Bijna doodgaan, en dan een lekker biertje Moniek Merkx krijgt belangrijkste Mimeprijs

Een 'montage-knutselaar' noemt regisseur Moniek Merkx zichzelf. Zij houdt van abrupte overgangen en stemmingswisselingen in scènes. Dat maakt haar voorstellingen precies, maar soms ook wreed....

ZE NOEMT haar werk 'onzichtbaar': in veel voorstellingen die Moniek Merkx (42) regisseerde is haar handschrift niet onmiddellijk terug te vinden. Het liefst maakt ze namelijk voorstellingen met acteurs die zelf óók theatermaker zijn - en dus al snel de credits krijgen.

'Het moet er uitzien alsof de spelers alles ter plekke staan uit te vinden,' zegt Moniek Merkx. 'Alsof er niks geregisseerd is.'

Dus werd Vlees en Bloed niet herkend als een voorstelling van bedenker, schrijver en regisseur Merkx, maar gezien als een collectieve productie van Suver Nuver. En denkt iedereen bij 'de makers' van The Real World, nog zo'n succesvolle voorstelling uit het afgelopen seizoen, in eerste instantie aan Mimegezelschap Space.

Morgen krijgt Moniek Merkx de jaarlijkse Mimeprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecteuren uitgereikt, de grootste prijs van de kleinste Nederlandse theaterdiscipline. En een paar weken geleden ontving ze de Hans Snoek-prijs voor haar regie van Bizon en Zonen, uitverkoren als de beste jeugdtheatervoorstelling van het afgelopen seizoen. Die prijs deelt ze met Pauline Mol, die de voorstelling schreef. En met de spelers, zal Merkx onmiddellijk roepen.

Maar toch. Het is niet onopgemerkt gebleven. Alle producties waar Merkx haar naam aan verbindt zijn sterk, scherp en precies. Bij de film zou ze het ook goed doen, want Merkx is de beste 'monteur' die er in theaterland rondloopt. Zo ziet ze zichzelf ook, als 'een soort montage-knutselaar'. Gedreven, fantasierijk, maar veel strenger dan het woord 'knutselaar' doet vermoeden.

Vlees en bloed, de jaren negentig-remix van Lodewijk de Boers The Family was een rauw, energiek spektakel waarbij de stoelen, het bier en de spelers in het rond vlogen. De ruwheid zat 'm in de heftige emoties, het fysieke spel van de Suver Nuvers, in de live muziek van Joop van Brakel en hardcore rap-band N.I.P. Maar vooral ook in de harde montage. Abrupte overgangen tussen afzonderlijke scènes. Bizarre stills midden in schreeuwerige discussies. En razendsnelle stemmingswisselingen in het spel van de acteurs.

Een willekeurig voorbeeld: de sterfscène van de vader. 'Kil' schreeuwt Henk Zwart als de oudste zoon Doc, nadat hij z'n vader verrot heeft gescholden. Het is de naam van Docs jongere broertje, én een opdracht om te man te doden die z'n eigen kinderen in de steek heeft gelaten. Als een opgefokte pitbull stuitert Peer van den Berg om zijn vader heen. Die is al door z'n knieën gezakt en grijpt naar z'n borst. 'M'n hart! Ik kom eraan, God' roept vader Joop Wittermans dramatisch. Terwijl hij hulpeloos naar zijn grijnzende zonen opkijkt, laat hij zijn galmende pijnkreet naadloos overgaan in een Italiaanse aria. 'Io morte, io morte...' En vraagt een halve seconde later z'n aan de grond genagelde zonen joviaal om een pilsje.

Als een windvaan verandert deze vader van richting. En elke verandering is exact getimed. 'Heel ambachtelijk werk,' zegt Moniek Merkx over haar bemoeienis met zo'n scène: eerst door de knieën zakken, dan kijken, en dan pas die zin zeggen. In een andere volgorde werkt het niet.

Het klinkt analytisch, en Merkx, van huis uit dramaturge, is ook een analytisch regisseur. Met strenge hand lijkt ze de acteurs in een keurslijf te duwen. Maar juist die precieze aanwijzingen kunnen een scène tot leven brengen. Merkx: 'De timing is de hartslag van een voorstelling.'

Extreme stemmingswisselingen worden in het theater meestal aangekondigd door de betreffende toneelspeler, zodat het publiek snapt waar plotselinge woede of vreugde vandáán komt. Moniek Merkx gaat het niet allemaal 'mooi in elkaar over masseren', zoals zij dat fijntjes uitdrukt.

'Ik kom er steeds meer achter dat ik werk zonder geheugen. Een acteur hoeft niet mee te nemen wat hij net heeft gedaan. Dat doe je in het echte leven ook niet.' Een mens kan heel goed het ene moment dramatisch huilen en het volgende moment genietend een hap van een gebakje nemen, daar moeten we nou niet ineens moeilijk over doen.

Toch geeft Merkx met die abrupte stemmingswisselingen een wrede kijk op de mens. Kijk hoe die stervende vader in Vlees en bloed de gevoelens van zijn zonen probeert te bespelen. Hoe hij steeds een nieuw register opentrekt, niet om het verbroken contact met zijn kinderen te herstellen, maar om heelhuids uit z'n benarde positie te komen.

Hetzelfde opportunisme zie je bij de drie broertjes in de Artemis-productie Bizon en zonen. Telkens spannen er twee broertjes tegen de derde samen, maar wie er partij kiest voor wie, dat wisselt per situatie. De snelheid waarmee de tweetallen wisselen, maakt dit gezin tot een behoorlijk onveilige plek: iedereen kan op elk moment door de anderen worden buitengesloten.

Natuurlijk is het uitvergroot gedrag, daarvoor is het theater. Maar voor Moniek Merkx is het herkenbaar. 'Wij waren thuis met acht kinderen, dus er konden kongsi's zat worden gemaakt. Ineens hoorde je er niet meer bij. Dan werd er even fiks met de spierballen gerold en daarna was weer een ander het slachtoffer.'

Die willekeur zie je ook terug in The Real World, de vileine parodie van Mimegezelschap Space op de gelijknamige MTV-reality-soap. Recht in elkaars gezicht doen de hippe jongeren in deze voorstelling reuze aardig. Maar zelfs midden in een gezellige conversatie zijn de gesprekspartners bereid om in de alomtegenwoordige televisiecamera te vertellen wat ze werkelijk over de ander denken.

Het toppunt van hypocrisie is de manier waarop het 'geheim' van één van de jongeren razendsnel wordt doorgegeven - 'de roddelmachine' noemt Merkx deze scène. We zien telkens twee acteurs vooraan op het toneel. De één vertelt het geheim: 'Niet doorvertellen hoor', de ander luistert, 'Natuurlijk niet' Waarop de verteller verdwijnt, de luisteraar een stap opzij doet en in de voetstappen van de verteller treedt: hij geeft het geheim door aan een nieuwe luisteraar.

Grappig, maar ook onthutsend is de oprechtheid waarmee de luisteraars allemaal beloven dat ze hun mond zullen houden. Alsof zij zelf, meer nog dan het publiek, werkelijk overtuigd zijn van hun goede bedoelingen. Die als sneeuw voor de zon verdwijnen zodra er een nieuwe luisteraar verschijnt. 'Zonder geheugen', in de termen van Merkx. Zij gelooft in de oprechtheid van die belofte. 'Ik zie mensen niet als kwaadaardige sluwaards. Het zijn gewoon vaak klungels.'

Prachtig heeft Merkx die menselijke onverbeterlijkheid verwerkt in haar nieuwste jeugdvoorstelling, die vorige week in première ging. Voor De muts van de man zonder hoofd schreef Merkx een tekst op basis van verhalen van de Russische absurdist Daniil Charms. Wonderlijke figuren lopen er rond in die verhalen. Een blauwe olifant, kunstogen die laaiende ruzie maken en de kleinste mens ter wereld. Een pleidooi voor de menselijke verbeeldingskracht, vindt Merkx, die een deel van die figuren alleen in woorden laat bestaan.

MAAR DE kleinste mens ter wereld staat levend en wel op het toneel. Het is Dorien Folkers, een van de speelsters van Artemis. Alleen haar hoofd steekt boven een richel uit, en aan dat hoofd bungelt een piepklein poppenlijfje. Twee vingers heeft de actrice van achteren in de poppenarmpjes gewurmd, zo kan de kleinste mens ter wereld een bijl vasthouden. Met die bijl slaat ze op een boomstronk (die veel later het hoofd blijkt te zijn van de langste mens ter wereld).

Haar krachteloze poppengehak wordt van klinkend geluid voorzien door een andere Artemis-actrice die bij elke bijlslag met een plankje op de richel slaat. Net zoals muzikant Joop van Brakel in Vlees en bloed de vuistslagen van de spelers met percussie-lawaai begeleidde: 'Pats! Beng! Boem'

In De muts van de man zonder hoofd is er nóg een persoon die laat horen hoe de bijlslagen klinken. Petka, heet hij, een vrolijke man die gespeeld wordt door Niek van der Horst. Gespannen kijkt hij toe hoe de kleinste mens haar bijltje laat vallen. 'Pats', constateert hij een paar seconden na elke slag. 'Petka! Alsjeblieft', zegt de kleinste mens ter wereld geïrriteerd. 'Hou op met dat woord pats.' Op deze manier krijgt ze dat houtblok nooit in tweeën! Keer op keer belooft Petka vriendelijk om er mee op te houden, en steeds is het eruit voor hij het weet: 'Pats'

Hoe vaker Petka zijn ondeugd herhaalt, hoe harder het kinderpubliek lacht. Kinderen herkennen dat, zegt Moniek Merkx, die met een scène als deze laat zien hoe zelfs de meest absurde, abstracte verhaaltjes van Charms over heel herkenbare situaties kunnen gaan. 'Zo gaan die dingen nou eenmaal. Je maakt slaande ruzie, dan zeg je dat het nooit meer zal doen, en voor je het weet is het weer: pats'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden