Bill Gates: held of schurk?

Tot voor kort werd hij in brede kring verheerlijkt, nu wordt hij voor de rechtbank afgeschilderd als iemand die door valse concurrentie de markt probeert te beheersen....

HET ECHTE drama achter het antitrust-proces tegen Microsoft heeft weinig met software en internet te maken, maar alles met sociale status en reputatie. Amerika zelf staat ook ter discussie, omdat het antitrust-proces lastige vragen over de Amerikaanse geschiedenis en ons normen- en waardenstelsel oproept.

Nog maar een paar jaar geleden werden Bill Gates en Microsoft in brede kring (maar niet door iedereen) verheerlijkt. Ze stonden symbool voor de Amerikaanse pioniers- en populariseringsdrift op het gebied van de nieuwe technologie. Nu worden ze in brede kring (zij het lang niet door iedereen) verguisd als een stelletje boeven, die hun gigantische fortuin via valse concurrentie hebben verworven. Wat zijn ze nu eigenlijk: helden of criminelen?

Microsoft doet op het moment meer dan zich verdedigen tegen de antitrust-aantijgingen. Het bedrijf voert ook campagne om het publiek gunstig te stemmen. Voor veel directies van computerbedrijven is de zaak al beklonken: voor hen is Gates een regelrechte tiran die zijn rivalen op allerlei mogelijke manieren probeert te pakken.

Maar voor het grote publiek is de zaak nog niet beslist, en dat komt niet alleen omdat de klanten en aandeelhouders van Microsoft redelijk tevreden zijn. De zaak is nog niet beslist, omdat we er zelf nog niet uit zijn: mag iemand koste wat kost materieel gewin en rijkdom najagen? Over het algemeen is zelfvergaarde rijkdom voor de Amerikanen een teken van succes. Rijk worden bevestigt ons geloof in hard werken en individuele kansen.

Maar te veel rijkdom is ook verdacht. 'De Amerikanen vinden dat er in de hedendaagse maatschappij te veel nadruk ligt op geld', aldus publieke-opinie-analisten Everett Carll Ladd en Karlyn Bowman in Attitudes Toward Economic Inequality. In 1992 was tweederde van de Amerikanen van mening dat de rijken hun rijkdom voornamelijk gebruikten om hun positie in de maatschappij in stand te houden.

Onze ambivalente houding tegenover rijkdom wordt groter naarmate iemand meer geld heeft. En tegen de tijd dat we bij de superrijken - zeg maar de mensen met een miljard dollar - zijn aanbeland, weten we het helemaal niet meer. Het tijdschrift American Heritage publiceerde onlangs een lijst van de veertig rijkste Amerikanen aller tijden. Bij Amerikanen die al zijn overleden wordt de rijkdom eerst afgezet tegen de tijd waarin ze leefden. Vervolgens rekent men om hoe rijk ze in onze tijd geweest zouden zijn.

De top-vijf van rijksten aller tijden ziet er als volgt uit: 1. John D. Rockefeller (1939-1937); 190 miljard dollar, olie; 2. Andrew Carnegie (1835-1919): 101 miljard dollar, staal; 3. Cornelius Vanderbilt (1794-1877): 96 miljard dollar, schepen en spoorwegen; 4. John Jacob Astor (1763-1848): 78 miljard dollar, bonthandel en onroerend goed; 5. Bill Gates (1955- ): 62 miljard dollar, software.

De 19de-eeuwse tycoons waren nauwelijks populair. 'In cartoons werden ze afgebeeld met een varkenskop, en een hoge hoed op. . . en manipuleerden ze politici en publiek', aldus John Steele Gorden, columnist van American Heritage. Maar de tekenaars waren niet helemaal eerlijk. De super-rijken verhoogden de levensstandaard door de kosten te drukken en de markt te vergroten. Rockefeller bijvoorbeeld bracht de olieprijzen omlaag door zelf te zorgen voor transport en zijn eigen vaten te maken.

Het succes van deze rijken werd gekenmerkt door een extreme gedrevenheid en een meedogenloze houding tegenover concurrenten. 'Als ik ergens aan begin, bijt ik me er volledig in vast', schreef Carnegie. Vanderbilt kreeg tijdens een rondreis in Europa te maken met een opstand van ondergeschikten, die zich een van zijn scheepvaartmaatschappijen toe-eigenden. Eenmaal weer thuis schreef Vanderbilt ze het volgende: 'Mijne Heren. U hebt mij willens en wetens bedrogen. Ik daag u niet voor de rechter, omdat een gerechtelijke procedure te lang duurt. Ik maak u gewoon kapot.' En dat deed hij ook: door de vrachttarieven sterk te verlagen.

Gates past binnen deze traditie, in dollars en in geest. Het is interessant dat de lijst van veertig rijkste Amerikanen aller tijden slechts twee andere nog in leven zijnde personen telt: Warren Buffett (No. 13 met 34 miljard dollar; vergaarde zijn rijkdom met investeringen) en Microsoft mede-oprichter Paul Allen (No. 22 met 25 miljard dollar). Door de grotere concentratie van rijkdom in de bedrijven zelf, zijn supperrijke individuen minder belangrijk geworden. En wat de geest betreft: denkt er nu iemand werkelijk dat Gates alle concurrentie de wereld uit wil helpen? De macht die Microsoft op de computermarkt heeft, verontrust de concurrenten en het zou kunnen dat er uiteindelijk een paar het veld moeten ruimen. De dominantie van het bedrijf zou ook best eens remmend op de investering in nieuwe technologieën kunnen werken.

Het vervelende voor de anti-Microsoft-lobby is echter dat er nog niets van het rampenscenario is uitgekomen. Het scenario is voornamelijk hypothetisch en er bestaat geen wet tegen abnormale ambitie of agressiviteit. De innovatie bloeit nog volop; de meeste concurrenten van Microsoft zijn er nog, en de consumenten profiteren van de concurrentie.

Tot nu toe hebben de meeste Amerikanen altijd gunstig over Gates geoordeeld. In een opiniepeiling van The Washington Post, in januari van dit jaar, schreef 50 procent van de ondervraagden het succes van Microsoft toe aan de goede producten van het bedrijf; slechts 22 procent noemde oneerlijke methodes als reden voor het succes.

Het antitrust-proces wil daarin verandering brengen door aan te tonen dat Gates niet zozeer een toevallige software-gigant is, maar meer weg heeft van een 19de eeuwse roverbaron. Dat kan best zijn, maar wat Gates eveneens met zo'n roverbaron gemeen heeft, is vastberadenheid. En vastberadenheid heeft altijd een positief effect op de economie. Het gevolg is een strijd tussen gevoel en verstand: Amerikanen accepteren namelijk soms wel het resultaat, maar niet altijd degene die het tot stand heeft gebracht.

Robert J. Samuelson is econoom en columnist van Newsweek.

Washington Post Writers Group

Vertaling: José van Zuijlen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden