Bijkletsen bij het buurtheiligdom

Wijkbewoners en bezoekers picknicken 's avonds bij de sjiitische moskee Saed Idrees. Op die plek voelen ze zich veilig. Althans, de wijkbewoners.

In een zijstraat van Bagdads drukke, moderne winkelstraat Kerada ligt het sjiitische heiligdom Saed Idrees. Tegen het einde van de middag komen de vrouwen in hun ruimvallende zwarte abaya's hier met hun kinderen picknicken, naast de bewakers. Saed Idrees is een van vele particuliere heiligdommen in Irak waar buurtbewoners dagelijks naartoe komen om te bidden en te kletsen. Ook buitenlands bezoek is van harte welkom, zegt de dienstdoende imam, sjeik Sajad Abbas Ridha Azzubaidi, joviaal. Maar of het voor hen even veilig is? 'We zijn open, we respecteren andere geloven. Mijn grootvader zei altijd: als je op reis gaat, eet met joden, maar slaap altijd bij christenen. Want christenen kun je vertrouwen.'


Er is nog even tijd tot het avondgebed. Vanavond is er voor alle bezoekers een gratis maaltijd van rijst met vlees in tomatensaus, ter nagedachtenis aan Fatima, de dochter van de profeet. Herdacht wordt dat zij werd vermoord. Sjeik Sajad laat de enorme pannen zien die op een houtskoolvuurtje branden achter op het erf. We lopen terug naar de binnenplaats, die begin dit jaar met Pakistaans marmer is belegd. Inmiddels wordt ook de bibliotheek weer opgebouwd. Allemaal dankzij donaties van vrijwilligers en uit het familiefortuin, zegt de imam. Maar vermoedelijk ook met geld uit Iran.


Licht

De hier begraven Saed Idrees was familie van Ali, volgens de sjiieten de rechtmatige opvolger van de profeet Mohammed. Hij werd in de 9de eeuw door soennitische soldaten vermoord. Eeuwen later begon het graf van Saed Idrees ineens licht te geven. De overgrootvader van sjeik Sajad begon voor het graf te zorgen, zijn grootvader liet een heiligdom voor Saed Idrees bouwen.


De vader van sjeik Sajad moest onder het vorige regime zijn trouw aan het heiligdom nog bekopen met vier jaar cel - hij werd verdacht van banden met Iran. En nu heeft de 38-jarige sjeik Sajad zijn lot aan het heiligdom verbonden.


De rondbuikige, rondbaardige sjeik woont achter op het erf met zijn vrouw en vier kinderen. Op zijn voorhoofd heeft hij een eeltplek van het bidden met zijn hoofd op een bidsteen van klei, een sjiitisch gebruik. Hij staat iedere ochtend om vier uur op, even voor het ochtendgebed, om de gelovigen in de buurt op te roepen tot het eerste gebed. Zijn vader bidt dan met een handjevol volgers in de moskee, zelf gaat sjeik Sajad nog even terug naar bed. Drukker is het tijdens het middaggebed en tegen zonsondergang komen een paar honderd gelovigen bijeen. Sjiitische moslims bidden drie, geen vijf keer.


De schemering zet in en nu stromen ook de mannen toe. Ze bezoeken de kist van de heilige, in het binnenste van de moskee, achter een koperkleurig hekwerk. Hij is voor de mannen toegankelijk vanuit de voorste helft van de moskee, voor de vrouwen vanuit de achterste helft.


Van de sektarische oorlog die in Bagdad woedde, hadden ze hier weinig last. 'De meeste gezinnen wonen hier al generaties, ze kennen elkaar door en door.' Maar toen soennieten twee sjiitisch Heiligdommen in Samarra hadden opgeblazen, vroegen gelovigen de imam of ze niet wraak moesten nemen.


Sjeik Sajad: 'Ik heb gezegd dat het haram is.' Hij is ook tegen aanvallen op kerken. Hij gaat zelf geregeld naar de kerk om een kaarsje op te steken en te bidden voor de maagd Maria. 'Zij is een van de boodschappers van God.'


Gebed

De imam verontschuldigt zich, hij moet het gebed aankondigen. In de voorste helft van de moskee staan de mannen in lange rijen naast elkaar, achter de kist staan de vrouwen. Gezamenlijk werpen ze zich op de vloer. Buiten wordt bijgepraat. De zussen Zahraa Abd Ali en Maeda Aziz (69 en 67), zitten op een plastic mat tegen de koele marmeren muur van het heiligdom. 'Ik kom hier al sinds ik 4 of 5 was. Dit was toen nog een tuin met dadelbomen', zegt Zahraa. 'Hier voel ik me veilig.


Er is hier ook niets anders te doen voor vrouwen van onze leeftijd.' De laatste jaren zijn er in Bagdad gekke dingen gebeurd, vertelt Zahraa. 'Explosies, kinderen worden ontvoerd. Het nieuwste is: pistolen met geluiddempers. Ik weet niet waar het geweld vandaan komt. Ik leg de schuld bij buitenlandse terroristen.'


Als het over haar kinderen gaat, wordt ze vaag. Ze wil niet vertellen hoeveel zonen ze heeft. Vier, zegt haar zus. Ze zijn nog jong, zegt de vrouw. 'Wat klets je nou, je zonen zijn in de 40 en 50', schatert Maeda. 'Ze zaten binnen tijdens het sektarische geweld' houdt Zahraa vol.


De assistent van de jonge imam onderbreekt het gesprek. De imam wil ons spreken. We lopen naar zijn kantoor. Imam en tolk voeren een korte, heftige discussie in het Arabisch. Dan vraagt de tolk zonder te vertalen: 'Kunnen we gaan?'


Terug in ons hotel vertelt hij wat er aan de hand was. Militieleden van Moqtada al-Sadr hebben ons gezien en van de jonge imam geëist dat hij onze telefoonnummers en verblijfplaats doorgaf. Hij heeft dat vriendelijk geweigerd; hij weet ook niet waar we verblijven, maar de tolk is er niet gerust op. De volgende dag meldt hij zich ziek.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden