Bijproduct van genmaïs: ophef

Ronduit vernietigend waren de reacties op een Franse studie die suggereert dat ratten kanker krijgen van levenslang genmaïs eten. De Fransen houden vol dat toelatingen op vergelijkbare studies berusten. Terecht?

Gentechcampaigner Herman van Bekkem van Greenpeace Nederland stond een jaar of wat geleden met een confettikanon in een proefveld in Lelystad en schoot biologisch bloemzaad tussen de geheime NK603-genmaïsplantjes van gentechgigant Monsanto. Een juridische procedure, namens bijenhouders in de buurt, om de stille proeven met het gewas te verbieden was kort ervoor op niets uitgelopen. Dan maar een fotogenieke actie, was het idee.


Waarschijnlijk, zegt hij deze week, heeft het betreffende gewas, dat resistent is tegen onkruidmiddel Roundup, daar in Lelystad de goedkeuringen gekregen die nodig zijn om in het Nederlands Zadenregister te kunnen worden ingeschreven. 'Als de EU binnenkort NK603 een kweekvergunning verleent, zoals het plan lijkt, kunnen ze meteen aan de slag', vermoedt de campagnevoerder.


Dat zou een ramp betekenen, vindt hij ook. Om te beginnen omdat het de deur openzet voor nog ruimer gebruik van glyfosaat, de werkzame gifstof in Roundup die ook waterleidingbedrijven hoofdbrekens bezorgt. Maar vooral ook omdat het nog meer ruimte geeft aan gengewassen waarvan voor Greenpeace niet vaststaat dat ze veilig zijn.


Twee weken geleden, op 19 september, was hij het die de Nederlandse media attendeerde op een nieuwe studie van Franse onderzoekers van de universiteit van Caen. Het was de eerste studie die ratten twee jaar lang volgde bij een dieet van NK603 genmaïs. Die ratten, was de conclusie, sterven eerder, hebben beschadigde organen en krijgen tumoren. De publicatie, vol foto's van witte ratten met enorme gezwellen, veroorzaakte een storm van media-aandacht. Hoofd-auteur dr. Gérard-Eric Séralini noemde de uitkomsten 'een schok'.


Van Séralini's studie werd in september opmerkelijk snel gehakt gemaakt. Niet door Monsanto, dat niet reageerde. Wel door individuele wetenschappers en officiële instanties. Opmerkelijk heftig ging het eraan toe, vindt Van Bekkem van Greenpeace Nederland nog steeds. 'Er is verrassend snel en keihard op de man gespeeld en veel commentatoren kun je niet erg onafhankelijk noemen.'


Toch was de kritiek wel degelijk inhoudelijk, erkent Van Bekkem ook. Vorige week oordeelde de Duitse voedsel- en warenautoriteit vernietigend over de proefdierstudie. Woensdagavond volgde de Nederlandse NVWA. En donderdag bracht de Europese autoriteit EFSA op verzoek van de Europese Commissie een eerste evaluatie uit. Opnieuw negatief: de studie is wetenschappelijk onder de maat en rechtvaardigt niet de heftige conclusies die de auteurs trekken.


De lijst kritiekpunten is lang. De Fransen gebruikten bijvoorbeeld een type proefrat, Sprague-Dawley, dat van nature op hogere leeftijd (2 jaar) tumoren ontwikkelt. Vooral bij de vrouwtjes is dat het geval. De Fransen gebruikten ook veel te weinig proefdieren, waardoor uit verschillen met een controlegroep statistisch niets te concluderen is, zeker in geval van carcinogene stoffen, waarvoor de OECD proeven van minimaal 50 dieren aanbeveelt. En ze geven op tal van punten geen informatie over hun proef, bijvoorbeeld over de precieze aard van het toegediende voedsel. Ook niet online, zoals tegenwoordig gebruikelijk is in wetenschappelijke publicaties. 'Wetenschappelijk van slechte kwaliteit', oordeelde de NVWA deze week.


Het is kritiek die grosso modo al op de eerste dag na de publicatie klonk, in het wetenschappelijk tijdschrift Food and Chemical Toxicology. Sommigen critici verwezen daarbij graag naar eerdere studies van Séralini voor Criigen, waarbij bestrijdingsmiddelen als Roundup rechtstreeks op geprepareerde organen waren gedruppeld met de conclusie dat dat schade gaf. Pseudowetenschap van een antigentechactivist, was het verwijt.


Wat niet echt hielp, was dat Séralini op de dag van publicatie ook zijn nieuwe boek over gevaarlijke gentech lanceerde en als koene held optrad in een alarmerende televisiedocumentaire met de titel We zijn allemaal proefdier. Mediahype, luidde het verwijt.


Séralini zweeg sindsdien in alle talen. Wel gaf zijn mede-auteur, dr. Joel Spiroux de Vendomois, arts en de directeur van Criigen, eind september een interview aan de Franse website medscape.fr. Daarin ging hij in op de kritiek. De gebruikte Sprague-Dawley-ratten, zei hij, worden overal ingezet in toxicologische studies - ook door Monsanto, bij de proeven voor het toelatingsdossier. Niets bijzonders, dus.


Sterker, zei Spiroux in het interview: ook de omvang van de proef (tien dieren per onderdeel) is dezelfde als die Monsanto hanteert om aan te tonen dat er niets mis is met NK603-maïs en andere gengewassen. Dat het om kanker gaat en er dus volgens de OECD-protocollen minimaal vijftig dieren per proef vereist zijn, noemt Spiroux geen goed argument. Hooguit achteraf. 'We gingen helemaal niet uit van tumoren, het experiment draaide om de toxicologie voor lever en nieren. Studies van Monsanto zelf waren daarvoor de aanleiding.'


Spiroux: 'Wat je ook van onze studie denkt, de winst is in elk geval dat het debat over de toelating van genvoedsel wordt heropend. De lange termijn wordt niet onderzocht. Dat gebeurt op de markt.'


In Wageningen maakt ook bioloog dr. Esther Kok van het Rikilt korte metten met die gedachtengang. Rikilt is een onafhankelijk onderzoeksinstituut voor voedsel en voedselveiligheid en adviseert de overheid. Kok was tegenlezer bij het NVWA-advies dat woensdag verscheen.


De Franse studie, denkt ze, is wetenschappelijk onder de maat. 'Ik snap niet dat het bij Food and Chemical Toxicology door de peer review is gekomen. Normaal is dat toch een heel fatsoenlijk blad. Misschien moeten ze het stuk terugtrekken.'


Maar in opzet, zegt ze, lijkt de Franse proef inderdaad wel wat op een gangbare negentigdagenstudie in de toxicologie. De echte toelating van een gengewas vereist, naast een vracht aan genetische en biochemische informatie, in elk geval een zogeheten 28-dagenstudie met minimaal twaalf proefdieren per groep en steeds een controlegroep. De dieren worden vier weken gevoerd met de eiwitten die in het gengewas afwijken van wat er van nature in zit.


Formeel volstaat dat, als de proef geen gekke dingen in de dieren teweeg brengt. Maar vaak doen fabrikanten ook nog een proefdierexperiment van negentig dagen met het hele vermalen gewas, doorgaans met opnieuw groepen van twaalf dieren per productcategorie. Vrijwillig, om veel vragen voor te zijn, zegt Kok. Een negentigdagenstudie is in veel opzichten niet erg gevoelig, zegt ze, en minder specifiek. 'Dat weet iedereen. Je zoekt daarin expliciet naar de sterke toxicologische effecten. Dan volstaat een kleine groep.'


Je kunt, zegt Kok, zoiets wel naar twee jaar oprekken. 'Er is niets tegen onderzoek naar chronische blootstelling. Maar dat is meer een principieel punt dan dat deze studie zoiets zou aantonen. Als je dat wilt, moet je echt veel meer proefdieren gebruiken en misschien ook geen Sprague-Dawley. Alleen al vanweg de natuurlijke uitval in de populatie.'


Ook Greenpeaceman Van Bekkem noemde de Franse NK603-studie eind september schokkend. Dat vindt hij nog steeds, maar meer vanwege de gruwelbeelden en conclusies van Séralini. 'De schok voor mij is vooral dat het kennelijk de eerste studie ooit is waarbij langer dan een paar weken is gekeken naar de effecten van een gemanipuleerd voedergewas. Ik blijf dat raar vinden voor een gewas dat we kennelijk binnenkort gewoon op de akkers hebben staan. '


NOG EEN STUDIE: GIF EN SUPERONKRUID

Te midden van het tumult van deze week over de Franse proefdierstudie met NK603-genmaïs verscheen een update van een studie waaraan de Amerikaanse gewasdeskundige Chuck Benbrook van de Universiteit van Washington in Seattle al jaren bezig is. Benbrook houdt bij hoe het zit met een grote belofte van de gentechrevolutie, namelijk dat er per saldo minder gif zou worden gebruikt doordat gewassen zelf robuuster kunnen worden gemaakt. Van die belofte, zegt Benbrook, komt niets terecht. Integendeel.


Het gebruik van herbiciden en insecticiden steeg tussen 1996 en 2011 met 7 procent. En niet alleen doordat er meer wordt verbouwd. Het komt ook doordat, behalve de teeltgewassen zelf, steeds meer onkruid en plaaginsecten resistent zijn tegen de verdelgingsmiddelen. In de VS zijn superweeds onder de landbouwers inmiddels een nachtmerrie.


Gentechleveranciers als Monsanto, zegt Benbrook in een telefonisch interview, zitten stilletjes met de handen in het haar. 'Inmiddels wordt geregeld het advies gegeven om behalve Roundup ook klassieke middelen als 2,4D toe te passen, tegelijk of in wisselteelt. We zijn terug bij af.'


De ontwikkelingen verbazen biologen niet. De toepassing van één bepaalde gifstof geeft een selectiedruk die resistente genen voorrang geeft. 'De situatie is niet duurzaam. Monsanto biedt hooguit een tijdelijke oplossing en vernietigt in feite de voorwaarden waaronder zijn product kan werken', zei de landbouwauteur Michael Pollan eerder in The New York Times.


KRUISEN IS OOK GENTECH

Per jaar beoordeelt onderzoeksinstituut Rikilt in Wageningen 15 tot 20 dikke dossiers voor genetisch gemanipuleerde gewassen waarvoor een markt- of teelttoelating is aangevraagd. Dat zijn nieuwe organismen en dus is beoordeling vooraf logisch, zegt stafonderzoeker Esther Kok. Onlogisch, vindt het Rikilt, is echter dat de strenge screening niet geldt voor niet-genetisch gemanipuleerde planten en variëteiten. Terwijl, zegt Kok, er daarvan een veelvoud op de markt komen. Kok: 'Dat zijn vaak variëteiten die via andere technieken zijn ontwikkeld. Er is in feite een heel grijs gebied tussen klassiek kruisen en gentech, waar we nu niet naar kijken. Wij denken dat het afwijkende in gewassen een maatstaf moet zijn, niet de techniek waarmee die is veroorzaakt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden