Bijna tweederde amateurspelers raakt tijdens seizoen geblesseerd

Twee op de drie amateurvoetballers raken per seizoen minstens één keer geblesseerd. In totaal krijgen jaarlijks 620 duizend amateurs in het veldvoetbal een blessure. Meestal betreft het de knieën, hamstrings en enkels.

AMSTERDAM - Dit zijn enkele bevindingen van een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) in opdracht van de KNVB. De onderzoekers registreerden een jaar lang het blessureleed van vergelijkbare groepen voetballers in het noorden en zuiden van Nederland.

De 450 spelers (uit 23 teams) kregen gemiddeld 1,6 keer een blessure. Vier mannen zijn vanwege het opgelopen letsel gestopt met voetballen. 70 procent van de blessures ontstond tijdens wedstrijden, vooral in de aanloop naar de winterstop en de laaste fase van de competitie.

De mannen hadden gemiddeld zestien dagen nodig om te revalideren. 5 procent van de geblesseerden verzuimde werk of school. Van de 3,7 miljoen sportblessures die Nederlandse sporters per jaar oplopen wordt een op de zes veroorzaakt door voetbal.

Voldoende redenen voor de KNVB om te zoeken naar preventieve maatregelen. In het verleden werd het dragen van scheenbeschermers verplicht, nu zoekt de bond andere middelen om de sport veiliger te maken. Een tackle van achteren structureel bestraffen met een rode kaart kan helpen, zegt KNVB-sportarts Gert-Jan Goudswaard. Een onderzoek naar de effectiviteit van de enkelbrace is gaande.

De teamarts van het Nederlands elftal ziet ook een rol weggelegd voor de overheid. Hij wil de sportarts toegankelijker maken en vindt dat die moet worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Een kwart van de geblesseerde spelers stapte met klachten weer het veld op; een sportarts had dat kunnen voorkomen.

De voetbalbond plaatst een relativerende kanttekening bij de resultaten: de baten van sport wegen ruimschoots op tegen de kosten. Mensen die niet sporten zijn vaker ziek dan sporters en - inclusief de 60 procent blessures - het werkverzuim onder niet-sporters is juist groter.

De resultaten zijn eigenlijk bijvangst van een onderzoek dat een ander doel had. De onderzoekers wilden weten of een door de FIFA aangereikt warming-upprogramma inderdaad zo effectief is als werd gepretendeerd. Door de helft van de eigen warming-up te vervangen door oefeningen van de FIFA, zou het blessureleed met een kwart moeten dalen.

Het UMCU kwam tot de slotsom de er geen verschil is tussen 'De 11' (de warming-up van de FIFA) en een reguliere warming-up. Gedurende het onderzoek werkte het ene district met 'De 11' en het andere met de eigen warming-up. Het blessureleed bleek bij beide groepen nagenoeg gelijk.

'De 11' hoeft nog niet geheel overboord, zegt de Utrechtse hoogleraar Frank Backx, die leiding gaf aan het onderzoek. 'Misschien heeft de controlegroep ook een hele goede warming-up.' De FIFA heeft inmiddels het programma '11+' ontwikkeld.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden