Bijna dood

Onze wetenschappelijke kennis is als een open plek in het bos. Hoe verder we de plek door kap vergroten, hoe langer de grens met het bos wordt....

Peter Bügel

De grootste wetenschappelijke uitdaging is momenteel de verklaring van het bewustzijn. Vooraanstaande breingeleerden als Penrose en Fenwick suggereren wel eens dat er een nieuw paradigma nodig is om de werking van het bewustzijn te verklaren. Het heersende geloof is momenteel dat het bewustzijn wordt geproduceerd door de hersenen.

Het lijkt erop of dit geloof niet houdbaar is. In december stond een verslag van een onderzoek van de Nederlandse cardioloog Pim van Lommel in het medische vakblad The Lancet. Van Lommel volgde 344 volwassenen die in ziekenhuizen werden opgenomen met een hartstilstand. Bij allen stokte de ademhaling en de bloedsomloop en lag de hersenactiviteit stil. 18 Procent van de klinisch doden meldde kort na de reanimatie een unieke ervaring. Sommigen verhaalden over een gang door een tunnel. Daarna volgde een licht- en geluksbad. Sommigen zagen geliefde overledenen terug, anderen hadden in een flits hun eigen leven, inclusief alle gedachten en gevoelens herbeleefd.

De cardioloog ondervroeg deze mensen twee en acht jaar later over die gebeurtenis. De gesprekken waren op band opgenomen en de respondenten vertelden na acht jaar exact hetzelfde als zes jaar eerder. Sommigen zeiden wel een week te kunnen vertellen over een periode die maar enkele minuten geduurd had. Allen gaven aan dat hun leven door de belevenis ingrijpend was veranderd. In 80 procent van de gevallen leidde dat overigens tot echtscheiding. De patiënten waren voor hun partners onherkenbaar geworden.

Opvallend was verder dat naarmate de ervaring indringender was, de kans toenam dat de patiënten kort na het verlaten van het ziekenhuis alsnog overleden. Volgens de onderzoeker zou dat kunnen omdat ze er door hun ervaringen vrede mee hadden om het leven los te laten.

Heersende verklaringen van zulke bijna-doodervaringen gingen er tot nu toe vanuit dat deze ervaringen worden geproduceerd door stervende hersencellen. Hierbij zouden grote hoeveelheden opiaatachtige stoffen, endorfinen, worden geproduceerd. Volgens Van Lommel snijdt die verklaring geen hout. De doorbloedingsonderbreking duurde steeds te kort om zo'n massale sterfte te veroorzaken.

Het lijkt er dus op dat het bewustzijn geen product van de hersenen is. Volgens Van Lommel lijkt het plausibel te veronderstellen dat de hersenen fungeren als een ontvangstapparaat, te vergelijken met een televisietoestel. Er is altijd een uitzending, maar dat zie je pas als het toestel aan staat. Zo zou het bewustzijn er ook steeds kunnen zijn maar alleen door ons worden ervaren wanneer ons brein intact is.

Dè vraag die zich opdringt is natuurlijk, waar dat bewustzijn zich dan bevindt. Misschien moeten we daarvoor gaan buurten bij de fysici, die verkondigen dat de ervaring dat er maar vier dimensies zijn, lengte, breedte, diepte en tijd, een illusie is. Er zouden minstens tien dimensies zijn, en de superstrings, waaruit alles is opgebouwd, zouden in die dimensies opgerold liggen. Als alles zoveel dimensies heeft, hebben wij die ook. Plaats genoeg voor wat onverklaarbare verschijnselen als bewustzijn en geheugen. Dat laatste is namelijk ook door allerelei onderzoek steeds onbegrijpelijker geworden. Volgens de Nederlandse hersenonderzoeker Herms Romijn is het niet mogelijk dat het brein het gehele geheugen bevat. Ook dat moet dus buiten de kenbare hersenpan een plek hebben.

Er is dus nog veel bos te kappen. Waardoor het onverklaarbare gebied groter en groter zal worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden