analyseSyrische vluchtelingen, vijf jaar later

Bijna de helft van de Syrische vluchtelingen voelt zich nu, vijf jaar later, Nederlander

Hoe vergaat het de duizenden Syriërs die in 2015 en begin 2016 naar Nederland kwamen? Ze willen graag meedoen in de samenleving, al lopen ze daarbij tegen problemen op.

Asielzoekers bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. ‘De Syriërs bleven maar komen’, zegt Jannet Boven van het COA over 2015. ‘Ik weet nog dat ik dacht: is dit Nederland?’Beeld Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

Op een afgelegen plek, in het uiterste zuidoosten van Groningen, ontstond in de zomer van 2015 een file aan busverkeer. De passagiers stapten uit op een kaarsrechte, geasfalteerde weg met keurige rijen bomen aan weerszijden – iets wat ze later zouden herkennen als oer-Hollandse ordelijkheid.

De weg bracht ze naar het aanmeldcentrum voor nieuwe asielzoekers in Ter Apel.

Voor Jannet Boven, adjunct-regiomanager bij het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) in Ter Apel, begon tijdens die warme zomerdagen de zwaarste periode uit haar carrière. ‘De Syriërs bleven maar komen’, zegt ze vanuit haar kantoor in een van de gebouwen op het terrein, dat uitzicht biedt op een suikerbietenveld. ‘Het waren voornamelijk mannen, maar er zaten ook kinderen tussen van nog geen 12 jaar oud. Sommigen waren helemaal alleen gekomen. Ze stonden in de berm op blote voeten of kapotgelopen schoenen. Ik weet nog dat ik dacht: is dit Nederland?’

Vijf jaar later is het weer druk in Ter Apel. Na maanden van coronastilte komt de asielinstroom gestaag op gang. Ook nu zijn het voornamelijk Syriërs die aankloppen voor bescherming. Maar de drukte is betrekkelijk: het zijn er tientallen per maand, niet duizenden zoals in 2015 en de eerste maanden van 2016.

De Syriërs die toentertijd voet op Nederlandse bodem zetten, hebben zich inmiddels lang en breed gesetteld. Ze hebben een verblijfsvergunning, een huis, mogelijk een baan. Wie na een verblijf van vijf jaar is geslaagd voor zijn inburgeringsexamen en geen strafblad heeft, maakt bovendien aanspraak op het Nederlandse staatsburgerschap. Een mijlpaal.

Hoe vergaat het deze groep, die qua grootte (zo’n 77 duizend) overeenkomt met het inwonersaantal van Lelystad? Hebben ze werk gevonden, zijn ze gelukkig, wat is hun perspectief?

Lof voor de rechtsstaat

Om positief te beginnen: ondanks hun korte verblijf in Nederland, voelt bijna de helft van de Syriërs zich Nederlander. Dat is de uitkomst van een grootschalig onderzoek onder 3.200 Syrische ‘statushouders’, zoals asielzoekers met een verblijfsvergunning heten, uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het WODC, het RIVM en het CBS in de jaren 2017 en 2019.

Syriërs prijzen de Nederlandse rechtsstaat en het gebrek aan corruptie, ze ervaren weinig discriminatie en onderhouden goede contacten met Nederlanders. Volgens de laatste cijfers beoordelen ze hun leven gemiddeld met een 8,2.

Het optimisme is opvallend, omdat andere gegevens uit het onderzoek minder positief stemmen. Hoewel het aantal Syriërs met een betaalde baan toeneemt, van 11 procent in 2017 tot 34 procent twee jaar later,  leeft nog altijd zo’n 70 procent van een uitkering. Een groot deel, zo’n 38 procent, ervaart psychische klachten als stress, somberheid en angst. Dat is bijna drie keer zoveel als onder de Nederlandse bevolking als geheel.

Dat Syrische statushouders hun toekomst desondanks vol goede moed tegemoet treden, staat wel bekend als ‘migrantenoptimisme’.

‘Met name voor asielzoekers die uit een oorlogssituatie komen, is veiligheid het allerbelangrijkste’, zegt Mieke Maliepaard, onderzoeker bij het wetenschappelijk kenniscentrum WODC. ‘Ze vergelijken hun nieuwe situatie met die in hun thuisland en beoordelen die als positief. Maar na verloop van tijd gaan ze meer naar de situatie om hen heen kijken. Ze zijn beter op de hoogte van wat er speelt in Nederland, bijvoorbeeld de politieke discussies die worden gevoerd of de discriminatie op de arbeidsmarkt. Zodoende komen ze erachter dat hun kansen minder groot zijn dan gehoopt, waardoor het optimisme afzwakt.’

Syriërs laten zich qua profiel het beste vergelijken met de Afghanen en Irakezen die in de jaren negentig naar Nederland kwamen. De eerste generatie van deze twee migrantengroepen is op de arbeidsmarkt altijd ver achtergebleven bij de autochtone bevolking. ‘Maar de kinderen van de eerste generatie Irakezen en Afghanen zitten vrijwel op hetzelfde niveau als hun autochtone klasgenoten’, zegt Maliepaard. ‘Dat is een ontwikkeling waarvan je hoopt dat die bij Syriërs ook gaat gebeuren.’

De Syriërs die in de zomer van 2015 in Ter Apel aankwamen, waren nog niet bezig met hun perspectief in Nederland. Ze waren uitgeput van de zware reis die hen – soms bewust, soms per toeval – naar Nederland had gedreven.

In Ter Apel, waar plek was voor 2.000 asielzoekers, kon lang niet iedereen terecht. Medewerkers van het COA kwamen handen tekort om iedereen te huisvesten. ‘Soms wist ik niet meer wat ik kon doen’, zegt adjunct-regiomanager Jannet Boven. ‘Dan was ik om 4 uur ’s nachts nog bezig om voor iemand een fatsoenlijk bed te regelen.’

Het COA deed een beroep op gemeenten, die in allerijl sporthallen beschikbaar stelden. Beelden van eenvoudige stapelbedden met prefab schotjes ertussen riepen bij een deel van de Nederlandse bevolking afschuw op: was dit hoe we mensen behandelden die uit een oorlogssituatie kwamen?

Voor een ander deel van de bevolking kon de opvang niet sober genoeg zijn. Ze wantrouwden de intenties van de nieuwkomers, onder wie veel vrome moslims, afkomstig uit een land waar bloedvergieten de norm leek.

Het sentiment was veranderd, merkte ook Boven, die al ruim 25 jaar werkzaam is voor het COA. ‘In 2001 zaten er 83 duizend asielzoekers uit onder meer Joegoslavië in de opvang. Dat was nooit zo’n probleem. Mensen kenden het land, ze waren er ooit op vakantie geweest. Dat gold niet voor Syrië. In de periode 2015-2016 zaten nog geen 25 duizend asielzoekers in de opvang en was Nederland opeens vol.’

Modelvluchtelingen

De vrees voor terreuraanslagen of massale verkrachtingen door gefrustreerde jongemannen werd niet bewaarheid. Syriërs blijken in veel opzichten modelvluchtelingen. Het gros slaagt binnen drie jaar voor zijn inburgeringsexamen. In het recent verschenen onderzoek Nederland Papierenland (van het SCP) wordt gesproken van ‘een hoge arbeidsmoraal’. Hun wil om te participeren is groot.

Dat dit zich nog niet vertaalt in een hoge arbeidsparticipatie is geen onwil, stelt socioloog Jaco Dagevos van het SCP. ‘Je moet niet vergeten dat het hier gaat om mensen die eerst een tijdlang in een asielzoekerscentrum hebben moeten wonen, die veel mentale energie hebben moeten steken in gezinshereniging, die de taal nog niet spreken en bovenal hun weg moeten vinden in een land dat op allerlei terreinen, van sociale contacten tot het regelen van financiële zaken, anders is.’

Dagevos omschrijft Syrische statushouders als een zelfbewuste groep. ‘Syriërs willen niet als vluchtelingen worden behandeld, maar als volwaardige individuen.’ Daar zit volgens de onderzoeker een zekere spanning op, omdat Syriërs juist in hun beginjaren erg afhankelijk zijn van de overheid. ‘Ze voelen in de bejegening door instanties regelmatig onderwaardering.’

Het nieuwe inburgeringsstelsel, dat volgend jaar ingaat, zou dit deels moeten ondervangen doordat statushouders meer zeggenschap krijgen. Gemeenten stellen per nieuwkomer een individueel plan op met als doel om zo snel mogelijk de taal te leren en aan het werk te gaan.

Hoe de toekomst voor Syriërs in Nederland er op de lange termijn gaat uitzien, laat zich lastig voorspellen. Een van de belangrijkste graadmeters voor een succesvolle integratie, arbeidsparticipatie, zal door de coronacrisis waarschijnlijk een flinke knauw oplopen. Juist de flexsector, waarin de meeste Syriërs werkzaam zijn, krijgt harde klappen.

Aan de andere kant: Syriërs kunnen wel tegen een stootje, ze hebben voor hetere vuren gestaan. Terugkijkend op die periode in 2015 hoopt Jannet Boven van het COA bovenal dat ze mensen een veilige plek heeft kunnen bieden. ‘En dat we het gevoel hebben gegeven dat ze hier welkom zijn.’

Woningmarkt

Asielzoekers hebben na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning recht op een woning, wat in de praktijk neerkomt op een sociale huurwoning. Het Rijk stelt elk half jaar vast hoeveel statushouders per gemeente gehuisvest moeten worden. Dit gaat naar rato van hun inwonertal. Zodoende tellen de grote steden als Amsterdam (3.000), Rotterdam (2.800) en Den Haag (1.900) de meeste Syrische statushouders. In totaal schreven zich tussen 2015 en 1 oktober 2019 74 duizend Syrische statushouders in bij een Nederlandse gemeente. Dat zij via een voorrangsregeling soms sneller een woning bemachtigen dan andere woningzoekenden op de wachtlijst, zorgde twee jaar geleden voor een verhitte maatschappelijke discussie. Een aantal gemeenten heeft de voorrangsregeling inmiddels geschrapt.

Religie

78 procent van de Syriërs beschouwt zichzelf als moslim, 8 procent is christelijk en 13 procent is niet-gelovig (SCP). Het merendeel van de Syrische moslims bidt dagelijks, driekwart van de vrouwen draagt een hoofddoek. Minder dan een vijfde (19 procent) is voorstander van het homohuwelijk.

Scheidingen

Een onderzoeker aan de Vrije Universiteit schatte onlangs in deze krant dat meer dan de helft van de Syrische stellen overweegt te scheiden of al in scheiding ligt. De stress van de oorlog in hun thuisland en de daaropvolgende reis vol ontberingen en onzekerheden in het nieuwe aankomstland hebben veel stellen – vaak jong getrouwd, soms door uithuwelijking – uit elkaar gedreven. De traditionele rolverdeling binnen Syrische stellen is in Nederland flink opgeschud, staat ook in Nederland Papierenland (SCP). De man is zijn rol als kostwinner kwijt, de vrouw ziet in Nederland meer mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen. Dit kan tot spanningen leiden, met een scheiding tot gevolg.

Opleidingsniveau

Een vijfde van de Syriërs had na aankomst in Nederland een diploma in het hoger onderwijs, een derde had alleen basisschool afgerond. Een kanttekening hierbij is dat veel jongeren hun studie vanwege de oorlog vroegtijdig hebben moeten staken. In Nederland moeten ze opnieuw beginnen. Van de Syriërs tussen de 12 en 18 jaar volgde 38 procent vier jaar na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning onderwijs op mbo-2-4-niveau. Van de volwassen statushouders volgde 22 procent een opleiding.

Terugkeer

‘Syriërs hebben nu wel genoeg van onze bijstand geprofiteerd’, schreef Wilders in 2018 op Twitter. ‘Stuur ze verplicht terug naar Syrië en laat ze helpen hun eigen land op te bouwen.’ Dergelijke uitspraken veroorzaken veel onrust bij Syrische statushouders in Nederland, die vrezen voor deportatie. Met argusogen wordt gekeken naar landen als Denemarken en Oostenrijk, die al Syrische burgers hebben teruggestuurd. Vanuit Nederland, waar gezien de voortdurende instabiele situatie in Syrië nog geen terugkeerregeling van kracht is, was halverwege 2018 slechts 2,3 procent van de Syriërs (wat neerkomt op 1.355 personen) uit Nederland vertrokken. Het overgrote deel (96 procent) ziet zichzelf over twee jaar nog hier wonen.

De vluchtelingencrisis, 5 jaar later

Syrische kinderarts Amani Ballour: ‘Het zwaarst was om te kiezen wie zou sterven’
Als hoofd van een ondergronds ziekenhuis in Syrië behandelde Amani Ballour talloze slachtoffers van chemische aanvallen en bombardementen. De inzet van de kinderarts voor vrouwen en meisjes in conflictgebieden ligt nu stil door de coronacrisis.

Het Oost-Duitse Tröglitz heeft zich neergelegd bij een handjevol migranten
Vijf jaar geleden werd in Tröglitz brand gesticht in een gebouw waar vluchtelingen zouden worden opgevangen. Het Oost-Duitse dorp werd daarmee het symbool van ‘donkerduitsland’. Was dat terecht? En hoe is het er nu?

Anderhalf miljoen vluchtelingen zochten in 2015 hun heil in Europa. Wat is er werkelijkheid geworden van alle hoop en vrees? Vijf jaar later onderzoeken we het in een special. Op deze pagina vind je alle stukken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden