Bijspijkeren van jonge kinderen blijkt te werken

Achterstandsprogramma's voor peuters en kleuters moeten later betere schoolprestaties bewerkstellingen. Het aantal programma's groeit enorm. Nu die zinvol blijken te zijn, tonen ook sjieke scholen in Bloemendaal en Amsterdam-Zuid belangstelling....

IN HET vrij lezen-uur of tijdens het overblijven, leest Jacob uit groep zeven een verhaal voor aan Toprak uit groep vier. Als het uit is, maken ze opdrachten en daarna verdwijnen ze naar de schoolbibliotheek, op zoek naar de boeken die achter het verhaal zijn genoemd. Jacob vindt het wel leuk, samenwerken met zo'n klein meisje. Toprak geniet van de serieuze aandacht van de oudere jongen.

Zo zien Mieke den Elt, coördinator voorschoolse projecten bij het ministerie van VWS, en Boudewijn Bekkers, directeur van de uitvoerende stichting Averroès, de praktijk van Stap Door. Stap Door is het zoveelste project voor kinderen die thuis weinig intellectuele stimulans krijgen, zodat ze met een achterstand aan het onderwijs beginnen.

Dat overkomt in verhouding veel allochtone kinderen. Ze worden thuis zelden voorgelezen, er wordt niet gericht met ze gespeeld ('doe de knijper maar in de mand') en ze leren minder liedjes. Om die situatie te verbeteren, subsidieert het ministerie al zeven jaar voorschoolse, en nu ook schoolse, projecten. De stichting Averroès ontwikkelt, begeleidt en registreert het effect van de programma's.

In 1988 werd het uit Israël overgenomen Op Stap ingevoerd. Via buurtmoeders uit dezelfde etnische groep worden moeders van kleuters van vier tot zes jaar benaderd met ideeën voor spelletjes met potten en pannen, en met voorleesboeken in de eigen taal of het Nederlands. De buurtmoeder komt elke veertien dagen en daarnaast zijn er voor de moeders groepsbijeenkomsten. De buurtmoeders worden op hun beurt geïnstrueerd door coördinatrices.

Opstapje, met ongeveer dezelfde opzet maar dan voor twee- tot vierjarigen en met in Nederland ontwikkeld materiaal, begon in 1991. Voor dezelfde leeftijdsgroep is er Klimrek, naar Amerikaans voorbeeld, waarvoor twee keer per week een spelleidster thuis met het kind komt spelen. Klimrek wordt, na een succesvolle proef, binnenkort mogelijk in twaalf gemeenten uitgevoerd bij kinderen van zigeneurs en woonwagenbewoners.

In 1992 werd begonnen met Instapje voor baby's. Het concept daarvoor werd ontwikkeld door de Nijmeegse universiteit. Voor Instapje geen buurtmoeders maar hoger opgeleide begeleidsters, vanuit het idee dat hoe jonger het kind, hoe meer deskundigheid nodig is om een 'lerend' contact tussen moeder en kind op gang te brengen.

In 1993 volgde Overstap voor de kinderen van groep drie (zes tot zeven jaar). Voor hen werd de meest gebruikte leesmethode Veilig Leren Lezen aangepast voor gebruik thuis. Daarnaast zijn er nog programma's die niet gekoppeld zijn aan thuis, zoals Stap Door, voor kinderen van zeven tot twaalf jaar, en een programma op peuterspeelzalen, overgenomen uit de VS.

Op Instapje en Klimrek na, worden alle Stappen uitgevoerd bij Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Nederlandse gezinnen. Elfduizend tot nog toe, in bijna honderd gemeenten. Kernvraag is of al die Stappen zin hebben. Worden kinderen in achterstandsituaties er wijzer van? Doen ze het beter op school? Of is Stappen er vooral om ambtenaren en deskundigen aan het werk te houden?

Werkgelegenheid biedt het in ieder geval. VWS geeft er per jaar vijftien miljoen gulden aan uit en de gemeenten samen ook nog eens datzelfde bedrag. Daarvan gaat zeseneenhalf miljoen naar Averroès. De rest is voor de salarissen van de vijfhonderd buurtmoeders, de 110 coördinatoren, begeleiders, spelleidsters, universitaire ontwikkelaars en onderzoekers.

Of de kinderen er wijzer van worden, is niet zonder meer duidelijk. De eerste geluiden waren zeer teleurstellend. In de experimenteerperiode haakten veel gezinnen af (40 procent) of deden de moeders (60 procent) niet alle taken. Kleuters die met hun moeders thuis oefeningen deden, scoorden vrijwel niet hoger dan kleuters die thuis niets extra's deden.

Deze uitkomsten waren reden voor VWS en Averroès het programma flink bij te stellen. De werving van de gezinnen werd verbeterd, de taken werden bijgesteld en de vertaalde Israëlische boekjes in saai zwart-wit worden binnenkort vervangen door gekleurd Nederlands materiaal. Bovendien, zo stelde VWS, telt niet alleen het schoolsucces van de kinderen, maar ook de emancipatie van de moeder.

De drop out is nu gezakt tot 22 procent en de meeste moeders zijn bij met de taken. Leraren van basisscholen waar het effect van de programma's is onderzocht, zeggen dat allochtone kinderen die Op Stap deden het beter doen dan andere allochtone kinderen. Vooral in de taalvakken. Weliswaar blijven ook zij nog achter bij autochtone kinderen, maar er is een belofte voor de toekomst.

De leraren vinden dat Op Stap-kinderen een betere werkhouding hebben, zich beter concentreren en dat hun ouders meer bij de school betrokken zijn. Het oordeel van de leraren is subjectief, maar niet oninteressant. Want de verwachting van de leerkracht heeft grote invloed op de prestaties van een kind.

Bekkers en Den Elt verwijzen naar het succes van de Amerikaan Weikart, van wie ze het peuterspeelzaal-project overnamen. Toen hij dertig jaar geleden begon, presteerden de kinderen op school nauwelijks beter dan de controlegroep. Nu ze volwassenen zijn, blijken ze veel beter af. Ze verdienen meer, hebben vaker een eigen huis en komen minder vaak met de politie in aanraking.

Het bijspijkeren van jonge kinderen kreeg onlangs ook bijval van onderzoek naar het onderwijsvoorrangsbeleid. Vroeg, al in de peuterleeftijd beginnen met taalontwikkeling, bevordert goede schoolprestaties. Als allochtone kinderen op een crèche hebben gezeten, is dat op school goed te merken.

Hoog opgeleide Nederlandse ouders weten ook dat aandacht en stimulans betere prestaties bewerkstellingen. Al zijn de Stappen-programma's bedacht voor achterblijvers, ze zijn ook bruikbaar bij het stimuleren van voorlopers. Als ze dat zouden willen, kunnen VWS en Averroès zo op de commerciële toer. Bekkers en Den Elt: 'Scholen in Bloemendaal en Amsterdam-Zuid hebben grote belangstelling voor de programma's.'

Maria Hendriks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.