BIJNA 2300 LITER AFWASBAAR BLOED

Dertig jaar geleden spatte voor het eerst het bloed van het scherm in Tatort, de Krimi met de licht sociaal-kritische toets en het hoge realiteitsgehalte....

'Overal bloed, verschrikkelijk veel bloed. Op het bed, op het tapijt, overal.' Het script van de Tatort-aflevering Totenmesse uit Leipzig windt er geen doekjes om. Het slachtoffer is om het leven gebracht door messteken en als je een mens lekprikt, is de troep meestal niet te overzien. Zo is het in het echt en zo is het dus ook in Tatort.

'Veel bloed', staat er als reminder bij het boodschappenlijstje in de kolom Sonstiges van het schema van de negende draaidag. 'Vijf liter', berekent de requisietenman, 'filmbloed, absoluut afwasbaar.' Een litertje meer of minder, bloed hoort bij Tatort. Natuurlijk zijn gif- en wurgmoorden relatief schoon, maar ga je uit van gemiddeld één bebloed lijk per aflevering, waarvoor zo'n vijf liter per keer nodig is, dan is er de afgelopen dertig jaar in 458 afleveringen van deze Dauerläufer onder de Duitse krimiseries bijna 2300 liter bloed gevloeid.

Totenmesse is zelfs bovengemiddeld, want er wordt ook een dame van het balkon gegooid en er pleegt iemand zelfmoord. Maar op de achtste draaidag is er op het terrein van Leipzigs Alte Messe, waar een groot deel van het verhaal zich afspeelt, geen lijk te bekennen. Het is een gewone Tatort-draaidag, zonder helikopters, stunts en loeiende sirenes.

Het speeltje van de dag is een metershoge kraan waarop een camera met een enorme groothoeklens een shot maakt van de auto waarmee Hauptkommissar Bruno Ehrlicher (acteur Peter Sodann) en zijn collega Kain (acteur Bernd Michael Lade) met één van de verdachten onder de grote dubbele M van de hoofdingang doorrijden. Dat vereist geen spectaculaire acties, wel gigantisch veel tijd. Terwijl de oktoberkilte onvermijdelijk door de donzen bodywarmers in de botten kruipt, tikken dure uren gladjes weg.

Eerste take, tweede take, nog een keer. Aggregaat leeg, benzine halen, wachten. Cameraman, geluidsman, belichtingsman, regisseur - iedereen is geconcentreerd, maar niemand windt zich op. Eigenlijk net als de figuur Ehrlicher zelf, sinds 1992 de vaste en geliefde 'Ossi' Tatort-commissaris van de Mitteldeutsche Rundfunk (mdr). Goed gemanierd, low profile, sluw op de loer en altijd rustig aan. 'Ein Mord nach dem andern', is zijn motto.

'Ik zou niet weten', zegt Peter Sodann 's avonds bij een Jägermeister en een bier, 'waarom ik als een idioot met een pistool door de omgeving moet razen. Ik doe ook altijd eerst mijn auto op slot als ik ben uitgestapt omdat hij anders gestolen wordt.'

'Typisch Wessi, om hier zomaar binnen te vallen', zegt Ehrlicher dan ook tegen de omvangrijke Keulse Hauptkommissar Freddy Schenk (acteur Dietmar Bär) in de aflevering Quartett in Leipzig die afgelopen zomer werd gedraaid. 'Wij hebben in het westen nou eenmaal veel meer bewegingsruimte', sputtert Schenk tegen. Samen met zijn partner Max Ballauf (Klaus J. Behrendt) is hij onaangekondigd en ongevraagd van Keulen naar Leipzig gereisd.

Het heetgebakerde, licht neurotische Tatort-duo van de West deutsche Rundfunk (wdr) treft in een intercity een lijk aan en het spoor voert naar precies dezelfde stad als dertig jaar geleden bij de allereerste Tatort, Taxi nach Leipzig. En omdat vaste Tatort-kijkers het altijd geweldig vinden wanneer de Tatort-commissarissen van verschillende zenders bij elkaar op bezoek komen, wordt met de uitzending van Quartett in Leipzig op 26 november het dertigjarig jubileum gevierd.

'Ik vond dat als kind al heel erg leuk', vertelt Bär in de caravan die achteloos langs de stoep geparkeerd staat en dienst doet als kleedruimte op de Keulse set, waar de vaste opnameruimte (het politiebureau) gevestigd is in de kelders van een laboratorium. In 1970 mocht Bär nog geeneens lang genoeg opblijven om Tatort te kijken, maar wat hij zag maakte indruk: dan was daar Klaus Schwarzkopf, de onvolprezen Kommissar Finke uit Hamburg, die opeens Gustl Bayrhammer alias Kommissar Veigl uit Munchen aan de lijn had. Bär: 'Vandaar het idee, laten we nog eens zoiets doen.'

Het was één van de criteria, herinnert zich Tatort-bedenker, -coordinator en toenmalige chef Fernsehspiel van de wdr Gunther Witte: in elke aflevering een gastcommissaris van een andere zender, maar dat verwaterde al gauw. Veel meer inhoudelijke criteria kon hij niet stellen, want de ard (Arbeitsgemeinschaft der Rundfunkanstalten Deutschlands) is al net zo'n federatief verband als de naoorlogse Duitse bondsrepubliek zelf. Elke deelstaat heeft in principe zijn eigen zender, elke zender is zijn eigen baas en samen zijn ze, ieder op zijn eigen wijze, de ard. Kulturhoheit heet dat op z'n Duits.

Dus ook een gezamenlijke Krimi-Reihe - door Witte ontwikkeld als offensief tegen de populaire serie Der Kommissar op Duitsland 2 - werd uiteindelijk een reeks waarbij alleen intro en tune (de bekende dreunende dissonante akkoorden aan het begin en de smalle streep met de ogen waarover een vizier verschijnt) hetzelfde zijn. Iedere zender levert zijn eigen commissarissen, werkt met zijn eigen productiemaatschappij en maakt zijn eigen scripts. Grotere en rijkere zenders als de wdr, de ndr (Norddeutsche Rundfunk) en de br (Bayerische Rundfunk) maken drie tot vijf Tat orte per jaar, een kleine zender als Radio Bremen slechts één.

Het gekke is, peinst Witte in een Keulse Konditorei die in een Tatort niet zou misstaan, dat al deze voor een krimiserie absoluut a-typische dingen nooit een negatieve invloed hebben gehad. Al die commissarissen (72 in totaal) en verschillende plaatsen, de steeds wisselende regisseurs en scenarioschrijvers: dat bleken juist de succesvolle factoren. Om de zoveel tijd een nieuw gezicht, dat houdt de serie fris. De regionale opzet biedt gelegenheid voor herkenbare couleur locale (in Munchen krijg je een pul bier, in Keulen krijg je een elegant glas Kolsch) en stekeligheden over de verschillen in Duitse landaard.

Maar wat Tatort werkelijk onderscheidt van de bedaagde Villakrimis met Derrick en Der Alte, is de meestal aanwezige licht sociaal-kritische toets en het hoge realiteitsgehalte van de verhalen, die zich in de meest uiteenlopende milieus afspelen. Waarbij de commissarissen zich liever bedienen van ironie dan van een opgeheven wijsvinger. Witte: 'Je kunt niet zeggen dat de typische Tatort-commissaris er zus of zo uitziet, maar je kunt wel zeggen dat er in de Tatortreeks veel verhalen worden verteld die betrekking hebben op de samenleving.'

Zelfs de behoorlijk conservatieve Bayerische Rundfunk maakte begin jaren zeventig een kritische Tatort over huizenspeculanten (Tote brauchen keine Wohnung). Ook het huidige commissarisduo Batic en Leitmayr knijpt wel eens vier ogen dicht als daarmee het rechtvaardigheidsgevoel beter is gediend dan de wet - een sympathiek trekje dat bij meer Tatort-commissarissen voorkomt.

Voor de afleveringen met Ballauf en Schenk is expliciet afgesproken dat het, in termen van Klaus J. Behrendt, niet alleen 'knal-boem-peng-verhalen' zouden worden: 'Wij zijn verhalenvertellers van beroep, daarvoor hebben we een negentig-minutenformat en we vertellen een krimi. Maar ik ben er erg op gespitst dat thema's uit onze samenleving als kinderprostitutie, geweld op scholen, of een Wehrmachttentoonstelling in die verhalen zijn verwerkt.'

Zo ontstond in 1997 de aflevering Manila op instigatie van het Bundesministerium fur Wirtschaftliche Zusammenarbeit (bmz) over seksuele uitbuiting van kinderen, sekstoerisme en kinderhandel. Het verhaal is gebaseerd op de ervaringen van een 15-jarig meisje. De uitzending op 19 april 1998 werd voorafgegaan door veel publiciteit en gevolgd door een tv-discussie. Manila trok 8,62 miljoen kijkers (marktaandeel van 25,2 procent). Het bmz gebruikt de uitzending nog steeds als voorlichting.

Witte: 'Ik denk dat als iemand de moeite zou nemen om alle Tatorte te bekijken, dat hij dan een beeld van de ontwikkeling in Duitsland zou zien.' Dat is geen denkbeeldige these, want die moeite is al genomen. 'Er is geen televisieserie waarnaar zoveel onderzoek wordt gedaan en waarover zoveel scripties worden geschreven', zucht een wdr-redactrice. Niet toevallig verschijnt deze maand het boek Ermittlungen in Sachen Tatort. Recherchen und Verhore, Protokolle und Beweisfotos, een verzameling essays en opstellen over dertig jaar Tatort.

Dat betekent niet dat het dertig jaar alleen maar top was met Tatort. Achttien commissarissen verdwenen na één moordzaak stilzwijgend en roemloos van het scherm. Eind jaren zeventig waren de recensies kritisch, de reacties lauw. 'Natuurlijk zit er een golfbeweging in', zegt Witte. 'Dan waren er bijvoorbeeld drie slechte Tatorte achter elkaar en schreef de pers 'Tatort ist am Ende'.

Toen kwam op 28 juni 1981 de beroemde 'Schmuddelkommissar' uit Duisburg, de 'Paradiesvogel von der Kripo', de 'Ruhr-Tarzan', de 'Lieblingsbulle', de 'Ersatz-Rambo': Horst Schimanski, gespeeld door Götz George. En als regelrechte antipode, vriend, oppasser en partner de acteur Eberhard Feik als Christian Thanner.

Chiem van Houweninge mag er nog graag over vertellen. De huidige directeur en oprichter van het productiebedrijf Blue Horse, schrijver en producent van de series 'Zeg 'ns Aaa' en 'Oppassen!', was gevraagd voor de rol van Hänschen. Gewoon Hansje zonder achternaam. Een grote, ietwat goedmoedige politieman, een bliksemafleider als het duo Thanner-Schimanski weer eens dreigde te exploderen. Omdat regisseur Hajo Gies wel een nieuw gezicht wilde, had hij bedacht dat Hänschen een 'lockere Holländer' moest zijn.

Niet alleen werd de 'Tulpenzwiebel' gauw een geliefde en vaste figuur, Hänschen bleek al bij de eerste draaidag heel verstandige dingen over het scenario te kunnen vertellen. 'Goh, wil je niet eens een synopsis maken', werd er meteen gevraagd. Zo ontstond in 1982 Kuscheltiere, 'één van mijn liefste Tatorte', zegt Van Houweninge. Hij is niet de enige die dat vindt: samen met Reifezeugnis (het debuut van Nastassja Kinski) en Der kalte Tod (met commissaris Lena Odenthal) is Kuscheltiere op 24 november te zien in de top3 van de Tatort-nacht.

Kuscheltiere heeft alles wat van een Tatort een klassieker maakt. Natuurlijk heeft Van Houweninge precies zijn eigen regels voor een goed scenario gevolgd: goede dialogen, goed plot, speelkansen voor de acteurs. Maar wat het echt sterk maakt is de vervlechting van de verhaallijn met de karakters van Thanner en Schimanski. Want hoeveel sociaal-kritisch engagement en couleur locale er ook inzit, Tatort valt of staat met z'n commissaris.

Tatort wordt pas leuk als Schimanski niet alleen als brullende Bulle rondraast, maar ook balend op de twee pekineesjes van een vriendin moet passen (en dan in een flits de oplossing ziet). Thanner valt uit z'n rol van rechtlijnige politieman als hij bij de Chinees met stokjes zit te hannesen (de meeste Tatort-commissarissen zijn overigens echte eigenheimers: liever braadworst dan sushi). Samen zijn ze echt geestig als Schimanski met een weeskind wordt opgescheept en opeens menselijke kwaliteiten toont: 'Thanner, we hebben een kind!'

Dialogen tussen de commissarissen (de laatste jaren zijn het meestal duo's die een meer dan collegiale band hebben) berusten op een vertrouwelijkheid die de kijker in hun vriendschap betrekt. Schi manski, als hij in de nieuwe reeks na tien jaar Hänschen weer ontmoet: 'Je bent een beetje dikker, hè.' Hänschen: 'Joh, dat jij dat ziet zonder bril.' Vaste gags (de Saarbruckener bourgondiër Palu op z'n racefiets, het Hamburgse duo Stoever en Brockmöller dat steevast een nummertje jazz ten beste geeft) scheppen een band.

'Tatort leeft doordat de mensen graag die commissaris willen zien', zegt Bär. 'Onze Tatort is niet dadergericht, maar gaat uit van de commissarissen', aldus Behrendt. Dat geldt evengoed voor andere succesvolle krimi's als Columbo, Inspector Morse, Derrick en zelfs Kommissar Rex, de Oostenrijkse herdershond. Wat Tatort-commissarissen daarentegen voor Duitsers vertrouwd maakt, is de band tussen karakter en regionale afkomst. Schimanski is een echte Ruhrpotter, Ehrlicher bezit van nature een soort Saksische boerenslimheid.

En verder, constateert Bär, is de commissaris niet meer het instituut dat van grote afstand en op superieure wijze de zaken onderzoekt en oplost. Hij is, stelt Witte, ook niet meer altijd de vaderfiguur, de betrouwbare papa die vooral de oudere televisiekijkster het gevoel gaf dat de boze mensenwereld nog bedwongen kon worden ('Ohne Krimi geht die Mimi nie ins Bett'). Een karakter waarmee Manfred Krug als commissaris Stoever nog altijd hogere kijkcijfers scoort dan Schi man ski in zijn beste dagen.

Het kwaad is verder opgerukt en tast de commissarissen in hun eigen omgeving aan. Bär: 'Het is nu zo dat wij persoonlijk bij de verhalen betrokken zijn.' In Bildersturm wordt Schenk geconfronteerd met de oorlogsmisdaden van zijn oom. In Mordergrube, die ze net aan het draaien zijn, duikt opeens de vader van Ballauf op, een alcoholistische zwerver met mogelijk criminele connecties.

De creatie van een commissaris is daarmee een subtiele mengeling geworden van de persoonlijkheid van de acteur en wat Bär en Behrendt de biografische Eckdaten (de basisgegevens) van het personage noemen. Of zoals Van Houweninge het zegt: 'Als je een figuur neerzet, moet je daarbij ook een achtergrond creëren en ervoor zorgen dat die achtergrond weer te maken heeft met de plotlijn.'

En die Eckdaten moeten natuurlijk, liefst meteen bij de introductie van een figuur, aan de kijkers worden duidelijk gemaakt. Zo vindt Ballauf bijvoorbeeld in hun eerste aflevering Willkommen in Koln een geheim dossier over Schenk en leest hem dat voor: 25 augustus 1958 geboren in Dortmund, dominante vrouw en is daarom weinig thuis, twee kinderen, naïeve levensinstelling, Prinzipienreiter en zijn job als politieagent gaat boven alles - maar dat geldt voor de meeste Tatort-commissarissen: ze zijn liefst 25 uur per dag in dienst.

De kijker die al een tijdje Ballauf en Schenk volgt, denkt 'aha' als de vader van Ballauf in het spel komt. Een zwerver. Vandaar dat Ballauf geen eigen huis heeft en in een hotel woont. Vandaar die lonely wolf-trekken. Dat beetje eenzame. Als Ballauf al een vriendin heeft, dan wordt die geheid vermoord (Willkommen in Koln, Direct ins Herz).

'Eckdaten?' Peter Sodann kijkt verbluft naar zijn bier. De figuur Ehrlicher heeft hij samen met zijn vriend Hans-Werner Hohnert ontworpen. Dan hadden ze het erover wat voor mens Ehrlicher moest zijn. En dan zei Sodann: 'Dat zou iemand zoals ik kunnen zijn.' Iemand die in de ddr geboren is, die Ehrlicher heet omdat hij de waarheid zoekt en Bruno is genoemd naar de leraar op de lagere school die hij zo graag mocht. Iemand wiens tekkel ook Bruno heet. Iemand waarmee juist de voormalige ddr-burgers zich identificeren en waartegen ze zeggen: je bent nog één van ons. Want ook de muur slingert zich nog door de Tatorte die zo geschiedenis schrijven.

Natuurlijk zijn acteur en personage nooit dezelfde. Sodann is naast Ehrlicher ook nog theaterdirecteur, regisseur en druk bezig met het opbouwen van een bibliotheek voor ddr-literatuur. Maar als je hem de lounge van het hotel ziet binnenlopen, zou je hem bijna aanspreken met meneer Ehrlicher. Tatort-commissarissen dragen geen snorren en pruiken, ze zien er zonder schmink hooguit een tintje bleker uit. Van Houweninge: 'Je speelt met je persoonlijkheid, want het is wel Chiem die daar rondstapt. Ze zeggen vaak: goh joh, het is net alsof je zo binnenkomt.'

Hun rol is bijna deel van de gewone realiteit, helemaal als Manfred Krug en Charles Brauer in hun hoedanigheid als commissaris-duo Stoever en Brockmöller reclame maken voor het Duitse telefoonbedrijf. En wanneer bij de opening van het musicaltheater Ludwig in Beieren de acteurs Miroslav Nemec en Udo Wachtveitl (slechts op be zoek) door de pers onmiddellijk in hun Tatort-rollen worden geplaatst: het duo Batic en Leitmayr bezig met de mysterieuze dood van Ludwig II.

'Weet je wat echt völlig irre is?', vraagt Bär, 'dan zit ik voor de tv, de Tatort-intro loopt, de muziek komt en dan zit ik er zelf in. Ik kan soms nog helemaal niet beseffen dat ik dat zelf maak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden