Bij u is altijd wel wat en dat is jammer

Een Belgisch talentje wordt in de verdediging geposteerd, in Nederland spelen de beste jeugdspelers automatisch voorin. Het is niet voor niets dat de topscorerslijst in België wordt gedomineerd door buitenlanders....

JOHN VOLKERS

DE SWINGENDE Hollanders gaan de saaie Belgen opzij zetten, want de Kezen vallen aan en de Belsen verdedigen. Het is de al jaren te beluisteren schets van de voetbalverhoudingen in de Lage Landen. Zetten de arrogante Nederlanders die irreële toon? Of maken onze zuiderburen zich dat zelf zo graag wijs?

Belgen, het moet gezegd, voelen zich graag underdog. Het heeft met de volksaard te maken. En niets is volkser dan de voetballerij. Neem nou bondscoach Paul van Himst. Vorige week klonk hij nog uiterst zelfbewust en had de parttime koffiehandelaar uit Brussel het over de kracht van zijn aanval die in Amerika van zich zou doen spreken en een ommekeer in het Belgische denken teweeg zou kunnen brengen.

Donderdag was het nieuwe zelfbewustzijn al weer fors gekrompen, was de fierheid verdwenen en sprak Van Himst, de geboren aanvaller, van aanpassen en aanklampen. 'Belgen zijn altijd bang af te gaan. De Nederlander gaat ervan uit dat hij nooit zal afgaan', is de verklaring van Hugo Camps. De Elsevier-journalist is een geboren Belg, een Neerlandofiel, reist tussen Haarlem en Antwerpen en duikt al enkele jaren hardnekkig op in het gevolg van Nederlandse sportploegen.

De verklaring zit diepgeworteld, heeft volgens historici en psychologen vooral te maken met de vierhonderd jaar dat Belgen geknecht werden. Dat het land werd samengeknepen tussen Nederland en Frankrijk. Camps: 'Uit die tijd heerst het denken dat een beetje geluk ook al mooi is. Belgen maximaliseren hun fortuin niet. Er ligt in het land een grote verborgen rijkdom.'

Belgen ontbreekt het aan lef. Ze denken defensief. Luister naar Franky van der Elst, de 33-jarige middenvelder van Club Brugge en het Belgisch elftal. Zojuist heeft hij een heel betoog afgestoken over de luister en attractiviteit van het Nederlandse voetbal en het positieve denken aan gindse zijde van de grens.

En dan zegt hij lopeens: 'De bedoeling van voetbal is om je te verdedigen.' Geschrokken komt er snel achter aan: 'Op de manier die je als ploeg het beste ligt.'

Het is diezelfde Van der Elst, een schat van een jongen met een opmerkelijk scherpe kijk op het voetbal, die zich scherp wil afzetten tegen het Belgische denken. Hij doet het niet, natuurlijk doet hij het niet, want hij is een Belg. Maar, zo weet hij ergens in zijn achterhoofd, zou hij wel wegwillen uit België. Want daar bakken ze het al te bruin met de defensies.

'Het afgelopen seizoen was een crime. Buiten de top-3, Anderlecht, Club en Standard en nog wat redelijk enthousiaste ploegen als Seraing en Charleroi, werd er afschuwelijk gevoetbald. We kwamen tegen ploegen te staan die met tien man voor het eigen hok schurkten. Zonder voorspelers opereerden. Dat is niet plezant.

'Bij Antwerp ben ik toen echt uit mijn humeur geraakt. Dat was vorig seizoen nog een Europa Cup-finalist, maar in eigen land laten ze helemaal niets zien. Voor clubs in de kelder heb ik nog begrip, maar Antwerp. Pff. En het ergste was nog dat wij de kritieken kregen. Wij hadden de creativiteit maar moeten opbrengen om die muur te slechten. Die houding van de pers deugt niet.'

De adoratie van de verdediging is in het Belgische voetbal ontstaan in de jaren tachtig. Het kwam voort uit de successen van het nationale elftal. In de jaren zestig golden de Rode Duivels, stuk voor stuk spelers van de RSC Anderlecht, lang als de wereldkampioenen van de vriendschappelijke wedstrijden.

In de jaren zeventig lag Nederland tweemaal dwars voor de groeiende Belgische ambities. Van Himst was er zelf bij in '73 toen het afkeuren van Verheyens goal de Belgen de tickets voor het WK van 1974 kostte. In de jaren tachtig veranderde er veel. Guy Thijs ging met zijn elftal successen halen.

In 1980 werd het team tweede van Europa. In '82 klopte het titelverdediger Argentinië bij het WK in Spanje en de vierde plaats in Mexico (WK'86) wordt nog altijd als het hoogtepunt in de Belgische voetbalgeschiedenis beschouwd. De bijzondere reeks was het gevolg van puur resultaatvoetbal. Bondscoach Thijs noemde dat resultaatgebonden voetbal, realisme.

De steenkolenhandelaar werd bijkans heilig verklaard. Camps: 'Hij leunde op zijn harde jongens Van Moer, Vandereycken en Gerets. Hij blies er wat rook overheen en was gelukkig met zijn status.'

Thijs kreeg navolgers in het clubvoetbal. Een modegril die nu bijna voor traditie wordt versleten. Jan Boskamp, de huidige trainer van Anderlecht: 'In de jaren zeventig speelden ploegen als Anderlecht, Club Brugge, RWDM en Lokeren ook met drie spitsen. Maar het Belgisch elftal boekt resultaten met verdedigend voetbal. Dus houdt iedereen zich daaraan.'

Boskamp, de ex-Feyenoorder, kan het weten, want hij heeft zijn hart aan het Belgisch voetbal verpand. Hij speelde er en traint er nu al jaren en met succes. Van Nederlandse spelers en trainers wordt gedacht dat ze het beste uit de Belgen kunnen halen. Ze kunnen de schulp openen.

Camps: 'Belgen hebben provocatie nodig om hun waarde te valoriseren. Dat deden de Nederlandse spelers, Mulder, Haan, zelfs die visser Rensenbrink. Zij prikkelden. Zo waren er ook trainers uit Nederland die een toegevoegde waarde hadden, die het sluimerende talent deden ontluiken.

'Het was in tijden dat er in dit land nog een duidelijke hiërarchie bestond. In België gebeurt alles twintig jaar later dan in Nederland. Maar het was Mulder die durfde te snauwen tegen de heren. Hij bracht de mondigheid, de democratie in een elftal. Die was er niet.'

De Nederlanders overspoelen nog altijd de markt in België, maar het zijn niet langer de besten uit ons land die bij Rijsbergen de grens oversteken. De toppers verdwijnen naar Italië, Spanje, tegenwoordig zelfs Engeland. Van het huidige contingent bij de zuiderburen is alleen Johnny Bosman nog een klant voor de nationale ploeg.

Bosman: 'In Nederland geld ik als een stille, maar bij Anderlecht ben ik een van de drukkere spelers. Dat geldt ook voor de Walen, De Wolf en Albert. Die zijn ook drukker, wat impulsiever. Belgen, vooral Vlamingen, zijn in z'n algemeenheid erg bescheiden. Er zit veel meer in dan eruit komt. Zeker weten.

'Als ze de Nederlandse mentaliteit zouden hebben, van ''wij zijn de besten'', dan zouden ze veel grotere resultaten hebben geboekt. Maar Belgen zijn liever underdog. Want ze kunnen erg slecht tegen druk. Wij Nederlanders roepen dan van ''we gaan voor de winst''. Maar hier gokken ze zoals tegen Tsjechië en Slowakije, in de beslissende kwalificatiewedstrijd voor het WK, volledig op 0-0.

'Het zit in de mentaliteit. Het is allemaal minder creatief en plezier is in het voetbal maar een bijkomende zaak. Bij mijn debuut voor KV Mechelen tegen Racing Mechelen kreeg ik anderhalf uur lang een man achter me aan. Hij heeft zich niet met de opbouw bemoeid, alleen maar in mijn rug en op de hakken gestaan.

'Ik vroeg me echt af: waar ben ik nu in terecht gekomen? Ik kwam van Ajax, uit Nederland waar je ruimte krijgt om te voetballen. Ik vroeg die verdediger of hij op deze manier wel plezier in voetbal had. Hij zei dat hij tevreden was wanneer ik niet aan de bal zou komen. Zulk negativisme wordt in Nederland gehoond. Wat heeft Volendam dit seizoen niet allemaal over zich heen gekregen toen ze met een muurtje metselen van Ajax wonnen?'

Nederlanders zijn allang niet meer de enigen die de Belgische voetballers tot meer lef en creativiteit aanzetten. Het aankoopbeleid in België is ruimhartig, al lijkt ook in dit land de bodem van de voetbalkassen in zicht. Bondscoach Van Himst noemt het 'buitenlandersprobleem' een van de oorzaken van de gebrekkige spelontwikkeling in zijn land.

Po-Pol, zijn oude koosnaam: 'De top-10 van onze topscorerslijst bevatte dit seizoen slechts één Belgische naam, die van Luc Nilis. De rest werd bezet door buitenlanders. De grote stroom van buiten blokkeert de doorstroming en de kansen van onze jeugdspelers.'

Van Himst maakte van de nood een deugd. Hij strikte de nummer één van de topschutterslijst, de Kroaat Josip Weber van Cercle Brugge, voor een Belgisch paspoort. De naturalisatie geschiedde snel. Van Himst: 'Weber heeft het zuivere Torinstinkt. Die kans mocht ik niet laten liggen.'

Het was een kunstje dat de Belgen al meer uithaalden. Het geschiedde met Scifo, de jongen van Italiaanse ouders, het gebeurde met de Braziliaan Oliveira. En met Weber kwamen nog Brogno, de Italiaan van Charleroi, en Karagiannis, de Griek van Seraing.

Het scorend vermogen van Weber heeft de leiding van de nationale ploeg plots wat moediger gemaakt. Van Himst, vorige week: 'Wij maken nu wat gemakkelijker een doelpunt. Het team maakt een uitgebalanceerde indruk. Ik heb veel vertrouwen in het aanvallende compartiment. Dat is nieuw voor de Belgen. Als de ruimte er is, dan moeten ze gaan. Hier spreekt het hart van een aanvaller.'

De Rode Duivels hebben een voorbeeldfunctie. Zij zouden met een meer gedurfde aanpak, die vandaag tegen Nederland ongetwijfeld achterwege blijft, zieltjes kunnen winnen. Van Himst zou andere clubtrainers dan de positivo's Daerden, Meeuws en Heylens kunnen aansteken. De bondscoach die onlangs voor vier jaar bijtekende, gelooft daar niet in.

Van Himst: 'Dat kunt ge niet eentwee-drie veranderen. Mijn karwei is het niet. Ik ben te veel weg met de A-ploeg. De bond moet die weg uitstippelen. De clubs moeten volgen. De coaches moeten voor het eerste elftal een lijn aangeven. En dan moet de rest volgen.'

De parttime bondscoach ('Maar ik werk meer uren dan een fulltimer') heeft weinig trek in een ruzie met de achterban. Bij de jeugd zou het anders moeten, maar wie krijgt de Belgische verenigingen zo ver. Bosman: 'Anderlecht is gelukkig een uitzondering. Daar denken de jeugdspelers vooruit. Het heeft met de denkwijze van de club en de trainer te maken.'

Volgens Van der Elst is het bij Club Brugge ook zo. 'Bij ons wordt de jeugdopleiding serieus genomen. Nu er minder op transfergebied gebeurt, komt bij andere clubs die reflex misschien ook. Bovendien al die Hongaren die ons land binnenkomen, dat zijn niet direct aanwinsten.'

Het denken rond het voetbal frustreert Belgische jongeren. Als een talentje leuk kan spelen, wordt hij in de verdediging geposteerd. In Nederland worden de besten in de jeugd automatisch vooraan gezet. Het is het omgekeerde denken. Het is niet voor niets dat België al jaren aanvalsleiders mist. Van Himst: 'Al onze aanvallers willen achter de spits spelen.'

Van vleugelspelers hebben ze in België al jaren niets meer vernomen. Wilfried Puis was waarschijnlijk de laatste, met de Nederlander Bergholtz als zijn koppelgenoot bij Anderlecht. Van Himst: 'Mij stoort het niet als ik er twee zou hebben. In sommige wedstrijden, zoals tegen de Marokkanen en Saudi's, zou ik ze gebruiken. Maar tegen Nederland is dat weer anders. Jullie Hollanders hebben dat type buitenspeler vanwege jullie spelsysteem, met drie spitsen. Dat kennen wij niet meer.'

Uit die Nederlandse kweekvijver wordt volgens de Belgen meer en beter gevist dan uit het eigen slootje. Van der Elst: 'Het verhaal dat een Benelux-elftal slechts twee Belgen zou herbergen, dat klopt wel. Preud'homme en Albert zouden onze mensen zijn. Maar de rest zou Nederlanders zijn. Zo is de verhouding Nederland-België al jaren. Behalve in het begin van de jaren tachtig dan.'

Nederlandse vedetten gaan over de grens, Belgen blijven in eigen land. Het is een ongeschreven wet die met belastingregelingen en de koestering van de 'eigen haard' te maken heeft. Camps: 'Jan Ceulemans heeft nooit de stap gewaagd. Hij was verankerd aan de kaartavondjes, aan Lier, Brugge en de cafés. Ceulemans, norser worden ze niet meer gemaakt.'

De trek noordwaarts is weinig gemaakt door Belgen. Camps: 'Devrindt ging naar PSV, maar die had wel heel weinig verstand. Gerets had wegens het omkoopschandaal en zijn wegzenden bij Milan geen andere uitweg dan uw land. Over Goossens zullen we het maar niet hebben. En Nilis, ach Nilis, als hij bij zijn volle verstand was geweest dan was hij naar Ajax gegaan. En niet PSV. Maar we begrijpen het wel, hij heeft juist een café in Zonhoven geopend. Hij kan daar blijven wonen, lekker combineren.'

Marc Degryse van Anderlecht geldt ook als interessant object voor Nederlandse clubs. Maar in België zit hij beter. Degryse: 'Als ik nou maar vijftien jaar bij Anderlecht speel, dan heb ik de schaapjes ook op het droge. Dan hoef ik echt niet naar een club als Cagliari. Alleen een aanbod van Milan of Barcelona is voor mij interessant. Want was is er beter dan Anderlecht?'

Toch zouden Belgen iets kunnen toevoegen aan het Nederlands voetbal. Van der Elst: 'Jullie voetbal zou gediend zijn met onze realiteitszin. Maar inderdaad de Belgen hoeven niet zo nodig.'

De Belgische mentaliteit zou je volgens Van der Elst aan die van Nederland moeten koppelen. 'Iedere Nederlander wil altijd zijn mening ventileren. Jullie verstaan de kunst om altijd problemen te maken. Ik heb wel gezegd: geef de talenten van Nederland aan ons en we zouden er met onze mentaliteit veel meer van maken. Neem nou het WK van Italië. Met onze instelling was Nederland heel ver gekomen. Dat uw grote voetballers er zo weinig van gebakken hebben, dat is toch onvoorstelbaar. Er hadden spelers naar huis gestuurd moeten worden. Bij u is altijd wel wat en dat is jammer.'

Bij de Belgen is er minder aan de hand, al waren er in het verleden ook wel kleine trubbels rond de nationale ploeg. In '70 stonden de kampen van Anderlecht en Standard tegenover elkaar. In '86 gooiden Vandereycken en Vandenbergh de handdoek en vond Pfaff het nodig Van der Elst te kritiseren: 'Als hij een bal op de borst krijgt, dan valt zijn rugnummer eraf.' In '90 was er nog wat onrust rond Ceulemans, maar dat was snel glad gestreken. Dit jaar werd ambetanterik Oliveira thuisgelaten om gedonder te voorkomen.

Met de 114e derby der lage landen in zicht hebben de Belgen de vertrouwde egelstelling betrokken. Van Himst: 'We hebben een groep die het Nederlands elftal respecteert, maar niet vreest. Want van te veel schrik krijg je slaag. Ik zelf heb nooit een Nederland-complex gehad. En laten we vaststellen: bij de kwalificatie zijn ze ook door het gaatje van de naald gekropen.'

Bosman, vandaag niet meer dan een mogelijke invaller, kent de dubbele bodem van de Belgen. 'Dat zogenaamde minderwaardigheidsgevoel, dat zit ze hoog. Ze vlassen ze erop de grote mond van de Nederlanders te snoeren. Bij Mechelen op de training speelden we ook vaak Nederland - België. Rutjes, Den Boer, Koeman en ik tegen Emmers, Clijsters, Versavel en Deferm. Dan gingen we er wel op.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden