'Bijna verslikte ik me in Max's lievelingstaart'

Hoe de geest van modekoning Max Heymans door een Amsterdams restaurant waarde.

Wijlen modeontwerper Max Heymans tijdens de presentatie van zijn kleding voor de winter van 1984 in Amsterdam.Beeld anp

Onlangs bezocht ik restaurant Le Garage, voor een speciale lunch. Joop Braakhekke, ex-eigenaar (maar daar merk je niets van), heette zijn gasten een warm en humoristisch welkom. Het Amsterdamse etablissement is nog steeds een uitje waard: een luxueuze oase van rood pluche, blinkende spiegels en gecapitonneerde geborgenheid. Aan de hagelwitte tafels te midden van ontvankelijk glimlachende disgenoten vergeet je even de boze buitenwereld. Oorlog? Vluchtelingen? Regen? Ha! Hierbinnen kan jou niets gebeuren. Je waant je in het Parijs van de vorige eeuw.

Het menu van de rijkelijk besproeide lunch zette meteen de toon. l'Heure de la Collection heette het voorgerecht in modeshow-Frans. Even later - en vervolgens na iedere gang- deinden piepjonge mannequins in stokoude kleren langs de tafels. Ook hierbij voerde dat ouderwets nichten-Frans de boventoon. Ladyspeaker-van-het eerste-uur, Jacinta, in stemmig zwart met parels, presenteerde de haute couture van wijlen Max Heymans als stond ze in de Rue Cambon (waar Coco Chanel de lakens uitdeelde).

Voor een bepaald bedrag kon je bij Joop aanzitten ter nagedachtenis aan en tot meerdere glorie van twee prominente Amsterdammers uit de vorige eeuw: couturier Max Heymans en ontwerper Benno Premsela. Dit geld ging, aangevuld met donaties, naar het Joods Historisch Museum, waar vanaf 14 december een tentoonstelling gewijd aan beide kunstenaars te zien is. Joël Cahen, scheidend directeur (maar ook daarvan merkte je niets), hield een bevlogen toespraak. Daarna vertelde conservatrice Miriam, initiatiefneemster van de expositie, in weldadig rap tempo dat de kunstenaars die elkaar slechts zijdelings kenden, raakvlakken hadden maar ook elkaars tegenpolen waren. En dat maakt volgens haar die tentoonstelling des te interessanter.

Ontroerend detail: in de oorlog zaten beide jongens - joods en homoseksueel, in die tijd geen sinecure (en vaak nog steeds niet) - ondergedoken. Max maakte hoedjes en Benno tasjes die ze, afzonderlijk van elkaar, clandestien verkochten. Vooral over Heymans werden smakelijke anekdotes verteld, onder meer door Henk van der Meijden, indertijd vriend en ghostwriter van zijn autobiografie Knal.

Aan mijn tafel maakte ik nader kennis met een bejaard liefdespaar, met ieder een lintje op de smaakvolle colberts. Mijn directe tafelheer, groot, breed, welbespraakt en met zilvergrijze krullen, steeg ooit tot grote hoogte in de modewereld. Aan de overkant zat zijn - beduidend bescheidener - levensgezel met een opvallend zachte, maar oplettende oogopslag, die in zijn werkend leven leraar geschiedenis was. Hun verbintenis duurt al 46 jaar.

Op mijn vraag hoe die tot stand kwam, luidde het onomwonden antwoord: 'In de sauna. Maar als we deftig willen doen, zeggen we: 'Op de Finse ambassade.'' Vanaf dat moment liep de conversatie gesmeerd. De grijze mode-bobo vertelde dat hij, destijds in de 20, het vriendje was van de toen 44-jarige Heymans: 'Maar ik had hem niet alleen. Naast mij waren er steeds een stuk of zes.'

Toen ik, empathisch als ik ben, verzuchtte dat er toen goddank nog geen sprake was van aids, antwoordde mijn gesoigneerde tafelheer met een fijnzinnig lachje: 'Nee, wel schaamluis of een druiper, maar ach, daarvoor nam je dan een kuurtje en dan was je ervan af.'

Bijna verslikte ik me in mijn île flottante, Max' lievelingsdessert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden