji van het woord ‘guillotine’ te delen.

Aan Cottons stuk wordt door de hoofdredactie bovendien een uitgebreid voorwoord toegevoegd waarin zij stelt dat het artikel vanwege feitelijke onjuistheden en een ‘onnodig harde’ toon nooit in deze vorm gepubliceerd had mogen worden.

Niet iedereen kan deze gang van zaken waarderen. Cotton beweert dat de hoofdredactie is gezwicht voor de ‘woke meute’ binnen de krant. Ook de conservatieve columnisten roeren zich en noemen de achterafkritiek van de hoofdredactie op Cottons stuk een ‘geschenk aan de vijanden van de vrije pers’ en een knieval voor de ‘verontwaardigde menigte.’ De felste criticus is Bari Weiss, een opinieredacteur van NYT die binnen werd gehaald om tegendraadse stemmen een podium te bieden. Onder haar leiding debuteerden schrijvers als Thomas Chatterton Williams, een Afro-Amerikaan en een fel criticus van identiteitspolitiek en cancelcultuur. Op Twitter doet Weiss uit de doeken doet dat er binnen de krant een ‘burgeroorlog’ gaande is tussen ‘jonge wokes’ en oudere ‘links progressieve’ redacteuren. In Weiss’ voorstelling van zaken koestert de oude garde binnen de krant waarden als vrijheid van meningsuiting, terwijl de jonge garde ‘wokes’ dat minder belangrijk vindt dan de eigen psychische en emotionele veiligheid.

Een maand later is het Weiss zelf die bij The New York Times vertrekt vanwege het verstikkende ‘woke’ klimaat dat er volgens haar zou heersen. In een gepeperde brief schetst ze een redactiecultuur waarin een radicaal-links smaldeel met intimidatie en morele chantage de koers van de krant bepaalt. Redacteuren die van de linkse orthodoxie wagen af te wijken, wordt volgens Weiss het leven onmogelijk gemaakt. Zelf zou ze door collega’s voor nazi en racist zijn uitgemaakt .

Resultaten van een recente poll onder NYT-journalisten, waar de concurrenten van de New York Post de hand op wisten te leggen, lijken die verstikkende cultuur bij de krant te bevestigen. Op de vraag of er binnen de krant een vrije, van angst gevrijwaarde, uitwisseling van gedachten mogelijk is, antwoordde slechts de helft van de redactie bevestigend. In een vernietigende analyse van de poll-resultaten heet het dat er binnen de NYT ‘geen verschillende standpunten worden gezocht of gewaardeerd.’

null Beeld Mélanie Corre
Beeld Mélanie Corre

De linkse intolerantie lijkt ook op te treden als kort na McNeils vertrek een column van een controversiële conservatieve columnist wordt geweerd. Bret Stephens - die al in zijn eerste publicatie de lezers tegen de haren wist in te strijken met een klimaatsceptische column - levert een stuk in waarin hij het opneemt voor McNeil. Volgens Stephens had de hoofdredactie steviger voor McNeil moeten opkomen, aangezien de wetenschapsredacteur overduidelijk geen kwaadaardige bedoelingen had toen hij het n-woord uitsprak.

Als duidelijk wordt dat de column niet in de NYT zal verschijnen, is het voor critici van de krant andermaal bewijs dat het instituut in de greep is van cancel culture. Wel verschijnt de column bij de rechtse concurrenten van de New York Post onder de verlekkerde titel ‘Lees de column die u niet mocht zien van The New York Times.’ In een toelichting stelt de nieuwe opiniechef, Kathleen Kingsbury, dat de column afgewezen is omdat hij niet aan de maatstaven van de krant voldoet. Volgens Kingsbury moeten columns waarin medewerkers - in dit geval de hoofdredactie - worden bekritiseerd aan een ‘bijzonder hoge lat’ voldoen, willen ze afgedrukt worden. ‘Ik had niet het gevoel dat deze column boven dat niveau kwam.’

Hoe het zover heeft kunnen komen dat redacteuren tegenover elkaar zijn komen te staan en gevreesd wordt voor een links-activistische koers, is een vraag waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn. Mediacolumnist Ben Smith, nooit te beroerd om zijn werkgever op de pijnbank te leggen, schreef naar aanleiding van de McNeil-saga dat de krant steeds meer afhankelijk wordt van online-abonnees die sterk naar links leunen. Dit zijn vaak assertieve lezers die op social media een stroom aan kritiek kunnen losmaken zodra The New York Times iets te begripvol bericht over Trumps Amerika of de opiniepagina’s ter beschikking stelt aan al te rechts geachte geluiden. In haar ontslagbrief stelde Bari Weiss al dat redacteuren het door deze dynamiek het wel uit hun hoofd laten een verhaal te pitchen als ze het idee hebben dat het tot linkse repercussies zal leiden. (Of dit waar is, is de vraag: conservatieve columnisten als Ross Douthat en David Brooks verschijnen nog met grote regelmaat in de krant en doen geen enkele moeite hun linkse lezerspubliek te sparen)

Een andere bepalende factor voor de huidige spanningen is de toegenomen diversiteit binnen de NYT. In vijf jaar tijd is het aandeel journalisten van kleur met vijf procent toegenomen, van 27 naar 32 procent. Ook in leidinggevende posities zijn meer journalisten van kleur actief en in het binnenhalen van jonge app- of sitebouwers maakte de krant eveneens een flinke inhaalslag.

Maar met die toegenomen diversiteit zijn er ook journalistieke opvattingen binnengehaald die soms op gespannen voet staan met het zelfbeeld van de krant als objectief nieuwsmedium. Vooral het cohort met een tech-achtergrond laat op dit gebied van zich horen. Dit zijn over het algemeen jonge mannen en vrouwen die opgeleid zijn aan progressieve bolwerken waar ze vertrouwd zijn geraakt met ideeën over sociale rechtvaardigheid. Dat uit zich met name in scherpe kritiek op de onderdrukkende ‘witte machtsstructuren’ in politiek, cultuur en media, waarvan minderheden de dupe zijn. In gesprekken op interne Slack-kanalen – die grif doorgespeeld worden naar concurrerende media – schromen zij niet de redactionele keuzes van collega's te bekritiseren. Zo laat een data-analist na het Cotton-debacle op Slack weten dat zulke mislukkingen niet getolereerd zouden worden in de tech-wereld. Een andere tech-medewerker schrijft op Slack dat hij teleurgesteld is dat de digitale producten die hij ontwikkelt, worden gebruikt om opiniestukken als die van Cotton te verspreiden.

‘We bevinden ons op een cruciaal punt in de geschiedenis’, hield weer een ander zijn collega’s in Slack voor. ‘Aan jou de keuze: aan welke kant van de geschiedenis wil je staan?’

Sommige collega’s krijgen het benauwd van deze jonge, mondige rebellen die journalistiek – zo is de vrees – als middel willen gebruiken om sociale rechtvaardigheid af te dwingen – feiten, complexiteit en collegialiteit be damned. Vraag je het deze jonge honden zelf dan hoor je ook andere geluiden. Zij zien het als hun taak om de selectieve, witte blik van de krant te verbreden. In de aanvankelijk voorzichtige berichtgeving over Donald Trumps leugens en racisme zagen journalisten van kleur hoe beperkt en elitair de krant soms kan zijn. Dit speelde afgelopen zomer overigens ook bij verschillende andere kranten, nieuwssites en radiozenders, waar journalisten van kleur klaagden over vooringenomen berichtgeving over de Black Lives Matter-protesten door hun eigen organisatie. Bij de Los Angeles Times klonk het verwijt dat er te veel aandacht was voor plunderingen tijdens de BLM-protesten. Daarmee zou de krant de vooroordelen van witte lezers bevestigen. In een mea culpa trok Norman Pearlstine, hoofdredacteur van de LA Times, het boetekleed aan en erkende dat de krant te lang alleen rekening heeft gehouden met ‘witte abonnees’ en te weinig oor had voor de zorgen van de eigen journalisten van kleur.

null Beeld Mélanie Corre
Beeld Mélanie Corre

Ook het zelfverkozen vertrek van McNeil kun je in samenhang zien met de toegenomen diversiteit en de eisen die in dat verband aan de krant worden gesteld. Toen in 2019 de klachten van scholieren over McNeils gedrag bij de krant binnenkwamen, werd dit stilletjes afgehandeld. McNeil kreeg slechts een formele reprimande omdat de wetenschapsredacteur volgens de hoofdredactie geen ‘hatelijke of kwaadaardige’ intenties zou hebben. Nadat The Daily Beast erover berichtte, zwol de kritiek binnenskamers aan. 150 journalisten van kleur eisten in een brief aan de hoofdredactie antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat een redacteur die het n-woord in de mond neemt, verantwoordelijk werd gemaakt voor berichtgeving over een virus dat buitenproportioneel huishoudt onder gemeenschappen van kleur. Daarna veranderde de hoofdredactie van oordeel en stelde dat zij geen racistische taal tolereert ‘ongeacht de intentie.’

Harteloze cancel culture, of een poging om de krant aan zijn belofte van transparantie en objectiviteit te houden. Of zoals de jonge NYT-sterverslaggever Astead Herndon, een Afro-Amerikaan, het op Twitter formuleerde: ‘Journalisten die pleiten voor een werkplek en een product dat vrij is van racisme, worden niet gedreven door linkse ideologieën, maar door de idealen van het beroep.’

De implicaties van de toegenomen diversiteit lijken pas sinds kort door te dringen bij de NYT. Ook Dean Baquet, de Afro-Amerikaanse hoofdredacteur, leek dat niet meteen door te hebben. In de journalistieke podcast Longform vertelde hij dat het kwartje bij hem viel tijdens een lunch met een jonge journalist van kleur. Die maakte hem duidelijk dat diversiteit meer inhoudt dan een cosmetische verandering. ‘Ik dacht: ze heeft gelijk. Dacht ik dat ze gewoon binnen zou komen en zou zeggen: ‘Bedankt, ik vind het echt geweldig om hier te zijn, nu ga ik net als jullie worden?’ Dat ondermijnt het doel van diversiteit.’

Waar het heen gaat met de NYT is nog geen uitgemaakte zaak. Critici in het midden en ter rechterzijde hebben de krant al afgeschreven als een parochieblaadje voor de woke gemeenschap. Sta je aan de linkerzijde dan zie je de krant als de baarlijke duivel omdat die ruimte biedt aan rechtse houwdegens als columnist Bret Stephens. Volgens mediacolumnist Ben Smith staat de krant op een kruispunt: wil ze een linkse krant zijn voor gelijkgestemde linkse mensen? Of wil ze een middenpositie innemen in een diep verdeeld land? Met andere woorden: wil ze de progressieve Democratische senator Elizabeth Warren zijn? Of wil ze de centrist Joe Biden zijn, een krant voor het brede midden?

Links en rechts

Journalist Lauren Wolfe tweette op inauguratiedag dat ze ‘rillingen’ van opwinding kreeg toen het vliegtuig van Joe Biden in Washington landde. Als freelancer voor de NYT had ze dat beter niet kunnen doen. Na massaal protest vanuit rechts over Wolfe’s partijdigheid, kreeg ze haar congé. Rechtse cancel culture, klonk het op links. Officieel wil de Hass weinig kwijt over het ontslag. Lekkende NYT-journalisten lieten echter weten dat Wolfe’s politiek geladen tweets het bedrijf al langer een doorn in het oog waren.

Columnist Elma Drayer ziet de ‘klachtencultuur’ oprukken en schrijft daarover naar aanleiding van het vertrek van Donald McNeil bij de New York Times.

Cancel culture rukt op: georganiseerde acties op sociale media om afwijkende meningen te smoren in een sfeer van verwijten, klikken bij werkgevers en oproepen tot boycot. Hoe effectief is uitsluitcultuur? Het fenomeen ontleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden