‘Bin Laden was aannemer, geen theoloog’

In Blood and Rage betoogt de Britse historicus Michael Burleigh dat terroristen – van de 19de-eeuwse anarchisten tot leden van de RAF, IRA en Al Qaida – voornamelijk worden gedreven door hun zucht naar sensatie....

Als Michael Burleigh uit het raam van zijn woonkamer kijkt, ziet hij de gevolgen van terrorisme. Zijn lieflijke pleintje in Zuid-Londen wordt permanent bewaakt door twee politieagenten. Overbuurman Jack Straw heeft, net als alle prominente Britse (ex-)politici, recht op levenslange beveiliging.

‘Mooi toch? Ik ken mensen die drieduizend pond per jaar betalen om hun straat te laten beveiligen door veredelde nachtclubuitsmijters. Wij hebben altijd politie in de buurt’, zegt Burleigh.

Burleigh (52) werkt tegenwoordig thuis. Door het succes van zijn boek Het Derde Rijk uit 2001 kon hij afscheid nemen van de universiteit, die zijns inziens verziekt wordt door een links-liberale monocultuur. Als freelance historicus schreef hij vervolgens twee veelgeprezen boeken, Aardse machten en Heilige doelen. De teloorgang van het christendom in Europa vanaf de 18de eeuw werd gecompenseerd door de opmars van politieke religies, zo betoogde hij, van de Jacobijnse cultus van de rede tot de Stalin-verering in de Sovjet-Unie. Europeanen geloofden in politiek, zoals eerder in God .

Burleigh’s nieuwe boek Blood and Rage – a Cultural History of Terrorism, kan worden beschouwd als het derde deel van een trilogie over politiek en religie, zegt hij. Waar in zijn vorige boeken de nadruk lag op de politieke staatsgodsdiensten als het nationaal-socialisme en het communisme, beschrijft hij nu de politieke sektes, de broederschappen die in achterkamertjes samenzweren tegen de bestaande orde. Het is een bont gezelschap, van de 19de-eeuwse anarchisten tot Al Qaida, van de zionistische terroristen van de jaren dertig tot de Duitse Rote Armee Fraktion van de jaren zeventig.

Zijn oordeel is vernietigend: de meeste terroristen zijn minkukels die hun onbeduidende levens glans willen geven door te vechten voor een grote zaak. ‘Ik ben erg beïnvloed door de romans Boze geesten van Dostojevski en De geheim agent van Joseph Conrad. Zij beschrijven de psychopathologie van het terroristische milieu, de afstand tussen de zaak waarvoor terroristen zeggen te vechten en hun werkelijke motivatie’, zegt Burleigh.

Door Blood and Rage is Burleigh interessant geworden voor politieke, militaire en andere leiders die greep proberen te krijgen op het terrorisme. Hij adviseert de Conservatieve leider David Cameron (‘de volgende premier van Groot-Brittannië’), lunchte met Paul Wolfowitz en hoge figuren van het Pentagon en de Britse inlichtingendienst. Op zijn schoorsteenmantel prijkt een uitnodiging van de bisschop van Londen.

‘Mijn boodschap is: terroristen willen alleen chaos veroorzaken’, zegt hij. Ideologie is het zondagse gezicht van de terrorist, vindt Burleigh, de goede zaak die het gebruik van extreem geweld moet rechtvaardigen. In werkelijkheid worden terroristen veeleer gedreven door ambitie, machtswellust en sensatiezucht.

‘Wapens zijn fascinerend, het is een fascinatie waardoor je je mannelijker voelt. Ik liet vrouwen wapens zien om indruk op ze te maken’, schreef een voormalig lid van de Italiaanse Rode Brigades, een terreurbeweging die vooral in de jaren zeventig actief was. Sam Peckinpah’s bloederige film The Wild Bunch was een favoriet in deze kringen: een van de Rode Brigadisten had hem twintig keer gezien. De linkse terroristen van de jaren zeventig leefden als clandestiene rocksterren in een roes van seks, drugs, geweld en ideologie.

Terrorisme en criminaliteit lopen in elkaar over, aldus Burleigh. De Taliban handelen in opium, zoals de Rode Brigades de ontvoering van politicus Aldo Moro financierden met het losgeld van ontvoerde miljonairskinderen. Omgekeerd trekt het terroristische milieu criminelen. Andreas Baader van de Rote Armee Fraktion was gespecialiseerd in het stelen van auto’s, de 19de eeuwse Rus Netsjajev een psychopatische moordenaar, die anarchist Bakoenin aanbood diens uitgever te vermoorden, omdat die zeurde dat Bakoenin te laat was met zijn vertaling van Das Kapital. Maar vooral in Noord-Ierland waren terroristen en hooligans vaak nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Burleigh: ‘Het schokkendste verhaal dat ik tegenkwam, ging over protestantse terroristen in Noord-Ierland. Ze zaten in een bar. Na een paar drankjes besloten ze dat ze een katholiek gingen vermoorden. Ze gingen de straat op en schoten de eerste de beste katholiek dood. Binnen 25 minuten waren ze terug in de bar om verder te drinken.’

Zelfs de leden van de Baader-Meinhofgroep lijken gevoelsmensen vergeleken bij de platte Noord-Ieren, zoals Johnny ‘Mad Dog’ Adair, die zijn lichaam oppompte met steroïden voor paarden en zijn kale schedel extra liet glimmen met meubelwas. De Troubles gaven zulke werkloze of laaggeschoolde bruten de kans om uit te groeien tot lokale helden, waarmee de meisjes uit hun eigen gemeenschap graag naar bed gingen.

Door hun levensgeschiedenis te beschrijven probeert Burleigh de terrorist te demystificeren en van alle glamour te ontdoen. Daarmee relativeert hij de ideologie of de goede zaak, die het geweld moet rechtvaardigen. ‘We overschatten de mate waarin terroristen ook maar enige kennis hebben van de zaak waarvoor ze zeggen te vechten. ‘We lazen een heleboel theorieën maar half, maar we begrepen ze helemaal’, zei een lid van de Baader-Meinhofgroep. Het linkse terrorisme was gebaseerd op halfverteerde slogans. Bij Al Qaida zie je iets soortgelijks. Ze zeggen voor de zuivere islam te vechten, maar ze hebben helemaal geen theologische kennis. Bin Laden was aannemer, zijn adjudant Al-Zawahiri chirurg. Ze maken een eigen brouwsel van islamitische denkers uit het verleden, van islamistische ideologen als Qutb en van de haat die op internet circuleert.’

De islamitische terroristen lijken op de anarchisten die rond 1900 de wereld onveilig maakten. De anarchisten vermoordden staatshoofden, zoals de Amerikaanse president McKinley, de Russische tsaar Alexander II en de Franse president Carnot. Daarnaast was hun haat tegen de rijken zo sterk, dat ze willekeurige leden van de bourgeoisie troffen. Zo vielen meer dan dertig doden bij een aanslag op de Liceo Opera in Barcelona in 1893.

‘Zowel bij de anarchisten als bij de islamitische terroristen zie je een netwerk van ad hoc-groepjes, die zichzelf radicaliseren. Groepjes islamitische jongeren komen bij elkaar om te klagen over de barbaarse dingen die moslims worden aangedaan door kruisvaarders en zionisten. Vervolgens gaan ze paintballen of wildwatervaren om hun onderlinge band te versterken. Vaak gaan ze naar Pakistan, met de bedoeling om in Afghanistan te vechten. Daar komen ze heel cynische lieden tegen, die zeggen: je bent eigenlijk niet veel waard als guerrillastrijder, waarom vecht je de oorlog niet uit in eigen land? We krijgen hier de afdankertjes van het slagveld’, zegt Burleigh.

‘Die mensen indoctrineren hun kinderen ook. Onlangs is in Groot-Brittannië een man veroordeeld die van zijn huis in Birmingham een soort moedjahedien-kamp had gemaakt. Zijn kinderen sliepen op veldbedden en kregen militaire rantsoenen. Hij sloeg ze en liet ze dingen zeggen als: ik gehoorzaam de sjeik. Deze man wilde een Britse moslimsoldaat ontvoeren, in zijn garage vasthouden, onthoofden en de video op internet zetten. Het was een man die in zijn jeugd dronk, rookte en achter de vrouwen aanzat. Maar na familiebezoek aan Pakistan veranderde hij radicaal.’

Veel terroristen zijn extreem narcistisch en hoogmoedig, zegt Burleigh. Ze zien zichzelf als een verlichte voorhoede, die de onverschillige massa uit haar decadente sluimer moet wekken. ‘Als je ziet wie er in dit land voor terrorisme zijn veroordeeld: zonen van patatboeren uit Bolton die menen dat ze het buitenlands beleid van Groot-Brittannië kunnen bepalen.’

Zulke boze, hartstochtelijke terroristen haten de doorsneeburger die niets liever wil dan een normaal, gesetteld bestaan. ‘Het beledigt terroristen als anderen niet geïnteresseerd zijn in hun strijd. De IRA-strijder Eamon Collins haatte het stadje Warrenpoint, waar katholieken en protestanten zonder veel problemen samenleefden. Hij minachtte de weldoorvoede burgers met hun plezierige pubs en restaurants. Daarom plaatste hij een bom in het grootste hotel van Warrenpoint. Terroristen haten normaliteit, ze houden van chaos. Dat patroon kwam ik steeds tegen, in alle tijden en in alle culturen.’

Michael Burleigh ziet – net als bijvoorbeeld de Duitse essayist Hans Magnus Enzensberger – terrorisme vooral als een kwestie van karakter en psychopathologie. Die opvatting past in zijn afkeer van een links-liberale elite die naar zijn oordeel geneigd is terroristen te beschouwen als ontspoorde idealisten die met verkeerde middelen voor een goede zaak vechten. De Russische anarchist Netsjajev was een geziene gast in de salons van Russische dames, die deze ordinaire moordenaar als een ruwe, onbedorven idealist beschouwden. ‘Wat een klootzak’, zei de filosoof Jean-Paul Sartre binnenskamers over RAF-terrorist Andreas Baader. Voor de tv-camera’s vertelde hij echter dat Baader werd gemarteld door de Duitse justitie.

Burleigh’s perspectief is interessant, omdat het de ideologische zelfrechtvaardiging van de terrorist doorprikt. Toch houdt het niet helemaal stand, zoals hij zelf toegeeft. Terrorisme is te veelvormig om met één verklaring af te dekken. Sommige terroristen worden wel gemotiveerd door ideologie en – weliswaar misplaatst – altruïsme . Zo sprak domineesdochter Gudrun Ensslin haar mede-RAF-strijder Michael ‘Bommi’ Baumann vermanend toe: ‘Wat jij doet, rondreizen, kleine meisjes neuken, hasj roken. Lol hebben. Zo moet het niet. Het werk dat we doen is serieus. Er moet geen lol zijn.’

Bovendien is lang niet elke terrorist een minkukel. De Israëlische premiers Begin en Shamir begonnen hun carrière als terrorist. In juni 1946 organiseerde Begin een bomaanslag op het King Davidhotel in Jeruzalem, het hoofdkwartier van de Britten die Palestina bestuurden. Daarbij kwamen 91 mensen om het leven. Begin was geen radicale verliezer op zoek naar prestige, maar een calculerende politicus die zag dat de Britten niet bereid waren om al te veel offers voor Palestina te brengen.

Even succesvol was de strijd van het Algerijnse FLN tegen de Franse kolonisator. De Algerijnen vermoordden Franse soldaten, Europese burgers en moslims die met de Fransen samenwerkten. In militair opzicht won Frankrijk, maar de Franse kiezer wilde zijn dienstplichtige zonen niet offeren voor het behoud van een verre kolonie. ‘Terrorisme als onderdeel van een guerrillaoorlog kan inderdaad succesvol zijn’, zegt Burleigh.

Hoewel Burleigh graag mag kankeren op de links-liberale elite, is hij geen rechtse houwdegen die een meedogenloze strijd tegen de islam voorschrijft. ‘De geschiedenis van Noord-Ierland en Algerije laat zien dat je nieuwe terroristen creëert, als je ongericht geweld gebruikt tegen een bevolkingsgroep als geheel’, zegt hij. Zo meldde Eamon Collins zich bij de IRA nadat het Britse leger zijn boerderij had doorzocht. Collins werd uitgescholden voor Ierse klootzak en verloor een paar tanden toen een Britse soldaat een geweer in zijn mond duwde. Uiteindelijk berustte de inval op een misverstand: de explosieven die een speurhond meende te ruiken, waren in werkelijkheid schuttingbeits.

Het Westen moet juist toenadering zoeken tot gematigde moslims, die ook geen zin hebben zich te laten koeioneren door fanatieke moellah’s en het gepeupel dat zij op de been brengen, zegt Burleigh. Maar zal het Westen in Irak en Afghanistan uiteindelijk beter bestand zijn tegen de druk van de bermbommen en sluipschutters dan de Britten in Palestina of de Fransen in Algerije? ‘We hebben weinig keuze. De Taliban mag geen nieuwe basis krijgen. Maar tegen 2020 zal de oorlog op elektronische wijze gevoerd worden. Er komen nauwelijks meer soldaten aan te pas. Mensen lachen als ik dat zeg, maar dat komt omdat ze er geen verstand van hebben. Er wordt enorm geïnvesteerd in militaire robotica.

‘Straks krijg je een soort elektronisch platform op 25 kilometer boven een stad. Je bombardeert de stad met apparaatjes die over de grond kruipen om digitale foto’s te maken. Je brengt de hele stad in beeld, zoals de Amerikanen in 2001 alle bezoekers van de Super Bowl fotografeerden. Vervolgens stuur je onbemande voertuigen naar de stad, die schieten op wat je maar wilt. Die kun je aansturen vanuit Florida.

‘Op die manier kan een oorlog zelfs minder gruwelijk worden, want deze apparaten kennen geen emoties. Ze worden niet boos en ze zoeken geen wraak. En niemand komt dood terug van het slagveld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden