Bijen zijn leuk en het tapuitje verblijdt

Voor de eerste keer wordt de Jan Wolkersprijs voor het beste natuurboek uitgereikt. Juryvoorzitter Jean-Pierre Geelen introduceert de kanshebbers.

Appels en peren. Veel toepasselijker kan het cliché niet zijn voor een jury bij het beoordelen van 'de beste natuurboeken van het jaar'. De Jan Wolkersprijs dus. Dit jaar voor het eerst in het leven geroepen voor 'het beste natuurboek', in een samenzang van VARA's Vroege Vogels, het Wereld Natuurfonds en de Volkskrant.


Saai? 'De natuur kent geen vooruitgang. Zij herhaalt zich schaamteloos', schreef Koos van Zomeren eens. 'Elk jaar hetzelfde groen aan de beuken, steeds dezelfde vogelzang, dezelfde paddentrek, dezelfde schattige jonge eendjes in de berm. De natuur is een eindeloos zelfcitaat.'


Kan waar zijn, maar goede schrijvers en kijkers als Van Zomeren zelf slagen er verrassend goed in dat zelfcitaat in eindeloze variaties weer te geven. Met het indikkende aantal vierkante kilometers natuurschoon heeft het Nederlandse natuurboek dan ook vruchtbare bodem gevonden in het land der letteren. Zeker wanneer je, zoals de jury van de Jan Wolkersprijs deed in de geest van de naamgever, het begrip natuurboek zo breed mogelijk opvat.


Niet alleen de klassieke paddestoelengids of de veldgids Winterflora bomen en struiken, maar evenzeer het bonte jeugdprentenboek Springende pinguïns en lachende hyena's of het stoere relaas van de milieuactivist aan boord van de Sea Sheperd.


Nederland koestert zijn natuur, in elk geval op papier. Een oproep aan uitgevers en schrijvers leverde meer dan 180 inzendingen op - een rijke oogst. Twintig daarvan belandden op de longlist. Onlangs kwam de jury (Johan van der Gronden van het Wereld Natuurfonds, Joost Huijsing - VARA's Vroege Vogels, Karina Wolkers en schrijver dezes) bijeen voor de selectie van de laatste vijf.


Geen toepasselijker plaats om van die oogst te proeven dan in de beroemde achtertuin van huize Pomona te Texel. In de nabijheid van de spuugbeestjes aan de ene kant en aan de muur van Wolkers atelier zijn geschilderde vierluik De vier seizoenen.


Ga er maar aan staan. In dit laatste stukje woud van boeken viel geen kaf meer van koren te scheiden. Daarom formuleerde de jury z'n eigen criteria, indachtig de geest van de naamgever, in wiens oeuvre de natuur in al haar schoonheid en gruwelen een vanzelfsprekende rol speelde.


Het werk moest uiteraard doortrokken zijn van liefde of bewondering voor de natuur. Maar daarmee viel niet één appel uit de mand.


Daarnaast golden schrijfstijl en boekverzorging als criteria - hulde voor het prachtig uitgegeven Het raadsel van alles wat leeft van Jan Paul Schutten. Verder waren enige humor of een lichte toon bepaald niet verboden, evenmin als een portie bezetenheid of zelfs monomanie, een prettige vorm van gekte.


Dat schoot op, al bleef een aanzienlijk stapeltje van vijf over in de mand. Appels en peren, nog steeds. De jury laat ze nog even op de tong liggen. Tot 27 oktober, wanneer de winnaar van de Jan Wolkers- prijs wordt bekendgemaakt in het radioprogramma Vroege Vogels. De prijs bestaat uit een geldbedrag van 5.000 euro en een originele tekening gemaakt door Siegfried Woldhek.


Rob Bijlsma: Mijn roofvogels (Atlas)

'Monomaan' is zwak uitgedrukt voor de liefde van Rob Bijlsma voor roofvogels, en wespendieven in het bijzonder. Al meer dan veertig jaar klimt hij in boomtoppen om ze te bestuderen. En passant bracht de bezeten Bijlsma de konijnenstand op een weggetje in kaart en inventariseert hij de toename van zwerfafval langs het pad van zijn woonhuis - de druk van toerisme op een kwetsbaar gebied in één grafieklijn. Aan de hand van alfabetisch geordende lemma's doet hij nu zijn unieke, onafhankelijke verhaal, vol voetnoten en soms bijtende humor. Uit zijn 'verklarende woordenlijst' Natuurbescherming: 'Aansturen: goed betaald lucht verplaatsen'.


'Natuurcompensatie: slimmigheidje om het vernielen van bestaande natuur goed te praten. Natuurbeschermers trappen daar graag in, want gaat vergezeld van schip met geld.'


Simon van der Geest: Spinder (Querido)

Een verrassend, prachtig geschreven en spannend dagboek van de jongen Hidde, die met zijn broer Jeppe een slopende oorlog voert om een verborgen kelder waarin Hidde (bijgenaamd Spinder) zijn insectenverzameling houdt. Samen delen ze al jaren een gruwelijk geheim, dat de lezer van het dagboek langzaam duidelijk wordt, als een vlinder die uit zijn cocon kruipt.


Op elke bladzijde krioelt het van de beestjes, in woord en beeld. 'Spinnen hebben nooit broers, wist je dat? Zodra de eerste uit zijn ei is gekropen, begint hij meteen alle andere eitjes op te vreten.'


Koos van Zomeren: Het verlangen naar hazelworm (Arbeiderspers).

De grootmeester van het genre heeft zich na de vogels, bomen, koeien en de natuur in het algemeen nu gestort op de hazelworm, bijvangst in een jaar waarin hij op zoek was naar de klap-ekster - alles om de verveling te ontlopen. Opnieuw een dagboek, vol kernachtige notities over zijn dagelijkse zoektochten in de bossen en op de heidevelden van de Veluwezoom.


4/8/'10: 'Rolrond/cilindrisch, de volmaakte sigaarvorm (staart buiten beschouwing gelaten). Misschien is dat wel wat me bij dit dier zo aanspreekt.'


16/9/'10: 'Gisteren, aan het eind van de dag, dacht ik opeens: je bent zelf een soort hazelworm. Lééf je wel?'


Theo M.J. Peeters e.v.a.: De Nederlandse bijen (KNNV)

'Bijen zijn leuk. Misschien een beetje vreemde uitspraak voor een bioloog, maar ze hebben iets aandoenlijks'. Niet onmiddellijk de meest gebruikelijke woorden voor een wetenschappelijke inleiding. Ze tekenen de toon en liefde waarmee dit standaardwerk (deel 11 uit de serie Natuur van Nederland) is gemaakt. De auteurs onderzochten en beschreven alle 358 bijensoorten die in Nederland voorkomen. Een vuistdikke, rijk geïllustreerde en fraai uitgegeven ode aan de biodiversiteit van Nederland. En een belangwekkende publicatie, nu zich in eigen land en heel Europa een bijencrisis lijkt te voltrekken. Geef toe: u wist ook niet dat er 188 soorten als 'bedreigd' op de rode lijst staan. Dat er al 34 soorten uit Nederland zijn verdwenen. En dat sommige soorten zich gedragen als koekoeken: ze leggen hun eieren in andermans nest.


Marga Coesèl Wanhoop nooit aan vooruitgang - brieven van Jac. P. Thijsse (Boom)

De grondlegger van de Nederlandse natuurbescherming was een gedreven briefschrijver. Marga Coesèl, auteur van een boek over de bekende Verkade-albums, stelde een goed verzorgde bloemlezing samen van zijn mooiste brieven, aangevuld met een korte biografie en vele illustraties. Voor het volkomen Verkadegevoel, uit een brief aan schrijver/psychiater Frederik van Eeden van 11 mei 1897: 'Waarde heer v. Eeden, Uw vogeltje is de tapuit (Saxicola oenanthe), een allerliefste heidebewoner, die u stellig nog wel dikwijls met zijn kwieke beweginkjes verblijden zal. De Franschen noemen hem cul-blanc en geven dus hun hoofdindruk heel getrouw maar minder mooi terug. Bij ons op Texel heet hij stôg en hij vroolijkt daar de rechte tuinwalletjes bijzonder op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden