Bijna gewoon studentenleven

Een lange tafel vol koffiekopjes, blaadjes met aantekeningen en opengeklapte laptops. Op het aanrecht een stapel afwas, her en der bergjes kleren en boeken, rondslingerde schoenen. Een gewoon studentenhuis. Maar wel een erg mooi huis voor vijf studenten aan de Technische Universiteit Delft. Want welke studenten hebben een zespits RSV-fornuis, een joekel van een woonkeuken én een woonkamer, ieder een eigen kamer, een terras en twee badkamers tot hun beschikking? En dat is nog niet alles.


Paulien Klap (19) zwaait tijdens de rondleiding de deur open: 'Kijk, onze eigen huisbioscoop!'. Ooit was dit de koelcel van de melkboer die in het pand zat, nu staan tegen één wand van het raamloze vertrek vier rode bioscoopstoelen, tegen andere wanden een wit scherm en spots die als de voorstelling begint gedimd kunnen worden. 'Hier kijken we films en zitten we te gamen', zegt Paulien. 'Ja, we zijn verwend.' Twee bioscoopstoelen zijn tijdens het WK-voetbal gesneuveld door groot enthousiasme.


Er is nog iets anders aan dit studentenhuis. Achter de keuken is de kamer van Justus Kuijer (20), met een eigen badkamer. Justus zit in een rolstoel. Hij heeft de ziekte van Duchenne, een spierziekte. Sinds zijn elfde kan hij niet meer lopen, en hij heeft weinig kracht in zijn handen, waardoor een kopje thee drinken, bijvoorbeeld, moeilijk gaat.


Vrienden zijn het, al jaren. Het plan om te gaan samenwonen ontstond al in de vierde, toen ze met z'n allen op het Montessori Lyceum in Amsterdam zaten. Want ze zaten tóch bijna elke middag bij elkaar, en in de weekends. Meestal bij Justus thuis. Pauline ging direct uit school met Justus mee, en vaak waaiden Eke Hoekstra (19) en Jip Warendorf (19) aan. Justus: 'We zijn ook samen op vakantie geweest, dat ging best wel goed', vertelt Justus. Eke, verontwaardigd: 'Best wel?!' 'Sorry', zegt Justus. 'Die vakantie was super duper.'


Bouwkunde Ze kozen allemaal hetzelfde profiel voor hun eindexamen, Natuur & Techniek. En toen bleken Justus, Paulien en Jip ook nog eens dezelfde studie te gaan doen: industrieel ontwerpen aan de TU in Delft. Net zoals Hidde Stokvis (20) trouwens, die niet met hen op de middelbare school zat.' Eke koos voor bouwkunde, aan dezelfde universiteit. 'En toch', zegt Paulien, 'hebben we alle vijf compleet verschillende karakters. Misschien gaat het daarom zo goed.'


Langzaam rijpte het plan. Een groot huis moest het zijn, zonder drempels, met gelijkvloers een slaapkamer en badkamer voor Justus. Een huis waarin ze samen zouden kunnen koken, eten, studeren, tv kijken en plezier maken. En voor Justus zorgen, als dat nodig is. Paulien: 'Wij zijn geen verplegers. Je doet gewoon de dingen die je zelf altijd doet, koffie zetten, boterham smeren, eten - maar die doe je dan ook voor Justus. Het gaat vanzelf.'


Het droomhuis moest nog wel even gevonden worden. Wat een beetje hielp is dat de vader van Paulien bij een woningcorporatie in een andere stad werkt. Hij zocht contact met de Delftse corporatie Woonbron, die vier woningen aanbood. Toen ze deze woning zagen, in een volksbuurt in Delft-oost, waren ze meteen om: twee grote etages - een oude melkwinkel, met een doorgang naar een woning erboven - met de mogelijkheid voor vijf slaapkamers, waarvan één beneden.


Bruin


'Groot, maar het zag er niet uit', zegt Jip. 'Donkerrode muren, vieze bruine tegels op de vloer. Wat je noemt een huis met mogelijkheden. We hebben keihard gewerkt hier, alles geschilderd. Samen een huisje opknappen en inrichten, dat versterkte de vriendschap.' Er werden nog een muurtje en wat drempels gesloopt, er werd een badkamer voor Justus bijgebouwd, in de voormalige winkel kwam keukenapparatuur en toen konden ze erin. 'Het is een leuke buurt', had de buurman tegen hen gezegd', 'Er wonen hier gelukkig géén studenten.' Maar nu kunnen ze het met de buren goed vinden; iedereen is vriendelijk. Tijdens het WK waren alle woninkjes oranje, met kerst stond de hele straat in de lichtjes.


Met alle ouders zijn ze een paar avonden om de tafel gaan zitten. Hoe moesten ze de week precies indelen? Hoe kwam Justus 's ochtends op college? Kon er altijd iemand bij hem zijn? En: hoe konden ze het financieel het beste aanpakken?


Nu, na anderhalf jaar, loopt het gesmeerd. De vaste bewoners wisselden enigszins. Eke wilde na haar examen eerst wat van de wereld zien, en trok pas afgelopen september in - er was een kamer voor haar vrijgehouden. Aan Hidde, die ze tijdens de studie ontmoetten, vroegen ze een jaar geleden of hij bij hen wilde komen wonen, nadat een ander meisje was vertrokken. In deze samenstelling denken ze het tot hun afstuderen wel vol te houden. 'Zeker tot aan onze bachelor', zegt Justus.


Het schema is strak. 's Ochtends om een uur of zeven komen er 'sterke jongens' - werkstudenten - om Justus uit bed te tillen, en te helpen met wassen en aankleden. Daarna gaat Justus met rolstoel en al zijn auto in, een Citroën Berlingo-busje met een handige lift, en rijden degenen die ook die ochtend college of studie-afspraken hebben met hem naar het vlakbij gelegen gebouw van 'IO' (industrieel ontwerpen), en 's middags weer terug. Jip: 'Het is een drukke studie, we zitten vijf dagen per week bij IO. Dat heeft als voordeel dat we dan overdag bij Justus in de buurt zijn'. 'Behalve ik', roept Eke. 'Ik ben hier altijd de uitzondering hè - grapje. '


Boodschappenebeurt


Eke is ook vaak bij Justus, want om de beurt slapen ze 's nachts bij hem, op een matras naast zijn bed. Want het kan zijn dat Justus iets nodig heeft, iets wil drinken, of dat hij verkeerd ligt. Daarnaast hebben Justus' vrienden elk één dag per week kook- en boodschappenbeurt. Als Justus niet bij IO hoeft te zijn, zorgen ze ervoor dat er in elk geval iemand thuis is. Dinsdagavond gaan ze met z'n allen in de Berlingo naar het café. In het weekend is Justus bij zijn moeder in Amsterdam, en zijn de andere vier meestal ook niet in Delft. Zolang iedereen zich maar aan dat schema houdt, gaat het prima. 'Soms ben ik wel bang', bekent Justus, 'dat iemand niet op tijd thuis komt, en dat ik hier dan alleen zit. Maar ze komen altijd.'


Financieel is het ook goed te doen. Per persoon betalen ze ruim 300 euro all in. Hidde, Paulien, Eke en Jip hebben een studentenbaantje - bij Justus. Dat zit zo, legt Justus uit. Ze hebben een Persoonsgebonden Budget (PGB) aangevraagd, voor 'persoonlijke verzorging'. Het Centrum Indicatiestelling Zorg bepaalt hoeveel hulp er nodig is en achteraf wordt bekeken of het toegekende geld ook goed is gebruikt. Zo worden de vier vrienden van Justus betaald voor de uren dat ze Justus helpen, en de jongens die komen voor het 'zware werk' eveneens. In het voorbijgaan, als ze wijn gaat halen, laat Paulien Justus een slokje thee drinken.


Toen Justus' moeder met dit idee kwam, stuitte het hem eerst tegen de borst. 'Ik dacht: je betaalt je vrienden toch niet? Ik wil hun vriendschap niet kopen. Zij zijn bij mij zijn omdat ze dat willen. Maar toen ik er langer over nadacht, besefte ik dat zij doordat ze voor mij zorgen, geen ander baantje kunnen nemen, zoals andere studenten. Juist omdat zij er wat geld voor krijgen, voel ik me nu minder schuldig als ik hen iets vraag. Ik hoef niet de hele tijd 'dank je' te zeggen.'


Justus koos er bewust voor om het verzorgende, 'intieme' werk níet door zijn vrienden te laten uitvoeren, maar ook niet door de thuiszorg. 'Zo'n frisse pleegzuster Bloedwijn die binnenstormt met ¿Goedemorgen! We gaan even lekker wassen!¿ - nee. Juist omdat die jongens die 's ochtends komen ook studenten zijn, kunnen we goed met ze opschieten. Maar ze staan op grotere afstand dan mijn vrienden.'


Modelgezinnetje


Zijn er dan helemaal geen strubbelingen in dit huishouden? In elk studentenhuis is wel eens wat. 'Modelgezinnetje hè?' spot Paulien. 'Nou', zegt Eke aarzelend, 'Justus moet wel idioot vroeg op, en hij gaat vroeger naar bed dan wij. Hij heeft meer behoefte aan slaap, omdat de hele dag in een rolstoel zitten veel energie kost. Wij gaan nogal eens laat naar bed. Dat is het enige lastige, het verschil in ritme. Eerlijk gezegd kruip ik na een slaapbeurt, als Justus is aangekleed, soms nog even in mijn eigen bed.' En natuurlijk, zeggen ze alle vijf, is het wel een heel geregel; wie van het schema afwijkt of een paar dagen weg wil, moet ruilen.


'Maar daar wen je aan', zegt Jip. 'Je moet een beetje flexibel zijn.' 'Het is een soort werk, maar geen wérk-werk', vindt Eke. Hidde vindt het eigenlijk niet zo bijzonder wat ze doen. Hij hoefde niet lang na te denken voordat hij bij de anderen introk. 'Ik denk nooit lang over iets na. Nee echt niet. Het voelt niet als iets afwijkend. Justus verschilt in de meeste opzichten niet van ons.'


Justus is even stil. 'Kijk', zegt hij. 'Altijd als wij vertellen hoe wij wonen, zegt iedereen: jee, wauw, wat bijzonder, wat mooi! Maar ik wil niet bijzonder zijn. Ik wil een zo gewoon mogelijk leven leiden - wij allemaal trouwens.' Daarom voelde Justus eerst ook niet zo veel voor dit verhaal. Hij wilde een normaal studentenleven - en dat heeft hij. 'Nee man', pest Hidde. 'Normaal is saai. Wij zijn geen van allen normaal.'


Justus: 'Vind je? Als jullie allemaal een kopie van mij zouden zijn, dan waren we ver van huis!'


Het is vooral een kwestie van vertrouwen, denkt Paulien. 'Niet van geld, niet van goedheid, niet van bijzonder doen. Wij kunnen op elkaar rekenen, en we willen graag bij elkaar zijn. Dat is het. Wij zijn vrienden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden