Bijna betrapt met belastende brieven van Mata Hari

Dagboek

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Mata Hari. Foto AFP

Parijs, 2 januari 1926

Ontbijt bij Misia Sert met Poulenc, Jean en Valentine Victor-Hugo en de pianiste Marcelle Meyer. We aten in het hotel beneden en zaten daarna in Misia's kooitje van zilverbrokaat op de zevende etage. Poulenc is een stevige, brede boerenjongen, nogal zwijgzaam, maar wel sympathiek.

Het gesprek ging vooral over bekenden, Diaghilev, Cocteau, Radiguet. Misia vertelde, toen ik het had over het wonder en de wederopstanding van het Russische ballet, hoe slecht het Diaghilev in de oorlog was vergaan. In Spanje was hij bijna van de honger omgekomen. Het had maanden geduurd voor hij van de Franse regering een inreisvisum kreeg. Uiteindelijk had Sert hem kunnen ophalen uit Barcelona.

Bij de grens had Sert gevraagd of hij niets compromitterends bij zich had. Welnee, niets, hij had nooit iets compromitterends op zak. Nou, kijk nog eens goed, of je niets in je zakken hebt. Ach, alleen een paar oude brieven. Wat voor brieven dan? Diaghilev haalde een heel pak tevoorschijn, waaronder twee brieven van Mata Hari. Mata Hari was net gearresteerd wegens spionage. Ze hadden maar net tijd om ze te vernietigen.

Cocteaus gedicht over Radiguet werd neergesabeld. Misia: er klopt niets van dat de kleine Radiguet onder de ogen van Cocteau is gestorven. Integendeel, hij is moederziel alleen gestorven, uit angst voor besmetting kwam niemand hem opzoeken.

Harry graaf Kessler (1868-1937), Duitse mecenas en diplomaat. Ingekort fragment uit Tagebücher 1918-1937. Insel Verlag, 1961.

Meer over