Bijl in de burgerman

Rauw, luidruchtig, onstuimig. Een overzicht van het Berlijnse werk van kunstenaar Marc Bijl is nu in het Groninger Museum te zien.

Het mes is bot. Trillend en piepend beweegt het door het plastic. Marc Bijl tilt het op, mompelt iets, breekt een stuk van de punt en bestudeert het gereedschap. 'Normaal gesproken', zegt hij, en hij verplaatst zijn lichaam een meter of wat over het op de grond uitgespreide, kunststof zeil, 'heb ik hier assistenten voor, maar door de crisis ben ik genoodzaakt om het zelf te doen.' Krachtig haalt hij het metaal door het plastic. Tsjak!

Doel van de inspanning, legt Bijl uit, is een schilderij. Het is simpel: het mes snijdt in het plastic, in het plastic ontstaat een sjabloon, het sjabloon wordt op de muur geplakt en bespoten met verf. Resultaat: een wandschildering, preciezer: een abstracte wandschildering, een Mondriaanpastiche. Het is de tweede versie. Het originele sjabloon ligt bij een verzamelaar in Minneapolis: 'Die vrouw had een grotere versie gekocht, maar toen bleek dat haar muur te klein was en ze er niets voor voelde om haar Damien Hirst weer terug te hangen, heb ik ter plekke maar een kleinere gemaakt.' Ik had geen zin dat sjabloon voor de tentoonstelling in Groningen te laten overvliegen. Daarom maak ik nu met toestemming van de verzamelaar een nieuwe versie.

Met zijn improviserende manier van werken heeft Marc Bijl (Leerdam, 1970) de afgelopen tien jaar een grensoverschrijdende reputatie verworven. Zijn rauwe, luidruchtige installaties, schilderijen, films, foto's zijn graag gezien in het nationale én internationale tentoonstelling- en biënnale circuit, en vinden gretig aftrek bij een groeiende kring van verzamelaars. Hij exposeerde in het Post CS in Amsterdam en op de Biënnale van Berlijn en in kunstinstellingen in Rotterdam, Vilnius, Athene, Kassel en, eh, Hengelo. Dit weekeinde opent in het Groninger Museum een mid career overzicht met werk van het afgelopen decennium, de Berlijnse jaren - zijn eerste.

Het is een dikke week voor de opening en in Bijls Berlijnse atelier, een voormalig stallencomplex voor brandweerpaarden, zijn de voorbereidingen in volle gang. Kunstwerken staan klaar om verscheept te worden. Bijl inspecteert het werk; klopt eens hier, kijkt eens daar. Hij oogt benaderbaar. Trainingsjackie. Zonnebrilletje. Hij zegt het onomwonden: hij heeft zin in de tentoonstelling, het is een manier om eens goed op te ruimen, in zijn atelier, maar ook in zijn hoofd, vooral naar de inrichting van de grote middenzaal kijkt hij uit. 'Die wordt gevuld met adelaars, poppen, tuinbeelden, alles overdekt met teer en epoxyhars, ik heb hem, vrij naar Bosch, omgedoopt tot de Tuin der onlusten, een soort Haren dus.' Andere te exposeren objecten: schilderijen, vlaggen, collages. Alles bij elkaar biedt het straks een mooie trip down memory lane.

Krakers

Die reis laat zich prima in enkele sleutelwoorden samenvatten. Gorkum - de het stadje waar Bijl opgroeide. Götterdämmerung - de post-punk band waarin hij speelde. Den Bosch - de plek waar hij volwassen werd, zijn eerste kraakpanden bezette, een tijdje met een junk en een crimineel in één huis samenwoonde ('hadden zij iets uitgespookt, moest ik naar het bureau').

Na een paar jaar had hij genoeg van de krakerswereld. Hij studeerde af aan de St. Joost Academie, verbleef exact één dag aan het Amsterdamse Sandberg instituut ('die stad is net de Efteling') en begon aan een carrière in de beeldende kunst die hem naar steden verspreid over heel Europa en de Verenigde Staten bracht. In Berlijn vestigde hij zich tien jaar geleden, samen met zijn toenmalige vriendin, de kunstenares Iris van Dongen. Hij woont er nog steeds naar tevredenheid: 'Berlijn is heel geschikt voor mij. De huren zijn laag en de stad zit artistiek nog steeds in de lift; bovendien lopen er directe lijnen naar mijn afzetmarkt, die ik voor het gemak maar even de internationale kunstjetset noem. Aansluiting bij die markt vind je niet bij, zeg, het CBK in Dordrecht. In Berlijn wel.'

De stad heeft zijn kunst gevormd. In de wijk Kreuzberg bouwde hij aan een oeuvre dat eerder interessant dan mooi kan worden genoemd en dat qua esthetiek zwaar leunt op zijn krakers- en post punkverleden: met teer bedekte Lara Croftpoppen (naar de vrouwelijke hoofdfiguur uit het populaire computerspelletje Tomb Raider), zwartglimmende adelaars en tuinbeelden, vlaggen met satirische teksten, en, waarschijnlijk Bijls beste reeks, een serie interventies in de publieke ruimte: grafstenen met geestige opschriften (Gimme Shelter), een performance als gewapende veiligheidsbeambte in de Berlijnse metro, en, zijn beroemdste interventie, de metamorfose met verf en rol-kwast van een door Nike gesponsord basketbalveldje in een veld van de concurrent, Adidas. Zijn oeuvre is houtje-touwtje. Het oogt vaak controversieel. Clandestien. Bijl: 'De openbare ruimte zie ik als een schetsboek. Je kunt er dingen uitproberen. Je hebt er niet dezelfde verwachtingen als in een museum.'

Die sfeer van illegaliteit heeft Bijl wél een activistisch imago opgeleverd. Lees een dozijn interviews en je komt het woord steeds tegen. Andere sleutelwoorden: 'radicaal', 'politiek', 'militant', 'geëngageerd'. Hij haalt de schouders op, onverschillig, berustend: 'Het is een mediadingetje. Die vinden het prettig om een etiket op m'n werk te plakken: Marc Bijl: activist. Klaar. Mijn werk is niet politiek. Het is niet instrumenteel. Wanneer ik zo'n Nikeveldje verander in een Adidasveldje, dan probeer ik de mensen niet iets bij te brengen over kinderarbeid of zo.'

Zakenlui

Hoe radicaal is hij nu helemaal? 'Ik ben 42. Ik heb kinderen en een werkster. Ik ben veel burgerlijker dan die zakenlui in nette pakken die mijn werk kopen op een beurs in Miami en voor hun werk met geleende miljoenen speculeren. Zij zijn de ware radicalen. Niet ik.'

Rest de vraag wat zijn werk dan wél precies is. Volgt een lange uiteenzetting waarin het woord 'structuren' steeds terugkeert. Voorwaar: Bijl doet iets met structuren, wat u wilt, machtsstructuren. Als een soort antropoloog bestudeert hij bekende fenomenen, instituten en subculturen, doet er iets raars mee en laat je er op een andere manier naar kijken: 'Van jongs af ben ik gefascineerd door subculturen en dan vooral door de heersende codes en dogma's. Die zijn heel sterk: wanneer ze niet worden nageleefd, volgt straf; er zijn altijd wel een paar malloten die de grenzen streng bewaken. Door zo'n subcultuur net een beetje uit te vergroten maak je die belachelijk en laat je tegelijk de werkelijke betekenis zien. Ik toon hoe arbitrair de codes zijn.'

Maar laat het duidelijk zijn: inmiddels is zulke antropologische kunst iets wat achter hem ligt; dezer dagen zijn het juist de traditionele kunstvormen die hem bezighouden: beeldhouwen, schilderen. Eerder vanochtend toonde hij een reeks abstracte schilderijen: gestencilde pastiches op klassieke modernen in zwart, zilver en primaire kleuren: Mondriaan, Rothko, Newman, Noland, Kelly. De klassiek-abstracten hebben hem altijd gefascineerd. Bijl: 'Voor mij zijn dat religieuze kunstenaars. Zij maakten zich los van Jezus en Maria en Allah en al die lui, maar zonder de hang naar transcendentie overboord te zetten.' Toch durfde hij er zelf nooit aan. 'Ik was altijd te druk met buitenspelen. Bovendien: om abstract te werken is een zekere rijpheid nodig. Die had ik toen nog niet. Nu wel.'

Daarom heeft hij aan de pastiches sinds kort iets nieuws toegevoegd: eigen composities. Hij somt op: allereerst zijn er de hekwerkschilderijen, schilderijen van, nou ja, Herashekwerken, compleet met trompe l'oeil tralies en betonnen voetjes. Dan zijn er verfbommetjesschilderijen: 'Die zien eruit als een muur waarop iemand met een verfkanon heeft geschoten.' Ten slotte zijn er de zogenoemde cementschilderijen, een raamwerk waarop de kunstenaar een laag cement heeft gestort: topzwaar, ontilbaar, bedekt met flyers en dergelijke. Probleempje: de kwaliteit. 'Een tijdje terug had ik een tentoonstelling in Stuttgart, waar ik drie pastiches had opgehangen naast drie eigen abstracte composities. Het was pijnlijk: de pastiches waren beter - véél beter, genant beter. Ik moet dat in de gaten houden. Je wilt geen tweede Damien Hirst zijn.'

Toekomst

Hij zal het niet ontkennen: de laatste tijd denkt hij best veel na over de toekomst van zijn werk. Hij wordt te oud om steeds weer op een nieuwe trein te springen. Als hij nog één keer een grote zwieper wil maken, dan moet dat nu gebeuren. 'Daarom heb ik besloten om de komende tijd helemaal geen nieuwe dingen meer te verzinnen. Ik wil me volledig richten op mijn abstracte doeken. Ik wil weten of ik het kan: schilderen zonder slogans.'

En als hij het niet kan? Op zijn gezicht verschijnt een grijns. 'Als ik het niet kan... ja, dan blijf ik waarschijnlijk de rest van m'n leven vlaggetjes en poppen met teer in elkaar draaien.' Hij laat de gedachte even op zich in werken. 'Qua inspiratie zou dat wel een ramp zijn.'

In het voormalig stallencomplex krijgt het sjabloon inmiddels aardig vorm. Restmateriaal bedekt de vloer; in het plastic tekenen zich de contouren van een Mondriaan af; bij elke uitgespaarde vorm staat welke kleur er straks moet komen: geel, rood, blauw. Bijl is tevreden. Morgen zal hij het werk oprollen, ermee naar Groningen rijden, een goeie plek uitzoeken en het persoonlijk aanbrengen op één van de expositiemuren- een heugelijk vooruitzicht: 'De mensen komen binnen. Ze zien al die dingen: poppen, teerbeelden, die hele Tuin der onlusten en dan - bam! - in één keer dat rare ding op de muur.' Tot die tijd werkt hij nog even door, handen en voeten op het plastic, stanleymes paraat. Tsjak!

Marc Bijl: Urban Gothic, Groninger Museum, Groningen.

te zien vanaf: 7/10.

groningermuseum.nl

Brabander in Berlijn

Beeldend kunstenaar Marc Bijl (1970) woont en werkt nu tien jaar in Berlijn, de stad die volgens hemzelf zijn kunst heeft gevormd. Zijn andere wortels zijn degelijk Hollands: geboren in Leerdam, getogen in Gorkum, deel uitgemaakt van de krakersscène in Den Bosch en opgeleid aan de kunstacademie St. Joost in Breda

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden